Bennie MullerInterview

Ajax versus Liverpool: Bennie Muller en de doorbraak die niemand zag

Oud-Ajacied Bennie Muller (82) speelde mee in de befaamde mistwedstrijd tegen Liverpool in 1966.Beeld Olaf Kraak

Woensdag speelt Ajax in de Champions League tegen Liverpool, een herhaling van de ‘mistwedstrijd’ uit 1966. Bennie Muller (82) speelde mee en blikt terug. ‘We keken enorm op tegen die Engelsen.’

Bennie Muller ziet zichzelf nog zo wandelen over het veld van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Het is woensdagavond 7 december 1966, de dag van Ajax-Liverpool, als de middenvelder van Ajax het gras oploopt voor een nadere inspectie. Hij weet al snel genoeg. “Dit gaat nooit door”, zegt Muller in zichzelf. “Onbestaanbaar.”

Het Olympisch Stadion is die avond in nevelen gehuld. Dikke mist heeft het zicht vertroebeld. Als Muller naar de middenstip loopt om te kijken of hij vanaf daar beide doelen kan zien, komt hij Ajax-voorzitter Jaap van Praag tegen, die ook poolshoogte is komen nemen. De preses maakt zich zorgen. “Ik ben bang dat dit niet door kan gaan”, sombert Van Praag.

Een anticlimax dreigt. In Amsterdam is lang uitgekeken naar de ontmoeting met Liverpool, een duel in de tweede ronde van de Europa Cup I. Engeland is op dat moment hét voetballand. Liverpool was in het voorjaar van 1966 landskampioen geworden en had vervolgens de ­Europa Cup II-finale verloren van Borussia Dortmund, en veel Liverpool-spelers werden later die zomer in eigen land wereldkampioen met Engeland. “We keken enorm op tegen die gasten”, herinnert Muller (82). “Die Engelsen waren al jaren fullprofs. Wij niet.”

Rasechte ­Amsterdammers

Bij Ajax was die professionalisering pas later in gang gezet. Trainer Rinus Michels, in 1965 de vervanger van de ontslagen Engelsman Vic Buckingham, besluit de trainings­intensiteit te verdubbelen van één naar twee oefensessies per dag. Veel Ajacieden, de meeste rasechte ­Amsterdammers, werkten nog naast het voetbal. Ton Pronk had een eigen sportzaak, Klaas Nuninga was onderwijzer en Piet Keizer zat zelfs nog op school. Muller heeft dan sinds een jaar of zes een sigarenzaak in de Haarlemmerstraat, in het centrum van de hoofdstad.

“’s Ochtends trainen, snel naar huis om een boterhammetje te eten, weer trainen en dan naar de zaak, waar Nellie, mijn vrouw, het van mij had overgenomen”, schetst Muller die tijd. “’s Avonds reed ik vaak nog door de stad om sigarettenautomaten bij te vullen.”

Ajax-Liverpool is al weken uitverkocht. Aan het begin van die koude decemberavond volgt het goede nieuws: de wedstrijd gaat door. De Italiaanse scheidsrechter Antonio Sbardella wil het eigenlijk niet, omdat het merendeel van het publiek vrijwel niets van de wedstrijd kan zien, maar Leo Horn, de Nederlandse waarnemer namens de Europese bond Uefa, steekt daar een stokje voor. “Niets mee te maken”, zegt de autoritaire Horn beslist. “De Uefa-regels gelden nu.” Die schrijven voor dat beide doelen vanaf de middenlijn zichtbaar moeten zijn, wat volgens Horn het geval was.

In de kleedkamer van Ajax leeft intussen een andere zorg. Sjaak Swart, Klaas Nuninga, Piet Keizer en Johan Cruijff zijn nergens te bekennen. Een half uur te laat komen zij pas aan in het Olympisch Stadion. Wat blijkt: de oude Citroën van Swart vertoonde kuren bij het vertrek in Zeist, waar Ajax zich had voorbereid op het Europese duel. “Die jongens hadden nog een auto op gang moeten duwen”, lacht Muller. “Het was geen ideale voorbereiding.”

In het veld valt er weinig van te merken. Liverpool wordt van de mat gespeeld door Ajax. “We kwamen al snel op 1-0 door Cees de Wolf, de vervanger van de geblesseerde Keizer”, herinnert Muller. “Daar kregen we veel vertrouwen van. Daarnaast had ik het gevoel dat Liverpool ons een beetje had onderschat. Ze wisten niet zo goed wat ze van ons konden verwachten.”

Fluitje

Nog voor rust loopt Ajax uit naar 4-0. Vooral de laatste treffer voor de pauze zal Muller niet snel vergeten. “Sjaak (Swart, red.) had een fluitje gehoord en dacht dat het al rust was”, schatert Muller. “Wist hij veel? Je kon toch niks zien. Dus wij roepen: ‘Sjakie! Sjakie! Het is nog geen rust, terugkomen!’ Vervolgens komt Sjakie weer het veld in en geeft de bal direct voor op Nuninga, die de 4-0 maakt.”

Liverpool zou uiteindelijk met 5-1 naar huis worden gestuurd, gevolgd door een 2-2 ­gelijkspel in de return.

De Engelse media zijn nadien ­lyrisch over het spel van Ajax. “We hebben totaalvoetbal gezien”, wordt er ­geschreven. Vooral de souplesse en bewegelijkheid van de Ajacieden springen in het oog. Muller wordt gezien als de ‘schakelspeler’, een technische middenvelder die ballen afpakte.

Het was een mooie tijd, mijmert Muller, die tussen 1958 en 1970 voor Ajax speelde (426 wedstrijden). Het vervult hem met trots dat hij er bij was in 1966, toen Ajax een keerpunt in de geschiedenis beleefde. Woensdagavond zal hij vanaf de bank kijken naar Ajax-Liverpool, dat voor het eerst sinds 1966 weer een Europees affiche is. “Het voetbal is beter ­geworden”, vindt Muller. “Maar zo makkelijk als wij het tegen Liverpool hadden, zo makkelijk zal het dit keer niet worden. De tijden zijn veranderd.”

Lees ook: 

Ajax gaat een lastige groepsfase in de Champions League tegemoet

Ajax neemt het in de groepsfase van de Champions League op tegen Liverpool. Met Atalanta Bergamo lootte het een tweede sterke tegenstander; de derde opponent wordt het Deense FC Midtjylland.

Lees ook: 

Pepijn Lijnders: ‘We zijn met Liverpool een mystiek verhaal aan het neerzetten’

Pepijn Lijnders speelde als directe assistent van Liverpool-trainer Jürgen Klopp een essentiële rol op weg naar de Engelse landstitel. Lijnders over het succes, zijn passie en zijn ambitie. ‘Wat nooit verandert, is mijn drang om te winnen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden