Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Unitonderwijs: 55 kids in 1 megaklas, is dat goed nieuws?

Samenleving

Amber Dujardin

Op het Herbert Vissers College zitten 55 kinderen van verschillende niveaus in één ‘megaklas’. © Patrick Post

Een kwart van de middelbare scholen organiseert het onderwijs nu anders dan vijf jaar geleden. Ook basisscholen experimenteren. In opkomst is het unitonderwijs, waarbij groepen van soms wel honderd kinderen worden bestierd door een team van leraren. ‘Er is wel wat scepsis.’

Een rood visje maakt zich los uit een school zwarte exemplaren en zwemt eigenwijs de andere kant op. Think different, staat er boven het tafereel op de muur van het Herbert Vissers College. Eronder hangt een foto van Pippi Langkous met haar favoriete slagzin: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Lees verder na de advertentie

De decoratie in de nieuwe, extra grote klas van de scholengemeenschap in Nieuw-Vennep laat er geen twijfel over bestaan: hier wordt gepionierd. Naast de reguliere klassen heeft de school dit jaar een megaklas ingericht met 55 kinderen van alle niveaus. De brugklassers volgen geen vakken in verschillende lokalen volgens het ritme van de bel, maar hebben een grote eigen ruimte tot hun beschikking. Aan weerszijden van de centrale plaza bevinden zich de genius room, de study room en een soort tussenruimte, zodat de grote groep uiteen kan waaieren om in groepjes of alleen te werken.

Iedere ochtend begint de klas in drie groepjes met een ‘check-in’ door hun coach, waarbij de kinderen iets persoonlijks of het nieuws bespreken. Als Evert-Jan Oppelaar vraagt wie er iets wil vertellen, schieten meerdere vingers de lucht in. “Ik ben pas om drie uur in slaap gevallen, want mijn kussen lag niet lekker”, zegt Dewi (12), een meisje met lang blond haar en een T-shirt met de tekst ‘be your beautiful self’. Heeft ze misschien een ander kussen geprobeerd? Dewi zucht. “We hebben thuis drieduizend kussens, maar ze liggen allemáál niet lekker.”

Als ook een paar andere kinderen hun muizenissen hebben gedeeld – meer slapeloze nachten, een naderend verjaardagsfeestje – gaat Oppelaar over tot de orde van de dag. Die bestaat vandaag uit drie onderdelen. Eerst werken de kinderen in hun eigen volgorde aan Engels, wiskunde en biologie. Na de kleine pauze volgt een toets Nederlands, en ’s middags mogen ze een project bedenken. Dewi’s vinger schiet opnieuw de lucht in. “Wij hebben al een plan bedacht”, zegt ze enthousiast. “We gaan geld inzamelen voor nieuwe banken in de klas.”

Lerarentekort

Het HVC is niet de enige school die experimenteert met zogeheten unitonderwijs: een extra grote klas die bestierd wordt door een team van leraren en assistenten (zie kader). Een kwart van de middelbare scholen organiseert het onderwijs nu anders dan vijf jaar geleden, schat het ministerie van OCW op basis van verschillende onderzoeken. Die veranderingen zijn deels ingegeven door het lerarentekort, maar vaak ook door didactische redenen, zegt Ilona de Ruijter, woordvoerder van minister Slob (basis- en voortgezet onderwijs). 

“Sommige scholen kiezen er bewust voor om te werken in grotere groepen, bijvoorbeeld in units van vijftig leerlingen”, zegt De Ruijter. “Daardoor ontstaat er ruimte om te werken in kleine groepen van verschillende niveaus of met individuele leerlingen.”

Eén leraar frontaal voor een groep kinderen weerspiegelt het traditionele beeld van onderwijs; dat wordt hiermee doorbroken

Ad Veen,PO-Raad

Ook basisscholen experimenteren met extra grote klassen. “We kunnen het niet staven met actuele cijfers, maar er zijn tientallen scholen die het overwegen of al toepassen”, zegt Ad Veen van de PO-Raad, die de belangen behartigt van basisscholen. “We schatten dat er in Nederland een kleine dertig basisscholen werken met dit concept.” Volgens Veen speelt de onderwijsideologie bij die keuze de hoofdrol. “Eén leraar frontaal voor een groep kinderen weerspiegelt het traditionele beeld van onderwijs. Dat wordt hiermee doorbroken. Kinderen kunnen in kleinere groepen, vaak meer op maat onderwijs krijgen. En ook de personele bezetting wordt anders ingevuld.”

Hij benadrukt dat een megaklas en ‘unitonderwijs’ twee verschillende dingen zijn. Megaklassen worden vaak tijdelijk en vanwege een lerarentekort neergezet. Daar zit vaak geen onderwijsconcept achter, anders dan een probleem snel oplossen. “Het is pijnlijk als dat ondoordacht wordt ingevoerd op plekken waar een nijpend tekort aan leraren is. Unitonderwijs werkt echter vanuit een concept en filosofie en stelt ook eisen aan de inrichting van het lokaal. Daar worden muren uit de school gebroken en de totale inrichting aangepast.”

Alleen gym en sommige instructies doen de leerlingen klassikaal, de rest gebeurt in kleinere groepjes

Zo ook op het Herbert Vissers College, waar de leerlingen van deze klas naar believen kunnen werken in een grote ruimte, verdeeld in drie lokalen die allemaal met elkaar in verbinding staan. Vaste plekken zijn er niet. Een vaste taakvolgorde evenmin. Alleen gym en sommige instructies doen ze klassikaal, de rest van de opdrachten in kleinere groepjes. 

Het is een stuk leuker dan de basisschool, zegt Valentijn (12), een blonde jongen met een smetteloos wit overhemd die alleen in een hoekje zit. De grootte van de klas doet hem weinig. Hij werkt graag alleen. “Maar hier krijgen we veel vrijheid. Het leukst vind ik wiskunde, Engels en Frans.” 

Ook Dewi vindt het een hele fijne klas. Met het wegbrengen van lege flessen wil ze geld ophalen om het lokaal nog gezelliger te maken met banken en een poef, zegt ze prutsend aan een passer voor haar wiskundetoets. “Ik heb al twintig euro opgehaald.”

Vrijere aanpak

Dat leerlingen zich bemoeien met dingen als de inrichting en hun eigen beloningssysteem, is alleen maar goed, vinden de docenten. Ook zij zijn gebaat bij een vrijere aanpak, zegt Annelien Jonkman, die wiskunde geeft. Door samen met andere leraren een klas te bestieren, is haar werkplezier er de laatste weken aanmerkelijk op vooruitgegaan. “Als leraar sta je de hele dag een product te verkopen dat niemand wil hebben”, verzucht ze. “Ga er maar eens aan staan. Het samenwerken met andere docenten is dan zoveel prettiger. Ik geef nu alleen nog les aan deze klas.”

Het gebrek aan personeel dwingt scholen om op een andere manier naar het onderwijs en de organisatie daarvan te kijken, schreef de VO-raad eerder dit jaar. Toekomstbestendig onderwijs, flexibiliteit en het aantrekkelijker maken van het beroep kunnen helpen om het lerarentekort terug te dringen. Een directe oplossing voor het lerarentekort biedt deze onderwijsvorm echter niet, zegt Oppelaar, van huis uit docent informatica en coördinator van het project. Bij de klas zijn in totaal elf leraren betrokken. Het is wel efficiënt dat hij niet meer met ‘jan en alleman’ hoeft te overleggen: doordat de leraren vrijwel alles in de klas bespreken, gaat er minder tijd verloren aan vergaderen.

Ook minister Slob juicht innovatie toe. Het is een van de pijlers waarmee hij het lerarentekort wil aanpakken, naast bijvoorbeeld zij-instromers en het aanspreken van de mensen die wel een pabo-diploma hebben, maar niet voor de klas staan. Hoewel de wet geen maximale grootte voorschrijft aan een klas, wil hij echter niet dat klassen zomaar op één hoop worden gegooid, benadrukt woordvoerder De Ruijter. “Het moet niet zo zijn dat leraren twee klassen tegelijk les gaan geven. Maar je kunt best een instructie geven aan een grote groep die vervolgens in kleinere groepjes uiteenvalt. Als je iets op een nieuwe manier organiseert, moet dat in de eerste plaats vanuit didactisch oogpunt gebeuren.”

En ja, dat is ook vanuit arbeidsmarktperspectief interessant. Niet alleen omdat het voor leraren prettig is om samen voor de klas te staan, maar ook omdat ze zich kunnen specialiseren in bijvoorbeeld rekenen of remedial teaching, zegt De Ruijter. “In het klassieke concept neemt een docent allerlei vakken voor zijn rekening. Bij unitonderwijs zet je leraren veel gerichter in.”

Trend

Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, verwacht dat deze trend de komende jaren doorzet. “Op de universiteit doen we het al heel lang zo: grote colleges en kleinschalige werkgroepen. Als je daar goed over nadenkt, lijkt het me zelfs een voordeel ten opzichte van alles met dertig kinderen doen. Je kunt het instructiedeel samen doen, bijvoorbeeld een film kijken of iets uitleggen. Zo houd je tijd over om met kinderen te werken die onderdelen daar niet van begrepen hebben.”

Als dit betekent dat we met minder leraren toekunnen, dan begin ik heel hard nee te roepen

Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde

Volman is echter ‘heel erg beducht voor als dit soort mooie ideeën samengaan met bezuinigingsdoelstellingen’. “Als dat betekent dat we met minder leraren toekunnen, dan begin ik heel hard nee te roepen.” Ze is bovendien kritisch op de toenemende individualisering en personalisering in het onderwijs, waarbij leerlingen steeds meer maatwerk krijgen en hun eigen leerroutes volgen. 

“Voor leerlingen is het heel belangrijk dat ze een vast groepje hebben. En basisschoolleerlingen hebben behoefte aan één gezicht. Je moet ervoor zorgen dat er een mentorfiguur blijft waar een kind bij hoort.”

Eigen mentor

Om dat vertrouwde gevoel te waarborgen heeft het Herbert Vissers College de superklas opgedeeld in drie groepjes die ieder een eigen mentor (in hun jargon: coach) hebben. Er heeft zich gelukkig nog niemand ontpopt als ‘zorgenkindje’, zegt docent Engels Lynn Wams. 

Desondanks is de aanpak niet voor ieder kind geschikt. Voor kinderen die veel behoefte hebben aan structuur kan zo’n grote klas met veel vrijheid een ingewikkelde opgave zijn. En ook niet alle leraren zien het zitten. “Je moet een zekere chaos-tolerantie hebben. Er is wel wat scepsis, zeker onder oudere leraren”, zegt Wams. Ze glimlacht ondeugend. “Er zijn fossielen die zeggen: als ik het ze niet vertel, leren ze het nooit. Maar dat is een beetje een uitstervend ras.”

Voorlopig blijft het bij één groep die naast de gewone klassen bestaat. Maar als het aan de initiatiefnemers ligt, worden dat er in de toekomst meer. Veel kinderen vinden het zo leuk dat ze het jammer vinden als de week voorbij is, zeggen de leraren. Of is dat maar vleierij? Voor de schuchtere Valentijn geldt het in ieder geval niet. “In het weekend mag ik veel gamen”, zegt hij met glinsterende ogen. “Dan zit ik liever thuis.”

Wat is unitonderwijs?

In 2011 experimenteerden de eerste scholen in Nederland met een vorm van unitonderwijs. Zowel in het basis- als voortgezet onderwijs zijn er inmiddels tientallen scholen die zo werken, onder meer in Nieuw-Vennep, Roermond en Amsterdam. 

Bij unitonderwijs worden de gewone klassen vervangen door ‘units’ van vijftig tot honderd kinderen, die uiteen kunnen vallen in kleinere niveau- of projectgroepjes. Leerkrachten werken in deze units in een team samen met mensen van binnen en buiten de school. Leerlingen volgen hun eigen lesprogramma, waarbij digitale leermiddelen zoals iPads vaak een grote rol spelen.

Uit evaluatieonderzoek blijkt dat unitonderwijs niet leidt tot betere Cito-scores voor taal en rekenen. Maar de ervaringen van leraren zijn desondanks positief. Er is volgens hen meer ruimte voor maatwerk en een betere uitleg. Leerlingen leren meer van elkaar, ervaren meer autonomie en leren beter samenwerken, ICT gebruiken en presenteren.

Lees ook:

Minister Slobs megaklas is geen 'innovatieve oplossing' voor het lerarentekort

Ik heb ooit eens lesgegeven aan twee klassen tegelijkertijd, vijftig kinderen in één lokaal, een paar kinderen waren er niet. Uit een naburig lokaal haalden we extra stoelen en tafels, schrijft René Kneyber.

Deel dit artikel

Eén leraar frontaal voor een groep kinderen weerspiegelt het traditionele beeld van onderwijs; dat wordt hiermee doorbroken

Ad Veen,PO-Raad

Alleen gym en sommige instructies doen de leerlingen klassikaal, de rest gebeurt in kleinere groepjes

Als dit betekent dat we met minder leraren toekunnen, dan begin ik heel hard nee te roepen

Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde