Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie in een ander land wil integreren, wordt nogal eens gekwetst. Dat ervoer deze Vlaming in Nederland

Samenleving

Marijke de Vries

© Nanne Meulendijks

Nederlanders zijn arrogant en Belgen lopen achter. De clichés over Belgen en Nederlanders zijn hardnekkig. Wie bij de buren gaat wonen, moet zijn beeld bijstellen, ervoer de vernederlandste Vlaming Mick Matthys. Hij schreef er een boek over, dat deze week in Nederland verschijnt.

Wie Mick Matthys rap op zijn paard wil ­krijgen moet beginnen over dat ‘schattige taaltje’ dat ze in zijn geboorteland spreken. “Veel Nederlanders denken dat Vlaams een dialect is. Of ze vínden dat.” Die Nederlanders gaan je verbeteren: het is niet iemand op zijn paard krijgen, maar iemand op de kást jágen. Het maakt Nederlanders niet alleen voor Matthys, maar voor veel Vlamingen on-uit-staan-baar. “Ze weten alles beter, ook als ze ongelijk hebben”, zegt hij. Want ‘iemand rap op zijn paard krijgen’, dat is gewoon Standaardnederlands. De Vlaamse variant, dat wel, maar die is formeel gelijkwaardig aan het Nederlands-Nederlands. 

Lees verder na de advertentie

Dat laatste wil er bij veel Nederlanders nog altijd niet in, ervaart Matthys, een ­geboren Vlaming die al vier decennia in Nederland woont. Hij had er ruzie over met vrienden. “Ze noemden Vlaams een taaltje, en ze méénden het echt. Het ergste is dat zij het legitiem vonden om zo denigrerend over mijn taal te spreken. Het was immers hun mening, ze hadden daar recht op. Het probleem met de Nederlanders is dat ze de naam voor de taal hebben geleverd en het daarom vanzelfsprekend vinden dat hun versie de norm stelt.”

Wie in een ander land wil integreren, wordt nogal eens gekwetst, weet Matthys. Hij verruilde halverwege de jaren zeventig Antwerpen voor Utrecht voor een baan aan de universiteit. Over zijn voortdurende integratieproces en dat van andere Belgen en Nederlanders schreef hij ‘Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen. Belevenissen van buren over de grens’, dat deze week in Nederland verschijnt.

Nederlanders zijn assertief, open en bedoelen het goed, maar kunnen niet zo goed tussen de regels door lezen

Mick Matthys

© Nanne Meulendijks

Grote onzin

Wie de karaktertrekken van Nederlanders en Belgen probeert te schetsen bevindt zich algauw op glad ijs en glibbert van cliché naar grote onzin. Toch zijn er wel degelijk zaken die iemand Belg of Nederlander maken, zegt Matthys. “De grootste misvatting van Vlamingen die in Nederland gaan wonen en Nederlanders die naar België verkassen, is dat men dezelfde taal spreekt en dat het dus niet zo moeilijk zal zijn om te integreren bij de buren.”

Zelf begon hij er ook onbezonnen aan. “Ik dacht dat verhuizen van België naar Nederland net zoiets was als verhuizen van Leuven naar Antwerpen”, grinnikt hij. Als sociaalwetenschappelijk onderzoeker heeft Matthys vaak gemerkt dat Nederlanders minder gevoel hebben voor achterliggende boodschappen. Ze zijn assertief, open en bedoelen het goed, maar kunnen niet zo goed tussen de regels door lezen. Ze hebben de neiging harder van stapel te lopen dan de gemiddelde Belg aankan. Bijvoorbeeld in vriendschappen. “Nederlanders stellen vragen die Vlamingen ervaren als ongepaste bemoeizucht. Een vrouw die iemand leerde kennen hoorde dat het stel in kwestie net was gaan samenwonen. ‘En, bevalt het?’, vroeg ze. Toen was het meteen afgelopen.”

Matthys verklaart de argwaan die Vlamingen voelen vanuit het gevoel dat ze niet helemaal serieus worden genomen door Nederlanders. Neem de praktijk dat Vlamingen tot hun grote ergernis in Nederland geregeld in het Engels worden aangesproken. Schandalig, vindt hij dat. “Men luistert niet goed, herkent het niet direct en begint dan maar in het Engels.”

Sociale stijgers

Waarom dat zo hard aankomt? “Je oorsprong, je wortels, dat blijft sudderen. Ik heb onderzoek gedaan naar sociale stijgers in de Nederlandse samenleving, jongeren uit de arbeidersklasse die gingen studeren. Uit dat onderzoek bleek dat hoever zij ook kwamen in het leven en hoe goed ze ook geïntegreerd waren in de intellectuele middenklasse, zij zich toch anders bleven voelen en zich tegelijkertijd loyaal voelden aan waar ze vandaan komen.”

Identiteit is natuurlijk gelaagd. Maar als puntje bij paaltje komt, is het gevoel waar je vandaan komt – die ba­sis­iden­ti­teit – heel sterk

Zelf is hij ook zo’n sociale stijger. Eenzelfde gevoel overvalt hem soms in Nederland. Hij maakte er zelfs ruzie over met zijn vrouw Marian, die halverwege aanschuift bij het gesprek. Soms bij onbenullige gelegenheden; een voetbalwedstrijd België–Nederland, waar hij de Nederlandse spelers bekritiseerde. Dat vond zij niet leuk. Het leidde tot ­gekibbel. “Achteraf waren we verbaasd over hoe de positie van de ander ons raakte. Uiteindelijk ben ik loyaal aan de Belgen en zij aan de Nederlanders. Daar mag een ander niet aankomen. Identiteit is natuurlijk gelaagd. Maar als puntje bij paaltje komt, is het gevoel waar je vandaan komt – die basisidentiteit – heel sterk.”

Koude douche

De Belgen die in Nederland wonen zijn niet alleen maar negatief. De ervaringsdeskundigen die Matthys voor zijn boek interviewde, spreken over het ­algemeen van een erg warm welkom. Dat gaat weliswaar gepaard met clichés over schattigheid en veronderstelde bourgondische inborst, maar hun komst wordt gewaardeerd.

Nederlanders daarentegen ervaren hun intrede in België eerder als een koude douche. Vrienden maken, zegt een van de geïnterviewden in het boek, is er ‘universeel moeilijk’. Er zijn Nederlanders die na twintig jaar uit België ­terugkeren en niet één vriend hebben gemaakt, vult Matthys’ vrouw Marian aan. In een dorp is het nog moeilijker dan in de stad, maar daarover verderop meer.

Nederlanders vinden het vaak moeilijk om te accepteren dat anderen het anders doen.

Mick Matthys

Een terugkerend verhaal is dat van de welkomstborrel, vertelt Matthys. Na de verhuizing naar België nodigt de ­Nederlander zijn buren uit voor een welkomstdrankje. Niemand komt opdagen. De meesten zeggen niet eens af. Sommigen lopen je de volgende dag in het trappenhuis zelfs straal voorbij.

“Sommigen gooien dat op de territoriumdrift van Belgen, die geen mensen op hun terrein willen.” Maar volgens hem is er een andere verklaring. “Belgen kennen deze gewoonte niet. Dat ze niet afzeggen is onbeschoft, maar je moet niet verwachten dat Belgen op ­eigen terrein Nederlandse gewoonten zullen overnemen ‘omdat wij in Nederland het nou eenmaal zo doen’.”

© Nanne Meulendijks

Zuipende Nederlanders

Nogal wat Nederlanders hebben het daar moeilijk mee, vervolgt hij. “Nederlanders vinden het vaak moeilijk om te accepteren dat anderen het anders doen. Er zijn nogal wat betweters die niet te beroerd zijn om elkaar aan te spreken op hoe het hoort. Ik hoorde van een Nederlandse in België dat zij het bijvoorbeeld vreselijk vindt als de loodgieter voorstelt om geen factuur te maken om de btw uit te sparen.”

Het negatieve imago van Nederlanders in België helpt evenmin. “Nederlanders hebben het vaak goed op een rijtje. Maar met hun verbeterdrang ­hebben ze ook een irritante pretentie in de ogen van de Belgen.” Dat Antwerpen ieder weekend overspoeld wordt door luidruchtige, zuipende Nederlanders, helpt de zaak ook niet vooruit.

Rond de kerktoren

Matthys begrijpt wel dat Nederlanders het moeilijk vinden om contacten te leggen. De sociale structuren werken in België heel anders, legt hij uit. Ze zijn minder ingesteld op het leggen van nieuwe contacten dan Nederlanders. “Belgen leven veel meer rond de kerktoren, ze zijn gericht op hun familie en vrienden in hun geboortedorp. Als een Belg een vreemde tegenkomt, vertrouwen ze elkaar omdat die persoon uit ­dezelfde streek blijkt te komen, of ­omdat ze een gezamenlijke vriend ­hebben. Nederlanders zijn meer gericht op het creëren van nieuwe netwerken. Daarom is het hebben van een mening volgens mij ook zo belangrijk voor ­Nederlanders. Nederlanders willen ­elkaars nieren proeven: wie ben jij, kan ik je vertrouwen?”

Belgen zullen pas hun mening geven als ze er lang over nagedacht hebben. Belgen in Nederland begrijpen gaandeweg dat Nederlanders hun mening tijdens het gesprek vormen

Omgekeerd begrijpen Belgen in Nederland de meningencultuur vaak niet en laten ze zich in eerste instantie overstemmen door het ‘lawaai’, zegt hij. “Ze begrijpen niet dat dit de manier is waarop ze zich presenteren en positioneren ten opzichte van anderen. In België moet je laten zien wat je hebt, welke opleiding je hebt gedaan, wie je kent en netjes gekleed gaan. Belgen zullen pas hun mening geven als ze er lang over nagedacht hebben. Belgen in Nederland begrijpen gaandeweg dat Nederlanders hun mening tijdens het gesprek vormen.”

Hollandse tongval

De belangrijkste les? ‘Om je thuis te voelen in het andere land, moet je niet verwachten dat de anderen veranderen, je moet zelf veranderen’, schrijft hij in het boek. “Ik voel me als een vis in het water in Nederland. Migreren is een verrijking, je krijgt er een land bij”, zegt hij. Zelf werd hij assertiever. Op zijn werk voelde hij zich als professional ­serieus genomen en genoot hij van de vrijheid die Nederlandse werknemers doorgaans hebben.

Niettemin blijft het gevoel dat je er nooit helemaal bij hoort. Zelfs na ­veertig jaar in Nederland – hij spreekt met een ‘Hollandse’ tongval – hoort Matthys nog geregeld ‘hoe is dat dan bij jullie?’ Jullie, dat is: in Vlaanderen of België. Ook zijn Nederlandse vrienden doen het. “Mensen bedoelen het goed, maar het is ook irritant. Mijn leven speelt zich af in Nederland.”

Om je thuis te voelen in het andere land, moet je niet verwachten dat de anderen veranderen, je moet zelf veranderen

Mick Matthys

Die Hollandse tongval heeft hij niet voor niks. “Ik heb dat Nederlands-­Nederlands goed geleerd. Veel immigranten die ik sprak hebben hun accent of uitspraak aangepast. Deels gaat dat vanzelf, maar het is ook een manier om er minder snel uitgepikt te worden. Want het is irritant om altijd maar weer aangesproken te worden als Belg, om wéér een mop aan te horen. Je wilt erbij horen, dus niet opvallen. Hetzelfde geldt voor Nederlanders ‘die ne Ollander’ blijven.”

Naturalisatie

Heimwee heeft hij niet. In 2002 liet Matthys zich zelfs naturaliseren tot ­Nederlander, zodat hij kan stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. “Mijn familie woont hier, mijn drie kleindochters. Ik voel me het meest van al Utrechter, daar heb ik het langst ­gewoond. Maar mijn basisidentiteit is Vlaams.” Hij lacht: “Ik ben een Vlaming, maar ik voel me meer thuis bij de Nederlanders”.

Mick Matthys © x

Wie is Mick Matthys?

Mick Matthys werd geboren in Maldegem, Vlaanderen. Hij studeerde af als sociaal pedagoog aan de KU Leuven. Hij werkte van 1976 tot 2010 als docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, waar hij promoveerde op het onderwerp ‘sociale stijgers’. Na zijn pensionering vatte hij het plan op om landgenoten in Nederland en Nederlanders in België te gaan interviewen over hun ervaringen als migrant in hun buurland, omdat hij na vier decennia nog geregeld wordt aangesproken als Belg.

‘Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen. Belevenissen van buren over de grens’, Amsterdam University Press, 252 blz., € 19,99.

Lees ook:

In de Flevopolder verrijst een Zweeds dorp

Onder Almere bouwen Jessika Kersting en Martin Qvist de ‘ultieme Zweedse droom’. Al heeft Martin niet alleen positieve herinneringen aan zijn jeugd in Zweden.

Deel dit artikel

Nederlanders zijn assertief, open en bedoelen het goed, maar kunnen niet zo goed tussen de regels door lezen

Mick Matthys

Identiteit is natuurlijk gelaagd. Maar als puntje bij paaltje komt, is het gevoel waar je vandaan komt – die ba­sis­iden­ti­teit – heel sterk

Nederlanders vinden het vaak moeilijk om te accepteren dat anderen het anders doen.

Mick Matthys

Belgen zullen pas hun mening geven als ze er lang over nagedacht hebben. Belgen in Nederland begrijpen gaandeweg dat Nederlanders hun mening tijdens het gesprek vormen

Om je thuis te voelen in het andere land, moet je niet verwachten dat de anderen veranderen, je moet zelf veranderen

Mick Matthys