Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Twee schrijvers corresponderen over de liefde. Zij werd verlaten, hij verliet zijn vrouw

Samenleving

Elke Geurts en Henk van Straten

Henk van Straten en Elke Geurts. © Martijn Gijsbertsen

Elke Geurts werd verlaten, Henk van Straten verliet zijn vrouw. De gescheiden schrijvers sturen elkaar brieven. Over het huwelijk als cocon, de keerzijde van de vrijheid en, uiteraard, de liefde.

Ha Henk,

Lees verder na de advertentie

Ik wou dat hij mijn ex was, dacht ik toen ik je boek las. Ik zou volmaakt gelukkig zijn. Maar jij bent mijn ex niet. Dus het volmaakte geluk laat nog even op zich wachten. Al heb ik best een hekel aan het begrip ‘geluk’.

Een scheiding heeft niet zozeer met het zoeken naar geluk te maken, maar alles met bevrijding. Je wilde je bevrijden van degene die je was geworden in je huwelijk. Zoals je in je boek schrijft: ‘Zo rond het negende jaar was ons huwelijk een cocon, en ik een groot insect, klaar om me naar buiten te wurmen.’ Daarbuiten bevond zich niet het ‘geluk’, wel veel Tindervrouwen, oxazepam, en Duvelbier.

Ik zal je uitleggen waarom ik wilde dat jij mijn ex was. Allereerst omdat je dit boek schreef. Een ex die zijn motieven om thuis weg te gaan, tracht bloot te leggen, een ex die zijn eigen drijfveren onderzoekt en niet schroomt voor wat hij daarin tegenkomt. Op dit moment mijn grootste ideaal.

Ik wou dat hij mijn ex was

Maar ronduit jaloers was ik op de brief van vijf kantjes die jij aan je vrouw schreef voordat je vertrok. Hoe graag had ik zo’n brief gekregen! Vijf kantjes nog wel!

De worsteling die zich in het hoofd van mijn ex afspeelde, werd mij nooit - zelfs niet achteraf - medegedeeld. Geen woord over ‘het zwarte embryo in zijn binnenste’ dat ook hij met zich meegedragen moet hebben. Jarenlang zelfs. Een prachtige metafoor voor de scheiding; het zwarte embryo dat uiteindelijk tandjes kreeg. Het moest eruit. Je moest weg. Het was een ‘weten’, schreef je. En dat begreep ik door je boek.

Maar ook begreep ik dat het eerder ‘de (of je) natuur’ was, die jou deed vertrekken, dan een weloverwogen keuze. Dat komt natuurlijk ook door je vergelijkingen met embryo’s en groeiende insecten.

Je volgde gewoon je familiesysteem. Nogal slaafs dus. Ik vrees dat we onbewust allemaal volgers zijn van het systeem waaruit we zijn voortgekomen. Of het ooit echt anders kan, betwijfel ik. Ik had het wel graag anders gewild. Onafhankelijker.

Het is namelijk niet zo dat elk schei­dings­ver­haal totaal anders is. Er is ergens een blauwdruk

Trouwens de brief zelf had ik ook graag integraal in je boek opgenomen gezien. Het zou een troost kunnen zijn voor alle mensen die nooit zo’n brief van hun ex hebben ontvangen. En een inspiratie voor hen die ’m nog zullen moeten schrijven.

Het is namelijk niet zo dat elk scheidingsverhaal totaal anders is. Er is ergens een blauwdruk. We volgen allemaal precies hetzelfde script. Dat is eng. En precies daar heb ik me indertijd - door mijn boek te schrijven - ook met hand en tand tegen proberen te verzetten, maar dat is net zoiets als je verzetten tegen het leven zelf. Het gaat geloof ik om aanvaarding.

Nu valt het me pas op dat de eerste regels van dit schrijven maar weer eens aangeven hoezeer ik mijn geluk nog altijd in de handen van een ander leg. Het is zelfs nu nóg mijn ex die iets moet doen om mij gelukkig te maken, niet ikzelf. Volmaakt gelukkig nog wel! Ik snap heel goed dat die last voor hem uiteindelijk te zwaar woog.

Groet! Elke

Hallo Elke!

Als je schrijft dat je blij was geweest met een brief als de mijne, en blij was geweest met een ex als ik, trekt het bloed naar mijn wangen. Twee conflicterende emoties vechten om terrein op mijn gloeiende gezicht.

Enerzijds ben ik trots. Voor het eerst, eigenlijk. Wat je schrijft doet me goed. Ik zie mezelf - mijn beslissing, mijn brief, mijn vertrek, mijn boek - plots door jouw ogen, en voel een bijna kinderlijke aandrang om je brief omhoog te houden en te roepen: ‘Kijk! Dan val ik nog wel mee, hè!’

Roepen naar wie eigenlijk? Waarschijnlijk naar mijn ex. Of misschien wel naar de hele wereld. In feite schreef je me geen brief, maar een vrijbriefje. Je boek is dat in zekere zin ook; iedere pagina bewijst dat ik zo’n kwaaie nog niet ben.

Anderzijds wordt het gloeien evenzeer veroorzaakt door schaamte. Want zo lyrisch als jij over mij en mijn handelen bent, zo lyrisch was mijn ex er natuurlijk niet over. Ik ben gewend de zaak door haar ogen te zien. Mijn brief is voor jou een glas water in de woestijn; je verlangde naar uitleg, naar woorden, of op z’n minst naar een poging tót. Voor mijn ex was mijn brief de sloopkogel die het fundament onder haar leven vandaan sloeg. Mijn eigen associatie met de brief is lafheid. Mijn ex niet onder ogen durven komen, terwijl ze op haar werk was de vellen papier op tafel leggen en weglopen. Bah.

Zo lyrisch als jij over mij en mijn handelen bent, zo lyrisch was mijn ex er natuurlijk niet over

En dan nog het boek. Mijn boek. Ook daarmee was mijn ex niet zo blij als jij geweest zou zijn. (Dat denk je nu, althans. Omdat jij iets veel kloterigers voor de kiezen kreeg: stilte en een toegekeerde rug.) Het is niet dat mijn ex het boek verafschuwt - ze wilde het als eerste lezen, zodat geen enkele vreemde mijn verhaal eerder zou kennen dan zij - maar dat ze er ambivalent tegenover staat is zwak uitgedrukt.

Ook ikzelf sta er ambivalent tegenover. Dit is wat ik doe, ik schrijf, ik heb het nodig. (Ergens op de eerste pagina’s citeer ik Etgar Keret: ‘The need to put some kind of structure to the reality around you.’) Maar dat neemt niet weg dat ik er op momenten van walg. Het gegeven dat ik, blijkbaar, van mening ben dat iets particuliers en banaals als de nasleep van mijn scheiding interessant is voor anderen, dat het een heel boek valideert, kan me misselijk van gêne maken. Had jij dat niet?

Momenteel lees ik ‘Schaduwkind’ van P.F. Thomése, en dat maakt de schaamte nog erger. Hij verloor een kind. Kijk, dát is leed, dán heb je iets meegemaakt. Kom ik aan met mijn stoffige tussenhuisje. Ik weet heus wel dat je op die manier alles tot irrelevantie kunt relativeren, en dat mijn boek (hopelijk) ook gewoon over het leven gaat, maar toch: kwam ik hem onder ogen, Thomése, dan sloeg ik mijn ogen neer.

Voor jou is het anders en toch hetzelfde, denk ik. Jij werd verlaten. Je schreef erover omdat je van hem geen uitleg kreeg. Maar ook jij voelt de behoefte aan structure to the reality around you. Je had er hoe dan ook over geschreven, denk je niet?

Groet, Henk

© Martijn Gijsbertsen

Ha Henk,

Jij bent op zoek naar verlossing van je enorme berg schuldgevoel. Dus je leest het in mijn brief. Je zou mijn boek inderdaad ook als een vrijbrief op kunnen vatten, maar je zou je door het lezen er van net zo goed af hebben kunnen vragen of het wel écht zo nodig was thuis te vertrekken. Of het huwelijk nu echt de cocon was waarin je vastzat, of dat het vooral de onrust in jezelf was die je na negen jaren uit deed breken.

Het is maar waar je focus ligt.

Ik bedoel: ik lees tussen de regels van je boek veel liefde voor je ex. Dat is mooi. Maar hadden jullie niet een level verder kunnen komen in jullie liefde? Zou het niet een veel grotere bevrijding hebben opgeleverd als je jezelf binnen het bestaande gezinssysteem had weten los te maken van de ketenen die je beknelden?

Je eeuwigdurende onrust lijkt er in elk geval niet minder op geworden. Maar misschien was dat ook niet je bedoeling?

Wat ik toch vooral lees in je boek is dat je vanaf het moment dat je ‘vrij’ was als een bezetene begon een nieuwe cocon te maken. Ik heb het nu over de vlucht in seks, drank en drugs.

Jij bent nog steeds mijn ideale ex, maar waarover je in je antwoord aan mij niet rept is dat ik ook denk dat je simpelweg je familiesysteem volgt. Onbewust. Maar wel slaafs. Het tegenovergestelde van vrijheid. Als je schrijft dat het een ‘weten’ is dat je weg moest, denk ik: ammehoela.

Vanaf het moment dat je ‘vrij’ was, begon je als een bezetene een nieuwe cocon te maken. De vlucht in seks, drank en drugs

Hoezo ‘een weten’? Waar komt dat ‘weten’ dan vandaan? Heb je dat ‘weten’ van je wel nader bekeken?

En nee, ik ben nooit misselijk geweest van gêne omdat ik over zoiets particuliers als mijn scheiding schrijf. Ik ben vaak misselijk van gêne omdat ik simpelweg besta, maar dat is weer een heel andere kwestie. Al mijn schrijven is particulier. In ‘Ik nog wel van jou’ hoefde ik geen fictie te gebruiken om het verhaal te vertellen omdat ik het gevoel had dat hele mijn leven al fictie was geworden.

Ach, het maakt totaal niets uit waar je de bouwstenen voor een verhaal vandaan haalt, als je het maar goed opschrijft. Schrijven is voor mij ook inderdaad vooral greep krijgen op de werkelijkheid. Ordenen. Bezweren. De regie niet verliezen. Het heeft iets dwangmatigs. Zoals je in jouw boek ook stelt: ‘Het enige wat ik kan is schrijven; nergens anders kan ik eigenwaarde aan ontlenen.’

Dat heeft iets treurigs, hè? We zijn vast meer waard dan onze woorden alleen. Kom ik bij het schuldgevoel. Bij mij misschien wel net zo groot als bij jou.

Je hoeft geen vrijbrief van wie dan ook te krijgen, Henk. Je hebt gedaan wat binnen jouw macht lag. Een brief van vijf kantjes. Een boek.

Wij zijn slaven van onze voor­ge­schie­de­nis. Zoals onze exen dat ook zijn

Wij zijn slaven van onze voorgeschiedenis. Zoals onze exen dat ook zijn. Het enige wat we zelf nog kunnen doen is oprecht naar onszelf en ons verleden kijken, en doorschrijven…Eh leven?

Groet, Elke

Hé daar Elke,

In je laatste brief klink je tegelijkertijd begripvol en hardvochtig. Dat snap ik wel; enerzijds heb je sympathie voor hoe ik ben vertrokken en hoe ik met dat vertrek ben omgegaan, maar anderzijds sta je sceptisch tegenover het feit dat ik überhaupt ben vertrokken.

Je vraagt me of het niet beter was geweest als ik bínnen het huwelijk een manier had gevonden om mezelf opnieuw gestalte te geven, om rust te vinden, om me niet langer te voelen als een bom die wegrent voor zijn eigen brandende lontje. Natuurlijk is dat zo. Denk maar niet dat ik dat ook zelf niet wilde (en vaak nog steeds zou willen), denk maar niet dat ik in de maanden voorafgaand aan de brief mezelf in gedachten niet eindeloos heb gekanteld en gedraaid, als een puzzelstukje dat móést passen. En dat lukte, het paste; hardhandig drukte ik keer op keer het puzzelstukje in de puzzel.

Zo, zei ik. Die zit. Maar ik zat scheef, de randjes sloten niet goed aan. Iedere keer moest ik het opnieuw doen, tot ik niet anders kon dan toegeven dat het stukje gewoon niet meer paste. Dat is wat ik bedoelde met ‘weten’ (waarop jouw reactie ‘ammehoela’ was, haha).

Mijn onrust is inherent en dus echt niet alleen veroorzaakt door het huwelijk. Maar wat maakt dat uit?

En ja, je hebt gelijk als je zegt dat mijn onrust inherent is en dus echt niet alleen door het huwelijk werd veroorzaakt. Maar wat maakt dat uit? Ik zit er nu eenmaal mee opgescheept; ik ben een onrustige ziel, iemand die graag snel de bladzijde omslaat om te zien wat dáár gebeurt (en het hoekje van de volgende alweer vastheeft).

Een journaliste van het AD vroeg me: “Heb je dan nu waarnaar je verlangde? Is het dan nu zoveel beter?” In de vraag school het antwoord al. Nee, het is hier geen feest, geen hap frisse berglucht na een verblijf in een bedompte kelder. Dat wist ik van te voren óók heus al wel. Maar het punt is: een huwelijk heeft een uitgang en een vrijgezellenbestaan heeft dat niet. Dus ook al is het gras aan deze zijde niet groener, er staan, als het ware, geen muren omheen. Ik zie geen poort, er zijn geen opties. (Opties maken me onrustig.)

Hè bah, wat klinkt dat belachelijk, dat over die muren. Alsof het een gevangenis was. Mijn huwelijk was prachtig. Mijn ex ook. Het feit dat ik de verlater was betekent niet dat ik ons huwelijk niet mis. In zekere - zeer wezenlijke - zin heb ik ook mezelf verlaten.

Heb ik gedaan wat binnen mijn macht lag? Ik heb werkelijk geen idee

En familiesystemen, ach… We zijn allemaal een optelsom van nature en nurture. Waar eindigt het één en begint het ander? Waar overlappen ze elkaar? Je kunt dat soort dingen onmogelijk weten. Heb ik gedaan wat binnen mijn macht lag, zoals jij zegt? Ik heb werkelijk geen idee. Graag sluit ik me aan bij jouw laatste suggestie: gewoon maar doorleven en doorschrijven. Met een hart vol liefde, wil ik daaraan toevoegen. Ook liefde voor onszelf. Als het lukt.

Groet, Henk

Van Henk van Straten verscheen net ‘Berichten uit het tussenhuisje’ (Nijgh & Van Ditmar, € 19,99). ‘Ik nog wel van jou’ van Elke Geurts (Lebowski, €19,99) kwam in november uit. Elke en Henk gaan als duo op toer en zijn te boeken.

© Martijn Gijsbertsen

Deel dit artikel

Ik wou dat hij mijn ex was

Het is namelijk niet zo dat elk schei­dings­ver­haal totaal anders is. Er is ergens een blauwdruk

Zo lyrisch als jij over mij en mijn handelen bent, zo lyrisch was mijn ex er natuurlijk niet over

Vanaf het moment dat je ‘vrij’ was, begon je als een bezetene een nieuwe cocon te maken. De vlucht in seks, drank en drugs

Wij zijn slaven van onze voor­ge­schie­de­nis. Zoals onze exen dat ook zijn

Mijn onrust is inherent en dus echt niet alleen veroorzaakt door het huwelijk. Maar wat maakt dat uit?

Heb ik gedaan wat binnen mijn macht lag? Ik heb werkelijk geen idee