InterviewRoeifamilie

Broer en zus Florijn weten: als pappa ’s ochtends doodgaat, moeten zij ’s middags gewoon roeien

Finn en Karolien Florijn in het trainingscentrum de Bosbaan in Amsterdam.  Beeld Joris van Gennip
Finn en Karolien Florijn in het trainingscentrum de Bosbaan in Amsterdam.Beeld Joris van Gennip

Roeister Karolien Florijn is in de skiff een van de blikvangers in München, waar donderdag de Europese kampioenschappen beginnen. Haar broer Finn is een vaste kracht in de dubbelvier. Hun vader Ronald won in het verleden tweemaal olympisch goud. Wat is het geheim van dit bijzondere gezin?

Esther Scholten

Het is duidelijk dat hij hier al eerder over heeft nagedacht. Wat de Florijn-genen zijn? Ronald Florijn barst los, op vriendelijk docerende toon. “Het gaat erom dat je bepaalde eigenschappen hebt waardoor je een sport goed kunt. Daarbij is genetica zowat van doorslaggevend belang, maar in de topsport is dat een lastig onderwerp. Binnen NOC-NSF heb je talentidentificatie, ook specifiek voor roeien. Dan gaat het over hoeveel wattage er nodig is om goud te winnen, en welke bouw. De aap-factor is belangrijk: lange armen ten opzichte van je lichaamslengte. In een heel klein zinnetje staat er dat talent ook genetisch is. Dat is beladen; daar kun je immers niet veel aan doen.”

Hij kan het weten. Zelf won Ronald (61) in de vorige eeuw twee keer olympisch goud. Zijn dochter en zoon zijn op dit moment toproeiers. Karolien (24) heeft al zilver achter haar naam staan, vorig jaar op de Olympische Spelen in Tokio behaald. Finn (22) debuteerde daar.

In een kantoortje op de Bosbaan, het Team NL trainingscentrum in Amstelveen, schuiven ze aan voor een gesprek. Aanleiding zijn de Europese kampioenschappen, die donderdag in München beginnen. Broer en zus doen beiden mee. Maar veel interessanter is een poging het geheim te ontrafelen van de succesvolste roeifamilie van Nederland.

Ik bedoelde met de vraag eigenlijk of er een verklaring is waarom jullie gezin zo goed in roeien is?

Ronald: “Ik wilde eigenlijk dat de kinderen iets anders gingen doen. Een nieuwe sport leek me leuk. Op hun vijfde begonnen ze met judo. Daar word je weerbaar van. Ik had gehoopt dat ze daarin verder zouden gaan, maar in Leiden is dat niet op hoog niveau mogelijk. Omdat mijn vrouw (een Duitse toproeister, red.) en ik weleens gingen roeien, was dat een logische stap. Je bent natuurlijk ook snel beter dan anderen, als je de eigenschappen hebt. Dan ga je er ook sneller mee door.”

En wat zijn die eigenschappen dan, los van de fysieke kenmerken?

Ronald: “Er is niks anders.”

Karolien: “Uiteindelijk moet je er zelf nog best wat moeite in stoppen hoor. Het is niet zo dat je geboren wordt en hard kan roeien. Het is een trainingsintensieve sport, dus je moet er veel uren voor willen maken. Wij richten ons hele leven erop in, omdat we het zo belangrijk en leuk vinden. Dat moet je er wel voor over hebben.”

Is dat iets wat jullie in elkaar herkennen: je erin vastbijten en voor een doel willen gaan?

Ronald: “Ja, maar ook dat is weer fysiek en wattage. Als je die wattage niet hebt, dus niet een bepaalde hoeveelheid arbeid per seconde met je lichaam kan genereren, dan kan je ook niet doorzetten. Het is net als een mixer van 100 of 200 watt. Die van 200 mixt sneller.”

Vader Ronald Florijn. ‘Het is heel raar, maar ook na zo’n world cup-overwinning denk je meteen: en nu de Spelen.’ Beeld Joris van Gennip
Vader Ronald Florijn. ‘Het is heel raar, maar ook na zo’n world cup-overwinning denk je meteen: en nu de Spelen.’Beeld Joris van Gennip

Zien jullie dat ook zo? Kost het minder moeite als je aanleg hebt om dag-in-dag-uit uren te maken?

Finn: “Ik vind die routine wel fijn. Het is zoals we gewend zijn. Als je een doel hebt, is het makkelijk. Je wil gewoon de beste zijn.”

Ronald: “Het is ook een leuk leventje. Je bent altijd buiten, op mooi water. Het is geen opoffering. Elke dag is een leuke dag.”

Finn: “Je krijgt er ook veel sociaal contact voor terug. We zitten hier met heel veel mensen. Dat vind ik gezellig.”

Wat zijn de momenten dat jullie je gelukkig prijzen en het als een voorrecht zien dat je mag roeien?

Karolien: “Vroeg in de ochtend hangt er soms nog zo’n nevel over de Amstel en dan zit ik al lekker in mijn bootje. Dat is genieten.”

Karolien is dit seizoen overgestapt van de vier-zonder-stuurvrouw naar de skiff, de eenpersoons boot die gezien wordt als het meest prestigieuze nummer in het roeien. De eerste twee wereldbekers won ze meteen.

Finn, inmiddels een vaste kracht van de dubbelvier, was in Tokio mee als reserve. Hij mocht in de skiff uitkomen om olympische ervaring op te doen, maar belandde na een positieve coronatest in het beruchte quarantainehotel. Hij praat laconiek over die ervaring. “Ik ga ervan uit dat ik alleen maar beter word en dan zorg ik gewoon dat ik de volgende cyclus goud kan winnen.”

Toen Karolien hem die dag in Japan belde om te informeren hoe het ging, zei hij meteen dat ze dat niet meer moest doen. “Omdat zij zich op haar eigen race moest focussen.”

Ronald: “Wat je snel leert in topsport is ruis filteren. Doe wat je moet doen en verder niets. Bezorgdheid zou Karolien alleen maar afleiden.”

Karolien: “Zo denken wij. Waar je geen invloed op kan hebben, daar moet je geen energie in steken.”

Heeft deze ervaring in Tokio jullie mentaal nog sterker gemaakt?

Finn: “Ik denk dat dat niet ons probleem is.”

Heb je daar een verklaring voor?

Finn: “Mijn vader zei altijd: stel je voor dat ik morgen dood zou gaan, dan moet je niet van één probleem twee problemen maken. Je moet dan nog steeds hard kunnen roeien.”

Ronald: “De situatie wordt alleen maar erger als je dan ook de dingen daarnaast verprutst. Niet iedereen vindt dit een leuk praatje, maar ik hield de kinderen voor: als ik ’s ochtends doodga, ga je ’s middags roeien.”

Finn: “Dat maakt het leven een stuk relaxter, denk ik, als je er zo in staat.”

Ronald: “Ik heb dat door schade en schande moeten leren. Hen wordt het bijgebracht. Ik kan ze vertellen wat ik fout heb gedaan.”

Zoals?

Ronald: “Ik had voeding-tics en kon daarin doorslaan. Dan at ik bijvoorbeeld vijftien bananen op een dag.”

Karolien: “Dat doe ik soms ook.”

Ronald: “Dan is dat misschien niet het goede voorbeeld.”

Karolien: “Waar jij soms aan onderdoor ging, was dat je sommige dingen niet meer at. Dan volgde je een chocolade-dieet en at je alleen nog maar chocola.”

Ronald: “Ik kon mezelf niet beheersen, ook omdat ik prestaties aan voeding koppelde.”

Verder dan vaderlijke adviezen, weliswaar gestoeld op zijn eigen topsportverleden, reikt Ronalds bemoeienis met de carrières van zijn kinderen niet. Naar hun wedstrijden kijkt hij nooit live, omdat de spanning hem dan naar de keel grijpt.

null Beeld Joris van Gennip
Beeld Joris van Gennip

Vieren jullie mooie uitslagen wel samen?

Ronald: “Nee, je gaat verder. Mensen denken dat je dan feest gaat vieren of gelukkig bent. Het is heel raar, maar ook na zo’n world cup-overwinning denk je meteen: en nu de Spelen.”

Finn: “Je weet dat het slechts een stap naar iets groters is. Natuurlijk ben je blij, maar eventjes.”

Karolien: “Het is ook zonde als je niet blij bent. Die blijdschap voel ik echt, vlak na de finish. Maar iets speciaals doe ik verder niet.”

Ronald: “Een dag later heb je weer een probleem wat je moet oplossen, of een training waarop je je moet waarmaken.”

Karolien: “Je moet je altijd opnieuw bewijzen, want prestaties geven geen garantie voor de toekomst. Er is continu competitie. Dat is ook leuk en het houdt je scherp.”

Ook in het roeien ligt het al dan niet veilige sportklimaat onder de loep. Hebben jullie last van de druk om te presteren?

Finn: “Het willen winnen zat er bij ons altijd al in. Ook op de judomat wilde ik als klein kind de beste zijn.”

Ronald: “Wat zij leren, niet alleen van mij maar ook van de coaches hier: als je zo en zo leeft, die en die trainingen doet en plezier maakt, dan heb je de grootste kans om te winnen. Daarmee haal je eigenlijk de druk van het presteren weg.”

Karolien: “Wij zijn er altijd wel op gebrand om het beste uit onszelf te halen. Vroeger gingen we bijvoorbeeld iedere dag met het gezin fietsen op een eenwieler, bij de burcht in Leiden omhoog. Telkens kwamen we een meter verder. Mijn ouders, waar wij dankbaar voor zijn op dit moment, hebben er altijd voor gezorgd dat wij iets met ons leven gingen doen; ergens goed in zouden kunnen worden.”

Ronald: “Er zijn mensen die zeggen dat mijn prestaties het voor Karolien en Finn lastig maken, dat mijn medailles voor druk zorgen. Ik geloof daar niet in. Je kan ook zeggen: zij weten dat het normaal is om zoiets te halen. Het is niet iets onbereikbaars. Je moet het zo brengen: dat kan jij morgen ook doen.”

Tweede multi-EK

Om meer aandacht te trekken, combineren verschillende sportbonden voor de tweede maal hun Europese kampioenschappen. Dit keer in München, na Glasgow in 2018. Van 11 tot en met 21 augustus strijden atleten in negen sporten om de medailles: atletiek, beachvolleybal, kano sprint, wielrennen, turnen, roeien, klimmen, tafeltennis en triatlon.

Zo’n multi-EK vergroot de sponsormogelijkheden, heet het. Nadeel is dat de timing van dit titeltoernooi niet in iedere sport even goed uitkomt. Voor de roeiers bijvoorbeeld zit dit evenement eigenlijk te dicht op hun WK, volgende maand. Daarom hebben de Nederlanders hard doorgetraind en verschijnen ze minder uitgerust aan de start dan in andere jaren.

Lees ook:

Ook roeier Florijn positief op corona: de zaterdag-vlucht ligt nu onder de loep

Finn Florijn is de derde Nederlandse sporter die in Tokio positief is getest op corona. Voor de jonge roeier zijn de Spelen ‘in één klap voorbij’.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden