Interview Mike Teunissen

Dankzij deze man kan Dylan Groenewegen zijn Tour-etappes winnen

Dylan Groenewegen, draagt hij als eerste Nederlander sinds Erik Breukink in 1989 weer een gele trui? Beeld BELGA

Dylan Groenewegen is de grote favoriet voor de eerste etappe in de Tour de France. Zijn ‘leadout-man’ Mike Teunissen vertelt over hoe de ploeg Groenewegen in stelling brengt.

“Dylan! Dylan! Dyl!”

“Ja.”

Het zijn misschien niet de sprankelendste teksten, maar er is een grote kans dat dit gesprek vandaag op de Avenue de la Reine in Brussel plaatsvindt tussen Mike Teunissen en Dylan Groenewegen. Met dan nog één kilometer te gaan in de eerste rit van de Tour de France moet Teunissen zeker weten dat ‘zijn’ sprinter wel achter hem zit. Dat ­gebeurt met korte teksten. “En het liefst moet ik voelen dat hij er zit.”

Groenewegen (26), die al tien keer gewonnen heeft dit jaar, is vandaag een van de twee grote favorieten voor de dagzege én de bijbehorende gele trui. Het zou de eerste Nederlandse geletruidrager zijn sinds 1989. Elia Viviani is zijn grootste concurrent, Caleb Ewan en Peter Sagan komen waarschijnlijk ook dichtbij. Alleen moet Groenewegen wel in de positie komen om te sprinten. En dat is nergens moeilijker dan in de Tour de France, waar volgens de renners zelf de stress in het peloton al begint op ruim honderd kilometer voor de finish.

Een voor een opgerookt

De mensen die Groenewegen moeten bijstaan, zijn al het hele jaar dezelfden. In volgorde: Tony Martin, Noors kampioen Amund Groendahl-Jansen en Mike Teunissen. Zij worden één voor één ‘opgerookt’ om Groenewegen naar de laatste tweehonderd meter te brengen. Zowel in de Ronde van Duinkerken als de ZLM Tour lukte dat de afgelopen maanden met respectievelijk drie en twee zeges. Wout van Aert, op het laatste moment toegevoegd aan de Tourselectie van Jumbo-Visma, is een welkom extra mannetje.

Een sprinttrein kan je het niet noemen, zegt Teunissen, de laatste man vóór Groenewegen die dit jaar is ingevoegd in de sprintgroep. De tijd dat zeven man in een lint op kop gingen rijden, is wel voorbij. Het is een korte, felle manoeuvre met ongeveer vier man.

Enkele wetmatigheden zijn er wel in de sprint: het is elke keer chaos en daardoor is het altijd improviseren. “Het ideale scenario is dat ­Tony, Amund en ik vrijuit kunnen rijden en Dylan kunnen afzetten op tweehonderd meter voor de finish. Maar ja, dat wil iedereen. Dus wij zijn heel blij als de jongens komen tot de plekken waarvan we vooraf hebben gezegd dat ze die moeten ­halen.”

Die sprinters zijn knettergek

In voorbereidingen op een massasprint zijn de meters al een paar jaar niet meer van doorslaggevend ­belang. Het enige getal waar ze nog op letten, is de tweehonderd meter waarop Groenewegen moet kunnen sprinten. Een rotonde, een scherpe bocht of juist de vlag van de laatste kilometer zijn nu juist de markeringspunten voor een renner. “Je ­rekent wel terug. Voor drie man is meer dan een kilometer op kop ­eigenlijk te lang. Maar als er een paar flauwe bochten voor de finish liggen, kan ik net iets langer rijden. Op die manier kies je je ideale punten uit.”

Het beste is als Groenewegen zich ­alleen maar hoeft te richten op het achterwiel van Teunissen. Maar het komt ook vaak genoeg voor dat bij elkaar blijven niet lukt. Raakt Groenewegen het wiel kwijt, dan moet hij zelf maar zorgen dat hij terugkomt. Teunissen: “Hij moet bij mij komen, niet andersom. Maar die sprinters zijn knettergek, die knokken zich overal doorheen. Dus dat lukt hem wel.”

Juist die ruimte om een slechte ­situatie te herstellen, maakt dat Groenewegen zo’n goede sprinter is, zegt Teunissen. Hij vergelijkt het met de sprintploeg van Team Sunweb, waar hij tot vorig jaar deel van uitmaakte. “Toen was een resultaat mogelijk als je alles goed deed. En zelfs dan moest je hopen. Nu weet je dat Dylan zelf nog iets kan rechtzetten én daarna kan winnen. Dat geeft het goede gevoel.”

Wat ook kan gebeuren, is dat Teunissen zelf zijn positie kwijtraakt. Dan moet hij een harde keuze ­maken: komt hij terug of haakt hij af. Dat laatste is een van de moeilijkste momenten voor een sprinter. “Ik moet in een split second besluiten of ik nog naar Dylan toe ga. Maar dan moet ik én een goede beurt kunnen doen én geen concurrent meenemen in mijn wiel. Als Dylan zonder mijn hulp toch wint, weet je dat mijn taak ook niet het belangrijkst is.” ­Lachend: “Ik ben vervangbaar.”

Nabespreken tijdens een potje Fifa

Loopt de sprint voorspoedig, dan is Teunissens taak op papier simpel: doorrijden, zo hard mogelijk, in het wiel van Groendahl-Jansen. Een jongen die hij wel moest leren kennen. Zowel naast als op de fiets. “Zes maanden geleden wist ik eigenlijk helemaal niet wie hij was. Nu heb ik zijn fietstechniek precies in mijn hoofd. Het lijkt alsof hij naar de klote is, maar dan heeft hij altijd nog een laatste kick. Als hij begint te schudden, minder aerodynamisch begint te rijden, dan moet ik wachten. Terwijl ik de neiging heb om dan al over te nemen. Dat zijn kleine ­aspecten, automatismen, waar we dit jaar aan hebben gewerkt.”

Na afloop volgt de gedegen afhandeling. Elke sprint, gewonnen of niet, wordt meerdere keren nabesproken. Groenewegen en Teunissen liggen op één kamer, dus dat kan eenvoudig. Soms kijken ze de beelden terug, soms praten ze erover tijdens een potje Fifa (het favoriete voetbalspel op de PlayStation van Groenewegen). In de ochtend van de volgende dag volgt dan nog een meeting, waarin met de ploegleiders de wedstrijd wordt geanalyseerd.

Waar Groenewegen zijn eigen concurrenten bekijkt, heeft Teunissen aandacht voor de mannen die in andere ploegen zijn rol hebben. ­Daniel Oss voor Peter Sagan, bijvoorbeeld. “Wat Michael Morkov en Maximiliano Richeze bij Quick-Step doen voor Viviani, is de norm. Zij zitten eigenlijk altijd goed. En misschien is Groenewegen de betere sprinter, maar als Viviani beter wordt gebracht, is dat voordeel weg.”

Daarom is het van het grootste belang dat de chaos in de eerste rit vandaag vooral bij Teunissen en zijn voorgangers komt te liggen. Groenewegen moet alleen maar sprinten. Dat is al moeilijk zat. Helemaal in de Tour.

Misschien wel de snelste

Groenewegen over Teunissen:
“Mike is echt een renner die het van instinct moet hebben. Hij weet zich overal te plaatsen, kan kleine gaatjes zien om doorheen te rijden. Dat vind ik wel fijn, zo ben ik ook.”

Groenewegen over zichzelf:
“Ik ben gevallen in de ZLM Tour, waardoor mijn hele rug was geschaafd. Ik heb in die vier dagen maar een paar uur geslapen, miste een paar procent vermogen om ook de laatste rit te winnen. Daarna heb ik goed uitgerust en heb ik het NK bewust overgeslagen; vorig jaar begon ik te moe aan de Tour. Ben ik de snelste deze Tour? Misschien wel, ja.

Lees ook: 

Steven Kruijswijk hoopt zijn aanvalsdrang te beteugelen (soms)

Steven Kruijswijk is plotseling de Nederlandse blikvanger in de Tour de France, die zaterdag 6 juli begint. Een interview: ‘Ik werd al vijfde en wil meer.’

Hoe groen is de Tour de France? De fans zijn de grootste vervuilers

De Tour de France is een van de vervuilendste evenementen in de wereld. Wat wordt er aan gedaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden