Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Politie kan valse verkrachtingsaangiften niet goed van echt onderscheiden

Samenleving

Willem Schoonen

André De Zutter promoveert vandaag met een checklist die de zedenpolitie helpt om verzinsels te herkennen. © Sander de Wilde
Interview

André De Zutter wilde horen hoe ervaren zedenrechercheurs valse aangiften van verkrachting onderscheiden van serieuze gevallen. Dat viel tegen: ze leggen vaak serieuze aangiften terzijde als vals.

Rechtspsycholoog André De Zutter heeft zelf maar een instrument ontwikkeld waarmee valse en ware verklaringen over verkrachting zijn te herkennen. Terechte aangiften worden nu te vaak terzijde geschoven.

Lees verder na de advertentie

Wat was acht jaar terug de aanleiding van dit promotieonderzoek?

"Op de rechtenfaculteit kregen we van de politie signalen dat er een wildgroei was aan valse aangiften van verkrachting. We wilden kijken of er een methode was om vals van echt te onderscheiden."

Is er reden om aan te nemen dat het verschil is te zien?

"Ja. Wie iets verzint, kan niet terugvallen op een werkelijke ervaring. Zo iemand vertoont typisch leugenaarsgedrag, zoals vervallen in algemeenheden en weinig details te geven."

Het kan niet anders dan dat er verklaringen terzijde worden geschoven, waarin wel degelijk een verkrachting heeft plaatsgevonden

André de Zutter, rechtspsycholoog

Een ervaren zedenrechercheur doorziet zulk gedrag feilloos.

"Dat dacht ik ook. We zijn bij rechercheurs gaan kijken in de verwachting dat die beter dan gemiddeld vals van echt kunnen onderscheiden. Het idee was in kaart te brengen waar ze op letten. Maar ze bleken het niet beter te doen dan gemiddeld. Hun score was zo laag dat we er helemaal niets mee konden."

Weg promotieonderzoek?

"Nee, we hebben de opzet van het onderzoek veranderd. We hebben vrouwen uitgenodigd om in het lab een verzonnen verhaal over een verkrachting te vertellen. En we hebben bij de politie gekeken naar aangiften van verkrachting die vals bleken te zijn. Op grond van vele overeenkomsten konden we aantonen dat het fenomeen verzonnen verkrachting bestaat en wat het kenmerkt."

Namelijk?

"In verzonnen verhalen duurde de verkrachting gemiddeld een kwartier. In werkelijkheid duurt een verkrachting gemiddeld een uur. Dat verschil was heel duidelijk. Bovendien: vrouwen die een verkrachting verzinnen, putten vaak uit eigen seksuele ervaringen en gebruiken daarbij een mentale representatie van een verkrachting. Die mentale representatie wordt gevoed door Hollywood en de media. Wat je ziet in films en de media is niet de gemiddelde verkrachting."

Dat weten rechercheurs ook, zou je denken. Waarom kunnen zij goed en slecht niet herkennen?

"Een metafoor om dat uit te leggen. Als ik vraag hoe vaak het regent, zegt u misschien: 50 procent van de tijd. In werkelijkheid regent het 6 procent van de tijd. De dagen dat we doordrenkt op het werk komen, onthouden we. De dagen met droog weer zijn we zo vergeten. Dat geldt ook voor de zedenrechercheur: uitzonderlijke, extreme verkrachting onthoudt hij, een gewone zaak niet. Zijn beeld van verkrachting is bepaald door extremen, die nog geen procent van de gevallen vormen."

Ze­den­re­cher­cheurs worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting als anderen

André De Zutter, rechtspsycholoog

Dat is een schokkende conclusie.

"Ja, ik had dat ook totaal niet verwacht. Tussen het eerste gesprek en het werkelijke doen van aangifte valt een aanzienlijk deel van de zaken af. Het aandeel valse aangiften is in werkelijkheid maar 5 procent. Het kan niet anders dan dat er verklaringen terzijde worden geschoven, waarin wel degelijk een verkrachting heeft plaatsgevonden.

"Ik heb respect voor het werk van zedenrechercheurs. Zij worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting. Dat is een idee, een beeld, niet de werkelijkheid. Ze hebben te maken met dezelfde psychologische mechanismen als valse aangevers. Dat maakt hen te wantrouwend tegenover echte slachtoffers en te goedgelovig bij valse aangiftes. We hebben slachtoffers van verkrachting gesproken voor wie de ondervraging zo'n vreselijke ervaring was dat ze liever geen aangifte hadden gedaan. Dat zal iemand die een valse verklaring aflegt nooit zeggen. Die is gemotiveerd om aangifte te doen, want daar gaat het om. En juist zo iemand wordt door rechercheurs eerder geloofd."

Uw doel werd een instrument te ontwikkelen dat echt van vals kan onderscheiden.

"We hebben de tekst van verklaringen geanalyseerd aan de hand van 187 criteria en gekeken welke daarvan voorkomen in álle valse verklaringen of in álle echte. Die criteria maken blijkbaar het verschil en zijn de goede voorspellers. Bijvoorbeeld de vraag of de dader een condoom heeft gebruikt. Als de aangever zegt dat niet zeker te weten, weet je dat de verklaring vals is. Een slachtoffer van een verkrachting heeft op die vraag nog nooit geantwoord: dat weet ik niet meer. Nooit!"

Hebben we nu een checklist die de zedenrechercheur erbij kan houden in de verhoorkamer?

"We hebben een lijst, maar naar die punten moet je niet rechtstreeks gaan vragen in een verhoor. Veel beter is het een uitgeschreven of opgenomen verhoor te laten analyseren door een collega aan de hand van onze lijst. Als je rechtstreeks naar deze punten gaat vragen, verdwijnt het onderscheidend vermogen van de lijst. Dat is dan ook de achilleshiel van dit onderzoek: als je mijn proefschrift goed leest, zou je de perfecte valse aangifte kunnen doen."

Wie is André De Zutter?

André De Zutter is in 1972 geboren in het Belgische Lommel. Hij begon zijn carrière als chef-kok. Op 27-jarige leeftijd werd hij uitgeroepen tot Beste Mosselkok van België. Enkele jaren later begon hij aan een studie psychologie aan de Universiteit Maastricht, die hij met lof heeft afgerond. Morgen promoveert hij in Maastricht. Hij is docent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Lees ook:

Zedenzaken zijn langdurig en pijnlijk, en vaak niet succesvol

Veel zedenzaken komen neer op het ene woord versus het andere. Als dader en slachtoffer zo tegenover elkaar staan, wat kan justitie dan doen?

In zedenzaken is strafrecht vaak een botte bijl

In de media over seksuele intimidatie berichten heeft zeker zin, want een juridische weg is niet zo geschikt, betoogt Renée Römkens.

Deel dit artikel

Het kan niet anders dan dat er verklaringen terzijde worden geschoven, waarin wel degelijk een verkrachting heeft plaatsgevonden

André de Zutter, rechtspsycholoog

Ze­den­re­cher­cheurs worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting als anderen

André De Zutter, rechtspsycholoog