Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Veganist Tobias Leenaert vindt dat veganisten wat liever moeten zijn voor andere mensen

Samenleving

Marco Visscher

Tobias Leenaert (1973), oprichter van EVA, de vegetarische organisatie achter onder meer Donderdag Veggiedag. Hier poseert hij met zijn vegetarische kat Sushi, die allergisch voor vlees is. © www.sanderdewilde.com
Interview

Zolang veganisten zich star blijven opstellen, zullen zij hun nobele doel niet bereiken, meent Tobias Leenaert. Hij pleit voor mild pragmatisme.

Met zijn levensstijl probeert Tobias Leenaert, waar mogelijk, lijden voor mens en dier in de wereld te vermijden. Zo’n twintig jaar geleden zwoer hij alle vlees, vis, zuivel, eieren en andere dierlijke producten af. Hij studeerde nog aan de Universiteit Gent toen hij overtuigd veganist werd. Leenaert stond daarop aan de basis van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief), dat onder organisaties rondom vegetarisme is uitgegroeid tot de nummer twee van Europa, en de enige ter wereld is met structurele overheidssubsidie. Tot twee jaar geleden was Leenaert aan EVA verbonden als directeur.

Lees verder na de advertentie

Maar terwijl zijn levenswijze kan rekenen op steeds meer begrip om hem heen, en terwijl de markt ruim tegemoet lijkt te komen aan zijn morele bezwaren, moeten veganisten zich volgens Leenaert ernstig bezinnen op hun strategie. Daarom schreef hij ‘How to Create a Vegan World’, met een voorwoord van de befaamde filosoof Peter Singer. In het boek oppert Leenaert een pragmatische strategie, die door een deel van zijn geestverwanten evenwel hevig wordt bekritiseerd.

Wat doen veganisten volgens u verkeerd?
“Stel, ik kom bij u eten en u hebt speciaal voor uw veganistische gast een lasagne klaargemaakt, denkend dat u daarmee goed zat. Stel nu dat u onwetend lasagnevellen heeft gebruikt met ei erin. Veel veganisten, zo weet ik, zullen uw lasagne daarom weigeren en aan u vertellen hoe het precies zit. Wat is het gevolg? U zult denken dat alle veganisten star zijn, dat ze een onhaalbaar doel nastreven en dat hun keuze hen voortdurend in ongemakkelijke situaties brengt.”

Laten we van de regels geen doel maken

Tobias Leenaert

U zou mijn lasagne zonder gesputter opeten?
“Ja, want ik doe er geen extra kwaad mee, en bovenal komt het niet alleen onze relatie ten goede, maar ook uw houding ten opzichte van het veganisme. Het zou beter zijn als we iets ontspannener zijn in ons veganisme. Laten we van de regels geen doel maken. Het uiteindelijke doel blijft lijdensvermindering.”

Hameren veganisten misschien te veel op het dierenleed?
“Ja, en dat wekt veel weerstand op. Vleeseters menen dat zij minderwaardig worden gevonden, wat weer afstand veroorzaakt. We moeten beseffen dat de meeste vleeseters heus wel wíllen dat de dieren een goed leven hebben gehad voordat zij werden gedood, maar wéten dat dit in de praktijk niet het geval is. Zij voelen zich daar een beetje schuldig over. Wij veganisten hoeven er in een gesprek niet nog een schepje bovenop te doen. Wij zouden juist de mensen moeten zijn met wie je openhartig en eerlijk kunt praten over die innerlijke worsteling zonder je nog slechter te voelen.”

Waarom kunnen veganisten die brug zo moeilijk slaan?
“Er is onder veganisten sprake van veel empathie voor dieren, maar niet altijd evenveel voor mensen. Niet dat veganisten kwaadaardig zijn, maar zij denken te veel vanuit hun eigen positie. Toch is het voor activisten en wereldverbeteraars belangrijk om te kijken door de bril van een ander. Hoe sterker je ideologie, hoe meer overtuigd je raakt van het eigen gelijk, dus hoe minder je open gaat staan voor anderen. Veganisten zijn bij uitstek overtuigd van hun eigen gelijk. Dat is ook terecht, want wij hebben goede argumenten. Het probleem is dat we vergeten te luisteren. We menen de waarheid in pacht te hebben. We hebben zoveel te vertellen. En we hebben al zo vaak de bezwaren van vleeseters gehoord, dat we niet langer luisteren.”

Wat is dan de beste aanpak?
“Je past je verhaal aan naar gelang wie je voor je hebt. Niet iedereen is geïnteresseerd in dierenrechten, maar mogelijk wel in de effecten van veeteelt op milieu en klimaat, of in de gevolgen voor hun gezondheid. Je kunt ook je overtuigingsstrategie eens helemaal achterwege laten en eerst proberen om gedrag te veranderen. Veganisten gaan ervan uit dat ze eerst informatie moeten geven, zodat mensen daarna hun attitude rondom dieren veranderen, waarna ze uiteindelijk hun gedrag gaan aanpassen. Dat is mogelijk, maar in de gedragspsychologie zien we dat het ook anders kan: inspireer mensen eerst om minder vlees te eten, om welke reden dan ook, en u zult zien dat het daarna makkelijker voor hen wordt om hun houding te veranderen. Laten we niet vergeten dat er grote consequenties zitten aan de aanvaarding van onze argumenten over dierenleed. Mensen zijn nu eenmaal steakholders, met e-a-k, dus zij laten zich niet snel overtuigen dat ze moeten ophouden vlees te eten.”

Sterker, de mens is van nature toch een vleeseter?
“Van nature heeft de mens ook gemoord: dat wil toch niet zeggen dat we het daarom moeten goedkeuren? Wij zijn er om onze natuur te overstijgen. Vandaag zijn we perfect in staat om geen vlees te eten of dierlijke producten te gebruiken, en het heeft nog bewezen voordelen ook.” 

Een veganistische wereld klinkt heel ambitieus, maar dat is wel het doel

Tobias Leenaert

Een veganistische wereld: niets minder is het ideaal in uw boektitel. Ligt die lat niet wat te hoog?
“Maximale reductie van dierlijke producten moet het streven zijn. Een veganistische wereld klinkt heel ambitieus, maar het is wel degelijk het doel dat wij ons stellen.”

De tekst gaat verder onder de foto

© www.sanderdewilde.com

Dat vraagt om een morele revolutie. Zoiets kost tijd.
“Het hoeft niet zo te gaan. Kweekvlees kan al in de nabije toekomst een interessante rol spelen. Het is echt vlees: niet van dode dieren, maar gemaakt op basis van dierlijke cellen. Er wordt momenteel veel in geïnvesteerd, zodat technische obstakels in de komende jaren kunnen worden overwonnen. Hoe beter en smakelijker de alternatieven zijn, hoe gemakkelijker het zal worden om anderen te motiveren om minder dierlijke producten te gebruiken. Kweekvlees zou de technologische revolutie kunnen zijn die de morele revolutie kan inleiden en bespoedigen.”

De mensen aan de ideologische kant zijn toch doorgaans huiverig voor technologische innovaties?
“Klopt. Zij willen een oplossing die niet komt vanuit technologie, maar vanuit idealisme. Maar maakt het werkelijk uit of de techniek of een attitudeverandering eerder komt? Hoe dan ook zal het een tot het andere leiden. Als er eenmaal dankzij de techniek goede alternatieven beschikbaar zijn, zal het makkelijker worden om meer te geven om dieren en de planeet.”

In de supermarktschappen liggen stapels vleesvervangers. In de steden zijn veganistische eettentjes helemaal hip. De veganist is aan de winnende hand!
“Ja, het gaat goed. Maar laten we waken voor wishful thinking. Het aandeel mensen dat zich veganist of vegetariër noemt, blijft al jaren steken op zo’n 1 of 2 procent. De groei van vleesvervangers en veganistische eettentjes is vooral te danken aan flexitariërs. Deze vleesverminderaars spelen een cruciale rol. Anders dan veganisten vormen flexitariërs een grote, interessante groep met invloed op de markt. Zij zijn het die de vraag naar alternatieven stuwen, zoals groenteburgers en sojamelk. Bovendien hebben zij effect: samen sparen de flexitariërs meer dieren uit dan alle veganisten bij elkaar.”

Is er onder veganisten dan alom waardering voor flexitariërs?
“Nee, niet echt. Veel veganisten redeneren dat je door één dag in de week vegetarisch te eten feitelijk goedkeurt dat je voor de zes andere dagen in de week dieren laat doden en opeet. In hun argumentatie voeren zij aan dat het ook niet ethisch juist is om één dag in de week géén slaven te houden. Dat is trouwens een onzinnige redenering: vleeseten is niet illegaal en wordt gedaan door 98 procent van de bevolking. Of zij zeggen dat je niet behoort te ijveren voor ruimere kippenhokken en meer vrije uitloop, dat leidt de aandacht maar af van het feit dat deze dieren helemaal niet in een hok horen en niet mogen worden ingezet voor onze consumptie. Maar hoewel we natuurlijk moeten pleiten voor hun bevrijding, lijkt me iedere verbetering in hun leven óók belangrijk.”

Hoe herkennen we bij onszelf of we ideologisch of pragmatisch zijn in onze overtuigingen?
“Stel, u bent veganist en ik geef u 100.000 euro om een biefstukje te eten, waarbij zij aangetekend dat u het geld kunt gebruiken om veganistische organisaties te steunen. Gaat u het vlees eten of niet? Sommigen zullen volhouden dat het tegen hun principes is en dat dit een grens is die zij niet zullen overschrijden. Ik heb respect voor die opstelling, maar ik denk niet dat ze productief is, want voor je doelstelling kun je meer goeds betekenen als je de biefstuk wél eet.”

U suggereert dat u binnen de beweging een uitzonderlijke positie inneemt. Toch begint uw boek met steunbetuigingen van internationaal vooraanstaande veganisten.
“Dat zijn mensen die op een hoog niveau werken bij organisaties voor veganisme of dierenrechten. Dat is niet toevallig. Organisaties zoeken samenwerking en sluiten compromissen om iets te bereiken. Daarom zijn ze per definitie pragmatischer dan de individuele activisten die thuis aan de computer laten zien aan anderen hoe strikt zij in de leer zijn.

“Deze veganisten menen dat anderen respect voor hen zullen hebben wanneer ze superconsequent zijn in hun keuzes. Dat zal deels best zo zijn, maar het schrikt ook heel veel mensen af, omdat het zo rigide en restrictief is. Om succesvol te zijn, moet je blijven kijken naar hoe je steun verwerft voor je einddoel, niet naar de regeltjes.”

Zijn veganisten volgens u te dogmatisch?
“Vaak wel. In onze beweging is er zeker sprake van hardnekkig vasthouden aan standpunten die niet meer worden onderzocht of betwijfeld. Dat is elders ook een probleem.”

Bedoelt u in religieuze bewegingen? De milieubeweging?
“Beide. Ideologie leidt tot een gebrek aan rationaliteit en tot groepsdenken. De denkbeelden worden onderdeel van je identiteit. Dat is bij veganisten overigens nog veel sterker dan bij mensen die zich groen of duurzaam noemen, vermoedelijk omdat het niet altijd zo duidelijk is in hoeverre een keuze milieuvriendelijk is.

“Bij veganisten is die keuze daarentegen heel scherp: een product is dierlijk of niet. De identiteit wordt vervolgens heel nauwgezet bewaakt, om verwatering te voorkomen.”

Eigenlijk vind ik het begrip veel beter bruikbaar voor producten of gerechten dan voor mensen

Tobias Leenaert

Op uw website en in uw boek noemt u zichzelf wel veganist.
“Ja, dat klopt, maar eigenlijk vind ik het begrip veel beter bruikbaar voor producten of gerechten dan voor mensen. Ik pleit voor enige flexibiliteit met het begrip. Het is opvallend tot hoeveel kritiek dat leidt. Veel mensen voelen zich kennelijk veilig bij een strikt binaire indeling. Maar zodra je je identificeert met een groep, vernauw je je denken, want dan zit je vast aan bepaalde regels, gedragingen en overtuigingen, die erop lijken te zijn gericht om anderen buiten te houden.”

Zegt u nu eigenlijk dat veganisten een marginale splintergroep willen blijven?
“We zien in elk geval de neiging om te voorkomen dat andere mensen die in onze richting opschuiven zich al te snel veganist gaan noemen. Voor de puristen is een veganist iemand die geen dierlijke producten gebruikt en geen producten waarbij dierlijke ingrediënten zijn gebruikt, punt. Maar stel, u bent iemand die ons doel om dieren niet langer te ge- of misbruiken voor onze consumptie volledig steunt, maar eens per jaar bent u op bezoek bij uw grootmoeder, waar u haar traditionele rijstepap eet. Wat mij betreft mag u zichzelf nog altijd veganist noemen. Het zou overdreven tribaal zijn om u uit te sluiten, en toch is dat wat veel andere veganisten voortdurend doen.

“Als we ons blijven groeperen rondom onze identiteit, leidt het alleen maar tot meer polarisatie. We kunnen beter inclusief zijn. Want uiteindelijk streven wij niet naar een veganistisch clubje, maar naar een veganistische wereld.” 

Tobias Leenaert (44) is mede-oprichter van het Vlaamse EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief), bedenker van de ‘dierenteller’ die berekent hoeveel dieren je levensstijl mogelijk maken. Door EVA heeft Gent een officiële ‘veggiedag’ (ook op school, tenzij ouders bezwaar maken). Afgelopen zomer verscheen Leenaerts boek ‘How to Create a Vegan World: A Pragmatic Approach’ (voorwoord door filosoof Peter Singer).

Deel dit artikel

Laten we van de regels geen doel maken

Tobias Leenaert

Een veganistische wereld klinkt heel ambitieus, maar dat is wel het doel

Tobias Leenaert

Eigenlijk vind ik het begrip veel beter bruikbaar voor producten of gerechten dan voor mensen

Tobias Leenaert