HockeyInterview Jeroen Delmee

‘België straalt meer olympische ambitie uit’

Jeroen Delmee, coach van HC Tilburg en bondscoach van Frankrijk.  Beeld ANP
Jeroen Delmee, coach van HC Tilburg en bondscoach van Frankrijk.Beeld ANP

Hij speelde zelf 401 interlands. Nu is oud-hockeyer Jeroen Delmee coach van Tilburg en bondscoach van Frankrijk. Of hij bondscoach van Nederland wil worden? ‘Als dat kan, dan zou ik dat wel willen, ja.’

Flexibiliteit is het sleutelwoord in 2021, lacht hockeycoach Jeroen Delmee. Maandag tot en met woensdag was hij in Lille, waar hij trainde met de nationale ploeg van Frankrijk, en donderdagavond coacht hij zijn club Tilburg, die een belangrijke inhaalwedstrijd speelt tegen Hurley. Beide clubs strijden tegen degradatie uit de hoofdklasse.

Corona zet veel onder druk, weet Delmee (48). Sinds 2017 is hij zowel clubcoach bij Tilburg als bondscoach van Frankrijk. “Je moet flexibel blijven om niet gefrustreerd te raken. Als coach hoop je op bepaalde vastigheden terug te kunnen vallen, maar in coronatijd zijn er weinig zekerheden. Daar moet je mee leren omgaan.”

Het levert soms hachelijke situaties op. In januari zou Delmee met Les Bleus op stage gaan naar Zuid-Afrika, waar Frankrijk zou oefenen tegen toplanden als België, Groot-Brittannië en Zuid-Afrika. “Het zag er allemaal goed uit, totdat er in december een corona-mutant opdook en de boel dichtging.” Delmee streek vervolgens neer in Antibes, aan de Zuid-Franse kust, waar de Brabander met zijn ploeg aan teambuilding deed. Ze wandelden bijvoorbeeld urenlang door de sneeuw in de Franse Alpen. “Erg leuk. Maar intussen hebben we al bijna achttien maanden geen interland meer gespeeld.”

‘Voor mij is het resultaat niet heilig’

De mogelijkheden zijn, afgezien van corona, beperkt in Frankrijk. Het land telt slechts tienduizend hockeyers, ongeveer net zo veel als alle leden van de clubs in het Amsterdamse bos (Amsterdam, Pinoké en Hurley) samen. Delmee, als speler succesvol met een wereldtitel (1998) en tweemaal olympisch goud (1996 en 2000), kiest als coach niet de makkelijkste weg. “Voor mij is het resultaat niet heilig”, stelt hij. “Om een goede coach te zijn, hoef ik niet per se coach te zijn op de Olympische Spelen. Nee, ik geloof gewoon in het werk dat ik doe.”

Delmee, na Teun de Nooijer de speler met de meeste interlands voor Nederland (401 caps), laat de resultaten liever spreken. Hij stond als assistent-bondscoach aan de basis van het huidige succes van België, loodste Frankrijk naar de kwartfinales van het WK in 2018 (een primeur) en promoveerde met de Fransen naar de A-groep, waardoor zij in juni uitkomen op het EK in Amstelveen. Daarna volgt een evaluatiemoment tussen Delmee en Frankrijk. “Er is de intentie om door te gaan tot 2024 (als de Olympische Spelen in Parijs zijn, red.)”, zegt Delmee. “Maar ik weet dat dingen snel kunnen veranderen in de hockeywereld.”

Zo is de Nederlandse hockeybond op zoek naar een opvolger voor bondscoach Max Caldas, die na de Olympische Spelen in Tokio afscheid neemt. Delmee laat geen twijfel over zijn ambities. “Of ik bondscoach zou willen worden? Als dat kan, dan zou ik dat wel willen, ja. Zoals ik als speler altijd het hoogst haalbare nastreefde, zo doe ik dat ook als coach. Om dan bondscoach van Nederland hockeyland te worden, lijkt me hartstikke mooi.”

Negatieve sfeer

Delmee vindt dat er de laatste tijd een wat negatieve sfeer heerst rond het Nederlands elftal, een stemming die niet past bij de prestatie op het laatste WK, waar Oranje na shoot-outs de finale verloor van België. “Hoewel de verschillen klein zijn, is België voor mij wel de grote favoriet op de Spelen. Ik proef daar een bepaalde flow, gedrevenheid en energie. Zij stralen ook meer die olympische ambitie uit. In België hebben ze duidelijk de keuze gemaakt om alles opzij te zetten voor de Spelen. Je stopt met werken, je studie gaat op pauze, want dat is nodig om internationaal te presteren.”

In Nederland mist hij dat. Er is een permanent spanningsveld tussen bond en clubs, ziet Delmee. “Beide vinden dat ze recht hebben op de speler. Ik ben wel benieuwd wat de spelers hiervan vinden. Dat ze een standpunt in durven nemen als: ik wil graag olympisch goud winnen, dus ik wil meer gaan doen met de nationale ploeg.”

En natuurlijk zullen de internationals dan financieel concessies moeten doen, zegt Delmee. “Ik behoor tot een oudere generatie die nog voor ‘nul’ speelde. Het ging mij alleen maar om winnen, niet om geld. Ik wilde gewoon in de geschiedenisboeken komen. Over honderd jaar staat er nog steeds: twee keer achter elkaar – in 1996 en 2000 – Olympisch kampioen. Die lijstjes verdwijnen nooit.”

Lees ook:

Hockeyers in een snelkookpan richting Tokio

Bij de start van de route richting de Spelen van Tokio boekten de nationale hockeyteams wisselend succes in interlands tegen Duitsland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden