ColumnHenk Hoijtink

Als je Depay aanvoerder van Oranje maakt, geef je iets weg als coach

“Was het eenzaam in de spits?”, was na Nederland-Mexico de eerste vraag van NOS-interviewer Jeroen Stekelenburg aan Memphis Depay. Ik begreep de vraag niet. Depay leek ook niet meteen te weten wat te zeggen. Léék – hij wist het wel.

Ik begreep de vraag niet, omdat op het middenveld Georginio Wijnaldum en Donny van de Beek waren opgesteld. Wijnaldum heet in Oranje een tandem te vormen met Depay, en Van de Beek is een diepgaande middenvelder, één die bij de spits wil en kan komen.

Ik voelde wel wat er achter de vraag zat. Depay had slecht gespeeld. De NOS, en de NOS niet alleen, wil hem interviewen, en kunnen blijven interviewen. Voorzichtig beginnen: de speler laten voelen dat de interviewer het ergens anders wil zoeken, zeker niet bij hem.

Pierre van Hooijdonk vond het ook een vreemde vraag, die eerste aan Depay. “Hij kan helemaal niet weten of het eenzaam was in de spits”, zei de analist. “Hij was er nooit.”

Een voltreffer. Maar Tom Egbers mompelde iets, en hij liet het liggen. De NOS, en de NOS niet alleen, wil spelers interviewen, en kunnen blijven interviewen.

Spits met unieke voetbalintelligentie 

Ik had in de tweede helft van Nederland-Mexico aan Johan Cruijff moeten denken. Daar, in Cruijffs Arena, liep Memphis Depay, met de aanvoerdersband om. Depay, de spits die overal meent te kunnen lopen. Wij hebben Cruijff mogen zien, de spits die met zijn unieke voetbalintelligentie middenvelder werd als hem dat goeddunkte, en die dat kón worden. Nu liep een speler vanaf zijn positie weer eens overal en nergens heen. Hij was aanvoerder kennelijk van Oranje, geboekstaafd daarmee in een eerbiedwaardige lijst met mooie namen – in de eerste plaats natuurlijk die van Cruijff.

Met enige vrees al schreef ik hier laatst hoe moeilijk de nieuwe bondscoach Frank de Boer het gaat krijgen: hij moet spelers bij elkaar houden die al een te hoge dunk van zichzelf hebben. Na een halve wedstrijd al gaf hij Depay de aanvoerdersband. Had je hem twintig jaar geleden voorgehouden dat hij ooit zoiets zou doen, hij had het als onbestaanbaar weggewuifd – hij, teamdenker bij geboorte.

Het is waar: veel keus was er niet meer, nadat woensdag tegen Mexico eerste aanvoerder Virgil van Dijk halverwege was vervangen. Wijnaldum had nog aanvoerder kunnen worden, maar die zou ook niet lang meer spelen. De Boer had daarna Luuk de Jong, 30 jaar, als invaller de band nog kunnen geven. Allemaal gekunsteld misschien, ja, maar dat en niet meer is het al met al echt niet zo hoge niveau van Oranje.

Een klap in het gezicht

Als je Depay aanvoerder maakt, geef je iets weg als coach. Ronald Koeman maakte hem nog geen aanvoerder, maar ook hij ging met deze speler al veel verder dan hij zelf vroeger ooit voor mogelijk zal hebben gehouden. Frank de Boer heeft nu al iets weggegeven.

De redenatie kun je invullen: als je een ander aanvoerder maakt, ervaart zo’n type dat als een klap in het gezicht, dan heb je niets meer aan hem. In die cirkel zit een coach tegenwoordig met dat slag gevangen.

Memphis Depay leek na te denken over de eerste vraag, een dun lachje om de lippen. Nee, zei hij na enkele seconden, het was niet eenzaam geweest in de spits.

Hij begreep dat hij hier moeilijk bevestigend op kon antwoorden. Wat hij antwoordde, was verder irrelevant. Het dunne lachje zei veel, zo niet alles. Ook Memphis Depay voelde wat er achter de vraag zat – hij voelde de fluwelen handschoenen, zo hoort hij het graag. In die cirkel zitten ook de media gevangen – de media die dat willen althans.

Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden