Boksletsel

Boksen is gevaarlijk, maar voor een einde als Ali is amper vrees

Duel tussen Anatoli Hunanyan en de Dutch Destroyer, Gino Kanters, op de Ben Bril Memorial in Carré. Beeld Patrick Post

Er vallen soms doden in de boksring. Maar de boksers zelf maken zich niet veel zorgen. En het publiek blijft komen.

De natte armen en torso’s glimmen in het felle schijnsel van de spotlichten van de Amsterdamse theaterzaal Carré. Het zweet spat op bij elke stoot. Op het boksgala Ben Bril Memorial, donderdagavond, een van de belangrijkste treffen in de Nederlandse bokssport, zijn alle stoelen bezet. Elke slag op het gezicht wekt in het publiek verrukte geluiden op. Wankelende boksers worden met innig gejuich onthaald.

Blijven de rake stoten uit - er wordt vanavond heel verdedigend gebokst -klinkt er al snel gemor. Het verlangen naar een knock-out is groot. “Kom op nou, boksen, jongens!” “Boksen, stoten!”.

Vorige maand werd de bokssport op gruwelijke wijze herinnerd aan haar eigen wrange dilemma. De Amerikaanse bokser Patrick Day (27) ging in zijn wedstrijd met Charles Conwell in Chicago knock-out. Vier dagen later overleed hij aan de gevolgen van een ernstig hersenletsel. Day was de vierde dode in een professionele boksring dit jaar. Eerder bezweken het grote talent Maxim Dadashev, Boris Stanchov,  en Hugo Alfredo Santillán na een boksduel.

Je hoofd als stootkussen laten gebruiken

De tragedies brachten bij het grote publiek een oud vraagstuk naar de oppervlakte. Wat bezielt jonge gezonde mensen om in de boksring te stappen en het hoofd als stootkussen te laten gebruiken? Boksers zelf lijken er niet of nauwelijks mee bezig. Zo sprak de Amerikaanse wereldkampioen zwaargewicht Deontay Wilder in mei de woorden: “Dit is de enige sport waar je iemand om het leven kunt brengen en er tegelijkertijd voor betaald krijgt. Dus waarom zou ik mijn recht niet gebruiken om dit te doen?”

Ook om het boksgala in Amsterdam zijn er weinig tekenen van bezorgdheid. Bij de officiële weging van deelnemers, een dag eerder in de nagelnieuwe Barry Groenteman boksschool in Amstelveen, zijn ze al helemaal in vechtmodus. Serginio ‘Gino’ Kanters is dan een dag verwijderd van zijn gevecht tegen de Tsjech Anatoli Hunanyan, de hoofdaffiche in Amsterdam. “Ik heb mijn tegenstander net gezien. Ik zie aan zijn ogen: hij wil me afmaken, maar dat wil ik ook.”

De handen van de 23-jarige bokser uit Purmerend vertonen de eerste tekenen van verval. De inmiddels kronkelende banen van zijn vingertkootjes lopen niet meer zoals het hoort. Haast pochend houdt hij zijn gehavende handpalmen op. Een operatie, zo zegt de bokser, is onvermijdelijk. “Die schade van het op mensen en boksdummies inslaan, neem je erbij. Wij vechters zijn getraind om klappen te geven én te incasseren.”

Ja, de doden hebben ook Kanters opgeschrikt. “Het maakte me wel wakker. Het kan natuurlijk altijd gebeuren. Het gaat soms mis, maar vaak ook niet.”

40 tot 80 procent lijdt aan boksersdementie

Voor de hersenletsels door herhaalde stoten - voorheen het boksersdementie of punch-drunk syndrome genoemd - werd een overkoepelende term bedacht: Chronische Traumatische Encephalopathie (CTE). Volgens de Gezondheidsraad lijdt 40 tot 80 procent van de boksers hieraan. Andere risicosporten zijn American football, rugby en ijshockey. Al in 2003 adviseerde de raad een verbod op het boksen, maar het kreeg nooit navolging. 

In een email is neurobioloog Dick Schwaab helder: ‘de enige manier om boksen veiliger te maken? Verbieden.’ Ook Erik Scherder hoogleraar neuropsychologie verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam acht het uitgesloten dat boksen ooit een gezonde sport wordt, zegt hij. “Bij elke stoot schiet je hoofd een kant op. Die draaiing van je hoofd is ook een rotatie van je hersenen. Daardoor ontstaat schade aan de witte stof, die de verbindingen tussen de zenuwcellen verzorgt. Die witte stof loopt onder de schors. Daar liggen gebieden die belangrijk zijn voor de ziekte van Parkinson. Kijk maar naar Mohammed Ali.”

Er volgt cognitieve en motorische achteruitgang,  vertelt Scherder. “Van trillende handen tot geheugenproblemen en een haperende motoriek. Maar er ontstaat ook een hoog risico voor gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen. Depressie ligt dan op de loer. Of je raakt emotioneel afgevlakt. Geen wonder, je mept heel dat brein in elkaar. ”

Mohammed Ali spreekt moeilijk

Aan de wand in de boksschool hangen een reeks glorieuze foto’s van icoon Mohammed Ali in de boksring: Ali die gezwind een linkse hoek ontwijkt of zelf op het punt staat uit te halen. De fotoserie vertelt niet het hele plaatje, wat ontbreekt zijn de beelden van een door de sport getekende oud-bokser die geen schim van zichzelf was. Een Ali die sinds zijn pensioen in 1981 moeite kent met spreken en trage, ongemakkelijke motoriek vertoont.

“Parkinson”, mompelt Kanters zachtjes. “Zodra je te veel klappen begint te krijgen, en er te veel nare dingen gebeuren, en je achteruitgaat, moet je er gewoon een eind aan breien.”

Kanters heeft een diploma VWO op zak, die wil hij graag verzilveren na zijn loopbaan. Sinds zijn achtste stond hij 85 keer in de ring. “De eerste vijf keer moest ik huilen. Je gaat toch met iemand knokken. Maar op een gegeven moment wen je eraan.”

Zodra het woord ‘geweld’ ter sprake komt, kijkt Kanters wat moeilijk. “Zo zou ik het niet willen noemen. De recente gebeurtenissen brengen het boksen onterecht in een slecht daglicht. Een volledig verbod door een overlijden is absurd. Dan zou voetbal ook verboden moeten worden omdat Nouri is ingestort, en een heleboel andere sporten. Soms gaat het mis. Maar heel vaak gaat het ook goed”

Moeder en oma vinden het verschrikkelijk

Zijn moeder en oma vinden het verschrikkelijk als hij de ring in gaat. “Tuurlijk zeggen ze: maak hem af. Maar tegelijk klinkt door: zorg dat je geen klappen krijgt.”

Twee keer is Kanters knock-out gegaan in zijn leven. Het was “het kutste wat je kan meemaken”. Fysiek doet het geen pijn, zegt hij. “Maar eens bij bewustzijn besef je: ik ben neergegaan voor al die mensen hun ogen. Je durft je gezicht niet meer te tonen. Je eer is geschaad. Je bent immers neergegaan. Je schaamt je zò.”

Wat volgt is een herstelperiode van zes weken. De bond eist dat, en een hersenscan. “Daarna kan je weer klappen op het hoofd krijgen. Niet sparren, geen wedstrijden, dat is best moeilijk. Na een week kriebelt het alweer. Ben ik drie weken ver, doe ik al een poging. Langzaam, want ik denk dan, ze zeggen het niet zomaar.”

Dan roept de medische keuring. Vluchtig pent ringarts Lars Wehman - wiens aanwezigheid de risico’s moet indammen - nog enkele gegevens op een formulier van een van de boksers. Net als de boksers doet hij laconiek over de gevaren van de sport. “De stoten op het hoofd buiten beschouwing, is het best een gezonde sport. Je gebruikt bijna alle spieren in je lichaam. Als je dat met voetballen vergelijkt, met alle kopballen bijvoorbeeld, valt het allemaal best wel mee. Medisch gezien kunnen we en doen we meer. Testen ter preventie, een jaarlijkse keuring. En de nazorg  is een stuk beter geworden.”

“Overlijdens kan je in deze sport nooit uitbannen. Wat moet ik zeggen? Boksers zijn volwassen mensen. Ze richten hun leven in zoals ze zelf willen. Het is net als roken, drugs gebruiken of een borrel drinken - het is een afweging die je maakt.”

Bloed op de ringmat

Het gezicht van Serginio Kanters staat op oorlog wanneer hij donderdag sereen de boksring betreedt. Een ader op zijn slaap staat hooggespannen. De grimmige woorden op zijn boksriem verraden zijn intenties: ‘Dutch Destroyer’.  Als een bedreven ballerina danst Kanters met zijn kleine gestalte om zijn tegenstander heen. De perstafels wiebelen mee op het ritme van zijn voetenwerk.

Met wijde ogen bestudeert ringarts Wehman vanop de eerste rij nauwlettend kopjes. Het grootste deel van de avond blijft hij werkloos. Een keer moet hij kort optreden, bij een een gapende wonde van Vughtenaar Rafaël Harutunjan op de wenkbrauw. Het bloed druppelt op de ringmat. “Het ziet er spectaculair uit”, vertelt een ontspannen Wehman tussen de rondes in. “Maar hij zag er goed en helder uit, dus geen probleem.”

Rinze van der Meer, secretaris van de professionele boksbond gaat elk jaar naar Carré met de zenuwen in het lijf van angst en zenuwen. Je weet immers nooit, zegt hij. “Neem enkele jaren geleden toen een Rus zwaar knock-out in de laatste ronde. Pas na de hersenscan zes weken later kan ik het boek van de Ben Bril Memorial definitief dichtslaan. ”

Verbieden? Die suggestie onthaalt hij op een monkellachje. “Dat is hetzelfde als CO2-probleem oplossen met het verbieden van autorijden. Het gebeurt toch niet. Nee, het is zaak het zo goed mogelijk in goede banen te leiden.”

Lees ook:

Autopsie wijst op hersenziekte bij groot deel American footballspelers

Uit een groot onderzoek naar de hersenen van overleden American footballspelers blijkt dat een grote meerderheid van hen leed aan CTE, een hersenziekte die veroorzaakt wordt door harde klappen tegen het hoofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden