Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vijf redenen waarom leraren zo weinig aanzien hebben

Home

Petra Vissers

Leraren in het basisonderwijs duikelden sinds 2006 van plek 42 naar 69 op de ‘beroepsprestigeladder’ uit het onderzoek, ver onder andere hoogopgeleide professionals als de verpleegkundige, makelaar of journalist © ANP

Leraren zijn niet bepaald de rocksterren aan het maatschappelijk firmament. De status van het beroep is laag en daalt voor het eerst in tientallen jaren, bleek deze week uit onderzoek van het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) en beleidsadviesbureau Ecorys.

Leraren in het basisonderwijs duikelden sinds 2006 van plek 42 naar 69 op de ‘beroepsprestigeladder’ uit het onderzoek, ver onder andere hoogopgeleide professionals als de verpleegkundige, makelaar of journalist. Universitair opgeleide leerkrachten in het voortgezet onderwijs glijden van plek 22 naar 43, de hbo-opgeleide leerkracht van 34 naar 50.

Lees verder na de advertentie
Salaris geldt als een van de indicatoren voor maat­schap­pe­lijk aanzien: wie veel verdient dwingt respect af

Een duidelijke verklaring is er niet, veel mogelijke verklaringen doen wel de ronde. Van feminisering van het beroep tot eindeloos gemopper in de media. Vijf onder de loep.

Leraren…

1. verdienen te weinig

Salaris geldt als een van de indicatoren voor maatschappelijk aanzien: wie veel verdient dwingt respect af. En leerkrachten verdienen te weinig, is een veelgehoorde klacht. Zeker in vergelijking met andere hoger opgeleiden. Voor het basisonderwijs klopt dat, zegt hoogleraar Frank Cörvers van het ROA. Het salaris van basisschooldocenten is lager dan dat van andere hbo’ers. Maar voor het voortgezet onderwijs snijdt dat argument geen hout. Afgestudeerde leerkrachten verdienen op middelbare scholen zo’n tien procent meer dan andere afgestudeerden met een hbo-diploma. Het startsalaris van bijvoorbeeld logopedisten of politieagenten ligt op een vergelijkbaar niveau en die staan hoger op de maatschappelijke prestigeladder.

2. zijn te vaak vrouw

Zodra beroepen worden overgenomen door vrouwen boeten die in aan status en salaris. Het is een oude wetmatigheid van de Franse econome Évelyne Sullerot die ook nu weer van stal wordt gehaald. In het basisonderwijs is bijna negentig procent van de leerkrachten vrouw en dat zou het aanzien van het beroep geen goed doen.

“We weten niet of de wet van Sullerot nog steeds geldt of dat er sprake is van een self-fulfilling prophecy”, reageert hoogleraar Yvonne Benschop, die aan de Radboud Universiteit onderzoek doet naar diversiteit en gender in organisaties. Maar de vraag stellen is hem deels beantwoorden. “Het feit dat we dit nu meteen roepen is al een diskwalificatie van vrouwen.”

Onderwijssocioloog Marc Vermeulen van Tilburg University gelooft niet dat feminisering van het beroep de lage status kan verklaren. “Feminisering is al zeker twintig jaar aan de gang”, zegt hij. Bovendien heeft ook het voortgezet onderwijs flink aan glans verloren en op middelbare scholen is de man-vrouw verdeling nagenoeg gelijk.

3. zijn te oud…

Het onderwijs is een vergrijzende sector. In 2016 was 36 procent van de basisschoolleerkrachten ouder dan vijftig, in het voortgezet onderwijs was dat veertig procent. “Ook dat kan een factor zijn”, zegt Cörvers. “Een beroep waar veel jonge mensen voor kiezen heeft meer elan”, zegt ook Vermeulen. Maar het blijft lastig om oorzaak en gevolg uit elkaar te trekken, zeggen beide mannen. Want misschien is het onderwijs wel zo vergrijsd omdat steeds minder jongeren leerkracht willen worden.

Als we met zijn allen zeggen dat het zo’n ver­schrik­ke­lijk vak is, gaat iedereen vanzelf denken dat het een ver­schrik­ke­lijk vak is

4. …en te laag opgeleid

“Veel beroepen hebben de afgelopen decennia een upgrade gehad”, zegt Vermeulen. Hij bedoelt: verpleegkundigen, journalisten en administratief medewerkers hebben steeds vaker een universitair diploma in plaats van een hbo-diploma. Ook het ROA ziet dat als mogelijke verklaring voor de lagere status van leerkrachten. De universiteiten hebben volgens Vermeulen een belangrijke opdracht laten liggen. Pas in 2013 lanceerden die gezamenlijk een plan om meer leraren universitair op te leiden, ook voor het basisonderwijs. Dat werpt niet onmiddellijk vruchten af, zegt Cörvers. “Maar het is ook te vroeg om te concluderen dat het niet werkt.”

5. of mopperen te veel

Eigenlijk kan Vermeulen maar één verklaring bedenken voor de lage status van leraren: “We praten al erg lang, erg klagerig over het onderwijs. Er is veel publiek gemopper.” Iedereen doet daar aan mee: de mondige hoogopgeleide ouder, de politiek, de media maar ook de leerkrachten zelf. “We hebben het over een beroepsgroep die regelmatig zuur reageert”, zegt Vermeulen.

Uit het ROA-onderzoek van deze week blijkt niet alleen dat leraren een lage status hebben, ze schatten hun eigen status ook nog eens lager in dan nodig. “Waarom dat zo is, is ons ook een raadsel”, zegt Cörvers.

Af en toe mag de beroepsgroep wat meer een ‘niet lullen maar poetsen mentaliteit’ omarmen, zegt Vermeulen. “Als we met zijn allen zeggen dat het zo’n verschrikkelijk vak is, gaat iedereen vanzelf denken dat het een verschrikkelijk vak is.”

Deel dit artikel

Salaris geldt als een van de indicatoren voor maat­schap­pe­lijk aanzien: wie veel verdient dwingt respect af

Als we met zijn allen zeggen dat het zo’n ver­schrik­ke­lijk vak is, gaat iedereen vanzelf denken dat het een ver­schrik­ke­lijk vak is