Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Scholieren helpen docenten met de moeilijke gesprekken in de klas

Samenleving

Amber Dujardin

Een van de documentaires van ‘Project Ongehoord’ is gemaakt door de Turkse mbo-student Eren (links), die met zijn vriend Ismael een bezoek bracht aan Kamp Vught. © x

Scholen worden steeds diverser, maar in plaats van opener wordt het klimaat juist harder. Hoe praat je over gevoelige thema’s in de klas? De documentaires van ‘Project Ongehoord’ moeten handvatten bieden.

 Of het nu gaat om de Holocaust, de zwartepietendiscussie of terroristische aanslagen: het zijn stuk voor stuk explosieve onderwerpen om te bespreken in de klas. Zeker als die klas bestaat uit Marokkaanse Nederlanders, Joden, Syrische vluchtelingen en expatkinderen.

Lees verder na de advertentie

Met 55 nationaliteiten op één school kan het ijs glad zijn, weet Fatima Haddouch, vmbo-docent maatschappijleer op het Montessori College Oost in Amsterdam, maar al te goed. Vooral homoseksualiteit is ‘wel een dingetje’. Net als terreuraanslagen of de vete tussen ­Israël en Palestina. “Men heeft hier wel een woordje klaar”, zegt Haddouch droogjes.

Je moet contact zoeken in vredestijd, en niet als er iets gebeurt ineens de docent gaan uithangen

Esmaa Alariachi, docent Engels op het Calvijn College in Amsterdam

Om docenten te helpen om dit soort moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, ontwikkelde stichting Turning Point samen met Bosch Film het lespakket ‘Project Ongehoord’. Ze vroegen jongeren uit heel Nederland om documentaires te maken over thema’s als discriminatie, wraak, vergeving en de macht van de media, op zoek naar lessen die relevant zijn voor de huidige discussies over uitsluiting en onrust in de samenleving.

Een van de documentaires is gemaakt door de Turkse mbo-student Eren (17), die met zijn vriend Ismael een bezoek bracht aan Kamp Vught om met een Joodse man en de dochter van een NSB’er te praten. Twee voorbestemde aartsvijanden die inmiddels al jaren bevriend zijn en vertellen hoe dat zo kwam. “Het was voor mij een hele stap omdat ik dit soort dingen niet gewend ben”, zegt Eren. “In het begin was ik onzeker. Ik ken geen Joden in mijn omgeving. Ik was het niet gewend om gefilmd te worden. Maar het heeft goed uitgepakt. Ik zeg je eerlijk: ik vond het heel interessant en leuk. Hoe meer je leert van elkaars cultuur, hoe meer je leert over jezelf.”

Hij volgde eerst de opleiding servicemedewerker aan het ROC Midden Nederland en stapte over naar de kappersopleiding. Onderwerpen als discriminatie werden op het ROC wel besproken, zegt Eren. “Maar bij ons in de klas lezen niet veel mensen de krant. We gingen wel op maandag het ‘NOS Journaal’ kijken en bespreken. Ik had vaak discussies, dat vond ik juist leuk. Maar op de basisschool en middelbare school deden we dit soort dingen vaker.”

Verkeerde snaar

Taboes en de polarisatie onder jongeren nemen toe, ziet Anke Munniksma, die aan de UvA onderzoek doet naar de sociale ontwikkeling van jongeren in een multiculturele samenleving. Daarnaast wordt de leerlingenpopulatie op scholen steeds diverser. Veel docenten worstelen met het bespreekbaar maken van gevoelige onderwerpen in de klas, uit angst voor conflicten of om een verkeerde snaar te raken.

Soms is die angst zo groot dat docenten lastige onderwerpen maar liever helemaal uit de weg gaan, zegt Munniksma. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 38 procent van de Nederlandse jongeren in het voortgezet onderwijs het ‘discussieklimaat’ in de klas niet open vindt. Ze voelen zich niet aangemoedigd om een eigen mening te vormen en vrij om voor die mening uit te kunnen komen.

“We zijn in tachtig klassen geweest, vooral op mbo’s”, zegt regisseur Julia von Graevenitz die het project heeft opgezet. “We spraken met leerlingen over uitsluiting en discriminatie. Daar schrik je van. Het is ontzettend ingewikkeld om jonge generaties het gevoel te geven dat ze bij dit land horen. Daar doen we iets niet helemaal goed.”

Hoe meer je leert van elkaars cultuur, hoe
meer je leert over jezelf

Mbo-student Eren

Er wordt vaak neerbuigend gedaan over jongeren op het vmbo en mbo, vindt Von Graevenitz. Daardoor voelen ze zich onzichtbaar. En op veel scholen bestaan er ‘harde scheids­lijnen’ tussen jongeren met en zonder migratie-achtergrond, merkt ze tijdens haar bezoeken. “Ze zitten bijna nooit bij elkaar. De witte leerlingen spreken vaak over ‘buitenlanders’. Om dat bespreekbaar te kunnen maken, hangt het er heel erg vanaf of de groep met een ­migratie-achtergrond zich veilig genoeg voelt.”

Hoe moet het dan wel? Over die vraag gingen docenten onlangs in debat tijdens de lancering van Project Ongehoord, die niet toevallig plaatsvond in het multiculturele Rotterdam. In theater Lantaren Venster werden eind oktober twee van de tien documentaires getoond, waarna docenten en leerlingen met elkaar bespraken hoe je een open sfeer in de klas creëert.

Flippen

Volgens Esmaa Alariachi is dat helemaal niet zo moeilijk. “Je moet contact zoeken in vredestijd, en niet als er iets gebeurt ineens de docent gaan uithangen”, zegt de docent Engels op het Calvijn College in Amsterdam. “En het is belangrijk om niet direct in goed-en-fout-termen over meningen van leerlingen te praten. In plaats van te gaan flippen tegen een jongen uit Afghanistan omdat hij iets heeft tegen vrouwen met een hoofddoek – zoals ik – ga ik het gesprek aan. Als je een goede sfeer hebt in de klas, druk je op de juiste knopjes.”

Maroua Sadni, docent Nederlands bij ROC Midden Nederland, vindt het vooral belangrijk dat leraren ook iets over zichzelf durven te vertellen. In het begin van het jaar laat ze haar leerlingen een hele les vragen aan haar stellen die ze eerlijk beantwoordt. “Ik heb een hele goede band met ze. Ik zat net met een leerling in de trein. Hij vroeg of ik niet eens moest gaan trouwen, want ik had verder alles wel goed voor elkaar, vond hij. Toen zei ik: goed idee.” Een brede glimlach. “Hij gaat nu iemand voor me zoeken in zijn netwerk.”

Het is een houding die Chaimae (17), mbo-student directiesecretaresse, helaas vooral waarneemt bij jongere docenten met een ‘diverse achtergrond’. Volgens haar vergeten docenten vaak dat zij op hun beurt iets van leerlingen kunnen opsteken. Ze moeten minder oordelen en meer openstaan voor onze ideeën, zegt Chaimae, die in één adem vertelt dat ze van Marokkaanse afkomst is, uit Hillesluis komt en op hockey zit. “Ik ben een mix, snap je? Ik heb geleerd dat je niet moet wijzen naar andere mensen. Er wijzen altijd drie vingers terug.”

Mbo-student Eren voelt zich wel onderdeel van de Nederlandse samenleving, maar hij heeft er ook begrip voor dat jongeren van zijn leeftijd dat gevoel niet altijd delen. Net als veel van zijn vrienden is discriminatie hem niet vreemd. “Ik word weleens uitgemaakt voor terrorist, puur en alleen op mijn uiterlijk. Wij als allochtonen moeten sterk in onze schoenen staan. Je woont hier nou eenmaal. Dit maak je gewoon mee. Het doet je wel pijn, maar ik ga Nederland niet uit. Het is beter voor je sociale leven als je van mensen leert en je niet afsluit.”

Still uit ‘Project Ongehoord’. © x

Die discriminatie lijkt overigens niet alleen van ‘buiten’ te komen. Ook op scholen zelf wordt het open klimaat minder, ziet regisseur Julia von Graevenitz tijdens haar bezoeken in de klas. Eigenlijk is dat vreemd, vindt ze. Scholen worden steeds diverser, maar in plaats van opener wordt het klimaat juist harder. Het woord ‘ras’ wordt opeens weer genoemd door jongeren. “Het wordt normaal gevonden om het daarover te hebben. Die verharding is overigens iets mondiaals. Er zijn veel angstige dingen gaande. Onze eigen premier zegt dingen als ‘dan rot je maar op’. En onze minister van buitenlandse zaken gelooft kennelijk niet in een multiculturele samenleving.”

Juist voor docenten ligt er een belangrijke taak om het tij te keren, vindt zowel Von Graevenitz als Munniksma. Ze zijn niet alleen rolmodellen, maar kunnen kinderen door het creëren van een open klimaat in de klas met wederzijds respect leren discussiëren over hun verschillen, zodat ze goed leren samenleven in een pluriforme samenleving.

“Project Ongehoord lijkt me heel waardevol, omdat het leerlingen na laat denken over de plaats die zijzelf en anderen innemen in de samenleving”, zegt onderzoeker Munniksma. “Door te kijken naar het verleden leren leerlingen ook kritisch te kijken naar hoe we op dit moment in de samenleving met elkaar omgaan.”

Gevoel en humor

Hoeveel scholen er met de documentaires aan de slag gaan, weet Von Graevenitz nog niet. Het lespakket is pas net gelanceerd. Maar ze is optimistisch: uit een eerdere pilot in Amsterdam bleek al dat de documentaires een goed opstapje kunnen zijn naar moeilijke gesprekken, omdat ze meer een beroep doen op ‘gevoel’ dan op kennis. “Voor vmbo’ers moet je veel terugbrengen naar gevoel. Kennis vinden ze lastig en vervelend. Als ze het kunnen voelen, snappen ze het.”

Het is dan ook belangrijk om – naast praten in de klas – veel met jongeren te ondernemen, zegt docent maatschappijleer Fatima Haddouch. Zelf haalt ze bijvoorbeeld homoseksuelen en ex-gedetineerden de klas binnen en gaat ze op bezoek bij het Anne Frank Huis en de Tweede Kamer. Het heeft veel effect als mensen hun eigen verhaal vertellen, ziet Haddouch. En misschien de beste panacee van allemaal: humor. Niet met gestrekt been erin om een controversiële mening in de kiem te smoren, maar grapjes maken en dóórvragen. “Ik merk dat ik geschokt ben als ik een leerling hoor zeggen dat homoseksualiteit verboden moet worden omdat het vies is. Dan probeer ik het gesprek aan te gaan: wat als de buurman dat nou lekker vindt?” 

‘Project Ongehoord’

Voor het ‘Project Ongehoord’ vroegen stichting Turning Point en Bosch Film jongeren uit heel Nederland om documentaires te maken over thema’s als discriminatie, wraak, vergeving en de macht van de media. Volgens regisseur Julia von Graevenitz ‘is het ontzettend ingewikkeld om jonge generaties het gevoel te geven dat ze bij dit land horen’.

De documentaires van de jongeren zijn online te bekijken op projectongehoord.nl

Lees ook:

‘School moet meer aan integratie doen’

Scholen doen nog te weinig om sociale integratie te bevorderen, zegt hoogleraar onderwijskunde Geert ten Dam.

Deel dit artikel

Je moet contact zoeken in vredestijd, en niet als er iets gebeurt ineens de docent gaan uithangen

Esmaa Alariachi, docent Engels op het Calvijn College in Amsterdam

Hoe meer je leert van elkaars cultuur, hoe
meer je leert over jezelf

Mbo-student Eren