Beeld Trouw

Column Marijn de Vries

Cultheld Jan-Willem van Schip is té eigenzinnig voor de wielerwereld

Wat een heerlijke kerel is Jan-Willem van Schip toch. Met zijn glim­ogen en zijn woorden die hij als kogels uit een mitrailleur, ratata, de wereld in schiet.

Jan-Willem van Schip is wereldkampioen puntenkoers, op de wielerbaan. Landelijke bekendheid kreeg hij in 2016, met zijn ‘doorgesnoven junkie style’-interview. Hij won de Ronde van Drenthe en beschreef na de finish zeldzaam grappig hoe hij en zijn ploeggenoten vanaf het startschot de koers in handen hadden genomen.

Had je hem nooit eerder horen praten, dan dacht je op dat moment: wat is dat voor malloot jôh. Wat een ADHD’er. Na het doorgesnoven-junkiemoment wisten de camera’s hem steeds beter te vinden, en inmiddels weet iedereen: een interview met Jan-Willem van Schip stelt nooit teleur. Hij is een publiekslieveling geworden. Een cultheld.

Maar laat je niet foppen. Achter de hilarische uitspraken gaat een hyperintelligente wielrenner schuil. Eentje die misschien wel veel te intelligent is voor de wielerwereld.

Twee zilveren plakken

Afgelopen weekend won hij twee zilveren plakken op het EK baanwielrennen. Voor de camera van de NOS analyseerde hij: “Ik denk dat jullie twee dingen hebben kunnen zien. Gisteren dat ik ongelooflijk hard kan fietsen. En vandaag dat ik tactisch ook nog eens ongelooflijk goed ben. Dus ik wil mezelf graag nog even in de aanbieding doen bij de zeer grote profploegen.”

Gek toch, dat zo’n rasechte hardrijder zichzelf moet aanbieden. Je zou denken dat hij meteen opgepikt wordt als hij om een contract verlegen zit. Want hij is niet eens per se op zoek naar eigen succes: liefst wil hij kopsleurder zijn. Megaknecht. Hij wil vooral sterker worden voor zijn koersen op de wielerbaan. Jumbo-Visma, Team Sunweb: kom op, las ik de afgelopen dagen overal. Contracteer die jongen.

Ik ben bang dat het niet gaat gebeuren. Dat komt zo: Jan-Willem is te eigenzinnig. Hij rijdt met een stuurtje dat hij zelf ontwikkeld heeft. Klein en smal, rijdt niemand mee. Hij wordt er zelfs om uitgelachen door de ‘grote jongens’ in het peloton. Terwijl Jan-Willem tot in den treure getest heeft met wat voor stuur hij het meest aerodynamisch op de fiets zit, en dus het hardst kan rijden. Maar reken maar niet dat er een grote ploeg-sponsor is die een renner met zo’n mal stuurtje wil laten rijden.

Dertig gelletjes

Of neem de manier waarop hij met zijn voeding bezig is. Voor sommige koersen neemt hij wel dertig gelletjes mee, en die eet hij ook allemaal op. Andere renners staan er hoofdschuddend naar te kijken. Die pakken gewoon wat voor hen is klaargelegd door de voedingsdeskundige – want dat zal wel kloppen – en zijn na de koers verbaasd dat ze zich in de finale toch wat leeg voelden.

Jan-Willem leest alles wat los en vast zit over trainingsleer. Over leren überhaupt. Hoe dat werkt in je hersenen en in je lijf. Daar pikt hij zijn eigen dingen uit. Hij gebruikt zichzelf als proefkonijn. In een interview met het AD zei hij: “Ik neem geen genoegen met B omdat anderen zeggen dat B het beste is. Ik probeer ook A en C. En als het even kan ook D tot en met Z.”

We doen graag alsof we gek zijn op atleten die zelf nadenken. Maar eigenlijk is dat niet zo. Als ze écht een eigen koers varen, dan passen ze niet in het plaatje. Zeker niet in dat van grote ploegen, die werken met regels en protocollen.

Het zit ’m er niet in dat Jan-Willem niet goed genoeg is voor zo’n grote ploeg. Nee, hij is té goed.

Marijn de Vries

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden