Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oer-Hollands molenaarsvak is cultureel erfgoed

Samenleving

Lidwien Dobber en Evu Guldemeester

Molenaar Arie Butterman aan het werk in de papiermolen De Schoolmeester in Westzaan. Butterman werkt al sinds zijn achttiende op de molen. © Jean-Pierre Jans
Update

De Unesco heeft vandaag bepaald dat het ambacht van molenaar de status krijgt van beschermd immaterieel cultureel erfgoed.

Het oer-Hollandse molenaarsvak komt op de lijst van beschermd immaterieel cultureel erfgoed van de Unesco te staan. Dat Nederland en molens - materieel erfgoed - bij elkaar horen weet men overal ter wereld. "Maar zonder molenaar draait de molen niet. Dan stond Nederland nu onder water en waren we nooit zo welvarend geworden. Dat vergeten mensen nog weleens", zegt Tom Kreuning, secretaris van het Gilde van Vrijwillige Molenaars, een van de vier grote molenaarsclubs in Nederland. Het ambacht van molenaar is het eerste immaterieel cultureel erfgoed dat Nederland binnenhaalt.

Lees verder na de advertentie

Aan de erkenning hangt geen zak met geld. Ze kost alleen maar geld, zegt Kreuning, want de Unesco wil wel dat molenaars het publiek voorlichten over het werk dat ze doen. En onderling moeten ze kennis uitwisselen, dus staat er voor 2020 al een internationale molenaarsconferentie gepland.

Kreuning: "Nederland heeft om de nominatie gevraagd. Veel van de technieken die molenaars gebruiken - planken zagen, olie slaan uit zaden - zijn in de zeventiende eeuw hier ontwikkeld. Maar erkenning geldt voor het ambacht van molenaar overal ter wereld." Zijn zoon, ook molenaar, bezocht eerder dit jaar Iran waar molens staan die dateren uit de zevende eeuw. "Die zijn nogal vervallen, maar in principe geldt de erkenning ook voor de molenaars daar."

Nog een verplichting die de VN-organisatie oplegt: molenaars moeten hun kennis doorgeven aan volgende generaties. En juist daar hoopt Kreuning dat plaatsing op de erfgoedlijst helpt. Zijn Gilde en drie andere verenigingen leiden al sinds de jaren '60 vrijwilligers op tot molenaar. Tweehonderd uur duurt die opleiding en minstens twee jaar. "Iedereen moet twee keer alle seizoenen meemaken. Het weer is enorm belangrijk voor een molenaar. Wat doe je als het stormt?"

De gemiddelde molenaarsleerling is zestig jaar, zegt Kreuning. "We hebben liever ook jongeren." En wellicht verleidt de aandacht die zo'n Unesco-erkenning meebrengt ook twintigers, dertigers en veertigers.

Zelf woont Kreuning in een molen in Oudijk, gemeente Alkmaar. Hij is arts en heeft een verloskundige praktijk. Zijn molen draait, maar land droogmalen doet die niet meer. Wordt hij gebeld voor een bevalling, dan zet hij zijn molen stil. Maar het Noord-Hollandse hoogheemraadschap heeft nog negentien molens in eigendom die wel helpen de voeten droog te houden, zegt hij. Zaagmolens, oliemolens, papiermolens en meelmolens, ze zijn er allemaal nog.

Nu de Unesco 'ja' heeft gezegd, gaan de molenaarsverenigingen hun leden vragen de molens in vreugd te zetten. Kreuning: "Als je ervoor staat, staan de wieken op vijf over zeven." Behalve in Brabant. Daar is dat juist in de rouw.

Tekst loopt verder na foto

Molenaar Arie Butterman weegt het vlas. © Jean-Pierre Jans

‘Zonde als het molenaarsambacht verdwijnt’

Molenaar Arie Butterman (63) van de Westzaanse papiermolen De Schoolmeester blijft nuchter onder de Unesco-erkenning. ‘Lijst of geen lijst, ik doe gewoon mijn werk.’

De Westzaanse papiermolen De Schoolmeester werd gebouwd in 1692 en sindsdien is er niet veel veranderd. De machinerie werkt nog, er hangt de geur van teer en hout en het is er donker. “Ik wil geen verlichting, want dat was er vroeger ook niet”, zegt Butterman terwijl de molen zijn werk doet op het ritme van de wind.

‘Lijst of geen lijst, ik doe gewoon mijn werk.’

Molenaar Arie Butterman (63) van de Westzaanse papiermolen De Schoolmeester

Op zijn achttiende begon Butterman in de molen en hij is nooit meer weggegaan. “De eenvoud, het ambacht en de techniek spraken mij aan. Deze molen werkt toch al 325 jaar!”, zegt hij. “Het is de laatst overgebleven windpapiermolen ter wereld.” De molen doet nog steeds hetzelfde: van stof papier maken. Voorheen werd het papier gebruikt om groente in te verpakken, tegenwoordig voor boekbindsels en posters.

Dat zijn ambacht op de Unesco-lijst voor immaterieel cultureel erfgoed komt, daar krijgt Butterman het warm noch koud van. “Lijst of geen lijst. Dat verandert niks. Ik blijf gewoon mijn werk doen.” Hij vindt het wel belangrijk dat de kennis over de molen voortleeft. Zodra hij erover praat, leeft hij op. Geen enkel detail ontbreekt in zijn verhaal. 

Hij wijst op het houten bankje bij de machines waar de molenaars tussen de middag uitrustten, vertelt dat ze voor die tijd een goede boterham verdienden, maar ook over de wijze waarop de mannen het papier met de hand schepten. En hoe ze bot geworden maalplaten met moker en beitel scherpten. “Alles ging met uiterste precisie. Niet iedereen kan zomaar molenaar zijn.”

Molenaar Arie Butterman weegt het vlas. © Jean-Pierre Jans

Hij vertelt ook over het werk van vrouwen en kinderen. “In het scheurhok moesten zij vodden sorteren en scheuren. De stoffen moesten van de kleinste vezeltjes worden ontdaan.” Dit gebeurde op de scheurbank die ook tegenwoordig is omringd door stoffen in allerlei soorten en maten. “Vroeger waren de stoffen sober van kleur. Nu zien we dat mensen kleurrijke stoffen gebruiken en daarom maken wij papier in verschillende kleuren.” Die vrouwen verdienden trouwens beduidend minder.

Niet altijd goede wind

Af en toe verheft hij zijn stem om boven het lawaai van de stampers uit te komen. Dat zijn grote palen die de stof fijnhakken. Hoe harder de wind waait, hoe sneller de stampers bewegen. “Men denkt in Nederland dat het eeuwig waait. Iedereen heeft altijd wind tegen op de fiets. Dat klopt niet hoor. Slechts één op de vier dagen staat er een goede wind.”

Een molen kan niet opboksen tegen de snelheid van fabrieken, dat weet Butterman ook wel. Toch zet hij zich in voor het behoud van de kennis over het vak. Naast zijn werk als molenaar ontvangt Butterman scholieren en andere bezoekers. Er was ook een wereld voor je geboorte, vertelt hij hen. “Als je wordt geboren dan is dat jouw wereld, maar er is meer”, zegt hij, doelend op de molens. “Het zou zonde zijn als het molenaarsambacht verdwijnt.”

Zorgen maakt Butterman zich niet over de toekomst van zijn molen. “Het is 99 procent zeker dat mijn zoon de molen overneemt”, zegt hij terwijl hij in zijn blauwe overall vierkante stukjes hout schuurt. “Dit is voor een volgend schoolbezoek. De kinderen maken er stempels van.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
‘Lijst of geen lijst, ik doe gewoon mijn werk.’

Molenaar Arie Butterman (63) van de Westzaanse papiermolen De Schoolmeester