Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Puberbreinexpert Eveline Crone: Ik heb een hekel aan het moralistische vingertje van ouderen

Samenleving

Ally Smid

Neuropsycholoog Eveline Crone © Merlijn Doomernik
Levenslessen

Alles wat u altijd al wilde weten over het puberbrein legt hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Eveline Crone (42) uit op haar Leidse universiteit. Ze is ambassadeur van het Weekend van de Wetenschap.

1. Na je puberteit verandert je brein ook nog

Lees verder na de advertentie

“Heel raar, ik heb zelf weinig herinneringen aan mijn puberteit. Het was een beetje een dromerige periode, denk ik. Pas op mijn achttiende ging ik leven. Ik vind zelf die periode tussen twintig en dertig jaar ook zeker zo interessant. Wie word je? Wissel je veel van opleiding of juist niet? En van partner? We weten al dat de hersengroei bij mensen die lang studeren langer doorloopt. Bij degenen die eerder beginnen te werken, een kortere opleiding doen, en eerder aan een gezin beginnen, stabiliseert die ontwikkeling sneller.

Vrouwelijke hoogleraren van de vorige generatie moesten moeilijke keuzes maken en kregen vaak geen kinderen

Een collega publiceerde twee jaar terug in Nature onderzoeksresultaten over welke veranderingen tijdens een zwangerschap in de hersenen plaatsvinden. Ik weet nog dat tijdens haar presentatie alle vrouwelijke wetenschappers die ook moeder waren elkaar aankeken. We herkenden het. Die hormonale veranderingen hebben grote invloed op de structuur van de hersenen. Hersengebieden die te maken hebben met het geheugen waren tijdelijk anders. Verder lijkt het vermogen tot inleving blijvend verankerd in het hoofd van een moeder.

Op mijn achttiende wilde ik maar één ding: Schiedam uit en naar Amsterdam. Ik ging samenwonen met mijn zus. Zij is vierenhalf jaar ouder dan ik. Mijn vader, die advocaat was, overleed op z’n 46ste plotseling. Ik was vijf. Met z’n drieën waren we daarna een heel hecht gezin, daardoor was het voor mij denk ik niet traumatisch. Mijn moeder, ze is nu 81, was een heel geliefde en betrokken kinderarts in onze stad. Op de markt is het nog steeds: ‘Dag dokter Crone!’

Ik leerde mijn man Menno al kennen in mijn studietijd op m’n negentiende. Hadden we allebei ook niet gedacht dat we bij elkaar bleven, maar het was leuk en het bleef leuk. Ik heb nog een jaar voor mijn studie in de VS gewoond, en daarna nog twee jaar, waardoor ik mezelf verder kon ontwikkelen. Sommigen zeggen dat ik een beetje Engels klink, misschien sinds die tijd. Vroeger had ik een Rotterdams accent. Weet je dat ik Schiedam en Rotterdam nu pas kan waarderen? Het stoere, eerlijke en rauwere ervan. Maar op mijn achttiende wilde ik meer sjeu in mijn leven, kosmopolitisch zijn.”

2. Op je 16de stemmen is wel heel jong

“Het is zo leuk om bevindingen uit mijn eigen onderzoek om me heen terug te horen. Dat de visie op adolescentie is veranderd. Zoals vorige maand toen een radiopresentator zei over die ongepaste tweets (over suïcide op het spoor, red.) van het nieuwe VVD-Kamerlid Thierry Aartsen die hij plaatste op z’n negentiende: ‘We weten nu dat de hersenen nog niet uitontwikkeld zijn op je twintigste.’ Sommige mensen zijn op hun 21ste volwassen, hun hersenen volgroeid, bij anderen loopt het soms zelfs tot hun dertigste door. Bij 22 eindigt de adolescentie, stabiliseert bij de meesten de hersengroei. Of je volwassen bent op je achttiende, daarover heb ik echt mijn twijfels. In de wet moet je nu eenmaal regels stellen omdat het handig is, maar vergeet niet dat het gewoon een afspraak is. Vooral bij jongeren uit pleeggezinnen die op hun 18de ineens alles zelf moeten kunnen weet je dat dat niet kan. Vroeger konden Nederlanders pas op hun 25ste stemmen, en D66 wil dat het 16 wordt. Het is goed dat er discussie over is, maar 16 is wel heel jong.

Dat onderzoek naar de hersenen van adolescenten doe we aan de Leidse universiteit in onze labs, we ondervragen jongeren en maken en beoordelen hersenscans van ze. Ze krijgen hier 10 euro per uur voor plus reiskosten. We proberen jongeren van allerlei afkomst en opleiding te bereiken, omdat we steeds scans van verschillende jongeren in dezelfde leeftijdsgroep beoordelen. Daarom houden we voor het publiek ook zo’n Weekend van de Wetenschap, waar we mensen uitleg geven over ons onderzoek.”

3. Vrouwen zijn er nog niet

“Laatst werd ik gevraagd of ik vrouwelijke hoogleraren kende van wie de dochter ook in de wetenschap werkt. Ik kon niemand bedenken. Mijn wetenschapsvriendinnen ook niet. Het is een generatie die nog moet komen. Vrouwelijke hoogleraren van de vorige generatie moesten moeilijke keuzes maken en kregen vaak geen kinderen. Van de vader-zooncombinatie ken ik talloze voorbeelden. In Nederland is nu 18 procent van de hoogleraren vrouw, hier in Leiden is het wel beter: 23 procent. Onze rector maakt er graag de sier mee, terecht. De Open Universiteit in Heerlen en Nijmeegse universiteit scoren het hoogst. Volgens Opzij was ik vorig jaar de invloedrijkste vrouw in de wetenschap. In datzelfde jaar kreeg ik samen met drie andere onderzoekers de Spinozapremie, de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap.”

Sinds Stapel moeten wij aan te veel regels voldoen: het is de illusie van bescherming

4. Perfectionistisch zijn is lastig

“Ik heb heel lang spreekangst gehad. In mijn hoofd had ik er veel zin in en was ik helemaal niet zenuwachtig, en in mijn hoofd dacht ik dat ik misschien wel het beste verhaal van die avond had van alle sprekers, was ik zelfverzekerd. Maar als ik er stond, overkwam het me. Het is iets lichamelijks. Wat zullen ze ervan vinden? Mijn knieën en stem gingen trillen. Heel stom. Ik denk dat die ervaringen me ook wel verder hebben geholpen, en het is niet alleen maar een handicap, je daagt jezelf ook uit. Ik wil altijd dat mijn verhaal helemaal klopt, ik kan niet bluffen.

We laten op de universiteit al jaren docent-evaluaties doen door studenten. Anoniem. Je krijgt punten op een schaal van 1 tot 5, wat heel goed is. Tachtig procent geeft me een 4 of een 5. Maar ik krijg altijd een 1 van een paar studenten, van wie ik niet eens weet of ze wel naar mijn college zijn gekomen. Maar ik kan het niet uitstaan. Ik wil weten: waarom een 1? Raar natuurlijk, want het gaat erom dat je het grootste deel van de studenten goed hebt bediend.

Tegen studenten en onderzoekers in opleiding die last hebben van competitiedrang zeg ik altijd: ‘Vergelijk jezelf niet zo met die 5 procent die beter is, maar met die 95 procent die het minder goed doet. Maar ja, net dat stapje extra maken is zo aantrekkelijk, dat je ergens terechtkomt waar nog nooit iemand is geweest. Dat lukt niet altijd, soms maak je alleen maar stappen achteruit, dat is ook wetenschap.” 

Eveline Crone

5. Regels zijn vaak een illusie van bescherming

“Mijn collega-psycholoog Diederik Stapel had daar inderdaad ook moeite mee, dat hij niet met al zijn bevindingen kon schitteren. Ik heb hem niet meer gezien sinds zijn debacle. Ik ben niet op hem persoonlijk boos, toen ook niet. Ik houd niet van een persoonlijke hetze. Dat bespaart me veel energie. Maar sinds Stapel moeten wij wel een oneindige reeks dataformulie- ren invullen voor we aan onderzoek beginnen. Te veel regels, vind ik, het is de illusie van bescherming. Alle onderzoeksfases moeten geregeld zijn, maar het was al goed geregeld. Dit was een exces, niet representatief voor die andere 99,5 procent. Stapel zei dat hij iets heeft blootgelegd wat bij veel wetenschappers speelt, die publicatiedrang. Maar dat geloof ik niet. Verreweg de meeste onderzoekers doen dit niet. Heb gewoon vertrouwen en hou elkaar een beetje in de gaten.”

6. Laat mij denken, en ik ben blij

“Mijn fijnste vakanties zijn die waarbij ik een stap in mijn denken maak, dat er onderzoekslijnen in mijn hoofd bij elkaar komen. Ja, echt! Dat was afgelopen zomer, toen we met onze kinderen van tien en vijf een roadtrip maakten door de VS en ik tussendoor op universiteiten in Los Angeles, Berkeley en Oregon met collega’s daar heb overlegd en onderzoek heb gedaan. En onderweg in de auto ging het denken ook door, ja. Ik ga ook weleens in bad om even heerlijk te kunnen denken. Je denkt: wetenschappers hebben eureka-momenten, nou ik niet, ik ben altijd lang aan het wikken en wegen.

Kinderen om je heen zijn geweldig, maar ze onderbreken je denken wel. Weet je wat ik gelukkig kan? Een halve gedachte later afmaken. Als ik trouwens wakker lig van mijn werk, is het niet van een wetenschappelijk probleem, want daar houd ik van, maar van collega’s die ruzie met elkaar maken of bestuurswerk.”

7. Scholen, begin echt later

“Ons onderzoek en dat in de VS laat zien dat scholieren en studenten ’s avonds later moe worden, hun bioritme verandert in de puberteit alsof ze een jetlag hebben. Om acht uur op school moeten zijn is voor hen echt te vroeg, dat heeft niet met onwil te maken of een autoriteitsprobleem. Ik geef mijn bevindingen door aan scholen, en ik geef lezingen, maar of dit punt aankomt merk ik nog niet echt.

Ik snap dat verbod van mobieltjes op Franse scholen wel. Maar jongeren zijn zelf niet somber over hun digitale leven. Ze hebben alleen nog geen normen afgesproken, ook niet wat wel of niet kan als het gaat om het versturen van naaktfoto’s. Ik houd niet van dat moralistische vingertje van ouderen. Jongeren zijn zo optimistisch en lossen veel zelf op. Zij gaan straks weer nieuwe wetten maken, en zij worden ook weer gevolgd door nieuwe optimisten. Je moet naar de patronen in de geschiedenis kijken. Ik kan me voorstellen dat mobieltjes afleiden. Volwassenen hebben er al last van. Maar we moeten niet terug naar vroeger.

Wij hebben nu thuis Alexa, een soort robotje. Dan zeg je: ‘Alexa, play Stevie Wonder’ of ‘Alexa, play the news’, ‘Alexa, what time is it’? We hadden Alexa in een airbnb in Californië, en hebben haar hier voor de lol ook besteld, in Duitsland. Het kan zijn dat we te afhankelijk van haar worden, maar ik zie geen doemscenario.

Daarom vind ik het ook lastig om grenzen te stellen bij mijn eigen kinderen. In een zwak moment heb ik mijn dochter nu in groep 6 een mobieltje gegeven, terwijl ik eerder zei: ‘Pas in groep 8.’ ‘Iedereen in de klas heeft er een’, zei ze. Wat niet klopte, bleek later. Ze vraagt mij wel alles, zoals wat ze wel of niet moet zeggen in welke whatsappgroepen. Ze heeft drie appgroepen waar dezelfde kinderen in zitten, namelijk de hele klas. Heel grappig. Ik ben wel optimistisch over ‘het schermen’ , ze leren er zo veel van. Mijn kinderen van vijf en tien merkte ik in de vakantie, kunnen, zonder dat ze dat op school hebben gehad, Engels begrijpen. Met dank aan YouTube.”

Eveline Crone

Eveline Crone (Schiedam, 1975) is het hoofd van een van ’s werelds meest vooraanstaande onderzoekscentra op het gebied van hersenen en ontwikkeling en dé specialist puberhersenen. Daarnaast is ze auteur van verschillende wetenschapsboeken gebaseerd op haar onderzoeken naar menselijke cognitie en gedrag van kinderen en adolescenten. Van haar bekendste boek ‘Het puberende brein’ uit 2008 verscheen vorige maand een geheel herziene en uitgebreide 37ste editie bij uitgeverij Prometheus (€ 18,99). Crone is zondag in Leiden te zien bij het Festival Backstage in je Brein, georganiseerd door haar lab. Op dit festival presenteert ze de jongerenwebsite kijkinjebrein.nl en een lespakket voor docenten. Eveline Crone woont in Oegstgeest met haar man, die basisschooldocent is, en hun dochter (10) en zoon (5).

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Deel dit artikel

Vrouwelijke hoogleraren van de vorige generatie moesten moeilijke keuzes maken en kregen vaak geen kinderen

Sinds Stapel moeten wij aan te veel regels voldoen: het is de illusie van bescherming