Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom het een slecht idee is om op je gevoel af te gaan

Home

Harald Merckelbach

© Kwennie Cheng
Essay

Psychologen raden het aan en politiek is het populair: ga op je gevoel af, dat levert de beste beslissingen op. Ook rechters koersen op hun intuïtie - en het is nog goedkoop ook. Toch is het een slecht idee. 

We twitteren, facebooken en reaguren wat af. Dan doen we vooral één ding: anderen de maat nemen. We hebben minder dan 1 seconde en 140 tekens nodig om de een aardig en de ander een schurk te vinden. Want daar houden we van: onze morele intuïtie ruim baan geven.

Lees verder na de advertentie

Het valt goed te observeren in de reaguursels bij opmerkelijke krantenkoppen. Zo meldde een groot landelijk dagblad onlangs dat het stoffelijk overschot van een in Turkije vermiste Nederlander was gevonden. De man had er een paar dagen gekampeerd met twee anderen, maar daarna was hij spoorloos verdwenen. Meer informatie over de tragedie was er niet. Toch ontlokte het korte bericht binnen 12 uur duizenden reacties. “Vreselijk voor de nabestaanden. Die andere twee zullen er vast wel mee te maken hebben. Ze gaan met zijn drieën kamperen en ineens gaan twee weg en is de ander spoorloos.” Andere reactie: “Ik hoop dat die twee levenslang in Turkije in de gevangenis gaan.”

Zo functioneert onze intuïtie: met minimale informatie vellen we een vergaand oordeel. Van een tragische gebeurtenis maken we direct een schuldvraag, die we vervolgens onomwonden beantwoorden. Daartoe draaien we in ons hoofd de film terug en al zijn de beelden nog zo vaag: de eersten die we tegenkomen, krijgen de schuld. Want onze intuïtie kent slechts twee smaken: good guys en bad guys.

Morele intuïtie 

Dat onze morele intuïtie niet op een detail meer of minder kijkt, hebben psychologen vaak aangetoond. Zo kregen proefpersonen het scenario van meneer Wallace voorgelegd, een maffiabaas met nogal wat concurrentie. Op een dag ging hij naar de kroeg. Een van zijn rivalen wist een dodelijk, maar traag werkend gif in zijn bierglas te mikken. Wallace verliet het café, stapte in zijn auto en reed huiswaarts. Onderweg werd hij aangereden door een andere rivaal. Wallace was op slag dood. Wie was daarvoor verantwoordelijk? De meeste proefpersonen heb ben daar een uitgesproken opvatting over. Om te beginnen: Wallace is een schurk, dus zo’n ramp is het allemaal niet. Als er dan toch een schuldige moet worden aangewezen, gaat de vinger naar de tweede rivaal. Hij is immers de laatste die Wallace in levenden lijve zag.

Ofschoon een Amerikaanse thrillerschrijver beginnende collega’s al in 1928 (in ‘Twenty Rules for Writing Detective Stories’) op het hart drukte om nooit de butler de dader te laten zijn - ‘da’s te makkelijk’ -, is dat wel hoe onze intuïtie te werk gaat. Riskant.

Altijd op je gevoel afgaan, dat is de mode

Op een voetstuk 

Ondertussen is het mode om intuïtie op een voetstuk te plaatsen en haar wijsheid te roemen. Je ziet het bij de Amerikaanse journalist Malcolm Gladwell, die in zijn bestseller ‘The Tipping Point’ (2000) beweerde dat intuïtie betere beslissingen oplevert dan bedachtzame deliberatie. Gladwell schreef - en veel intellectuelen zeiden het hem prompt na - dat mensen daarom vaker hun intuïtie moeten laten prevaleren; het zou een ‘andere, betere wereld’ opleveren.

Een vergelijkbaar advies geeft de Nijmeegse hoogleraar Ap Dijksterhuis: “Voor belangrijke, heel wezenlijke beslissingen moet je vertrouwen op onbewust nadenken. Slaap er een nachtje over en laat je gevoel beslissen.”

Ook juristen huldigen dat inzicht, blijkt uit onderzoek van de Leidse hoogleraar strafrecht Tineke Cleiren. De vraag hoe rechters ervan overtuigd raken dat een verdachte schuldig is, beantwoorden ze vaak ‘in termen van intuïtie, fingerspitzengefühl, ervaring en praktische wijsheid’.

Of neem begrippen als ‘geschokte rechtsorde’, ‘kennelijke leugenachtigheid’ (van de verdachte), of ‘uiterlijke verschijningsvorm’ (als in: deze struiken hebben de uiterlijke verschijningsvorm van hennepplanten). Magistraten gebruiken ze nogal eens om er de bewijsvoering mee op te tuigen. Maar wat zijn ze anders dan verhulde intuïtie?

Fout oordeel 

Stel: op een kinderafdeling van een ziekenhuis werkt een verpleegster die zich wat excentriek kleedt en merkwaardige notities in haar dagboek maakt. Stel voorts dat er een paar kinderen op de afdeling overlijden terwijl uitgerekend zij dienst heeft - hier is de verpleegster de butler. Ze moet zich verantwoorden en tijdens haar zaak verschijnen in de krant rechtbanktekeningen die haar typeren als een heks. Stel ten slotte dat er ook allerlei deskundigen naar de rechtszaal komen om daar in cryptische taal te verklaren dat de verpleegster de kinderen heeft vergiftigd. Dat zijn zo ongeveer de ingrediënten van een van de grootste rechtsdwalingen van de afgelopen jaren in Nederland, de zaak-Lucia de B. De rechters in eerste aanleg en in hoger beroep kwamen tot het oordeel dat zij schuldig was aan meervoudige moord. Dat oordeel, zo weten we inmiddels, was fout, want de kinderen stierven een natuurlijke dood.

In de ideale wereld van Gladwell en Dijksterhuis moeten rechters er bij zo’n zaak een nachtje over slapen en dan hun intuïtie laten spreken, waarna ze een vonnis kunnen vellen. Zo ging het waarschijnlijk ook en dat is wat de zaak van Lucia de B. akelig maakt: het rechterlijk fingerspitzengefühl dat op een dwaalspoor wordt gezet door de aparte verschijning van de verdachte, de weinig flatteuze rechtbanktekeningen, en uit de heup schietende deskundigen. De rechters zullen intuïtief hebben begrepen dat op een afdeling waar een seriemoordende verpleegster werkzaam is inderdaad doden vallen.

Het vergt een hyperbewuste inspanning om het alternatieve scenario in te kunnen kleuren: ja, een seriemoordende verpleegster maakt slachtoffers, maar het loutere feit dat op een ziekenhuisafdeling binnen korte tijd meerdere sterfgevallen zijn te betreuren zijn, duidt nog niet op een seriemoordenaar. Je kunt zeggen dat Lucia de B. het slachtoffer werd van andermans intuïtie. Als het er echt toe doet, maakt intuïtie meer kapot dan ons lief is.

Moreel egocentrisme

Een eigenaardigheid van onze intuïtie is haar moreel egocentrisme. Wij zijn onberispelijk. Het zijn anderen die ellende veroorzaken en straf verdienen. Je ziet dat terug in de cijfers van de Duitse onderzoeker Hoffman die zijn proefpersonen over een langere periode een paar keer per dag vroeg of ze gebeurtenissen met een morele lading hadden meegemaakt. Hij vond een onmogelijke asymmetrie. Zijn respondenten hoorden ruim twintig keer vaker over het wangedrag van anderen dan dat ze dat zelf tentoonspreidden. Althans, dat zeiden ze: ik gedraag me keurig en het zijn anderen die in moreel opzicht steken laten vallen. Daarom geven hoon, afkeuring, woede en verontwaardiging de toon aan in de gaarkeukens van de opiniedemocratie.

Essayist Bas Heijne stelde ooit vast: “Hoon en verontwaardiging. Kon je die emoties elimineren, dan ging Twitter vandaag nog failliet.” Hoon en verontwaardiging zijn de producten van morele intuïtie. Psychologen noemen dat Systeem 1. Het is een vorm van denken die razendsnel gaat, geen moeite kost of twijfel kent. Ze stoelt op eenvoudige patroonherkenning. Doet de verwarming het niet? Dan zit er te weinig water in de radiatoren. Gaan we deze zomervakantie naar Spanje of naar Polen? Spanje, want daar schijnt vaker de zon.

Wetenschappers schatten dat we zo’n 95 procent van de tijd blindvaren op Systeem 1. Bij eenvoudige problemen - en daar zit het dagelijkse leven vol mee - werkt Systeem 1 prima. Maar zodra het wat ingewikkelder wordt, loopt het aan de grond. Maak de volgende zin af: “Emily’s vader heeft drie dochters, namelijk Mei, Juni en…?” Systeem 1 zegt ons dat de derde dochter Juli heet. Alleen als we op de rem trappen, zien we met enige vertraging in dat het antwoord Emily moet zijn.

Emily en haar zussen doen er natuurlijk niet toe. Morele kwesties doen er wel toe en ook daar, ja vooral daar, speelt intuïtieve patroonherkenning ons parten. Een vermiste vakantieganger wordt dood teruggevonden. Duidelijk toch? Zijn reisgenoten hebben het gedaan. Afstraffen dus.

De plank misslaan 

De boeken van de wetsgeschiedenis staan vol met voorbeelden van hoe makkelijk Systeem 1 bij morele kwesties de plank misslaat. Dus zodra wij zelf de verdachte reisgenoten zijn (wat we ons slecht kunnen voorstellen), willen we liever niet dat rechters koersen op hun Systeem 1. Dan willen we dat zij haastige interpretaties terzijde schuiven, hun intuïtie opschorten en zich grondig bezinnen.

Die onnatuurlijke vorm van denken heet Systeem 2. De essentie ervan is dat er uitvoerig wordt gewikt en gewogen en pas daarna een besluit wordt genomen. Systeem 2 werkt daarom traag, kost moeite en gaat gepaard met twijfel. Voortdurend stelt Systeem 2 de vraag of we iets over het hoofd zien. Juist omdat Systeem 2 een slakkentempo heeft en nogal eens conclusies oplevert die loodrecht staan op de intuïtie van leken, maak je je er als rechter niet bijster populair mee.

Koersen op je intuïtie heeft iets heroïsch

Er zijn trouwens rechters die vinden dat ze wél moeten kunnen afgaan op hun intuïtie. Waarom ze dat vinden? Anders dan het dubben en piekeren van Systeem 2, heeft intuïtie iets heroïsch. De rechter als goeroe aan wie plotseling een openbaring ten deel valt. Volgens een Amerikaanse rechter is intuïtie een mentale bliksemschicht die de vonk doet overspringen van probleem naar conclusie. Het is een inzicht dat zich niet nader laat toelichten of rechtvaardigen. Verder dan ‘ik voel aan mijn water dat deze twee reisgenoten iets op hun kerfstok hebben’ reikt het niet. In de publieke arena kun je daar goede sier mee maken. Want leken snappen intuïtieve oordelen. Die hebben ze zelf ook en ze stellen er vertrouwen in… zolang het anderen betreft.

Pas als wijzelf de verdachte reisgenoten zijn, worden we bang dat die intuïtieve vonk overspringt naar de verkeerde conclusie. In de woorden van de vermaarde Italiaanse advocaat Piero Calamandrei (1889-1956): “Ik vrees de rechter die te zeker van zijn zaak is, die zijn beslissing snel neemt, die een haastige conclusie trekt zonder tussenkomst van reflectie en deemoed.” Daarom liever Systeem 2.

Knettergek

Het Tweede Kamerlid Geert Wilders twitterde dat de rechters die moesten oordelen over de strafbaarheid van zijn minder-Marokkanen-uitspraak ‘knettergek’ waren. En in mei 2016 liet het Heerlense gemeenteraadslid Christian Petermann per tweet weten dat de officier van justitie in de zaak tegen de van fraude verdachte politicus Jos van Rey leek op een kampbeul. Hij wenste haar van harte een ongeluk toe.

Twitterend dwingt een rechter geen respect af

Er zijn ook rechters die twitteren. Ze proberen in 140 tekens de rechtspraak toegankelijker te maken voor het publiek en zo krediet op te bouwen. Ze willen zich aanpassen aan de rappe oordeelsvorming van de moderne mediasamenleving en de indruk wegnemen dat rechtbanken een archaïsch bolwerk zijn. Maar wie een rechterlijke uitspraak probeert uit te leggen in het formaat van Systeem 1 - dat is Twitter - bereikt het exacte tegendeel. Zo’n rechter helpt mee aan het misverstand dat rechterlijke uitspraken ook maar een haastige mening zijn, die bovendien ter instemming moet worden voorgelegd aan het publiek. Dat ondergraaft de eerbiedwaardigheid van rechtsinstanties.

Het klinkt oubollig, maar eerbiedwaardigheid is nodig als je over burgers wilt vonnissen. Dat vergt statuur, iets wat de rechter eerder zal verwerven in een fort met opgetrokken loopbruggen dan met Twitter.

Want dat is wat we moeten willen: een politieapparaat dat doortastend is en een rechterlijke macht die weigert haar oren te laten hangen naar wat politici of de goegemeente vinden. Zodat slachtoffers niet in de kou staan, verdachten met respect worden behandeld, criminelen een redelijke straf krijgen en burgers hun ruzies kunnen voorleggen aan een respectabele instantie. Het duistere alternatief is een samenleving waarin mensen het recht in eigen hand nemen.

Intuïtie ondergraaft gezag 

Als onschuldigen worden veroordeeld en schuldigen de dans weten te ontspringen, ondergraaft dat het gezag van politie en magistratuur en daarmee het respect voor de rechtstaat. Zulke fouten beginnen bij politiemensen of magistraten die hun intuïtie volgen.

Tekst gaat verder na de illustratie 

© Kwennie Cheng

Ze zijn enkel tot een minimum te beperken als politie, officieren van justitie en rechters zich kunnen onttrekken aan de jachtigheid van Systeem 1. Maar stellen we hen daartoe in staat? Meer dan 90 procent van de Nederlandse magistraten moet overuren draaien om zaken af te handelen. Ze behandelen te veel complexe zaken en ervaren tijdsdruk.

Een paar jaar geleden had Duitsland 20 rechters per 100.000 inwoners en Nederland 10. Voeg daarbij dat politici voortdurend reorganisaties opleggen aan de rechtspraak, en je snapt dat een advies aan magistraten om hun beslissingen toch vooral op Systeem 2 te enten - langzaam, bedachtzaam - wel erg makkelijk is. Iets soortgelijks geldt voor de politie. Als je het vergelijkt met andere Europese landen, is in ons land het aantal politiemensen per 100.000 inwoners laag. Bij de laatste telling die ik ken waren dat er 213 (tegen 302 in Duitsland). Het past slecht bij de megalomane reorganisatie waarin de opeenvolgende ministers van veiligheid en justitie het politieapparaat hebben gestort.

Beurs trekken voor rechtsstaat 

Toen Geert Wilders zijn tweets over knettergekke rechters en kwaadaardige officieren verstuurde, verdrongen zijn collega-Kamerleden zich om er schande van te spreken. De trias politica zou op het spel staan. Het was de bijl aan de wortel van de onafhankelijke rechtspraak. Terechte zorgen, maar het zou mooier zijn als diezelfde politici nu eens eindelijk de beurs trekken voor de rechtsstaat.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Altijd op je gevoel afgaan, dat is de mode

Koersen op je intuïtie heeft iets heroïsch

Twitterend dwingt een rechter geen respect af