Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Syriëgangers lieten hun families meestal in verbijstering achter

Samenleving

Kristel van Teeffelen

© Valerie Geelen

Totaal overrompeld, dat waren de meeste families als bleek dat zoon of dochter ineens naar Syrië vertrokken was, constateert Leids onderzoek naar familieleden van Nederlandse jihadisten.

Het onderzoek wordt vandaag gepresenteerd. 

Lees verder na de advertentie

In het publieke debat gaat de aandacht vooral uit naar families die er alles aan deden om een uitreis te voorkomen. Of juist naar het andere uiterste: families die een radicaliserende factor waren. Die voorbeelden kwamen onderzoekers van de Universiteit Leiden ook tegen, maar blijken in de minderheid. Het gros van de families van Syriëgangers bleef na het vertrek in complete verbijstering achter. 

Het onderzoek onderstreept hoe belangrijk het is gezinnen te ondersteunen, menen de onderzoekers Daan Weggemans, Marieke van der Zwan en Marieke Liem. Zo investeerden gemeenten de afgelopen jaren flink in het trainen van vaders en moeders. Weggemans: “Het is belangrijk om dat te doen zonder de enorme druk dat zij automatisch als eersten radicalisering moeten signaleren. Ons onderzoek laat zien dat die verwachting niet altijd realistisch is.”

De onderzoekers benadrukken dat de meeste gezinsleden geen dader zijn, maar slachtoffer, al worden ze zo niet altijd bejegend

Brief van haar dochter

Het is de eerste keer dat de rol van families van Syriëgangers zo uitgebreid is onderzocht. Het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van justitie en veiligheid gaf opdracht tot de studie. Er zijn zeventien gezinsleden ondervraagd en 46 professionals die zich met radicalisering bezighouden.

Veel families worden opgeslokt door hun eigen problemen zoals scheiding en verslaving, of hebben weinig contact met het betreffende gezinslid. Als er vermoedens zijn, kunnen ze die niet altijd thuis­brengen vanwege een gebrek aan kennis over radicalisering. Vaak ook verbergt de Syriëganger het plan zorgvuldig. Weggemans: “Je hoort hartverscheurende verhalen. Een moeder komt thuis van haar werk en vindt een brief van haar dochter, dat ze vertrokken is. Heeft ze signalen gemist? Haar dochter was serieuzer met haar geloof­ bezig, maar dat hoeft niets te betekenen.”

De drie onderzoekers benadrukken dat de meeste gezinsleden geen dader zijn, maar slachtoffer. Zo worden ze niet altijd bejegend. Meerdere families spreken over negatieve ervaringen met instanties. Weggemans: “Ze begrijpen dat het vertrek van hun gezinslid consequenties heeft. Grondige huiszoekingen, taps op telefoons.” Van der Zwan: “Of ze moeten hun telefoon inleveren, terwijl­­ dat de enige manier is om in contact te blijven met hun net vertrokken zoon of dochter. Veel families­­ zitten zodoende in een spagaat.”

Kleine handigheidjes

Instanties kunnen daar volgens hen met ‘kleine handigheidjes’ rekening mee houden. Zoals agenten niet in uniform maar in burger langs laten gaan als ouders vermoedens willen delen over de mogelijke radicalisering van hun kind. Of de tijd nemen om uit te leggen wat plaatsing op de nationale sanctielijst terrorisme betekent.

De kans bestaat dat families ook bij terugkeer niet in staat zijn om hun gezinslid te ondersteunen bij de re-integratie en dera­di­ca­li­se­ring

Marieke van der Zwan, onderzoeker

Daarnaast zijn er het familiesteunpunt en lot­genotengroepen. Belangrijk voor de veiligheid, zegt Weggemans. “Veel Syriëgangers­­ deden een poging hun familie over te halen ook naar het kalifaat te reizen. Soms met succes. Je moet gezinnen weerbaar maken, zeker als er ook broertjes en zusjes zijn.”

In totaal vertrokken vanaf 2012 zo’n driehonderd Nederlanders naar Syrië en Irak om zich aan te sluiten bij een jihadistische­­ groepering. Inmiddels houden de autoriteiten vooral rekening met terugkeerders.

Ook dan is het belangrijk de rol van families te begrijpen, zegt Van der Zwan. “De kans bestaat dat families die nauwelijks van invloed waren op het besluit om te vertrekken, ook bij de terugkeer niet in staat zullen zijn om hun gezinslid te ondersteunen bij de re-integratie en deradicalisering.” Instantie onderkennen dat, zien de onderzoekers. Zo brengt de Raad voor de Kinderbescherming families van eventuele terugkeerders in kaart.

Lees ook: 

Terug van de jihad. En dan?

Nederland maakt zich op voor de terugkeer van geharde IS-strijders nu de terreurgroep in Syrië en Irak terrein verliest. Wat staat die terugkeerders hier te wachten? Over het schipperen tussen een harde aanpak en de zachtere hand.

Deel dit artikel

De onderzoekers benadrukken dat de meeste gezinsleden geen dader zijn, maar slachtoffer, al worden ze zo niet altijd bejegend

De kans bestaat dat families ook bij terugkeer niet in staat zijn om hun gezinslid te ondersteunen bij de re-integratie en dera­di­ca­li­se­ring

Marieke van der Zwan, onderzoeker