Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Veel vraag, te weinig nieuwbouw

Samenleving

Jeannine Julen

De bouw kampt sinds de kaalslag in de crisis nog altijd met een tekort aan personeel. © Hollandse Hoogte / Frank de Roo

Jaarlijks moeten er 80.000 woningen bijgebouwd worden, maar de bouwsector blijft steken op 50.000. Marktpartijen leggen vandaag aan de Tweede Kamer uit hoe dat komt.

Bouwvakkers hebben het drukker dan ooit, te-koopbordjes hangen in de grote steden niet langer dan twee weken aan het raam en Randstedelijk Nederland worstelt zich tijdens elke bezichtiging door overvolle open huizen. Ondanks de grote vraag naar woningen lukt het marktpartijen moeilijk in de woonbehoefte te voorzien. Waar er per jaar 80.000 woningen nodig zijn, blijven bouwbedrijven, projectontwikkelaars en corporaties steken op zo'n 50.000. Vandaag gaat de Tweede Kamer erover in beraad.

Lees verder na de advertentie

Taboe

Waarom lukt het niet genoeg woningen bij te bouwen? Volgens Jan Fokkema heeft dat vooral te maken met het taboe op buitenstedelijk bouwen. Nog steeds sturen provincies vooral aan op het bouwen binnen de stad, zegt de directeur van branchevereniging Neprom voor projectontwikkelaars en beleggers. "Bouwen in de stad is noodzakelijk. Maar daar gaan we het niet mee redden. Voordat de eerste paal geslagen is, ben je soms wel tien jaar verder."

Fokkema kent de voorbeelden uit de praktijk. Bedrijven op het bouwterrein die niet willen vertrekken. Omwonenden die niet accepteren dat hun volkstuintjes plaats moeten maken voor nieuwe woningen en een procedure aanspannen. Of projecten die uiteindelijk niet doorgaan omdat een bestemmingsplan meer openbaar vervoer eist, wat de gemeente weer niet kan verwezenlijken.

Pro­ject­ont­wik­ke­laars bouwen liever aan de randen van steden, waar het openbaar vervoer redelijk is, de snelweg dichtbij en het winkelcentrum op afzienbare afstand

Veel liever bouwen projectontwikkelaars dan ook aan de randen van steden. Daar waar het openbaar vervoer nog redelijk goed is, de snelweg dichtbij is en het winkelcentrum op afzienbare afstand. "Maar sommige gemeenten mogen daar geen toestemming voor geven", zegt Fokkema. "Veel provincies zien liever dat open ruimtes niet worden volgebouwd. Dat is een politieke keuze."

Diezelfde politieke keuze maakt ook dat er soms gaten vallen in de woningbouwplannen van provincies en gemeenten, ziet de Neprom-directeur. "Niet alle bouwplannen staan vast. Sterker, het merendeel vertraagt. Eigenlijk zouden provincies dus ruimer moeten plannen om het bouwtempo erin te houden. In de praktijk gaat het echter niet zo."

Na-ijleffect van de crisis

Toch zijn marktpartijen zelf ook debet aan het lage bouwtempo, nuanceert senior onderzoeker Edwin Buitelaar van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het na-ijleffect van crisis noemt de onderzoeker het. Voor de crisis in 2007 kochten ontwikkelaars nog dure stukken grond om op te bouwen, maar daarna daalden de huizenprijzen rap. Hun woningbouwambities voor dat stuk grond leverden plots een stuk minder op en dus staakten ze hun plannen. "Pas nu de woningmarkt aantrekt, durven ze weer te bouwen."

Maar ook dan gaat niet alles van een leien dakje. De bouw kampt na een kaalslag in de crisis met een tekort aan personeel. Veel bouwbedrijven gingen failliet en de bedrijven die over zijn, slagen er niet altijd in al het benodigde bouwmateriaal op tijd te leveren. Daar komt ook nog eens bij dat projectontwikkelaars het liefst gefaseerd bouwen. "Als een bedrijf heel veel woningen tegelijkertijd aflevert, gaat de prijs naar beneden. Dat is nadelig voor de winst van ontwikkelaars."

Hoe het bouwtempo op te schroeven, vindt Buitelaar moeilijk om te zeggen. "Dat is van te veel factoren afhankelijk die je niet zomaar aan of uit kunt zetten." Wel adviseert hij: pin je als bedrijf of overheid niet vast aan een specifiek aantal bij te bouwen woningen. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende weliswaar dat er jaarlijks 80.000 woningen per jaar moeten worden bijgebouwd om in de woonbehoefte te voorzien, maar, zegt Buitelaar, dat is alleen als het Nederland economisch voor de wind gaat. Of die behoefte de komende jaren zo groot blijft, hangt af van het verloop van de economie, de groei van de bevolking en maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Pro­ject­ont­wik­ke­laars bouwen liever aan de randen van steden, waar het openbaar vervoer redelijk is, de snelweg dichtbij en het winkelcentrum op afzienbare afstand