Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor gezelligheid zorgde Heleen Rosskopf (1922-2018) zelf wel

Samenleving

Dana Ploeger

In de jaren zeventig in de Blindenbibliotheek. 25 jaar lang bestierde ze de Amsterdamse blindenbibliotheek. Voor haar was iedereen gelijk, ze was haar tijd met die inclusieve blik ver vooruit. © -
Naschrift

Heleen Rosskopf accepteerde vrij snel als iets anders liep dan ze had gedacht of gehoopt. Zonder enige vorm van zelfmedelijden zei ze dan kordaat: "Het is niet anders, hier moet ik het mee doen". Zo stond ze in het leven. 

Heleen zorgde goed voor zichzelf en maakte overal wat van. Op hoge leeftijd deed ze nog haar eigen boodschappen en trakteerde zichzelf graag op een gebakje bij de banketbakker. Wel vond ze het jammer dat ze altijd alleen was gebleven en een man en kinderen haar niet waren gegund. Maar dat merkte je niet aan juffrouw Rosskopf, zoals iedereen haar kende. Zij zorgde zelf wel voor gezelligheid. Ze had dan ook tot op hoge leeftijd een brede kring van kennissen, vrienden en oud-collega's die dol op haar waren.

Lees verder na de advertentie

Heleen zette zich haar hele leven in voor mensen met een visuele beperking. Ze had eerst enige jaren als verpleegkundige gewerkt, maar daar lag niet haar hart. De vlijtige en breed geïnteresseerde jonge vrouw wilde meer en ging de opleiding tot bibliothecaresse volgen. In 1959 begon ze als leidinggevende bij de Blindenbibliotheek Amsterdam - toen nog onderdeel van de Openbare Bibliotheek. 

Maar als iemand zich ziek meldde en ze daar haar bedenkingen bij had, zei ze kordaat: “Je neemt maar een aspirientje.”

Natuurlijk gezag

Onder haar leiding werd de bieb een geoliede machine en voltrokken zich diverse vernieuwingen. Ze knokte voor de nodige innovaties, zo initieerde zij gesproken boeken en betrok vele vrijwilligers bij de bieb, zoals haar zus Annie die boeken insprak in de speciaal hiervoor gebouwde studio's.

Het was haar verdienste dat de blinde of anderszins beperkte medewerkers zich er geaccepteerd voelden. Haar betrokken, geïnteresseerde houding gaf hun het gevoel er helemaal bij te horen: ze was de inclusieve maatschappij ver vooruit.

Heleen Rosskopf. © -

Heleen werkte hard en ging 's avonds vaak op pad om lezingen te geven en fondsen los te peuteren voor haar armlastige bibliotheek. Hierin was ze creatief en oplossingsgericht. Ze was dienstbaar en nooit te beroerd de handen uit de mouwen te steken als iemand uitviel, of dat nu bij de uitleenbalie of in het expeditiecentrum was. 

Maar als iemand zich ziek meldde en ze daar haar bedenkingen bij had, zei ze kordaat: "Je neemt maar een aspirientje en dan zie ik je over een uurtje!" Op vriendelijke toon, maar met natuurlijk gezag dwong ze de in haar ogen juiste werkhouding af. Aan harde confrontaties deed ze niet, ze hield meer van zachte oplossingen. Soms merkte je wel dat ze iets lastig vond, zo vond ze het vreselijk dat ze in de jaren zeventig ineens niet meer mejuffrouw, maar mevrouw genoemd moest worden.

Oud-collega's herinneren zich vooral haar warmte, kordaatheid en spontaniteit. Rond de feestdagen betaalde ze uit eigen zak een speculaaspop of maakte bisschopswijn. Twee hoogtepunten uit haar carrière memoreerde ze graag. Allereerst het zestigjarig bestaan van de Blindenbibliotheek in 1979: een door haar georganiseerde dag waar schrijvers als Simon Carmiggelt, Jan Wolkers en Mies Bouhuys voorlazen uit eigen werk. Er kwamen 1500 mensen op af - aan haar kapstok hing nog altijd de linnen jubileumtas als herinnering. Daarnaast was ze trots op een steekproef onder blinde mensen waaruit bleek dat haar relatief kleine bibliotheek de beste dienstverlening verzorgde. Daar deed ze het allemaal voor.

Heleen met haar halfbroer Wilhelm (boven), zus Annie (links) en broer Thom (rechts). © -

Voor haar verdiensten ontving ze de Amsterdamspeld en werd ze Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1981 veranderde de blindenbibliotheek in een landelijke studie- en vakbibliotheek voor visueel gehandicapten (het huidige Dedicon); aan die grote verandering overgang hielp ze nog mee. In 1983 ging ze met pensioen.

Arbeidsethos

Heleen kreeg haar hoge arbeidsethos en sociale inslag van thuis mee. Je kreeg niets voor niets, leerde ze van haar vader, ingenieur Thomas Rosskopf, een van de pioniers van de elektrotechniek in Nederland. Hij was een gezien figuur in Nijmegen. Een sociale ondernemer ook, die in de jaren twintig van de vorige eeuw al snipper- en vakantiedagen, een pensioenfonds en een kindercrèche introduceerde. Heleen bewonderde haar vader, al vond ze het jammer dat hij zo vaak weg was.

De oorlog werd een rode draad in haar leven en zorgde ervoor dat ze alles nam zoals het kwam

De Rosskopfs behoorden tot de gegoede middenklasse. Heleen was gewend aan bediendes in hun grote villa. Als jong meisje deed ze aan tennis en hockey en zat ze bij de scouting, altijd was er vertier en gezelligheid. Ze had veel vriendinnen op de hbs en kon prima opschieten met haar halfbroer Wilhelm, broer Thom en zus Annie. Tot haar achttiende was het leven zoet. De Tweede Wereldoorlog doorbrak alles. Wilhelm, de zoon uit het eerste Duitse huwelijk van haar moeder Dina Lennarz, was al voor het uitbreken van de oorlog in Duitsland onder de wapenen geroepen. Hij sneuvelde in 1941 aan het Oostfront in de Oekraïne.

Op de ski's in Oostenrijk. © Dana Ploeger

Onderduiken

Dat haar beide ouders van Duitse komaf waren, zorgde voor veel spanning. Ze werden onder druk gezet te kiezen voor de Duitsers, maar weigerden en namen juist gevluchte gezinnen in huis. Haar moeder schreef felle anti-Duitse brieven aan familie in Duitsland en haar vader redde in 1942 een medewerker en zijn vrouw, die naar Westerbork waren afgevoerd. Het boek dat daarover verscheen vervulde Heleen met gepaste trots. Heleen werkte in die jaren als verpleegkundige in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam en bij een bevriende notaris in Groningen. In 1944 moest haar vader mannen leveren om voor de Duitsers schuttersputjes te graven, maar ook dat weigerde hij. Het gezin moest onderduiken.

Op 20 september 1944 werd Nijmegen en het zuiden van Nederland bevrijd. Heleen werkte inmiddels in het Nijmeegse Wilhelminaziekenhuis en zag er de eerste gewonde Amerikaan binnenkomen. In die tijd trok ze veel op met haar vriend en verzetsman Piet Oosterlee. Samen maakten ze veel fietstochten, waarbij Piet pakjes afleverde bij diverse pastorieën. Hij onderhield contact met de geallieerde strijdkrachten en werd betrapt en gevangengezet. Bij een ontsnappingspoging werd hij doodgeschoten en zijn lijk werd waarschijnlijk door de Duitsers in de Waal gegooid.

Over het verlies van haar broer en Piet sprak Heleen nooit - velen wisten niet eens van het bestaan van broer Wilhelm af. Pas de laatste jaren vertelde ze enkele bekenden hoe moeilijk ze het daarmee had gehad. En over het moment dat ze een doos vol naziboeken erfde van haar familie in Duitsland. Ze doneerde alles gelijk aan het Duitse holocaustmuseum: die pro-Hitlerboeken wilde ze geen dag in huis hebben.

Heleen Rosskopf en haar mantelzorger Margret van de Bunte. © -

Avontuur

De oorlog werd een rode draad in haar leven en zorgde ervoor dat ze alles nam zoals het kwam. Na Piet werd ze nog weleens verliefd, maar tot een huwelijk kwam het niet. Heleen omringde zich met vrienden en vriendinnen. Met hen maakte ze vele reizen door Europa, zo ging ze al in 1953 skiën in Oostenrijk en trok ze het jaar erop liftend door Frankrijk. Heleen was nooit bang en zag overal een avontuur in.

Later zag ze Margret van de Bunte als de dochter die ze zelf nooit had gehad

Heleen leefde voor haar werk en mocht in haar vrije tijd graag moderne romans lezen en het concertgebouw en de schouwburg bezoeken. Na haar pensioen verhuisde ze van Amsterdam naar een oude caravan in Elspeet, die ze had geërfd van een tante. Ze liet op dat stuk bosgrond een Fins houten huis bouwen, maar toen bleek dat ze er niet permanent mocht wonen, verhuisde ze naar Nunspeet.

Op de Veluwe voelde ze zich thuis en ze bouwde vlot een brede kennissenkring op. Ze werd actief in de huisvrouwenvereniging en bij de plaatselijke radioclub. Stilzitten zat er niet bij. Ze organiseerde etentjes en pianorecitals bij haar thuis, waarbij haar trouwe hulp en latere mantelzorger Margret van de Bunte veel hielp. Later zag ze haar als de dochter die ze zelf nooit had gehad.

Liftend door Frankrijk. © -

Vasthoudend

Toen haar gezondheid verslechterde, verhuisde ze naar een flat in Apeldoorn, vlak bij theater Orpheus. Met een vaste club vrienden bezocht ze maandelijks het CODA-museum. Ze nam computerles en ook hier trok ze weer mensen naar zich toe. De laatste jaren vond ze lastig. Ze stoeide met het lopen achter een rollator, ze werd doof en afhankelijk van anderen. Dan kon ze zo haar momenten hebben.

Ze wist goed wat ze wilde en haar vasthoudendheid was soms lastig voor de verzorgers bij revalidatiecentrum Randerode en later bij Villa Astra. Toch nam niemand haar dat echt kwalijk; het viel haar gewoon zwaar de regie uit handen te geven. "Tot tachtig is het leven prachtig, maar richting de honderd wordt het bedonderd", riep ze geregeld.

Dina Helena Rosskopf werd geboren op 24 oktober 1922 in Nijmegen, ze overleed op 13 oktober 2018 in Apeldoorn. Heleen Rosskopf werd 95 jaar.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Deel dit artikel

Maar als iemand zich ziek meldde en ze daar haar bedenkingen bij had, zei ze kordaat: “Je neemt maar een aspirientje.”

De oorlog werd een rode draad in haar leven en zorgde ervoor dat ze alles nam zoals het kwam

Later zag ze Margret van de Bunte als de dochter die ze zelf nooit had gehad