null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Altijd twijfelen, altijd winnen

Marijn de Vries

Dit is de laatste keer dat ik over haar schrijf.

Blijf maar uit haar buurt, zeiden ze, toen ik net in het peloton verscheen. Want kan ze er niet langs, dan rijdt ze dwars door je heen. En dat deed ze ook. Met rugnummers op veranderde ze in een roofdier. Ogen op haar prooi: de meet. Wat daartussen in de weg reed, moest aan de kant.

Ze won. En won. En won. Een van de beste sprinters ooit geboren. Liefst 109 grote wegkoersen staan op haar palmares. Hoe kan een vrouw zo onverzadigbaar blijven? Ik ken haar inmiddels al tien jaar en weet het antwoord misschien een beetje.

We werden ploeggenoten. Zonder rugnummers bleek ze een ander mens. Lief. Grappig. Slim. En: onzeker. Misschien was het wel telkens opnieuw bevestigd willen zien dat je de beste bent. Want na elke overwinning leek het weer weg te ebben, leek de twijfel opnieuw toe te slaan: kan ik dit eigenlijk wel, wat ik hier doe? Moet ik het nog maar een keertje laten zien? En dat deed ze dan.

Als knecht moest ik soms gaten voor haar dichten, op mijn tandvlees reed ik dan voor haar uit. Als ik echt niet meer kon en zij ook niet, zei ze, vond ze altijd nog wel een restje kracht. Dan spoot ze uit mijn wiel met een machtsvertoon waar mijn mond van openviel – en vond ze de aansluiting bij het peloton. Zij wel.

Daarom is zij een groot kampioen. En ik niet.

We trainden uren samen, ook toen ik stopte als prof en zij zich toelegde op wielrennen op de baan. Ik zag haar groeien, vanaf de zijlijn. De twijfel bleef, maar de echte onzekerheid verdween met de jaren. Minder nadenken over wat anderen van haar vonden. Minder twijfelen aan wat ze zelf kon.

En een strikt voorschrift hoe om te gaan met teleurstellingen. Eén keer “ja maar” mocht ze nog zeggen, daarna moest ze verder. Volle focus op de toekomst. Die toekomst had ze na de Spelen in Tokio eigenlijk al bereikt. Een olympische medaille was alles wat ze wilde; dan was haar wielercarrière af.

Daags na haar terugkomst uit Japan fietsten we tweehonderd kilometer samen. Het gesprek ging die dag vooral over stoppen en hoe ze haar koppelkoersmaatje Amy Pieters moest vertellen dat de motivatie op was. Dat ze alles had bereikt wat ze ooit had gewenst.

Ze durfde Amy niet teleur te stellen. Misschien moest ze voor haar nog maar één keer meedoen aan het WK op de baan. Doe maar niet, zei ik. Je bent in je hoofd al met pensioen. Meedoen voor een ander heeft geen zin, je moet het echt zelf willen. Bel Amy morgen. Doe het. Amy heeft dat verdiend.

Ze belde niet. Ze wachtte. Twijfelde, precies zoals ze altijd deed. Tot op het laatst. Eerlijk is eerlijk: haar berichtje verraste me totaal. “Ik rij toch het WK baan”, stuurde ze me nog geen drie weken geleden. “Ik wil nog één keer alles geven.” Nog één keer. Wauw. Hoe dan, dacht ik.

Waar ze het vandaan heeft gehaald, is me een raadsel. Net zoals ik haar drive deels kan beredeneren, maar die ook altijd een raadsel voor me is geweest. Je in zo korte tijd voor de laatste keer oppompen. Oppeppen. En dan, samen met Amy Pieters, nog winnen ook.

Nu is het echt af. Tijd om de gewone wereld te betreden. Dag Kirsten Wild, wereldkampioen in veelvoud, topsprinter, wielerheldin. Hallo Kirsten, vriendin.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden