Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stappenplan tegen eenzijdige blik media

Samenleving

Isabel Baneke

© Gemma Pauwels
interview

Mooie beloftes en 'allochtonenpotjes' ten spijt, wil het maar niet lukken met de culturele diversiteit in de journalistiek. In 'Heb je nog een boze moslim voor mij?' bestuderen onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou en organisatieantropoloog Annebregt Dijkman hoe het wel moet.

Met grote ogen stapt Zoë Papaikonomou de redactievloer van de Amsterdamse stadszender AT5 op. Achter de bureaus vliegen vingers van redacteuren over hun toetsenborden, een verslaggever brult om een cameraman, het luide gerinkel van telefoons klinkt onophoudelijk. Hier worden de verhalen van de hoofdstad verteld.

Lees verder na de advertentie

Ietwat onzeker, maar opgewonden sluit ze zich als stagiaire aan bij twee ervaren journalisten die uitrukken voor een reportage. Toch gaat Papaikonomou die avond teleurgesteld naar huis. Want waarom stapte haar collega op vrijwel enkel witte mensen af in Osdorp, een buitenwijk die nota bene veel bewoners met een migratieachtergrond telt?

Zo lopen we als verslaggevers het risico mensen waarin wij onszelf niet direct herkennen in hokjes te stoppen

Zoë Papaikonomou, onderzoeksjournalist

Niet alleen voor, ook de mensen die rondlopen achter de schermen vormen samen geen goede afspiegeling van de samenleving, zo beseft ze. Verscheidenheid in kleur, afkomst en religie is er nauwelijks op de redactie. Als halve Griek heeft Papaikonomou als bijna de enige journalist een biculturele achtergrond.

Ongemak

Er ontkiemt een gevoel van ongemak in haar hoofd, dat in de jaren na die eerste stagedag almaar groeit. En heeft geleid tot het boek dat nu, ruim dertien jaar later, op de eettafel van haar lichte appartement in Amsterdam-Oost ligt.

In 'Heb je een boze moslim voor mij?', dat vanaf deze week in de winkel ligt, onderzoekt Papaikonomou (36) culturele diversiteit in de journalistiek. Samen met Annebregt Dijkman (39), die als organisatieantropoloog eenzelfde sentiment proeft, interviewde ze twee jaar lang 62 deskundigen en journalisten over hun ervaringen en perspectieven op het thema diversiteit.

Zo spraken ze RTL-presentator Diana Matroos, die in 2015 het publieke debat een zwieper gaf door naar buiten te brengen dat een chef een handjevol pepernoten op haar bureau had gelegd met de woorden 'Voor de enige Zwarte Piet op de redactie'. Maar ook Selli Altunterim, nu eindredacteur bij het actualiteitenprogramma Nieuws en Co op Radio 1, komt in het boek aan het woord, en Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam.

Gros is wit

Papaikonomou en Dijkman ontdekten dat zij niet de enige zijn die proeven dat er iets moet veranderen op de redacties. Culturele diversiteit ontbreekt. In straatinterviews, krantenartikelen en op de werkvloer zelf: het gros van de mensen is wit.

Waarom dat problematisch is? "Iedereen kijkt door een eigen filter naar de wereld", stelt Dijkman. "Ik heb een bepaalde bril op, en jij ook. En omdat de groep journalisten vrij homogeen is, kijken zij door eenzelfde bril om zich heen. Bovendien putten ze uit dezelfde soort netwerken om bronnen te vinden. Daardoor missen redacties bepaalde perspectieven, stemmen en ontwikkelingen, die eenzijdige berichtgeving levert blinde vlekken op."

Als voorbeeld noemt ze de coup in Turkije, en het effect daarvan op de Turkse gemeenschap in Nederland. "Dat was een hele ingewikkelde situatie, en redacties hadden geen idee dat die gebeurtenis hier zo veel voeten in de aarde zou hebben." Dat resulteerde volgens Dijkman in stigmatiserende verslaglegging. "Het bleef hangen in de oppervlakte, of werd maar helemaal niet verslagen."

Minder kritisch

Bovendien, vult Papaikonomou aan, maakt het gebrek aan diversiteit journalisten minder kritisch: mensen die op elkaar lijken zijn het sneller met elkaar eens. "En zo lopen we als verslaggevers het risico mensen waarin wij onszelf niet direct herkennen in hokjes te stoppen."

Ze ervoer het zelf bij AT5. Vooral wanneer er stront aan de knikker was, toog de redactie naar wijken als Osdorp. Vaak spraken verslaggevers alleen Amsterdammers met een migratieachtergrond als er een 'probleemitem' gedraaid moest worden. "Zo beïnvloed je op den duur de beeldvorming: biculturele Nederlanders worden onbewust gekoppeld aan moeilijkheden."

Papaikonomou en Dijkman erkennen dat zij niet de eersten of enigen zijn die het gebrek aan culturele diversiteit in de journalistiek aankaarten. Het thema is al pakweg vier decennia een steeds opnieuw terugkerend onderwerp van het publieke debat.

"Inmiddels beginnen mensen te zuchten als je erover begint", aldus Papaikonomou. Toch is er nog altijd weinig veranderd op de redactievloeren. "Alle 'allochtonenpotjes', diversiteitsprojecten en beloftes ten spijt, schiet het maar niet op met inclusiviteit in de media."

Wat werkt?

Hoe kranten en omroepen hun redacties wel diverser kunnen maken? Op die vraag proberen Papaikonomou en Dijkman een antwoord te geven in hun boek. Uit de talloze gesprekken die ze hebben gevoerd, hebben ze bepaalde tips gedestilleerd. Wat werkt? En wat niet?

"We hebben in dit boek heus het wondermiddel niet uitgevonden", zegt Papaikonomou. Dijkman vult haar aan: "Maar met dit boek kunnen redacties nu niet meer zeggen: we willen wel, maar we weten niet hoe. Gaan ze niet met diversiteit aan de slag, dan is het een keus. Want de tijd van enkel praten is voorbij."

Beiden benadrukken dat hun adviezen geen chronologisch stappenplan zijn. "Ieder onderdeel moet tegelijkertijd worden aangepakt, al die verschillende tandwieltjes moeten gaan draaien", aldus Dijkman. "Pas als je op alle fronten actie onderneemt, dus én op werving en selectie, én op de vloer zelf, én én én, dan breng je beweging op gang."

En ja, het vergroten van culturele diversiteit heeft tijd, geld en bovenal een lange adem nodig. Maar, zo stelt Papaikonomou, het levert de redactie ook veel op. "Kwalitatief betere journalistiek bijvoorbeeld, onderscheidend vermogen, en een nieuwe groep lezers of kijkers die zich ineens herkennen in wat ze voorgeschoteld krijgen. Diversiteit hangt met alles samen."

Stap 1: Steek de hand in eigen boezem

Erken dat je als krant of omroep niet inclusief bent, en dat wel moet worden. "Dat is niet zo makkelijk als het klinkt", erkent Papaikonomou. "Een van de pijlers van journalistiek is objectiviteit of neutraliteit." Geef je toe dat je een bepaalde bril op hebt, dan zeg je dus eigenlijk dat je dat niet bent. Dat is pijnlijk. Dit is ook precies waarom het stimuleren van diversiteit zo moeilijk op gang komt in ons vak, in het bedrijfsleven gaat het op sommige plekken bijvoorbeeld beter."

Toch denkt ze dat eerlijkheid de betrouwbaarheid van de journalistiek enkel vergroot. "Als consument zelf zou ik het waarderen wanneer een medium open zegt dat het worstelt met diversiteit. Want verandering is voor een dominante groep ook ook bloody ingewikkeld. Dat zien we dagelijks terug in berichtgeving.""

Stap 2: Begin

Zet diversiteit boven aan de agenda, en accepteer dat je dat moet forceren. Voer quota in, als tijdelijke maatregel om een betere balans af te dwingen. Papaikonomou: "Dat voelt tegenstrijdig, maar je neemt onbewust altijd de mensen aan waarin je je herkent. Ook ik trek freelancers aan die uit mijn netwerk komen, vrouw zijn, en een biculterele achtergrond hebben. Als ik dat niet wil, moet ik mezelf dwingen anders te selecteren."

Stel echte vacatures beschikbaar, geen werkervaringsplekken, en vul ze niet op totdat je iemand hebt gevonden met een diverse achtergrond. "Wanneer redacties diverser wilden werven, klopten ze vaak bij mij aan voor mijn netwerk. Maar daar ben ik voorzichtiger in geworden. Want het waren altijd vacatures voor stagiair of beginnend verslaggever. Zochten ze een nieuw lid voor de raad van bestuur? Dan hoorde ik niks."

Stap 3: Maak diversiteit concreet

Stel doelen voor diversiteit, wat betreft de samenstelling van de redactie, maar ook per uitzending, programma of katern. Begin met turven. Hoe veel onderwerpen hangen samen met het deel van de bevolking dat een migratieachtergrond heeft? Hoe veel bronnen in de krant zijn van kleur? Evalueer regelmatig.

"Inclusiviteit betekent niet alleen dat redacties niet alleen biculturele journalisten aannemen", legt Dijkman uit. "Ook zittende redacteuren moeten leren 'inclusief' te werken. Ze moeten zich continu bewust zijn van de bril die ze op hebben, gewezen worden op hun onbewuste vooroordelen, en opletten dat ze de diversiteit van Nederland weerspiegelen in hun werk." Mis ik stemmen? Zit er een blinde vlek? "Begeleid en bekritiseer elkaar. Divers bronnengebruik zou net zo vanzelfsprekend moeten worden als het checken op fouten met d en t en hoor- en wederhoor."

Stap 4: Stop met het organiseren van korte- termijnprojecten

Het gaat niet alleen om percentages of het kunnen afvinken van het hokje 'diversiteit'. De hele redactiecultuur moet op de schop. Neem diversiteit als kwaliteit op in vacatureteksten. Praat niet alleen met een sollicitant van Marrokaanse afkomst, maar ook met Jan.

Maak afspraken over terminologie, en neem ze op in het schrijfboek van de redactie. Wit of blank? Stel eisen aan wat journalisten aan basiskennis moeten hebben over de Nederlandse samenleving, onder meer over de islam en de migratiegeschiedenis.

"En handhaaf die termen en eisen", zegt Dijkman. "Stel ook verantwoordelijken aan voor het diversiteitsbeleid, die op het matje worden geroepen als de gestelde doelen niet worden behaald. Wat als het niet lukt? Als huidige initiatieven mislukken, dan klinkt nu vaak 'Tja, jammer. Consequenties? Daar hebben we eigenlijk niet over nagedacht.'"

Zoë Papaikonomou en Annebregt Dijkman, 'Heb je een boze moslim voor mij?' Amsterdam University Press, 176 blz. € 24,95

Deel dit artikel

Zo lopen we als verslaggevers het risico mensen waarin wij onszelf niet direct herkennen in hokjes te stoppen

Zoë Papaikonomou, onderzoeksjournalist