Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toen was misbruik nog heel gewoon

Samenleving

Rianne Oosterom

© Werry Crone

De krant staat vol met verhalen over seksueel misbruik in de kerk. Jenny Schneider-Van Egten (91) was in de jaren zeventig een van de eersten die erover begon.

 Als doorsnee domineesvrouw in het Den Dolder van de jaren zeventig, krijgt Jenny Schneider-Van Egten een tienermeisje op bezoek. Mijn vader zit aan mij, vertelt zij. Pastoraal als de Schneiders zijn ingesteld, nodigen ze vader, moeder en het meisje in de pastorie uit. “Hier moest over gesproken worden, dat was mij wel duidelijk.”

Lees verder na de advertentie

Het meisje leest tijdens het gesprek een brief voor over het misbruik, die ze samen met Schneider heeft opgesteld. Vaders repliek is: “Ach kind, ik houd toch van je, ik wilde alleen maar lief voor je zijn. Maar als jij dit niet fijn vindt, dan doen we het toch niet meer?” Dat hebben we goed opgelost, zeggen Schneider en haar man die avond tegen elkaar.

Als je er nog één keer over praat, zei hij, dan draai ik je nek om

Jaren later blijkt dat een naïeve aanname. Schneider komt het meisje tegen op straat en vraagt hoe het gaat. “Het meisje verstijfde. Ze vertelde hoe haar vader haar in elkaar had geslagen, toen ze eenmaal thuis waren die avond. Als je er nog één keer over praat, zei hij, dan draai ik je nek om.” Schneider schrok enorm, maar deed niets.

Ontwaken

“Mijn man en ik zijn hier zo verkeerd mee omgegaan”, zegt ze. “Ik wist nog niet eens dat seksueel misbruik strafbaar was. Na die tijd bleek dat de vader ook zijn andere twee dochters had misbruikt. En het was zo’n modelgezin.”

“Achteraf”, zegt de inmiddels 91-jarige vrouw, “is daar een zaadje geplant voor het idee dat seksueel misbruik binnen religieuze gemeenschappen professioneel aangepakt moest worden.” Als Schneider nu nog eens de kerk in Den Dolder bezoekt, voelt ze de onmacht nog die ze toen voelde. “Ik wist toen niet wat ik nu weet.”

Het levensverhaal van Schneider is een kleine geschiedenis van het langzame ontwaken van de kerk als het gaat om seksueel misbruik. Zij is een van de vrouwen die het onderwerp op de kaart heeft gezet: sinds de jaren zeventig zet zij zich in voor slachtoffers. Naar haar werd jarenlang mondjesmaat geluisterd.

Er is lange tijd gedaan alsof het geen groter probleem betrof

Jenny Schneider

Nu staat de krant ineens vol met verhalen over #MeToo en seksueel misbruik in religieuze gemeenschappen. Ze spelt de krant, iedere dag. Ze is even stil, de vrouw met de heldere ogen. Haar woonkamer in Leusden biedt uitzicht op een groepje grazende Lakenvelders, die luieren in de hete zon.

“Kijk”, zegt ze dan. “We zien de tekenen van een aarde die opwarmt, als we goed opletten. Zo zag ik jarenlang de tekenen van wat er nu loskomt aan verhalen over misbruik binnen religieuze gemeenschappen.” Het is makkelijk om je niets aan te trekken van klimaatverandering, wil ze maar zeggen. Om te doen alsof het gewoon een warme zomer is. “Maar dan kijk je voorbij het grotere probleem van de klimaatverandering. Hetzelfde gebeurt met misbruik binnen de kerk. Er is lange tijd gedaan alsof het geen groter probleem betrof.”

Zij weet daar alles van.

Feministische golf

Een aantal jaren nadat het tienermeisje bij haar aanklopt, kriebelt het bij Schneider. Ze heeft als domineesvrouw drie kinderen gebaard en ‘is vergeten wie Jenny van Egten ook alweer was’. “Ik was helemaal mevrouw Schneider geworden”, vertelt ze. Ze deint mee op de tweede feministische golf, gaat cursussen op vrouwendagen verzorgen.

Daar ontmoet ze andere vrouwen die hun plaats in de kerk willen opeisen. Zij verdiepen zich in ‘feministische theologie’: het bekijken van Bijbelverhalen vanuit vrouwelijk perspectief. Op die vrouwendagen wordt het idee van een oecumenische vrouwensynode geboren, een kerkvergadering alleen voor vrouwen uit alle kerkstromingen.

De dominee wilde wel even testen of de vrouw lesbisch was. Hij verkrachtte haar

Jenny Schneider

Die synode komt er, in 1989: een jaar nadat het eerste representatieve onderzoek naar misbruik verschijnt. Uit het proefschrift van psychologe Nel Draijer blijkt dat één op de zes vrouwen misbruikt is door verwanten. Dat veroorzaakt veroorzaakt een maatschappelijk debat, dat de kerken insijpelt.

Jenny Schneider oppert voorzichtig om op de eerste vrouwensynode een workshop te houden met de titel ‘godsdienst en incest’. In 1985 is een boek verschenen onder die titel, dat onder vrouwen veel heeft losgemaakt. “We noemden alle misbruik incest, omdat we er nog niets van wisten.”

De workshop komt er en de zaal zit vol. Het wordt vooral een moment dat vrouwen verhalen met elkaar delen. Het ontroert Schneider nog als ze eraan terugdenkt: “Er was nu eindelijk niemand die zei: ‘Ja maar dan had je…’ of ‘had je maar nee moeten zeggen’. Een verhaal dat mij altijd is bijgebleven is dat van een vrouw die dacht dat ze lesbisch was. Dat besprak ze met de dominee. Die wilde dat wel even uittesten en verkrachtte haar, waarna hij concludeerde: ‘Nee hoor, je bent niet lesbisch’.”

Werkgroepen

De workshop ontketent een beweging van onderop: er komen werkgroepen door het hele land die zich ervoor inzetten misbruik bespreekbaar te maken in de kerk. Schneider richt samen met anderen de werkgroep ‘Godsdienst en incest’ op en geeft lezingen door het hele land.

Seksuele onderdrukking van vrouwen, betoogt Schneider in 1989 in Trouw, wordt mede veroorzaakt door de heersende theologie waarin de vrouw het nakijken heeft. Ook het geloof in de alziende God die alles bestiert, werkt volgens haar schroom om te praten in de hand. ‘Een meisje dat misbruikt was, vroeg zich af waarom Hij niet zag wat mijn opa met mij deed’, vertrouwt ze de verslaggever toe.

Schneider ontvangt in de vroege jaren negentig niet veel medewerking van de kerk aan haar missie. Lezingen geven mag ze wel. Ze wordt twee keer uitgenodigd om voor katholiek publiek in Rotterdam te spreken. “Daarna wilden ze dat ik een werkgroep over seksueel misbruik startte. Maar ik heb er niets meer van gehoord.”

Ook in de protestantse kerk wordt Schneider uitgenodigd, op de gezamenlijke synode van de lutherse, gereformeerde en hervormde kerk. “Toen ik klaar was, bezochten twee dominees het toilet. Een vriendin hoorde ze praten. ‘Heb jij het weleens meegemaakt’, zei de één. ‘Ach ja, die vrouwen altijd’, reageerde de ander.”

Al die handen

Aan het eind van de jaren negentig wordt misbruik serieuzer genomen. Er komen studiedagen. Schneider schrijft mee aan publicaties. Steeds meer pastoraal werkers verwerven deskundigheid op dit gebied. Aan Schneiders deur komen regelmatig vrouwen die misbruikt zijn. Zij helpt ze, praat met ze en roept weleens de wijkagent erbij.

De verhalen die ze hoort, tonen de onkunde van de kerk aan inzake misbruik, vindt ze. “Een vrouw vertelde hoe zij na lange tijd eindelijk de ouderlingen van haar kerk over seksueel misbruik vertelde. Zij moest van de ouderlingen op haar rug gaan liggen op een tafel, want ze wilden haar de handen opleggen, zoals in de Bijbel staat. Moet je nagaan wat er met je gebeurt als je seksueel misbruikt bent en je krijgt al die handen op je!”

Ook ging ze mee naar een kerkelijke tuchtrechtprocedure met een vrouw die tijdens haar opleiding tot predikant was misbruikt door de mannelijke predikant die haar begeleidde. “Dit gaat over macht”, zei ze tegen een ouderling. “Nee”, reageerde hij, “dat onderwerp gaan we hier niet behandelen.”

Nog steeds is dit het grote pijnpunt in de kerk, zegt Schneider resoluut. “Mensen hebben niet door hoeveel macht ze hebben over het leven van de ander. Het probleem is de vanzelfsprekendheid van de macht, waarvan wordt geloofd dat deze door God gegeven is. Daar komt bij dat zowel een gezin als een kerk een gesloten gemeenschap is.”

Dader voor de deur

In die jaren die volgen zet Schneider zich in voor hulpverlening in de kerk (pastoraat) gericht op vrouwen. Door heel Europa wordt zij uitgenodigd om lezingen te geven. Door de jaren heen hoort ze honderden verhalen over misbruik in de kerk, dat maakt haar nog vastberadener om voor slachtoffers op te komen.

Tot er ineens een dader voor haar deur staat, het is net na de eeuwwisseling. Of hij mag binnenkomen, hij heeft van haar gehoord. Ze slikt, maar laat hem toch binnen. “Hij bleek jarenlang zijn zus misbruikt te hebben. Hij kon geen avond in slaap vallen zonder te denken: het is niet goed wat ik gedaan heb. Uiteindelijk heeft zijn zus hem vergeven.”

Deze gebeurtenis zet Jenny Schneider aan het denken. Het resultaat is dat zij meewerkt aan een brochure van de protestantse kerk over ‘daderpastoraat’ met de titel ‘Niemand valt samen met zijn daden’. Het boekje doet in 2004 enige stof opwaaien, omdat erin staat dat een dader ‘ook een kind van God’ kan zijn. Jenny Schneider staat er nog helemaal achter.

#MeToo

Sterker nog: ze pleit ook nu, in tijden van #MeToo en misbruik in de katholieke kerk, voor meer barmhartigheid voor daders. “Maar alleen als zij inzien dat wat zij gedaan hebben, verkeerd is. Ik zou graag een meldpunt zien voor daders. Geen verlengde van de rechtspraak, maar een veilige plek voor mensen wie het dwarszit.”

Draagt dat niet juist bij aan een cultuur waarin religieuze gemeenschappen het probleem intern oplossen? “Nee, ik denk het niet. Het hele idee van de #MeToo-­beweging was dat alle soorten verhalen er mogen zijn. Ook over het grijze gebied dat misbruik vaak is. Wie steelt is een dief, maar wat is seksueel misbruik? Dat is niet zo zwart-wit.” Natuurlijk, als het gaat om de Weinsteins van deze wereld, is er geen discussie mogelijk. “Maar door alles in het juridische te trekken, zijn de nuances weg én gaat het alleen maar over de dader. Zo verdwijnen de verhalen van de slachtoffers, die zo belangrijk zijn, weer naar de achtergrond.”

Archief

Zoals Schneiders levensverhaal een kleine geschiedenis is, zo is haar huis een archief. Van alle slachtoffers die ze ondersteunde kreeg ze cadeaus: een schilderij met een open gebloeide bloem, een zelfgemaakt rugzakje. Ze heeft artikelen bewaard uit vele landen waar ze lezingen gaf, brochures van kerken, brieven van slachtoffers.

Wat in haar archief steeds terugkomt, is het belang van nabijheid en rituelen. “Dat er iemand naar je luistert, jou gelooft, ook al is jouw verhaal niet te bewijzen. Dat je samen zoekt naar hoe je het oude achter je kan laten, met gebrek aan gerechtigheid kan leven. Want dat is toch vaak de situatie als het om seksueel misbruik gaat. Daar kan de kerk, juist in deze tijd, door pastoraat veel in betekenen.”

Dat wil ze gezegd hebben. Want in de krant leest ze over religieuze gemeenschappen die niet altijd genoeg aandacht hebben voor slachtoffers. Aan de andere kant telt ze haar zegeningen: ieder kerkgenootschap heeft inmiddels protocollen, meldpunten, vertrouwenspersonen, een aangifteplicht.

“Dat zijn verworvenheden”, geeft Schneider toe. Tegelijk is ze kritisch. “Er is geen algemene blik op wat er op dit gebied gebeurt in de kerk en de mechanismen die spelen zijn nog steeds hetzelfde.” Dus ze gaat door met lezingen geven. Pas was ze nog op de reformatorische Driestarhogeschool, om over misbruik te praten. 

Afgelopen week kwam Schneider een oude foto tegen, van de misbruiker uit Den Dolder waar haar verhaal begon. “Stom toeval, zou je denken. Voor mij is het een teken dat de strijd nog niet voorbij is.”

Lees ook: 

De kerk te mild voor daders? 'Ik zie eerder het tegendeel'

Het lijkt er soms op dat de kerk meer bezig is met de vergeving van daders dan met de opvang van slachtoffers van seksueel misbruik.

Deel dit artikel

Als je er nog één keer over praat, zei hij, dan draai ik je nek om

Er is lange tijd gedaan alsof het geen groter probleem betrof

Jenny Schneider

De dominee wilde wel even testen of de vrouw lesbisch was. Hij verkrachtte haar

Jenny Schneider