Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vreselijk, al die toeristen... maar ik ben er zelf ook een

Samenleving

Hagar Jobse

© ANP

Journalist Hagar Jobse (31) reist graag en veel. Maar er begint van alles te knagen: vliegen is extreem vervuilend en populaire buitenlandse steden bezwijken onder de bezoekers. Moet ze niet nodig minderen?

Moeten we niet gewoon gaan kamperen in Zeeland?' oppert de vriendin met wie ik op het punt sta een ticket naar Belgrado te boeken. Ze heeft dit jaar al minstens vier keer het vliegtuig gepakt en haar geweten begint haar nu parten te spelen. De opwarming van de aarde is een feit en dat zij hier aan bijdraagt, zit haar niet lekker.

Lees verder na de advertentie

De stripcolumn van Renske de Greef die ze in maart in NRC las, heeft dit schuldgevoel verder aangewakkerd. De schrijfster, die zelf niet meer wil vliegen, roept op minder vlees te eten, minder te consumeren en ja, ook minder te vliegen. De Greef geeft toe dat ze zich soms schaamt voor haar eigen moralisme en vergelijkt klimaatbewustzijn met religie. 'Maar', schrijft ze. 'Religie is een keuze, wetenschap niet. Poolkappen smelten ook als je er niet in gelooft.'

Wie niet door Zuid-Amerika of Azië gebackpackt had, was eerder uitzondering dan regel

Ik wuif de bezwaren van mijn vriendin weg. Zeeland is best leuk, maar daar spreken ze gewoon Nederlands en heb je geen communistische architectuur. Ik heb me er nu juist zo op verheugd om me een paar dagen onder te dompelen in een andere cultuur en te dwalen door een nog voor mij onbekende stad.

Verslaafd aan reizen

Reizen is één van mijn favoriete bezigheden. Sterker, ik ben er een beetje verslaafd aan. Als ik geen reis of stedentrip in het vooruitzicht heb, word ik onrustig en ga ik meteen goedkope vluchten zoeken op Skyscanner. En ik ben niet de enige van mijn collega-dertigers.

Sinds de opkomst van het massatoerisme in de jaren zestig reizen we voor steeds minder geld op grote schaal de hele wereld over. Dat geldt zeker voor Nederlanders: nooit eerder boekten we zoveel buitenlandse reizen als vorig jaar. NBTC-NIPO Research, dat onderzoek doet naar vrije tijd en vakantie, becijferde dat er in 2017 vanuit Nederland in totaal ruim 19 miljoen reizen naar het buitenland werden ondernomen. Toerisme is de snelst groeiende sector ter wereld en zorgt voor maar liefst tien procent van het totaal aantal banen.

Ergens weet ik wel dat mijn vriendin een punt heeft. Vliegen is immers de meest vervuilende manier van reizen. Toch begint mijn geweten pas echt op te spelen als we een accommodatie zoeken. Voor een gedeelde slaapkamer in een hostel vinden we onszelf te oud en hotels zijn duur. Dus loggen we in op Airbnb. Et voila: voor een appel en een ei hebben we een appartement in het centrum van Belgrado. Maar had ik me niet voorgenomen om het platform te boycotten? Huiseigenaren verdienen vaak meer door via Airbnb aan toeristen te verhuren dan aan lokale bewoners. In mijn huidige woonplaats, Madrid, zijn de huren hierdoor de afgelopen drie jaar met veertig procent gestegen. Ook in andere populaire steden drijven vakantieverhuur-platforms als Airbnb de huren omhoog. Niet zelden worden bewoners gedwongen uit te wijken naar de buitenwijken of moeten zelfs helemaal hun stad verlaten.

Reizen het nieuwe roken

Geboren in 1987 ben ik van de generatie voor wie vakantie een vanzelfsprekendheid is. Vliegen sprak nog niet vanzelf. We gingen altijd op vakantie met de auto. Elk jaar weer reden mijn ouders met ons - de kinderen - en een tent het hele eind naar de Spaanse Pyreneeën, een enkele keer tot het zuidelijke Andalusië of Portugal. Minstens twee lange dagen door Frankrijk en bloedheet Spanje, zonder airconditioning. Maar eenmaal aangekomen waren we dat alweer vergeten. We bleven immers een maand en de terugreis leek dan nog heel ver weg. Dat we elk jaar naar het Iberisch Schiereiland op vakantie gingen, stond buiten kijf. Mijn ouders hadden geen behoefte de halve wereld te bereizen.

Zelfs bedenker en schrijver van 'Lonely Planet' vraagt zich af wat hij met het schrijven van de gids heeft aangericht

Toen ik ging studeren begonnen vliegtuigmaatschappijen de prijzenoorlog die tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor 40 euro heen en terug naar Londen, Parijs of Berlijn! De reizen die mijn vrienden en ik maakten, reikten intussen steeds verder. Wie niet door Zuid-Amerika of Azië gebackpackt had, was eerder uitzondering dan regel. Hoe meer en hoe verder je reisde, hoe beter.

Beter? Dat vraag ik me nu af. Het begint er steeds meer op te lijken dat de grens is bereikt. Het VPRO-programma 'Tegenlicht' besteedde er in mei een aflevering aan. In 'Reizen is het nieuwe roken' komt onder andere bedenker en schrijver van de razend populaire reisgids 'Lonely Planet', Tony Wheeler, aan het woord. Zelfs hij vraagt zich af wat hij met het schrijven van de gids - de eerste verscheen in 1972 - heeft aangericht. Neem Bali, dat onherkenbaar veranderde sinds de eerste gids over het Indonesische eiland verscheen. Toch wil Wheeler niet alleen negatief zijn over de gevolgen van het toerisme, dat veel mensen ook werk en welvaart heeft gebracht. Had de gids over Afghanistan ook maar dat effect gehad, zegt hij vanaf de achterbank van een auto.

Plaatsen die je niet moet bezoeken

Het Amerikaanse CNN-Travel publiceert ieder jaar een lijst van twaalf droombestemmingen. Dit jaar kwam de nieuwszender juist met twaalf plekken die ten onder dreigen te gaan aan massatoerisme. Met op die lijst de Taj Mahal in India en Machu Picchu in Peru, maar ook de Europese steden Barcelona en Venetië.

Die laatstgenoemde Italiaanse stad telt 55.000 bewoners, maar wordt jaarlijks door 20 miljoen toeristen bezocht. Steeds meer Italianen trekken er weg. Ook in de Kroatische kuststad Dubrovnik is de balans zoek. Het stadje met 50.000 inwoners, waarvan het historistische centrum op de Werelderfgoedlijst staat, ontvangt op een drukke dag wel tienduizend bezoekers. En met zeventien miljoen bezoekers is het aantal toeristen dat Amsterdam jaarlijks aandoet de afgelopen vijf jaar verdubbeld.

Bewoners van deze steden ervaren toerisme dan ook steeds meer als plaag. Vorige zomer gingen bewoners van Dubrovnik, Venetië en Rome de straat op om te protesteren tegen het massatoerisme in hun stad. In Barcelona werd een toeristenbus aangevallen door een groepje inwoners met bivakmutsen op. Op het populaire vakantie-eiland Mallorca werden muren in het centrum beklad met de tekst 'tourists go home'.

Als ik door het centrum van Amsterdam fiets, vind ik het ook moeilijk om aardig te blijven tegen toeristen die voortdurend onder mijn fiets lopen. Maar ook in de rol van toerist voel ik me minder prettig. Afgelopen november bezocht ik een vriendin in Rome. Dertien jaar eerder was ik er ook met school. Ik kon me niet herinneren dat het toen zo druk was, nu moest ik me bij de Trevifontein een weg banen door de selfiesticks. Ik ergerde me aan de andere toeristen. Onterecht, realiseerde ik me al snel. Ik stond daar zelf immers ook.

Boek bijvoorbeeld één langere vakantie op één plek, in plaats van vier keer per jaar weg te gaan.

Bijdrage

Terwijl ik alle verontrustende feiten en cijfers tot me neem, vraag ik me af hoe ik eraan kan bijdragen het tij te keren. Het aantal toeristen zal niet afnemen: Aziatische landen als China en India hebben immers een sterk groeiende middenklasse die steeds vaker op vakantie gaat. En dan is er de gedachte om de CO2-uitstoot te compenseren. Met een kleine bijdrage aan een duurzaam bos-of energieproject.

Maar volgens woordvoerder van de Nederlandse reisbranche-organisatie ANVR, Mirjam Dresdé, is dat op de lange termijn geen oplossing. "Je reduceert de CO2-uitstoot er niet mee", legt ze uit. De ANVR vertegenwoordigt 250 reisorganisaties en duizend reisbureaus en houdt zich naar eigen zeggen al 25 jaar bezig met duurzaam toerisme. Dresdé: "We proberen bijvoorbeeld afspraken te maken met hotels die hun afval scheiden en ledlampen gebruiken." Dat klinkt als een druppel op een gloeiende plaat. Moeten we niet gewoon helemaal stoppen met reizen? Volgens Dresdé is dat geen optie. "Je kunt de mobiliteit van mensen niet zomaar inperken. Je kunt deze wel proberen te beheersen en de negatieve invloed van toerisme te keren."

Bewustere keuzes

Prioriteit nummer één lijkt het aantrekkelijker maken van het reizen met de trein. Dresdé: "Dat is nu nog veel duurder en ingewikkelder dan reizen met het vliegtuig." Maar alle verantwoordelijkheid bij de Europese spoorwegen leggen, is een beetje makkelijk. Ook wij, reizigers, zullen bewustere keuzes moeten gaan maken. Dresdé: "Boek bijvoorbeeld één langere vakantie op één plek, in plaats van vier keer per jaar weg te gaan."

In mijn omgeving lijkt dit bewustzijn langzaam aan te slaan. Een vriend wilde deze zomer naar Indonesië. Onlangs vertelde hij dat hij hiervan afziet, omdat hij liever niet vliegt. Nu gaat hij naar Bosnië met de trein. Reistijd: achttien uur.

Ik zou graag opschrijven dat ik door het schrijven van dit stuk mijn reis naar Belgrado heb gecanceld, maar dat is niet waar. Maar in de toekomst minder vlieg-, en meer auto- of treinreizen maken wil ik wel. En geen Airbnb meer, maar een huurhuis via een betrouwbare instantie, of een tent. Net als toen ik als kind met mijn ouders door Spanje trok. Als ik eerlijk ben, heb ik aan die lange vakanties de mooiste en blijvendste herinneringen. 

Lees ook:
Treinreizen spaart het milieu, maar boek maar eens een ticket

Wie duurzaam wil reizen binnen Europa, reist niet per vliegtuig, maar pakt de trein. Al valt het niet mee om een goedkope, snelle treinreis te boeken.

Deel dit artikel

Wie niet door Zuid-Amerika of Azië gebackpackt had, was eerder uitzondering dan regel

Zelfs bedenker en schrijver van 'Lonely Planet' vraagt zich af wat hij met het schrijven van de gids heeft aangericht

Boek bijvoorbeeld één langere vakantie op één plek, in plaats van vier keer per jaar weg te gaan.