Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor zwakbegaafde verslaafden is nog geen goede hulp

Samenleving

Dirk Waterval

Centrum voor verslavingszorg in Utrecht. © Shody Careman

Zowel in de verslavings- als gehandicaptenzorg worden zwakbegaafden met een verslaving niet goed geholpen. Daarom is dringend onderzoek nodig, zegt onderzoeker Marion Kiewik.

Er is onderzoek nodig naar hoe je mensen met een licht verstandelijke beperking het beste van een verslaving af kunt helpen. Ze zijn zowel in gehandicaptenzorg als verslavingszorg niet op hun plek, concludeert gedragswetenschapper Marion Kiewik in het proefschrift dat ze volgende maand verdedigt aan de Radboud Universiteit.

Lees verder na de advertentie
Hulpverleners in de ver­sla­vings­zorg weten vaak niet hoe ze met een verstandelijke beperking moeten omgaan, als ze die al herkennen

Marion Kiewik

Volgens het SCP hebben ongeveer 2,3 miljoen Nederlanders een IQ tussen 50 en 85. Komt daar een verslaving aan alcohol of drugs bij, dan leidt dat volgens Kiewik vaak tot problemen. “Laatst bleek nog dat 40 procent van alle gedetineerden een licht verstandelijke beperking heeft. Een groot deel daarvan zit daar voor gedrag dat voortkomt uit een verslaving. Stelen of dealen, bijvoorbeeld.”

Lang is hier geen aandacht voor geweest, zegt Kiewik. Tijdens het maken van een literatuuroverzicht van de laatste 35 jaar kon ze maar zeven studies vinden die deugen. “Het idee was altijd: deze mensen dóen dat soort dingen niet. Ze woonden vroeger veelal beschut, in instellingen bijvoorbeeld. Maar de laatste twee decennia zit een groot deel weer zo veel mogelijk in de wijk, tussen andere mensen.” Zo komen problemen eerder onder de aandacht, via buren of de wijkagent.

Cognitieve gedragstherapie

Normaal gesproken is cognitieve gedragstherapie een beproefde methode tegen verslavingen. Samen met een behandelaar analyseert degene met een verslaving dan zijn gedachten en gedrag. Voor veel mensen met een laag IQ is dat te veel gevraagd. Kiewik en collega’s ontwikkelden daarom een aangepaste versie die bij een kleine groep proefpersonen goede resultaten gaf. “Maar dat was slechts een opzet. Dit moet grootschaliger onderzocht.”

Tot het zover is kunnen zwakbegaafden met een verslaving dus nergens goed terecht. “Zo weten hulpverleners in de verslavingszorg vaak niet hoe ze met een verstandelijke beperking moeten omgaan. Als ze die al bij iemand herkennen, want zo opvallend is dat niet.”

En in de gehandicaptenzorg weten ze volgens Kiewik juist weer niet hoe ze met verslavingen moeten omgaan. “Patiënten krijgen te horen dat ze gewoon moeten stoppen, bijvoorbeeld. Er zit dan een moreel oordeel achter. Maar zo werkt een verslaving niet. Die hangt ook af van biologische en neurologische processen.”

Vatbaarder voor verslavende middelen

Het lijkt bovendien of licht verstandelijk gehandicapten vatbaarder zijn voor verslavende middelen. Uit eerder onderzoek blijkt dat zij meer dan twee keer zo vaak roken en bijna drie keer zo vaak cannabis gebruiken. Als deel van haar onderzoek ondervroeg Kiewik honderden leerlingen van vijf praktijkscholen. Daaruit bleek onder meer dat 15 procent al voor het tiende jaar weleens bier had gedronken. “En niet ‘één slokje van papa’, maar een heel glas.”

In de 86 praktijkvoorbeelden die ze daarnaast bestudeerde, zag Kiewik dat mensen met een IQ tussen 50 en 70 vooral alcohol gebruiken. Mensen met een zwakbegaafdheid (IQ tussen 70 en 85) gebruiken wat vaker stimulantia als cocaïne en xtc. “Dat verschil zou kunnen komen doordat illegale drugs moeilijker te verkrijgen zijn. Voor de eerste groep is dat misschien te hoog gegrepen. Je hebt er toch een netwerk voor nodig, terwijl je voor alcohol gewoon naar de supermarkt kunt.”

Lees ook:

Steun bij geldproblemen licht verstandelijk beperkten

Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben meer risico op schulden, en vaak tijdelijk of laagbetaald werk. Daardoor kennen ze grotere financiële problemen.

Deel dit artikel

Hulpverleners in de ver­sla­vings­zorg weten vaak niet hoe ze met een verstandelijke beperking moeten omgaan, als ze die al herkennen

Marion Kiewik