Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vier oplossingen om het lotingleed voor brugklassers te stoppen

Samenleving

Petra Vissers

© Nanne Meulendijks

Middelbare scholieren in de grote steden kunnen lang niet altijd naar de school van hun keuze. Hieronder vier ideeën om iets te doen aan het lotingcircus.

Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen: in de grote steden lopen achtste-groepers en hun ouders als een bezetene de open dagen af van middelbare scholen. Nu begint het grote kiezen en, daarna, het grote wachten. Want in de steden kunnen lang niet alle leerlingen naar de school van hun keuze. Er wordt geloot, in de ene stad intensiever dan in de andere.

Lees verder na de advertentie

In Amsterdam moeten leerlingen twaalf middelbare scholen op volgorde van voorkeur zetten. In Haarlem bijvoorbeeld zijn dat er vijf, in Groningen of Utrecht wordt per school geloot. In protocollen en plaatsingswijzers spreken basisscholen en middelbare scholen af hoe ze dat precies doen. Afhankelijk van de gemeente moeten kinderen en ouders hun voorkeuren de komende weken opgeven, de meeste steden publiceren de lotinguitslagen begin april.

Dat zorgt elk jaar voor teleurstelling en tranen. Het blijkt simpelweg niet mogelijk ieder kind op de school van zijn eerste voorkeur te plaatsen. De definitieve oplossing is nog niet gevonden. Maar is er íets te doen aan het lotingcircus voor middelbare scholen? Vier ideeën.

1. Zorg voor grotere scholen...

Dit klinkt logisch. Als er te weinig ruimte is op een school, zorg dan dat die kan groeien. Maar zo gemakkelijk is dat niet. "Het is een dure oplossing", zegt hoogleraar onderwijssociologie Sietske Waslander. Het probleem is namelijk niet zozeer dat er te weinig plekken zijn, maar dat er te weinig plekken zijn op een aantal populaire scholen.

Het probleem is dat er te weinig plekken zijn op een aantal populaire scholen

Om iedereen te kunnen plaatsen op de school van zijn eerste voorkeur moet een gemeente meer plekken creëren dan er leerlingen zijn, zegt ze. En dat betekent: lege klaslokalen en onderwijsgeld dat naar gebouwen gaat, en niet naar leerlingen.

Op een andere manier zou deze oplossing wel kunnen werken, zegt hoogleraar econometrie Bas van der Klaauw. Hij analyseert en evalueert het lotingbeleid in Amsterdam en onderzoekt dit in andere regio's. "In Amsterdam is een probleem dat er ontzettend veel scholen zijn die allemaal niet heel groot zijn", zegt hij. In regio's met meer grote scholen wordt volgens hem minder heftig geloot dan in de hoofdstad. "Het spreidt dan allemaal net wat makkelijker uit."

2. ... of juist kleinere scholen

Ouders en kinderen hebben een voorkeur voor kleine scholen, leert de ervaring. Dus, zegt onderwijswethouder Jorrit Eijbersen van de gemeente Bunnik, moeten grote scholen misschien meerdere kleinere vestigingen krijgen. Bijvoorbeeld in zijn dorp. Omdat er in het nabijgelegen Utrecht genoeg voortgezet onderwijs is, wil het ministerie niet betalen voor een school in Bunnik.

Komt er een nevenvestiging van een andere school dan is dat fijn voor de kinderen die dichterbij naar school kunnen en neemt de concurrentie om een plekje in Utrecht af. Eijbersen: "Vanuit meerdere gemeentes zouden we samen met schoolbesturen moeten kijken: waar is het logisch om een dependance neer te zetten?"

Welbeschouwd groeit een school met deze oplossing natuurlijk ook. Alleen dan ergens anders op de kaart. En scholen hebben er niet altijd belang bij om groter te worden, zegt Waslander. Een school dwingen te groeien of en dependance te openen kan eigenlijk niet, omdat de meeste gemeenten het bestuur van scholen al lang niet meer in handen hebben.

3. Creëer meer gemengde scholen

In Amsterdam willen vwo'ers niet met havisten naar school, havisten niet met vmbo'ers en de vmbo'ers op de theoretische leerweg niet met kaderleerlingen, zegt Van der Klaauw. Ook dat zorgt voor gedoe want een leerling die in principe op tien scholen een havo-opleiding kan volgen, wil daardoor net naar die ene school waar niet ook een vmbo-afdeling zit.

Een geweldige vmbo-school is voor een uitgelote vwo'er geen serieus alternatief

Sietske Waslander, hoogleraar onderwijssociologie

"Het ministerie laat niet toe dat scholen selecteren welke leerlingen geschikt zijn voor categoraal onderwijs en welke beter naar een gemende brugklas zouden kunnen."

Nederlandse scholen verdelen hun leerlingen jonger dan in andere landen over verschillende niveaus. Daardoor kunnen kinderen, meer dan in andere landen, een hele specifieke keuze maken, zegt ook Waslander. "Een geweldige vmbo-school is voor een uitgelote vwo'er geen serieus alternatief. Andersom geldt hetzelfde. Dat maakt de Nederlandse situatie complex." Wanneer alle kinderen de eerste jaren samen naar school gaan, kan elke leerling in principe overal terecht.

Engels op een gymnasium. Nederlandse scholen verdelen hun leerlingen jonger dan in andere landen over verschillende niveaus. Foto: Werry Crone

4. Laat scholen weer selecteren

Sinds 2015 mogen middelbare scholen leerlingen niet meer selecteren op de scores van hun eindtoets. Het basisschooladvies is doorslaggevend. Opvallend fenomeen: sinds dat zo is, is het percentage vwo-adviezen flink toegenomen maar het aantal testscores dat wijst op een vwo-advies niet. Meer kinderen dan voorheen schrijven zich daardoor in op vwo-scholen, zegt Van der Klaauw, waardoor er meer geloot moet worden.

"Kinderen die voorheen misschien in een havo/vwo brugklas zaten of op het gewone vwo, kunnen in principe nu allemaal naar een categorale school", zegt hij. "Daardoor worden kinderen met een echt hoge citoscore, van soms wel 550, uitgeloot."

Wanneer scholen weer extra eisen zouden mogen stellen, wordt in ieder geval voor die scholen het lotingscircus beperkt. Dat zou wel betekenen dat achtste-groepers eerder in het jaar hun eindtoets moeten maken.

Bunnik: desnoods naar de rechter vanwege voorrang Utrechtse leerlingen

Kinderen die in Utrecht wonen krijgen voorrang bij de loting voor Utrechtse middelbare scholen. Niet eerlijk, vindt onderwijswethouder Jorrit Eijbersen. Volgens hem hebben leerlingen uit Bunnik geen kans om op de Utrechtse school van hun eerste keus terecht te komen. Dat voelt met name oneerlijk omdat in de gemeente Bunnik geen middelbare school staat. Daar betaalt het ministerie van onderwijs niet voor, omdat er genoeg voortgezet onderwijs is in het nabijgelegen Utrecht. Eijbersen: "Dat vind ik zo raar".

Hij is nu in overleg met de schoolbesturen om de regels aan te passen. Lukt dat niet, dan is hij "bereid dit juridisch uit te zoeken".

De Povo, de werkgroep die in Utrecht de overgang van primair naar voortgezet onderwijs regelt, benadrukt dat Utrechtse kinderen al jaren voorrang krijgen op Utrechtse scholen. 

De situatie in Bunnik is "een punt van overweging om de toelating tot Utrechtse middelbare scholen opnieuw te bezien", zegt  een woordvoerder van PCOU Willibrord, een stichting met 41 scholen in Utrecht. Maar dat gaat voor komend schooljaar nog niet lukken, voegt ze daar aan toe.

Lees in dit verhaal  over een andere oplossingen voor problemen bij loting en  hier over de weerstand die het bij ouders oproept.  Lees hier hoe  hoogopgeleide Amsterdamse ouders woest worden als hun kind niet op de juiste school belandt. 

Deel dit artikel

Het probleem is dat er te weinig plekken zijn op een aantal populaire scholen

Een geweldige vmbo-school is voor een uitgelote vwo'er geen serieus alternatief

Sietske Waslander, hoogleraar onderwijssociologie