Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom jonge Eritreeërs hier ondanks intensieve begeleiding moeilijk aarden

Samenleving

Petra Vissers

Het opvangcomplex in Nijmegen. © Bram Petraeus
Reportage

In 2015 gingen honderd jonge Eritrese mannen samen wonen in een oud studentencomplex bij Nijmegen. Ondanks intensieve begeleiding vinden ze het moeilijk hun draai te vinden in Nederland. 

Met zijn fiets aan de hand loopt de 23-jarige Okbay zijn huis binnen aan de Griftdijk in Lent. Drie jaar heeft hij in dit oude studentencomplex vlakbij Nijmegen gewoond. De keuken en badkamer deelde hij met twee mannen van zijn leeftijd, het gehele complex – rijen van witte studentenhuizen met rode kozijnen – deelde hij met zo’n honderd Eritrese mannen onder de 23 en nog eens twintig Nederlandse studenten. Nu is dat voorbij. Okbay heeft net de sleutel gekregen van zijn eigen appartement in de stad.

Lees verder na de advertentie

Noodopvang

Daar is hij blij mee. De Nederlandse buren waren hier allemaal aardig, zegt hij. Dat was goed aan de Griftdijk. Maar verder? Verder vond hij het maar niks daar. “Ik kon mijn Nederlands hier niet verbeteren”, zegt hij. “Ik kon ook geen huiswerk maken, geen plannen.” En er zitten muizen in zijn huis, zegt hij. Hij haalt zijn schouders er bij op, ploft neer op een bureaustoel.

Okbay was een van de eerste Eritreeërs die in 2015 aankwamen op de Griftdijk. In dat jaar vroegen uitzonderlijk veel vluchtelingen (43.000) voor het eerst asiel aan in Nederland. Dat leidde tot chaotische taferelen, met noodopvang in tenten en locaties waar asielzoekers de eerste 72 uur werden opgevangen omdat er in de reguliere asielzoekerscentra geen plek meer was.

In Nederland herkennen ze helemaal niets. Ze hebben nog nooit een stofzuiger gezien

Binyam Andebrhan

Om zo veel mogelijk ruimte te maken voor nieuwe asielzoekers moesten gemeenten zo snel mogelijk statushouders – de vluchtelingen met een verblijfsvergunning – uit de azc’s krijgen. De gemeente Nijmegen kreeg de opdracht om driehonderd vluchtelingen aan een woning te helpen. Dat lukte onder meer door een groep van in totaal 97 jonge Eritrese mannen tussen de 18 en 23 jaar aan de Griftdijk te huisvesten.

“Op slippers en in een korte broek kwamen sommige jongens de trein uitlopen”, zegt Nico Nijenhuis over zijn eerste ontmoeting met Okbay in november 2015. In zijn keuken, op een minuut of tien fietsen van de Griftdijk, drinken ze samen een kop koffie. Die drinkt de Eritreeër zoet, met veel siroop door de melk.

Nijenhuis is een van de buurtbewoners die, toen bekend werd dat er Eritrese buren zouden komen, ‘Welcome to the neighbourhood’ oprichtten om de mannen welkom te heten. Het buurtcomité organiseerde spelletjesmiddagen, zamelde kleding in, startte een hardloopclub en een voetbalelftal, betrok met hulp van de gemeente een buurthuis en nodigde de jongens uit voor een hapje eten. Op zondagmiddagen knapte Nijenhuis met Okbay tientallen computers op en verkocht die voor tien euro aan de statushouders.

Bang

Gemopper was er ook. Moest dat nu, al die jonge mannen? En dan ook nog in de buurt van een school? Maar een woordvoerder van de politie Oost-Nederland laat weten dat er de afgelopen jaren geen incidenten zijn geweest met de groep vluchtelingen aan de Griftdijk. De wijkagent weet niet van overlast door de Eritreeërs of klachten van buurtbewoners. Okbay zegt dat zijn Nederlandse buren altijd aardig geweest zijn, volgens Nijenhuis verstomde het gemopper al snel.

Wel waren er afgelopen zomer drie brandjes bij de woningen aan de Griftdijk, in de trappenhuizen vlakbij de slaapkamers. Daar is een van de bewoners voor aangehouden. Nu staan er camera’s op lange stokken rondom het gehele complex. “Iedereen was toen heel bang”, zegt Okbay daarover. “We konden er niet van slapen.”

Behalve over de invloed op de buurt, waren er in 2015 ook zorgen over de integratie van de groep mannen in de Nederlandse samenleving. Die blijkt moeizaam te verlopen.

Uitzondering

Al is hij er zelf nog ontevreden over, Okbay spreekt prima Nederlands. Maar: daarmee is hij een uitzondering. En de Eritreeërs vinden moeilijk hun draai. Een deel van de jongemannen was analfabeet toen ze in Nederland aankwamen en wie dat niet is, heeft een laag opleidingsniveau, blijkt uit een onderzoek van PreciesAdvies uit december 2016. Ze zijn grotendeels afkomstig van het platteland, koptisch-orthodox en gevlucht om te ontsnappen aan de dienstplicht in het land. Die komt volgens de Verenigde Naties in feite neer op dwangarbeid en kan tientallen jaren duren.

“Zij komen hier in een land waar ze helemaal niets herkennen”, zegt Binyam Andebrhan. Hij vluchtte tijdens de onafhankelijkheidsoorlog met Ethiopië zonder ouders uit Eritrea en kwam eind jaren tachtig als alleenstaande minderjarige asielzoeker aan in Nederland. Nu geeft hij trainingen en workshops aan Eritreeërs en aan de Nederlanders die met hen werken of hen begeleiden.

“Een grote groep is opgegroeid in dorpjes, waarschijnlijk zonder vader omdat die ergens zijn dienstplicht uitvoert en misschien wel zonder moeder omdat die kostwinner is”, zegt hij. “In Nederland herkennen ze helemaal niets, alles moet ze uitgelegd worden. Ze hebben nooit een stofzuiger gezien, nooit hun huis op slot hoeven doen. En dan moeten ze internetbankieren.” Sommige Eritreeërs sloten zichzelf die eerste maanden meermaals buiten of gebruikten de keukenreiniger als douchegel. Er waren mannen die al hun geld van de bank haalden omdat ze die niet vertrouwden, waardoor de huur en andere vaste lasten niet afgeschreven konden worden.

Niks is vanzelfsprekend

Nederlanders maken niet goed duidelijk wat ze verwachten van vluchtelingen, zegt Andebrhan. “We moeten bij de basis beginnen, niks is vanzelfsprekend. Waarom is het belangrijk om de taal te leren? Waarom moet je naar school? Vertel ze: ‘als jij timmerman wilt worden, zijn dit de stappen die je moet nemen’.”

Hij is geen groot fan van de gezamenlijke huisvesting in Nijmegen. “Het heeft voor- en nadelen. Maar de nadelen wegen zwaarder dan de voordelen.” Ten eerste was er een grote groep Eritreeërs die helemaal niet met landgenoten wilde wonen, zegt hij. Maar ook voor de groep die dat wel prettig vond, is het op de lange termijn niet goed. Andebrhan: “Het is te gemakkelijk om in een klein-Eritrea te blijven. Bepaalde zaken werden in Nijmegen veel belangrijker dan ze in Eritrea waren, zoals het geloof. Sommige jongens maakte van hun woonkamer een gebedshuis.”

De begeleiding van deze groep vluchtelingen is intensief geweest maar had anders gekund, zegt Andebrhan. Het had systematischer gemoeten en begeleiders hadden voorgelicht moeten worden over de achtergrond van bewoners. Te veel voor Nederlanders vanzelfsprekende zaken werden niet goed uitgelegd, cursussen en workshops startten op een veel te hoog niveau. “Daardoor gaat informatie over seksualiteit of alcoholgebruik het ene oor in en het andere weer uit. Het landt niet.”

Inburgeringscursus

Toch zijn de statushouders aan de Griftdijk veel intensiever begeleid dan veel andere statushouders, zegt Ans Aerts van Vluchtelingenwerk Oost-Nederland. Ze begon als projectcoördinator op de Griftdijk en is sinds ruim 1,5 jaar ‘trajectregisseur’ van 44 Eritreeërs. Ze helpt hen om in Nederland hun weg te vinden.

De gemeente heeft alle mannen meteen op inburgeringscursus gestuurd, terwijl de landelijke lijn is dat statushouders dat zelf moeten regelen. Wie niet kwam opdagen op de lessen werd daar op aangesproken en de gemeente verbond er financiële consequenties aan. Van de mannen die Aerts begeleidt, hebben 21 hun inburgering afgerond. Zeven moeten nog één onderdeel van het examen doen.

In principe moeten vluchtelingen binnen drie jaar al hun inburgeringsexamens halen, op straffe van een boete en terugbetaling van een eventuele lening die ze ervoor hebben moeten afsluiten. De gemeente gaat er vanuit dat een deel van de mannen verlenging nodig heeft en dat een ander deel ontheffing zal moeten aanvragen van de inburgeringplicht. Boetes zijn tot nu toe nog niet uitgedeeld.

De Eritreeërs werden verder aan gastgezinnen gekoppeld of taalcoaches. Sommigen kwamen daar lang niet altijd opdagen. Ze vonden het te ver fietsen, begrepen het belang niet dat Nederlanders hechten aan afspraken of zeiden het te druk te hebben. Andere mannen, zoals Okbay, zien vrijwilligers uit de buurt nog steeds veel. Okbay en Nijenhuis zeggen dat het op zondagmiddag in het buurthuis van Welcome to the Neighbourhood steeds leger werd. “Ik ben bijna overal bij”, zegt Okbay. “Om mijn Nederlandse taal te verbeteren. Maar dat doet niet iedereen.”

Door de gezamenlijke huisvesting is het te gemakkelijk om in een klein-Eritrea te blijven

Binyam Andebrhan

Het probleem van zulke vrijblijvende activiteiten is dat die alleen de minst kwetsbare vluchtelingen bereiken, zegt Andebrhan. “Mensen die al sterk zijn, maken gebruik van wat ze wordt aangeboden. Maar er is nu een hele groep die niet bereikt is. Ik ben een groot voorstander van verplichting.” Dat een deel van de mannen niet kwam opdagen op activiteiten en in eerste instantie niet naar school ging, kan Andebrhan best verklaren. “Er komt van alles bij elkaar hier. Ten eerste zijn dit pubers. Maar ze zitten ook in een land waar ze niets begrijpen en waar iedereen ze constant vertelt dat ze het niet goed doen. Dat doet iets met je zelfvertrouwen, als iemand je vertelt hoe je naar het toilet moet. Het voelt alsof alles wat zij kunnen waardeloos is geworden. En ze missen een basis. Ze zijn vaak opgegroeid zonder vader, onder een verschrikkelijk regime. Ze zijn niet of amper naar school geweest.”

Volgens de gemeente Nijmegen is op dit moment de helft van de Eritreeërs aan het werk of volgt een opleiding. Dat gaat veelal om de entreeopleiding op een ROC. Die zijn bedoeld voor jongeren zonder vooropleiding en de hoop is dat leerlingen na de entreeopleiding naar een mbo niveau 2 kunnen zodat ze een betere kans maken op de arbeidsmarkt. “Ze zijn goed bezig maar er zijn nog extra stappen nodig”, aldus Aerts van Vluchtelingenwerk. “De meeste kunnen een niveau 2- opleiding nog niet aan. Sommige moesten beginnen met een alfabetiseringscursus, dat zegt wel wat over het niveau.”

Volgens Okbay hielp het niet dat op de Griftdijk alle jongeren Tigrinya spreken. Daardoor kon hij thuis zijn Nederlands niet oefenen. “Dat is niet slim geweest”, zegt hij. Dat de Eritreeërs hier met zijn allen woonden, was volgens hem ‘alleen maar een probleem’.

Op de koffie

Dat de Eritreeërs moeilijk Nederlands leren omdat ze met zijn allen bij elkaar wonen, heeft Aerts vaker gehoord. Maar ze betwijfelt of het daarmee te maken heeft. “Iedereen is gekoppeld aan een taalcoach. En bovendien, als jij alleen woont, wil dat echt niet zeggen dat de buren meteen op de koffie komen.”

Op 1 mei 2019 moet het complex aan de Griftdijk leeg zijn omdat de naastgelegen wijk gaat uitbreiden. De mannen die 23 worden, krijgen een eigen woning. Het zou kunnen dat de jongere Eritreeërs opnieuw samen gaan wonen, maar dan in kleinere groepen.

Dat de honderd mannen bij elkaar woonden, heeft zeker ook voordelen gehad, zegt Aerts. Het maakte het bijvoorbeeld veel makkelijker om ze intensief te begeleiden. “Maar 96 bij elkaar is wel heel erg veel. Wij denken dat kleine en meer gemengde groepen een betere oplossing zijn.”

In 2014 groeide het aantal Eritreeërs dat in Nederland voor het eerst asiel aanvroeg sterk. Voorheen vluchtten veel van hen naar Israël maar sinds dat land de grens in 2012 afsloot met een hek en sinds de val van Kadaffi in 2011, worden Eritreeërs door mensensmokkelaars via Libië naar Europa gebracht.

Okbay wil niet met zijn volledige naam in de krant. Zijn volledige naam is bekend bij de hoofdredactie. 

Eritreeërs in Nederland

Tussen 2014 en 2017 deden 13.784 Eritreeërs voor het eerst een asielaanvraag in Nederland. Van januari tot september 2018 kwamen 1080 Eritrese vluchtelingen aan, blijkt uit IND-cijfers, waarmee die groep op dit moment de tweede groep asielzoekers is in Nederland, na de Syriërs.

Het overgrote deel van de Eritrese vluchtelingen is jonger dan dertig en man, en in deze groep zijn opvallend veel alleenstaande minderjarigen. In 2018 ging het tot en met september om 397 tieners. Ter vergelijking: de tweede groep alleenstaande minderjarigen zijn Syriërs en van hen kwamen er in dezelfde periode 128 naar Nederland.

Hoeveel Eritreeërs er precies in Nederland wonen, is moeilijk te zeggen, omdat iedereen die werd geboren voor de onafhankelijkheid in 1993 officieel geboren is in Ethiopië.

Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (Kis) maakte in maart 2017 een schatting van 20.000 personen. Binyam Andebrhan, die trainingen geeft aan en over de doelgroep, denkt dat dit een onderschatting is. Hij denkt dat er zeker tienduizend Eritreeërs meer in Nederland wonen.

Lees ook:

De weg naar Europa loopt via Soedan

Voor veel Afrikaanse vluchtelingen is Soedan een niet te vermijden tussenstop.

Deel dit artikel

In Nederland herkennen ze helemaal niets. Ze hebben nog nooit een stofzuiger gezien

Binyam Andebrhan

Door de gezamenlijke huisvesting is het te gemakkelijk om in een klein-Eritrea te blijven

Binyam Andebrhan