Turnen

Achter de gesloten deuren van de turnzaal wordt het kind vergeten

Onderzoeker Marjan Olfers bij de presentatie van het rapport 'Ongelijke leggers'. Beeld ANP
Onderzoeker Marjan Olfers bij de presentatie van het rapport 'Ongelijke leggers'.Beeld ANP

Een meerderheid van de turnsters kreeg tijdens de sportcarrière te maken met grensoverschrijdend gedrag. Hoog tijd om een nieuwe visie te ontwikkelen op topsport voor jonge kinderen, vinden de onderzoekers van de misstanden in de gymsport.

Haast terloops, maar o zo veelzeggend, halen de onderzoekers van grensoverschrijdend gedrag in de gymsport de arbeidsrechtelijke positie van het Nederlandse kind aan. Verstopt op pagina 110 van hun vuistdikke rapport schrijven zij dat jonge kinderen in ons land niet mogen werken. Dat is goed geregeld, toch? Alleen onttrekt de dagelijkse praktijk in de gymzalen zich daaraan. Die blijkt een voedingsbodem voor misstanden waarvan velen niet voor mogelijk hielden dat die op zo’n grote schaal in Nederland plaatsvonden.

De onderzoekers trekken de parallel met de toptalenten op balk en brug. Die verrichten weliswaar geen arbeid in de zin van de wet, omdat een financiële vergoeding ontbreekt, maar zwoegen wel tot soms dertig uur per week tijdens intensieve trainingen. “Bij de sport gelden geen nationale publiekrechtelijke beschermingsmaatregelen”, schrijven ze. “De sport is geen specifiek overheidsdomein.”

Dwang, chantage of machtsmisbruik

Uit het woensdag gepresenteerde wetenschappelijke rapport Ongelijke leggers blijkt dat twee derde van de oud-sporters – degenen die voor 2014 zijn gestopt – tijdens de sportcarrière te maken heeft gehad met grensoverschrijdend gedrag. Van de huidige sporters ervaart van de volwassenen één op de drie mentaal, verbaal of fysiek geweld, van de kinderen één op de vijf. Meer dan de helft wordt geconfronteerd met dwang, chantage of machtsmisbruik.

Kort samengevat komt er een beeld naar voren van een sport waarin de prestatiecultuur is doorgeschoten en misstanden lang in de doofpot verdwenen. In het verleden deden clubs en de gymnastiekbond KNGU meldingen vaak af met ‘het heeft onze aandacht’. Eerdere onderzoeksrapporten verdwenen zonder uitzondering in een gesloten bureaula.

Opvallend in de uitkomsten is dat de daders meestal mannelijke trainers zijn, dat het vooral op topniveau misgaat en dan met name in het vrouwenturnen. Onderzoeker Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht: “Jongens beginnen over het algemeen op iets latere leeftijd met turnen. Daardoor zijn ze al wat gebekter als ze voor het eerst met de trainer te maken krijgen.”

Als een van de meest genoemde vormen van ongewenst gedrag wordt het doortrainen met blessures genoemd. Collega-onderzoeker Anton van Wijk: “Met gebroken middenvoetsbeentjes, verschoven nekwervels; ze gaan die turnzaal weer in.” Pijn? Dat is relatief en wordt dus als een teken van zwakte gezien, al lijkt daar wel een voorzichtige kentering zichtbaar. Het doorduwen bij lenigheidsoefeningen door de trainer bijvoorbeeld werd gezien als normaal gedrag. Op dit moment staat dat ter discussie.

‘Illustratief, maar niet representatief’

Van de huidige sporters heeft 20 procent meegewerkt aan het onderzoek. Daarom noemen de onderzoekers de uitkomsten ‘illustratief maar niet representatief voor de gymsport’. Van Wijk: “Omdat de ervaring leert dat het praten over psychisch geweld vaak tijd kost, denken wij dat er sprake is van onderrapportage.”

Genegeerd worden, niet één keer maar stelselmatig. Structureel uitgescholden worden voor dikke koe. Het overkwam vele tientallen meisjes met turntalent die droomden van olympische roem. De turnzaal werd zeker in het verleden tijdens de oefensessies vaak afgeplakt. De trainer kon doen wat hij of zij wilde. “De Oost-Europese trainingscultuur die in de jaren tachtig naar Nederland overwaaide”, vertelt Olfers, “kenmerkt zich vooral door het feit dat de sporters nul inspraak hebben. Zij zijn een instrument van de trainer, waardoor de eigenheid van het kind niet wordt ontwikkeld.”

De gevolgen voor de slachtoffers zijn ingrijpend: posttraumatische stressstoornissen, depressiviteit, zelfmoordpogingen, eetstoornissen, al op minderjarige leeftijd burn-outs en identiteitsproblemen.

Een cultuurverandering is hard nodig, maar kost ook geld. Dat kan een probleem zijn, want de KNGU is niet de rijkste sportbond. De onderzoekers adviseren om trainers verplicht pedagogisch te scholen, de slachtoffers een schadevergoeding te betalen, het meer-ogen-principe in de trainingszaal in te voeren en een nieuwe visie op topsport voor kinderen te ontwikkelen.

Olfers: “Topsport is hard, ja. Maar negeren hoort niet bij topsport. Continu bang zijn hoort niet bij topsport. Een tik krijgen omdat je been niet gestrekt genoeg is, hoort niet bij topsport. Die angst hoort niet bij topsport. Vroeger niet en nu niet.”

Lees ook:

Turnen onder het vergrootglas: hoe ziek is de sport?

Vandaag worden de resultaten bekend van een langverwacht wetenschappelijk onderzoek naar de aard en omvang van grensoverschrijdend gedrag binnen de Nederlandse turnsport. Welke vragen schreeuwen om een antwoord?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden