Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Roze ouderen hoeven in dit appartementencomplex niet terug de kast in

Samenleving

Sybilla Claus

Josee Rothuizen en Chris van der Kroon voor het Amsterdamse appartementencomplex voor 'roze' ouderen. © Werry Crone
Reportage

Oudere homo's gaan in het verpleeghuis vaak terug de kast in, terwijl ze uiteraard het liefst zichzelf zouden blijven. In Amsterdam opent vandaag ’s lands eerste appartementencomplex voor ‘roze ouderen’.

In een verpleeghuis in Amsterdam-Buitenveldert spraken mensen over een verdrietige bewoner die licht dement is. Zijn man was overleden, maar iedereen maakte ervan dat zijn vrouw dood was. ­Josee Rothuizen hoorde erover in haar werk als adviseur over diversiteit in verpleeghuizen. “Roze ­ouderen denken snel: laat maar”, weet zij.

Lees verder na de advertentie

Toch heeft deze instelling net als alle verpleeghuizen in de hoofdstad het ­officiële keurmerk van de Roze Loper. Dat betekent dat het huis bewust bezig is zijn driehonderd kwetsbare bewoners bij te staan als zij lesbisch of homo zijn. “Op papier klinkt dat mooi, maar de realiteit is dat heteroseksueel personeel beter moet doorvragen.” Het voorbeeld toont dat de norm nog steeds is dat elke oudere wel hetero zal zijn. “Dus moet je als roze oudere goed nadenken hoe je later wilt wonen.”

Terug de kast in

Dat heeft Rothuizen zelf, 72 jaar en moeder van twee kinderen, ook gedaan. Samen met haar vrouw woont zij in een van de net opgeleverde veertien appartementen van de Roze Hallen, een nieuwbouwcomplex in Amsterdam Oud-West. Toen de ­gemeente in 2014 vijf zelfbouwkavels aanbood, was vrijwilligersinitiatief ‘OutForever’ er snel bij. Uit dit initiatief ontstond een groep die uiteindelijk de kavel voor 55-plussers won.

Als er wat is, als je ziek bent, een boodschap nodig hebt, kan je bij elkaar ­terecht. We zijn goede buren, geen vrienden

Josee Rothuizen

“Uit onderzoek blijkt dat ouderen die in een verpleeghuis belanden weer de kast in gaan. Het idee was eigenlijk: kunnen we een roze verzorgingshuis organiseren?” Het pakte anders uit: geen verzorgingshuis, maar een aantal koopappartementen. Er wonen vijf stellen en negen singles, negen ­vrouwen en tien mannen. “Als er wat is, als je ziek bent, een boodschap nodig hebt, een dip hebt, dan kun je bij elkaar ­terecht. We zijn goede buren, geen vrienden.”

Rothuizen zit aan tafel in de woning van Chris van der Kroon (57), op vierhoog aan de Bilderdijkkade. “Alles is aangepast”, zegt Van der Kroon. “Hier kunnen we nog wonen als we allemaal negentig jaar zijn en een rolstoel of ­rollator hebben.” Van der Kroons vloerbedekking bestaat uit zilverpapier dat is afgedekt met een transparante epoxylaag. “Om ruimte te besparen in mijn woning van zestig vierkante meter heb ik een mobiele boekenkast als slaapkamerwand. Elke nieuwbouwwoning heeft een open keuken, maar dat wilde ik niet.”

Architect Riëtte van der Werff bouwde het pand gasvrij en met honderd ­zonnepanelen op het dak. Niemand heeft een draagmuur in de woning, wat intern schuiven met deuren en wandjes mogelijk maakt. Een andere bijzonderheid: op de begane grond is een grote keuken met wasmachines voor iedereen. “Die ruimte kunnen we opsplitsen zodat er een logeerappartement komt, bijvoorbeeld voor ­iemand die een aantal weken moet revalideren.”

Voorloper

Dat een complex als de Roze Hallen juist in Amsterdam verrijst, is niet ­verrassend. “Amsterdam is roze voorloper”, zegt sociaal geograaf Roos Pijpers van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij doet onderzoek naar diversiteit onder ouderen met een zorgvraag. “De hoofdstad heeft een grote concentratie LHBT-mensen en een gote groep roze senioren. De massa maakt het verschil. Deze groep roze ouderen kan een vuist maken bij de gemeente en woning-­corporaties. Er zitten nogal wat mensen bij die de weg weten in het openbaar ­bestuur. Dan weet je waar je moet ­aankloppen.”

Ook in grote steden als Rotterdam, Utrecht en Nijmegen zijn er veel ­ontmoetingsgelegenheden voor homo-ouderen en in het hele land doen ­inmiddels honderdvijftig verpleeghuizen en woonzorginstellingen mee aan het – overigens in Nijmegen bedachte – Roze Loperkeurmerk. Maar Amsterdam is de eerste en vooralsnog enige stad waar álle huizen meedoen. En ook de hoeveelheid roze woonprojecten is uniek voor Amsterdam.

Het werkt niet als huizen zeggen dat iedereen voor hen gelijk is. Dan negeren zij de bijzondere situatie van roze ouderen.

Roos Pijpers

“Uit onderzoek naar stedelijke ­ontwikkeling blijkt trouwens dat voor iedereen de kwaliteit van leven toeneemt als er veel lhbt-activiteiten zijn”, zegt Pijpers. “In een positief klimaat met aandacht voor minderheden is het vaak prettig samenwonen.”

Pijpers onderzoekt met haar project rozeouderenzorg.org nu hoe aandacht voor lhbt-ouderen kan ontstaan waar dat minder vanzelfsprekend is, zoals in middelgrote steden en op het platteland. “Ik sprak een man uit Zeeland die zich echt afvraagt wie er later voor hem gaat zorgen en hoe hij dan zijn identiteit kan behouden. Het werkt niet als huizen zeggen dat iedereen voor hen gelijk is. Want dan negeren zij de ­bijzondere situatie en levensloop van roze ouderen.”

De eerstegeneratiehomoseksuelen die nu tachtigplus is, heeft vaak een zwaar leven gehad, met een late coming out. Het is moeilijk voor hen om open te zijn en gelijkgestemden te vinden. Soms zijn er geen kinderen of is er geen contact meer met hen of heeft iemand gebroken met de familie.

“De kennis hierover bij het personeel is heel beperkt”, aldus Pijpers. “Er is nog veel werk te doen. Zeker als het gaat om dementerenden.” Haar onderzoekers zagen hoe bij activiteiten voor licht dementerenden de materiaalkeus beperkt was naar gender en hoe gedachteloos ouderwetse liedjes worden gezongen.

“Een man wil ook weleens een parelketting krijgen om mee te frutselen. En van die heteronormatieve liedjes wil toch iedereen af? Neem nou: ‘In Holland staat een huis, in dat huis woont een heer, en die heer die kiest een vrouw’.”

Buurtplek

De generatie babyboomers en hun opvolgers pakken het anders aan, getuige het zelfbouwproject Roze Hallen en toekomstgerichte groepen als het Roze Stadsdorp (zie kader). Niet individueel en afwachtend, maar vooruitkijkend als groep. Zij hebben in ieder geval in ­Amsterdam het tij mee. Tijdens de ­jaarlijkse Gay Pride is er steevast een Grey Pride in diverse verzorgings-­huizen, waar bewoners en bezoek ­negen dagen meefeesten. Twee Amsterdamse verpleeghuizen hebben een roze vleugel. De kern van alle Pride-activiteiten is dat iedereen welkom is, uit de buurt en daarbuiten. “Het is goed als lhbt-ontmoetingsplaatsen als buurtplek functioneren”, zegt Pijpers.

We hechten aan een goed contact met de buurt. Want hoe opener we zijn, hoe veiliger het is.

Chris van der Kroon

Openheid is ook de strategie van de eigenaren van de Roze Hallen. “We hechten aan een goed contact met de buurt. Want hoe opener we zijn, hoe veiliger het is.”

En wat is de boodschap van Rothuizen en Van der Kroon aan de hetero’s die maar blijven vragen waarom homo’s zo samen klitten? “Als je ergens gaat wonen, kom je altijd tussen de hetero’s. Dat kan heel geïsoleerd aanvoelen. Dit is gewoon gezellig”, antwoordt Van der Kroon. “Het is heel vertrouwd te wonen zoals hier, met lesbische vrouwen en homomannen”, voegt Rothuizen eraan toe. “Het gaat er nooit over, maar het is er altijd.”

Overigens zijn de vier kavels van de buren bewoond door hetero’s. “Zij ­kiezen er net zo goed voor om samen te kruipen”, zegt Rothuizen. “Maar dat valt niemand op.”

Roze stadsdorp

Ooit kwam het overwaaien uit Amerika, het stadsdorp. Een ­onzichtbaar sociaal netwerk van buurtbewoners die elkaar bijstaan met hand- en spandiensten en ­gezellige activiteiten ondernemen. Amsterdam heeft dit in allerlei stadsdelen en de hoofdstad heeft ook de primeur op de roze variant: homo-ouderen die samen naar de bioscoop gaan, wandelen, jeu de boulen of schaken.

Ineke Kraus (70) is voorzitter van het Roze Stadsdorp. Dat begon in 2015 met vijftig deelnemers, inmiddels zijn het er zevenhonderd. Het idee is dat het voor iedereen belangrijk is op latere leeftijd ­actief te blijven en je sociale ­contacten te houden. “Oudere gays hebben vaak minder familie en geen kinderen. Maar ze hebben wel een groot gay netwerk waarin ze zichzelf kunnen zijn.”

De best bezochte activiteit van het Roze Stadsdorp is de borrel, elke derde dinsdag van de maand. Er komen tachtig à negentig ­bezoekers. “Daar ontmoet ik veel mensen. Sommigen heb ik jaren niet gezien, die ken ik dan bijvoorbeeld nog van mijn tennisclub Smashing Pink. Er ligt toch een netwerk klaar in de stad omdat wij hier al zo lang wonen.”

Kraus benadrukt dat de deelnemers van het Roze Stadsdorp ‘tweedegeneratiehomo’s’ zijn, die altijd meer open zijn geweest. “De generatie voor ons, die nu in verpleeghuizen woont, moest in de veertiger en vijftiger jaren voor de veiligheid nog ‘kruislings’ uit, als heteroparen.”

Omdat je netwerk kleiner wordt en je minder mobiel wordt ­naarmate je ouder wordt, is het ­logisch activiteiten per buurt te organiseren. Daarom heeft het ­Roze ­Stadsdorp buurtgroepen per wijk. Iedereen kan zelf een activiteit beginnen.

“Het is ook handiger om iemand vlakbij te helpen. En het is leuk als ik door de wijk wandel en ‘hé buurman’ kan roepen”, zegt Kraus. “Nu help ik zelf tachtigplussers. Als ik straks 85 ben en krakkemikkig begin te worden, hoop ik dat een zeventiger iets voor mij zal doen.”

Lees ook:

Homo's hebben het beter én slechter

De jaarlijkse Pride-week in Amsterdam is een feest voor meer dan alleen het roze deel van Nederland. Maar hoe is de situatie van homovrouwen en -mannen elders op de wereld in de laatste jaren veranderd?

Deel dit artikel

Als er wat is, als je ziek bent, een boodschap nodig hebt, kan je bij elkaar ­terecht. We zijn goede buren, geen vrienden

Josee Rothuizen

Het werkt niet als huizen zeggen dat iedereen voor hen gelijk is. Dan negeren zij de bijzondere situatie van roze ouderen.

Roos Pijpers

We hechten aan een goed contact met de buurt. Want hoe opener we zijn, hoe veiliger het is.

Chris van der Kroon