Profvoetbal in de marge

Als de gemeente eens niet meewerkt, dooft het licht in de kelder van het profvoetbal

Gescheurde zittingen op de stoeltjes van het krakkemikkige stadion van FC Dordrecht aan de Krommedijk. Beeld Arie Kievit

Gemeenten bezwijken geregeld voor de druk om financiële steun aan de eigen club in het betaald voetbal te verlenen. Maar Dordrecht houdt nu de hand op de knip. Komt de FC in het rijtje van verdwenen profclubs?

Op deze doodgewone donderdagochtend bereidt de selectie zich gewoon voor op de eerstvolgende wedstrijd, komende maandag tegen Jong Ajax. Alsof er geen grote zorgen zijn over het voortbestaan van de club. De hese stem van trainer Claudio Braga schalt over het veld, naast het krakkemikkige stadion aan de Krommedijk, dat al sinds jaar en dag de thuishaven is van FC Dordrecht.

Een handjevol supporters slaat de training gade. Fan Tamar Burgaz (42), taxichauffeur, ziet de toekomst van zijn clubje somber in. “Vroeger stonden er rijen voor de kassa’s, files voor het stadion. Maar de mensen komen gewoon niet meer. Waar moeten ze ook naar kijken? We staan allerlaatste.” Mede-supporter Willy van de Graaf trekt eens aan zijn pijp. “Als we hoger hadden gestaan, was de gemeente er wel ingestapt. Met een nieuw stadion zou het hier wel weer opleven.”

FC Dordrecht vertoeft in de kelder van het Nederlands profvoetbal waar weinig licht meer brandt. De club staat laatste in de eerste divisie. Financieel is het sappelen, met een negatief eigen vermogen.

Eind december overleed de grote weldoener Jaap Schalenkamp en prompte maakte diens bedrijf Riwal deze week bekend na 23 jaar te stoppen als hoofdsponsor. De zieltogende voetbalclub past niet meer in de ‘nieuwe marketingvisie’. “Die situatie is redelijk problematisch”, erkent Emiel Grootenboer, voorzitter van de supportersvereniging.

Potten zonder wc-bril

Het grootste probleem vormt echter het stadion. Dat is een ‘gezellige afbraakboel’, zoals de Dordtse dichter en trouwe fan Kees Klok het uitdrukt. Veel zittingen van stoeltjes op de hoofdtribune zijn gescheurd of kapot, tussen de scheefgezakte stoeptegels op de tribunes groeit gras, rond het veld staan kromgebogen hekken. Grootenboer: “En bij regen liggen er overal op de tribune plassen water. De toiletten voor de dames? Dat zijn potten zonder wc-bril in een keet. Dat kan niet meer. Het stadion hangt al bijna twintig jaar van de duct tape en de likjes verf aan elkaar.”

De wens voor nieuwbouw is dan ook al oud. Maar alle plannen, bijvoorbeeld in combinatie met een supermarkt, sneuvelden voortijdig. Nu ligt er weer een plan voor een metamorfose van het sportpark, met ook een rol voor maatschappelijke instellingen. Voorziene kosten: 17 tot 20 miljoen. De grondige vernieuwing van het stadion is apart begroot op 6,5 miljoen euro. De club zegt dit te kunnen financieren, als de gemeente garant wil staan voor een lening van vijf miljoen euro.

Het verstrekken van zo’n garantiestelling is doorgaans een geëigende manier voor gemeenten om indirect toch financiële steun aan betaaldvoetbalorganisaties (BVO’s) te geven. Lokale politici hebben de neiging om slappe knieën te krijgen, als het lot van de eigen profclub in het geding is.  Niet zelden waren gemeenten creatief in het omzeilen van de door Europa verboden staatssteun. De politiek van Enschede schold in 2018 nog een lening van 4 miljoen euro aan FC Twente kwijt, de gemeente staat er nog altijd garant staat voor een lening van ruim 8 miljoen euro. Het einde van FC Twente als gevolg van wanbeleid werd zo voorkomen.  ‘Nieuws­uur’ berekende in 2016 dat 32 gemeenten over tien jaar samen 230 miljoen euro in het profvoetbal hadden gestopt. Vaak gebeurde dat onder grote druk van supporters, in emotionele sferen.

Principiële redenen

De Dordtse politiek houdt nu echter de poot stijf. Dat spraken de coalitiepartijen Beter voor Dordt, VVD, CDA en ChristenUnie al af na de verkiezingen in maart 2018. Los van het financiële risico dat een garantstelling zou opleveren, zijn er vooral principiële redenen om profvoetbal niet te steunen. Dat standpunt is niet veranderd na de twee inspreekavonden waar fans en clubleiding de afgelopen weken stevige woorden gebruikten. Voorzitter Grootenboer was vorige week een van de sprekers die de politici op andere gedachten probeerden te brengen, gesteund door 150 bezorgde supporters die zich keurig gedroegen. “Toch is de deur met een klap in ons gezicht dichtgegooid”, vindt Grootenboer. 

Maar volgens fractievoorzitter David Schalken van de grootste coalitiepartij Beter voor Dordt is het helder dat er geen overheidsgeld naar profvoetbal gaat. “Wij werken ook niet mee aan een of andere constructie om het via een omweg toch te doen. Wij zijn er om de breedtesport te faciliteren. Als de profs daar in een nieuw plan van mee kunnen profiteren is dat meegenomen, maar niet omgekeerd. Er is enkele jaren terug al eens een garantiestelling gegeven door de gemeente. Die werd heel snel daarna door de club gelicht; dat doen we niet meer. Je moet eerlijk zijn: het is al jaren ploeteren voor FC Dordt.” Het standpunt van ChristenUnie/SGP is al jaren hetzelfde, zegt fractievoorzitter Joost Veldman. “Wij willen het staatsrechtelijk zuiver houden en zien hier geen overheidstaak in. Een profclub is een bedrijf. V&D is ook failliet gegaan.”

Nieuw stadion

Met een nieuw stadion had de club de aantrekkingskracht op sponsoren en supporters willen vergroten en daarmee de inkomsten – broodnodig om te overleven. De zwartkijkers onder de fans houden er rekening mee dat Dordrecht in het rijtje komt van Wageningen, Haarlem, Veendam, Roosendaal, Schiedam, Amersfoort en Vlaardingen. In al die steden verdween eerder een profvoetbalvereniging, omdat de club het financieel niet meer kon bolwerken.

In Dordrecht gaat het om een club met een lange historie, die in de negentiende eeuw begon met cricket. Sinds de invoering van het betaald voetbal in 1954 was de club er onafgebroken bij, alleen de naam veranderde nogal eens. Vijf keer werd promotie naar de eredivisie afgedwongen, zes jaar geleden voor het laatst.

“Als de club verdwijnt? Dan krijg ik er een hoop vrije tijd bij”, zegt Grootenboer (39). Hij leeft tussen hoop en vrees. Ondanks de beroerde resultaten dit seizoen – volgens fans vooral door pech met blessures – komen er toch nog zo’n 1200 mensen naar een thuisduel. “Dat zijn er meer dan in een schouwburg. En deze mensen komen niet in een schouwburg. Die ontmoeten elkaar bij FC Dordrecht voor een leuk avondje.”

Liever in de Kuip

Dichter Kees Klok komt wel eens in een theater. Maar óók in het stadion. “Wij zijn een beetje een cultclub”, zegt hij. “Wij verblijven altijd in de onderste regionen, maar strijden dapper door omdat we in een cyclus van zo’n vijftien à twintig jaar altijd een uitschieter hebben. Na zo’n promotie loopt het meestal weer leeg en moeten we weer opnieuw beginnen. Dat doen we met spelers waar vaak een krasje op zit. Die bloeien bij ons weer op. Ach, ik heb nog wel hoop. Het gaat om een schamele paar miljoen. We hebben wel één probleem: geen aanhang in de regio. De mensen zitten liever in de Kuip.”

Gemeentelijke steun aan sportclubs, is dat wenselijk of niet?

Voetbalclubs doen nogal eens een beroep op de gemeente als ze kampen met geldnood. Is dat eerlijk? En verstandig? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden