Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tijd voor een nieuwe nationale feestdag?

Samenleving

Paul Van Der Steen

© Nanne Meulendijks
Feest

Waarom vieren we de geboorte van de Nederlandse natie niet jaarlijks? GroenLinks-leider Jesse Klaver opende onlangs de discussie. Het succes van dergelijke nationale feestdagen staat of valt met de juiste rituelen - en mooi weer.

De meeste Nederlanders kennen dit stuk geschiedenis niet eens. Maar Barack Obama bekeek bij zijn bezoek aan Nederland vorig jaar naast 'De Nachtwacht' van Rembrandt ook het Plakkaat van Verlatinghe. Die interesse is verklaarbaar. De akte diende als inspiratie voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring.

Koning Willem-Alexander noemde het document in de toespraak bij zijn inhuldiging op 30 april 2013. "De koning bekleedt zijn ambt ten dienste van de gemeenschap", zei hij. "Dat diepgewortelde besef werd al in 1581 door de Staten-Generaal vastgelegd in het Plakkaat van Verlatinghe, de geboorteakte van wat later Nederland is geworden."

Zoals Nederland voor zo ongeveer alles een clubje kent, zo bestaat er inmiddels ook een Comité Nederlandse Onafhankelijkheidsdag dat zich inspant voor meer bekendheid voor het Plakkaat. Jaarlijks feestelijk vieren zou het summum zijn, vinden de bestuursleden, en nuttig bovendien vanwege "de merkbaar groeiende behoefte aan integrerende elementen in de Nederlandse samenleving".

Lees verder na de advertentie

Tweede Pinksterdag inruilen

En zie, het idee wordt nu ook door de politiek opgepakt in het richting verkiezingen weer opspelende debat over dat wat ons bindt. Lang was dat een onderwerp waar vooral rechts graag over begon. Inmiddels stelt de nieuwe beweging Denk een 'nationale Dag van het Staatsburgerschap' voor. "Om te vieren dat niet je culturele achtergrond, maar je paspoort je Nederlanderschap definieert." GroenLinks-leider Jesse Klaver vindt dat al te vrijblijvend en wil bijvoorbeeld Tweede Pinksterdag graag inruilen voor een dag waarop de typisch Nederlandse waarden centraal staan. Dat kan door Bevrijdingsdag, 5 mei, op te waarderen, maar ook door stil te staan bij het ondertekenen van het Plakkaat van Verlatinghe op 26 juli 1581. Een aantal gebieden in de Nederlanden keerde zich midden in de Tachtigjarige Oorlog openlijk af van hun heerser, de Spaanse koning Filips II. Zijn rechten op de troon kwamen te vervallen.

In zijn nieuwe boek 'De empathische samenleving' schrijft Klaver: "Ik vind het armoedig dat we in Nederland zo weinig teruggrijpen op onze geschiedenis." Het gesprek over de nationale historie moet volgens hem niet gaan over "het verheerlijken van het verleden, maar over de waarden die met politieke strijd deel van onze identiteit zijn geworden. En dan zie ik Nederland als gidsland, als een land dat voorop heeft gelopen in het bevechten van vrijheid en democratische rechten."

Ik vind het armoedig dat we in Nederland zo weinig teruggrijpen op onze geschiedenis

Andere doelstellingen, andere context

De historicus James Kennedy, dean van het University College Utrecht en columnist van deze krant, plaatst Klavers pleidooi in een al een jaar of twintig lopend "proces van herijking van het nationaal verleden". Na de discussie over het Nationaal Historisch Museum dat er nooit kwam, de verkiezing van de grootste Nederlander aller tijden en de ontelbare canons volgt nu misschien een debat over een nieuwe feestdag. Kennedy vindt wel dat Klaver zich een beetje schuldig maakt aan geschiedvervalsing door het Plakkaat zo nadrukkelijk te verbinden aan de huidige beleving van vrijheid en democratie. "Zo'n verhaal kun je makkelijker vertellen over de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. In de Nederlanden van 1581, nog eens twee eeuwen voor die verklaring, ging het om andere doelstellingen in een andere context."

Lotte Jensen, universitair hoofddocent historische Nederlandse letterkunde, valt de Utrechtse hoogleraar bij. In het Plakkaat is de vrijheid en gelijkheid van de Amerikaanse verklaring ver te zoeken. "Klaver maakt er een anachronisme van. Het Plakkaat werd ook niet door burgers geïnitieerd, maar door provincies." Jensen, gespecialiseerd in onder meer de ontwikkeling van nationale identiteiten en de verwerking van het verleden in literatuur, denkt dat Klavers betoog vooral is bedoeld om het debat over nationale waarden niet alleen over te laten aan rechtse partijen. "Waarom niet een echt GroenLinks-verhaal?", vraagt ze zich af. Gekscherend: "Iets met milieu: Nationale Opruimdag bijvoorbeeld. Dat sluit ook nog mooi aan bij onze nationale traditie van schoonmaken, die teruggaat tot de zeventiende eeuw. Of neem 21 september, de volkomen vergeten Internationale Dag van de Vrede. Of je pleit voor 1 mei. Niet vanwege de Dag van de Arbeid, maar omdat op die datum in 1798 de 'Staatsregeling voor het Bataafsche Volk', de eerste, echt democratische Nederlandse grondwet, het licht zag. Toegegeven: het wordt dan wel een beetje druk op de kalender met én 27 april én 1 mei én 4 en 5 mei."

Het Plakkaat van Verlatinghe heeft volgens Jensen ook in de eeuwen na het opstellen van de akte nooit een grote rol gespeeld in de Nederlandse herdenkingscultuur. "Nationale gevoelens kwamen sterk tot leven als vrede werd gesloten. Bijvoorbeeld bij de Vrede van Münster en de Vrede van Breda. Dan riepen de Staten-Generaal - bovengewestelijk - dank- en bededagen uit. Er trokken optochten door de straten en er werden feesten georganiseerd. Los van dat soort dagen kwamen nationale gevoelens ook sterk op bij oorlog of dreiging daarvan. Dan begon het afzetten tegen de vijand, het wij tegen zij. Zeker als de tegenstanders katholiek waren, zoals de Spanjaarden en de Fransen. Die waren wilder van zeden, eigenlijk barbaren. Daar werd de oprechte, deugdzame en godvruchtige Nederlander dan tegenover gezet."

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Iets met milieu: Nationale Opruimdag bijvoorbeeld. Dat sluit ook nog mooi aan bij onze nationale traditie van schoonmaken

© Nanne Meulendijks

Uitverkoren natie

Als het in de letterkunde over de Nederlandse natie ging, dan speelde het Plakkaat van Verlatinghe ook geen rol van betekenis, meent Jensen. "Het ging vaak over de handelsgeest, de belofte van een nieuwe Gouden Eeuw, de verbondenheid met de Oranjes en religieus elan. Nogal eens werd de Republiek voorgesteld als een door God uitverkoren natie. Een soort volk Israëls dat was voorbestemd voor iets groots."

Het voorstellen en introduceren van nieuwe, nationale feesten past bij tijden waarin veel overhoop gaat. Jensen: "In de Patriottentijd werd de Slag bij de Doggersbank bijvoorbeeld jaarlijks gevierd en na de Bataafse Revolutie ontstond een Bataafse feestcultuur, waarbij het om vrijheid, gelijkheid en rechten van de mens draaide, ontdaan van kerkelijke en Oranjesymboliek. In 1798 werd de Nationale Agent van Opvoeding belast met het instellen van een nationale feestdag die de binding van de burger met de grondwet moest versterken. Aan dat soort, op de Franse Revolutie-idealen geïnspireerde feesten kwam echter ook weer snel een einde, zeker toen Nederland een koninkrijk werd."

Veel landen kennen een dag waarop de geboorte van de natie, al dan niet terugkijkend op het uitroepen van de onafhankelijkheid, wordt gevierd. James Kennedy groeide op in de Verenigde Staten, een land waar kinderen van jongsaf aan vertrouwd worden gemaakt met de vlag, het volkslied, de grondwet, de founding fathers en waar the fourth of july uitbundig wordt gevierd. "Aan die grote gevoelsverschillen tussen het natiebesef heb ik erg moeten wennen, toen ik hier kwam wonen en werken."

Aan die grote ge­voels­ver­schil­len tussen het natiebesef heb ik erg moeten wennen, toen ik hier kwam wonen en werken

Oranjegevoel

Verklaarbaar vindt hij die wat lauwere benadering van het Nederlandse gevoel wel. "Dit land is natuurlijk altijd een samenraapsel geweest van verschillende regio's en godsdiensten. Dat maakte het moeilijker om een soort bindende nationale mythologie te bedenken. Iemand als koning Willem I heeft daar ook mee geworsteld. Die moest in de eerste jaren ook nog de Belgen zien te winnen voor het idee van een gezamenlijke toekomst. In later jaren, ten tijde van de verzuiling, had iedereen weer zijn eigen variant van het verleden."

Nederland heeft wel periodes van sterk natiebesef gekend, zegt Kennedy. Hij noemt het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw en het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog. "De vrijheid, het weerstaan van de tirannie, werd gevierd. Daarna werd patriottisme iets besmets. Mensen gingen het zien als het gif dat alle oorlogen, ellende en verdriet had veroorzaakt. Vrijheid wordt ook niet meer per se geassocieerd met de natie. Meer als een universele waarde. Een sterk gearticuleerde vaderlandsliefde, laat staan grote woorden over de bereidheid om te sterven voor het vaderland, vind je dan ook niet in Nederland. Wel een breed gedeeld Oranjegevoel."

Prinsessedag

Nationale feestdagen van bovenaf opleggen kan, zegt Irene Stengs. De antropoloog, werkzaam bij het Meertens Instituut en gespecialiseerd in rituele en populaire cultuur, noemt de oorsprong van Koningsdag als voorbeeld. "In de jaren tachtig van de negentiende eeuw werd Prinsessedag geïntroduceerd. Na de definitieve troonsbestijging in 1898 werd dat Koninginnedag. Dat is snel heel succesvol geworden."

Succes staat of valt volgens Stengs met het bedenken van de juiste rituelen en het kiezen van de juiste plekken. "Als de aanleiding voor de feestdag, bijvoorbeeld het Plakkaat van Verlatinghe, nog niet erg diep wordt gevoeld, is dat extra belangrijk."

En het succes van feestdagen kan ook meer banale redenen hebben. "Dat Wilhelmina op 31 augustus jarig was heeft vast enorm geholpen. De kans op mooi weer op zo'n dag is groot. Dat verhoogt het gevoel van feestelijkheid. Koningin Beatrix zag dat. Die heeft niet voor niets de verjaardag van haar moeder, op 30 april, aangehouden voor Koninginnedag. Op 31 januari is het te koud voor een Oranjegevoel."

Stengs ziet nog een beer op de weg. "Tweede Pinksterdag mag grotendeels zijn losgezongen van de oorsprong en worden gebruikt voor dagjes uit en bezoeken aan de meubelboulevard, als je het afneemt, ontstaat plotseling wel weerstand. Dan raakt het aan de christelijke wortels van de Nederlandse cultuur en voelt het als iets weghalen."

Kennedy acht 'uitbouwen van 5 mei' nog het meest kansrijk. "Meer dan een nieuw verzonnen dag, waar mensen nog weinig gevoel bij hebben. Bij 5 mei wordt nu al de gedeelde vrijheid gevierd."

Het succes van feestdagen kan ook banale redenen hebben. Op 31 januari is het te koud voor een Oranjegevoel

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Ik vind het armoedig dat we in Nederland zo weinig teruggrijpen op onze geschiedenis

Iets met milieu: Nationale Opruimdag bijvoorbeeld. Dat sluit ook nog mooi aan bij onze nationale traditie van schoonmaken

Aan die grote ge­voels­ver­schil­len tussen het natiebesef heb ik erg moeten wennen, toen ik hier kwam wonen en werken

Het succes van feestdagen kan ook banale redenen hebben. Op 31 januari is het te koud voor een Oranjegevoel