Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie zijn die jongeren zonder smartphone?

Samenleving

Anne Wijn

Jongeren zonder smartphone © Martijn Gijsbertsen

Het smartphonebezit onder jongeren nadert de honderd procent. Twintiger Anne Wijn raakte de hare kwijt. Na een kwellende week zonder WhatsApp en Instagram werd ze nieuwsgierig naar de 1,8 procent die denkt dat je met een oude Nokia ook gelukkig kunt zijn.

Afgelopen januari werd ik in licht beschonken toestand in een bar in Barcelona bestolen. Ik had mijn tas aan de rand van de dansvloer gezet en vond dat ik mijn vriend heus wel een minuut kon verleiden tot een schuifeldansje. 

Lees verder na de advertentie

Terwijl ik een pirouette maakte, wist een snelle dief ongezien alles van waarde uit mijn tas te grissen. Portemonnee, camera, dagboek en vooral: mijn smartphone.

Nadat ik mijn ID-kaart terug had gevonden, mijn pinpas had geblokkeerd en was opgehouden met huilen, gaf mijn vriend toe dat hij blij was dat mijn telefoon gestolen was. Naar zijn smaak werd ik er veel te vaak door afgeleid. Ook al was het vakantie, toch checkte ik tientallen keren per dag mijn WhatsApp, mail, de NOS-app en Instagram. Ik had het gevoel dat ik op de hoogte moest blijven. Een klein, dwingend stemmetje dat ik alleen het zwijgen op kon leggen door heel even het scherm aan te tikken. Niks geks, ik was aan dat stemmetje gewend.

Ik besefte dat het missen van mijn smartphone me gespannen maakte, het vermoeide me.

Zonder smartphone leek de tijd ineens leeg en simpel. Ik kon me alleen maar bezighouden met het hier en nu. Een vervelende gewaarwording en toch ook niet. Bij vlagen voelde ik me op een nieuwe manier ontspannen. Maar ik had ook geregeld de onbedwingbare drang om even te kijken. Dan greep ik in mijn lege jaszak. Fantoompijn. Of ik stuurde mijn ouders nog maar een berichtje met de telefoon van mijn vriend. Dat ik nog leefde. En of het regende in Nederland.

Eenmaal thuis werd het vleugje onrust dat ik op vakantie nog had kunnen bedwingen een zeurend gevoel. Ik bestelde een nieuw toestel, maar daar moest ik een week op wachten. In de tussentijd viste ik mijn oude Nokia Prism 7500 uit een rommeldoos. Hij zag er hipper uit dan ik me herinnerde, maar hij kon toch écht alleen bellen en sms’en. Wel twintig keer per dag drukte ik op een knop zodat het bekraste schermpje oplichtte. Zodra ik een envelopje zag verschijnen, sprong mijn hart gretig op.

Dat gebeurde gemiddeld één keer in de vierentwintig uur.

Het gevoel dat de tijd had stilgestaan bleek niet ongegrond toen ik een week later op mijn splinternieuwe smartphone WhatsApp weer installeerde. Ik had in anderhalve week niet minder dan 1400 appjes gemist. Van melige conversaties tussen twee vrienden in de ene groepsapp, tot de volledige planning van een familieweekend in de andere. In elke groep of conversatie waar ik mijn digitale wederopstanding aankondigde, werd ik overladen met bloemetjes en lachende gezichtjes. Ik hoorde weer bij de wereld.

Verslaafd

De opluchting die de hereniging met mijn digitale zelf me gaf, zette me aan het denken. De ontwenning ging verder dan dat het alleen heel onhandig was om niet twintig keer per dag mijn mail te kunnen checken. Ik besefte dat het missen van mijn smartphone me gespannen maakte, het vermoeide me.

Ik ben gewoon verslaafd.

En met mij bijna heel jong Nederland. Die anderhalve week in januari blijk ik bij een heel zeldzaam soort jonge mensen te hebben gehoord. Vrijwel alle 18- tot 35-jarige Nederlanders gebruikt een smartphone of telefoon met internet. Nog geen twee procent doet er niet aan mee.

Ik begon me af te vragen: wie zitten er in dat heel kleine groepje? Waarom hebben zij geen smartphone? Hoe redden zij het zonder Whats- App en Google Maps? En als zij dat kunnen, waarom kan ik dat dan niet?

Om in contact te komen met iemand zonder smartphone moet je wat geduld hebben. Deze menssoort leeft namelijk in een ander universum: hij reageert wanneer het hem uitkomt.

Hannah van Binsbergen, Max Kruydenberg en Willem Peek willen geen smartphone © Martijn Gijsbertsen

Leven zonder smartphone

Dat is onderdeel van het kiezen voor een leven zonder smartphone, legt student filosofie Max Kruydenberg (25) uit als ik hem bel op zijn Nokia. “Met een smartphone heb je nooit meer een excuus om alleen te zijn. En het leidt constant af van wat je aan het doen bent.” Toen de eerste iPhone op de markt kwam in de VS, was hij 15. “Ik vond het razend interessant. Een jaar later was de iPod Touch hier te koop. Die kreeg ik omdat ik het touch-screen zo geweldig vond. Een tijdje heb ik hem veel gebruikt voor muziek, maar ik zette er ook apps op, met name spelletjes.”

Toch stapte hij nooit over op een echte smartphone. Het idee afhankelijk te zijn van technologie stuit hem tegen de borst. “Zo’n ding heeft grote consequenties voor hoe je met elkaar omgaat.”

Dat herkent ook Willem Peek (19), die afgelopen winter overstapte van een smartphone naar een Alcatel. “Als er afspraken gemaakt worden in een groepsapp, kan vijf minuten van tevoren de locatie nog gewijzigd worden. Daardoor wordt er dus een continue bereikbaarheid van je verlangd. In die zin is een afspraak dan ook minder waard.”

In mijn week zonder smartphone voelde ik me onthand als ik de deur uit stapte voor een afspraak met vrienden in de kroeg. Zouden ze er wel aan denken me te bellen als ze later zouden zijn? Dadelijk stond ik in mijn eentje ergens tevergeefs te wachten.

Ik hou niet zo van de hele tijd in contact zijn met allerlei mensen

Hannah van Binsbergen

Zowel Max als Willem vindt dat soort sociaal ongemak juist een toegevoegde waarde. Willem: “Toen ik nog een smartphone had en ik me ergens ongemakkelijk voelde, ging ik liever op mijn telefoon kijken dan contact proberen te maken met iemand.” Even niet weten wat je met jezelf aan moet omdat je ergens niemand kent, kunnen we door de smartphone helemaal niet meer verdragen, vindt Max. “Je hebt altijd iets om je aandacht op te richten. Het ongemakkelijke gevoel van even niets te doen hebben, hoef je helemaal niet meer het hoofd te bieden.” Maar dat ongemak is volgens hem juist heel noodzakelijk. “Je ziet een vogeltje vliegen. En je kunt je gedachten even laten kabbelen.”

Zijn het romantici?

Op dagen dat ik ’s avonds in bed nog tientallen appjes aan het wegwerken ben, ligt Max dus te luisteren naar het tjilpen van een musje. Zijn het romantici, die types zonder smartphone? Misschien moet je inderdaad wel een beetje een rare snuiter zijn, zegt dichteres Hannah van Binsbergen (24). Zij is net als Max nooit begonnen aan een smartphone. “Mensen stoten elkaar aan als ik ergens mijn telefoon uit mijn zak haal. De meesten denken dat het een manier van leven is waar ik bewust voor kies, maar ik heb er gewoon nooit behoefte aan gehad.” Voor haar werk hoeft ze ook niet constant bereikbaar te zijn. Gelukkig maar. “Ik hou niet zo van de hele tijd in contact zijn met allerlei mensen. Al die communicatie kan me heel moe maken.”

Zowel Hannah, Willem als Max heeft nooit last van het feit dat ze geen smartphone hebben. Ze beginnen alle drie wel even over de handigheid van de gps-functie. Die heeft de gemiddelde Nokia niet. Maar Max bereidt zijn route gewoon goed voor als hij op pad gaat, Willem heeft nu een papieren kaart die hij overal mee naartoe neemt en Hannah accepteert gewoon dat ze af en toe verdwaalt.

Het leven zonder smartphone lijkt dus niet bepaald gecompliceerder dan het leven met. Tijdens het schrijven van dit stuk heb ik tientallen keren het nieuws gecheckt, gekeken wat het weer gaat doen en foto’s van de zwangere zus van een vriendin bekeken. Dat droeg allemaal in de verste verte niet bij aan dat waar ik mee bezig was.

En toch vind ik het een eng idee mijn smartphone de deur uit te doen. Ik ben bang dat ik dan straks de enige ben van mijn vrienden die niet weet hoe die zwangere zus eruitziet. Max, Willem en Hannah vinden het niet erg om er af en toe niet helemaal bij te horen. Zoals Willem het zegt: “Ik weet niet of er leuke dingen in groepsapps gebeuren, die ik niet meekrijg. Dat maakt me niet onrustig: ik weet toch niet wat ik mis.”

Willem Peek. © Martijn Gijsbertsen

Willem Peek (19), studeert filosofie en is zanger.

"Ik zakte afgelopen winter door het ijs met mijn smartphone in mijn broekzak. Ik kwam er zonder kleerscheuren vanaf, maar mijn iPhone niet. Ik had hem sinds mijn dertiende. Ik besloot geen nieuwe te kopen, want eigenlijk wilde ik al tijden af van dat ding.

Die smartphone gaf allemaal kleine stressmomentjes op een dag. Telkens als je een berichtje krijgt, moet je er iets mee. Ook geeft het me een rustiger gevoel dat ik nu niet met iets waardevols over straat loop. De telefoon die ik nu heb, is echt een gebruiksvoorwerp, geen verlengde van mijn lichaam. Ik ervaar de wereld namelijk liever door mijn zintuigen dan door een scherm.

Ik ben heel blij met mijn Alcatel. Hij kostte 12,50 euro. Maar sms'en vind ik heel onhandig, het duurt lang op die kleine knopjes. Daarom bel ik meestal. Dat kost mijn omgeving meer moeite dan een appje, maar daar staat tegenover dat de communicatie heel helder is. Als ik iemand bel om te vragen of diegene iets wil drinken en hij of zij zegt twijfelend ja, dan weet ik meteen hoe het zit. Je weet veel sneller iemands bedoeling, omdat je iemands stem hoort.

Sinds ik geen smartphone meer heb, heb ik ook een nieuwe wereld ontdekt: je kunt op tijdschema's bij tramhaltes precies zien welke tram waar en wanneer rijdt. Dat is heel goed geregeld in Nederland.

Sommige van mijn vrienden en familie begrepen niet waarom ik van mijn smartphone af wilde. En ik vind het soms ook wel een vervelend gevoel dat ze nu meer moeite moeten doen om me te bereiken. Ze hebben het geaccepteerd. Ze moeten wel."

Hannah van Binsbergen. © Martijn Gijsbertsen

Hannah van Binsbergen (24), is dichter.

"Ik heb nooit een smartphone aangeschaft. Technische snufjes hebben sowieso niet mijn interesse. Ik denk dat er veel ouderen te vinden zijn die meer van techniek weten dan ik. Daarnaast vind ik het ongemakkelijk dat we met steeds meer technologie leven waarvan we geen idee hebben hoe het werkt. In de begintijd van de computer waren mensen veel meer bezig met de techniek erachter, ook gebruikers. Nu hebben we nauwelijks controle over apparaten die zo essentieel in ons leven zijn geworden.

Ik heb een smartphone niet zo nodig. Ik woon samen met vrienden, dus die zie ik sowieso wel. En via mijn laptop kan ik chatten met vrienden in het buitenland. Mocht het ooit van me gevraagd worden voor mijn werk een smartphone aan te schaffen, dan zou ik daar veel moeite mee hebben. Als ik de baan echt heel graag wil, zou ik het misschien doen.

Er is nog nooit een situatie geweest waarin de deuren echt dichtgingen omdat ik geen smartphone heb. Ik denk ook niet dat sociaal contact in de toekomst niet meer mogelijk gaat zijn zonder. Dat zou heel eng zijn."

Max Kruydenberg. © Martijn Gijsbertsen

Max Kruydenberg (25), studeert filosofie (eerder kunstmatige intelligentie)

"Ik heb een Nokia. Ik weet niet precies welke, maar volgens mij een generatie later dan de 3310. Ik ben nooit aan een smartphone begonnen. Maar alle technische mogelijkheden fascineren me wel: ik was zwaar onder de indruk van de allereerste iPhone. Ik heb zelfs een tijdje kunstmatige intelligentie gestudeerd. En ik heb leren programmeren.

Maar toen ik filosofie ging studeren, veranderde mijn kijk op techniek. Want op het eerste gezicht lijkt zo'n telefoon een gebruiksvoorwerp. Maar de techniek erachter wordt gevormd door het mensbeeld van de ingenieurs. Dat mensbeeld gaat uit van het idee 'hoe meer informatie we over elkaar hebben hoe beter'. De dubbele vink die aangeeft of de ontvanger een Whatsapp-bericht heeft ontvangen en gelezen bijvoorbeeld. Die is niet vrijblijvend, maar juist heel dwingend. Het maakt iets expliciet - ik heb het gelezen maar ik heb niet geantwoord - wat misschien niet expliciet moet worden gemaakt.

Een smartphone is soms wellicht handig, maar ik verlang er nooit naar. Ik heb wel een laptop, die heb ik soms bij me. Dan kan ik op internet als ik dat wil. Maar die laptop kan ik dichtklappen en dan is hij er niet. Ik merk dat mensen in mijn omgeving mijn voorbeeld volgen. Steeds meer mensen doen hun smartphone weg. Volgens mij vinden ze het steeds vervelender dat zo'n ding de hele dag afleidt. Die mensen horen nu wel constant fantoombliepjes."

98,2% heeft een smartphone

Van de 18- tot 35-jarigen had 98,2 procent in 2017 een smartphone of telefoon met internet, volgens het CBS. Een groot deel van hen neemt het toestel overal mee naartoe, blijkt uit recent onderzoek van verzekeraar Interpolis en onderzoeksbureau GfK.

Een derde neemt hem mee naar school of het werk, bij vier op de vijf jonge mensen gaat de smartphone mee de slaapkamer in en hetzelfde aantal valt geregeld later in slaap omdat er nog te veel interessante berichtjes op het scherm voorbij komen.

Van de onderzochte groep zegt 82 procent zich weleens te ergeren aan vrienden of familie die vaak op hun smartphone zitten. Uit het onderzoek blijkt ook dat er een verband is tussen smartphonegebruik onder jonge mensen en de kans op een burn-out.

Reageren

Wilt u ook van uw smartphone af? Mail in max. 120 woorden o.v.v. uw naam en woonplaats naar tijdpost@trouw.nl

Lees ook: Wie van jongeren verlangt dat ze hun telefoon minder gebruiken, moet zelf het goede voorbeeld geven

Ongemerkt is de mobiele telefoon alomtegenwoordig in het moderne leven. Voor kinderen kan dat schadelijk zijn, zo wordt van twee kanten gewaarschuwd. 

Lees ook: Hoe het mobieltje steeds minder stoorzender, en steeds meer cultuurverrijker wordt

'Zet die telefoon uit', hoorde je altijd bij cultuurbezoek. Het apparaat leidt af of irriteert. Maar tegenwoordig moet de mobiel steeds vaker aan in museum of concertzaal.

Deel dit artikel

Ik besefte dat het missen van mijn smartphone me gespannen maakte, het vermoeide me.

Ik hou niet zo van de hele tijd in contact zijn met allerlei mensen

Hannah van Binsbergen