Curling

Curlers hopen op het WK ‘nieuwe Van Dorps’ naar hun sport te trekken

Jaap van Dorp (midden), routinier van het Nederlands curlingteam: 'Elke keuze in mijn loopbaan is de juiste geweest'.  Beeld Martijn Pauw
Jaap van Dorp (midden), routinier van het Nederlands curlingteam: 'Elke keuze in mijn loopbaan is de juiste geweest'.Beeld Martijn Pauw

De Nederlandse curlingmannen willen op het wereldkampioenschap in het Canadese Calgary, van 2 tot 11 april, weer een stap voorwaarts zetten. In de breedte blijft nieuwe aanwas uit.

Jaap van Dorp (31) weet nog goed hoe het vijf jaar geleden was. Net afgestudeerd als technisch natuurkundige aan de Technische Universiteit Delft zocht hij een woning en een baan. Hij moest voltijds gaan werken, want als een van de beste curlers van Nederland viel er niks te verdienen. Het internationale hightechbedrijf ASML bood uitkomst.

“Slechts een deel van de kosten werd door de curlingbond betaald”, zegt Van Dorp vlak voor hij met zijn teamgenoten Wouter Gösgens, Laurens Hoekman, Carlo Glasbergen en reserve Tobias van den Hurk vertrekt naar Canada voor het WK. “Voor toernooien moesten we soms zelf geld bijleggen.”

Onverzettelijkheid

Hoewel een volle werkweek moeilijk te combineren was met zijn leven als topsporter, hield hij samen met zijn teamgenoten van het Nederlandse curlingteam vertrouwen. Onverzettelijkheid was Van Dorp toen al niet vreemd. Ooit zou hij kunnen leven van hun sport, ooit zou hij serieus meedoen op een wereldkampioenschap, ooit zou hij zich plaatsen voor de Olympische Spelen.

Tweeënhalf jaar geleden werd, door de hulp van NOC-NSF, zijn vertrouwen beloond. De sportkoepel voegde het curlingteam aan TeamNL, goed voor een jaarlijks stipendium van drie ton. De curlers maakten direct een professionaliseringsslag. Van Dorp regelde bij zijn werkgever dat hij nog maar een dag per week kwam en besteedde de overige tijd aan curling.

“Ik heb geen greintje twijfel gehad. Elke keuze in mijn loopbaan is de juiste geweest”, zegt Van Dorp, die als skip van het team bepalend is voor de strategie. “Eigenlijk leefde ik daarvoor al als fulltime prof. Het voordeel is nu dat ik kan trainen en spelen wanneer ik wil en niet afhankelijk ben van lange werkdagen.”

Alleen al door de toenemende tegenstand verbeterden de Nederlandse mannen de laatste jaren. Van Dorp: “We konden ineens drie keer per jaar naar Canada, toch het curlingmekka van de wereld, om toernooien te spelen. Wij leerden ons daar meten met de absolute top.”

Meer consistentie

Met het team, dat al jaren met elkaar is, moet een plek bij de eerste zes mogelijk zijn, denkt Van Dorp. Nederland kan van iedereen winnen. Hoewel Van Dorp en zijn ploegmaten door corona al anderhalf jaar geen groot toernooi speelden, is het verschil met de drie laatste WK’s, waarop Nederland elfde en twee keer tiende werd, dat er meer consistentie in het spel zit. “We verloren soms met één steen verschil, dan lieten we het net liggen. Die druk op één zo’n worp kunnen we nu beter aan waardoor we strategischer gooien en de tegenstander in moeilijkere positie brengen.”

Achter het selecte groepje topsporters blijft de groei in het Nederlandse curling steken. Na Van Dorp en zijn teamgenoten zit een bescheiden talentenpool met onder anderen de 20-jarige Van den Hurk. De laatste jaren is het aantal curlers stabiel: de sport kent 150 beoefenaars in ons land verdeeld over vier verenigingen.

De tweede doelstelling van de bond en NOC-NSF, naast olympische kwalificatie, is daarmee voorlopig mislukt. “We hopen dat een goede prestatie helpt”, zegt Van Dorp. “Als je het een keer probeert, wil je het vaker doen. Maar dan moeten er wel voldoende faciliteiten en mogelijkheden zijn.”

Oproepje in de krant

Veel enthousiaste jongeren als Van den Hurk zijn er niet. Hij kwam als jochie naar curlingclub Prins Willem-Alexander in Zoetermeer nadat zijn ouders hem wezen op een oproepje in de krant. Van den Hurk kwam en ging nooit meer weg.

“Er is heel weinig ijs beschikbaar voor beginnende clubs”, zegt Van den Hurk, die zich opmaakt voor zijn eerste WK. “Mensen moeten dan om 23.00 uur naar de baan komen, of in het weekend om 6.00 uur. Wie maak je daar lekker voor?”

Van den Hurk verwacht dat Nederlandse curlers op de Olympische Spelen de ‘nieuwe Van Dorps’ naar de sport gaan trekken. “De eerste kans krijgen we dit WK. En anders hebben we nog een laatste mogelijkheid tijdens het olympisch kwalificatietoernooi later dit jaar.”

Lees ook:

Kleinere sportbonden slaan de handen ineen. Curling en handboog vallen al onder één bond

Kleinere sportbonden hebben het heel moeilijk. En dus slaan ze meer en meer de handen ineen. Curling en handboog vallen nu al onder één bond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden