Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pleegkind zit knel tussen ouders en opvoeders

Samenleving

Maaike Bezemer

Moeder Yvonne van Huijgevoort, dochter Nicole Fortes en pleegmoeder Eline Engelhart. © Merlin Daleman

Ouders die hun kinderen niet kunnen opvoeden hebben vaak alles tegen: schulden, psychische problemen, mislukte relaties. Pleegouders hebben haast alles mee. Toch zullen ze gelijkwaardig moeten samenwerken, in het belang van 'hun' kind.

Onlangs vierde Eline Engelhart haar vijftigste verjaardag. Niet alleen de drie pleegkinderen waren er, ook hun moeder, vader en stiefmoeder. "De kinderen zijn inmiddels volwassen. In principe hoeven we niks meer met elkaar te bespreken, zegt Engelhart. "Maar ze zijn allemaal onderdeel van mijn bestaan."

Lees verder na de advertentie

Je ziet niet vaak dat ouders en pleegouders ontspannen met elkaar feest kunnen vieren. Eline Engelhart geeft al tien jaar trainingen aan pleegouders en ouders om de verstandhouding te verbeteren en ze voelt zich nog steeds pionier. "Samenwerken is niet vanzelfsprekend in de pleegzorg. Het is ook lastig om je kwetsbaar op te stellen. Maar als je de rol van de ander kunt erkennen, elkaar niet bestrijdt, dan is de kans op succes vele malen groter."

Van alle langdurig bedoelde pleegzorgplaatsingen - 80 procent van de meer dan 18.000 pleeggezinnen biedt die opvoedvariant - loopt 25 tot 30 procent stuk. Problematisch gedrag van het kind is oorzaak nummer 1. In een kwart van de breakdowns is de conflictueuze relatie tussen ouders en pleegouders boosdoener. Maar gedragsdeskundige Gé Haans is er zeker van dat moeilijk gedrag voor een belangrijk deel ook weer voortkomt uit gebrekkige samenwerking. "Je kunt het vergelijken met wat een kind doormaakt na een scheiding. Een pleegkind zit knel tussen ouders en opvoeders. Het vraagt zich af: Waar hoor ik thuis? Waar mag ik blijven?"

Pleegouders wonen vaak in een goede buurt, hebben een goede relatie, zijn hoger opgeleid, hebben financieel alles op orde

Gedragsdeskundige Gé Haans

Steeds weer doorschuiven

Haans heeft vele jaren als gedragsdeskundige in de jeugdzorg- en jeugdbescherming gewerkt en wordt nog steeds door instellingen gevraagd voor advies en bemiddeling. "We moeten voorkomen dat kinderen steeds weer naar een ander adres moeten, steeds weer doorschuiven", zegt hij. "Dat is mijn drive."

Haans is een van de weinigen in Nederland die heeft onderzocht wat pleegzorg doet met biologische ouders. Afgelopen jaar publiceerde hij daarover een tweede boek: 'Ouderschap zonder opvoederschap', met twintig interviews. Het zijn bepaald geen kritische vraaggesprekken, maar dat was de opzet. "Het is letterlijk hun verhaal." Altijd is er sprake van schaamte, merkte hij, en het gevoel gefaald te hebben. "Als je het mis doet in de opvoeding ben je een verguisde groep."

De geïnterviewden komen haast allemaal uit gebroken gezinnen, hebben vaak kinderen uit meerdere relaties. Ze hebben psychiatrische problemen - soms al van generatie op generatie - en er zijn schulden. Haans: "Kinderbescherming is bijna altijd een vorm van armoedezorg."

En dan heb je de pleegouders, schetst Haans. "Zij wonen vaak in een goede buurt, hebben een goede relatie, zijn hoger opgeleid, hebben financieel alles op orde. Ouders voelen zich al kansloos, maar hoe kunnen ze hier aan tippen. Zich ooit gelijkwaardig voelen?"

Geen arme-ik verhaal

In de grote keuken van Eline Engelhart, beschrijft moeder Yvonne van Huijgevoort (63) nuchter hoe haar gezinsleven begon. Ze vindt het bijzonder dat dochter Nicole Fortes (24) ook bij het interview wilde zijn. "Ik realiseer me dat er pijnlijke dingen naar boven komen."

Het is geen arme-ik verhaal. "Ik kan nu naar mezelf kijken zonder mezelf te veroordelen, erover praten zonder verdriet of pijn." Jaren van therapie, lacht ze. "Dan leer je goed reflecteren."

Ze leerde de vader van haar kinderen kennen in een afkickkliniek. "We werden verliefd en zijn getrouwd." Van Huijgevoort werd ook snel zwanger. "Door de pil heen, terwijl ik nauwelijks wist hoe ik voor mezelf een gewoon leven moest leven. Ik had ergens al heel jong de verkeerde afslag genomen."

We hadden geen van beiden veel benul van relaties en houden van

Moeder Yvonne van Huijgevoort

De tweeling, waarvan Nicole er een is, kondigde zich een jaar later aan. "De vader wilde eigenlijk niet dat ze geboren werden, maar ik vond dat ik dat niet kon maken."

"Ik had dat wel gedaan", reageert Nicole onomwonden. In de opmerking klinkt geen verwijt. Ze wil zelf ook graag kinderen, verduidelijkt ze. "Van de drie zussen ga ik misschien wel de eerste zijn met een baby. Maar in zo'n situatie, met een drugsverslaving..."

Ze zit naast haar moeder aan het keukenblok, deelt een theezakje, leent haar lippenstift voor de foto. Hun band is beter dan ooit, zegt Nicole. De afgelopen twee jaar is ook zij intensief bezig geweest met therapie. Waar haar tweelingzus zich makkelijk uitsprak, kroop Nicole in de puberteit steeds meer in haar schulp. "Altijd een hoofd vol gedachten, maar die deelde ze met niemand", zegt haar pleegmoeder. Nicole: "Ik heb nu niet meer de weerstand of boosheid die er was."

De tweeling was welkom, ook al was de situatie niet geschikt", vervolgt Van Huijgevoort. "Maar toen zat ik daar met drie kinderen en een man die niet van me hield. " Ze ging weer gebruiken: heroïne, cocaïne, alcohol. "Om alle desillusies te verdoven. De vader is vertrokken en heeft alles achter zich verbrand."

Nicole komt weer tussenbeide. "Een beetje flauw van jou, want toen jullie uit elkaar waren, zagen we hem vaak en hij was clean en helder." Van Huijgevoort geeft toe: "Ik wil geen slecht beeld van hem schetsen. Na een afkickperiode heeft hij zijn best gedaan weer een band met zijn dochters te krijgen. En later heeft zijn nieuwe vrouw een heel positieve rol gehad in alle onderlinge relaties. Maar we hadden geen van beiden veel benul van relaties en houden van." Ze leefden in een opvang voor verslaafde moeders en hadden daarna een eigen woning. "Best pittig in je eentje met drie kinderen", zegt Van Huijgevoort. Vlak voor de Kerst meldde ze zich met haar gezin bij de politie, omdat het niet meer ging. Nicole was toen vier jaar. 

Toeval

Eline Engelhart en haar man Bert zijn toevallig pleegouder geworden. "We hadden al een zelfgekweekte zoon, en geen plannen voor een groot gezin", zegt Engelhart. Het is dat haar schoonzus als gezinsbegeleider werkte en een crisisplek zocht. "We zouden tot over de Kerst voor de meiden zorgen. Het werden zes weken, toen zes maanden. Het waren ook echt schatjes. Ze konden wel op andere plekken terecht maar dan zouden de tweeling en oudste zus uit elkaar gaan. Hoe verzin je het!"

De meisjes noemden hen van begin af aan Bert en Eline. Omdat het tijdelijk zou zijn, maar ook omdat Engelhart dat logisch vindt. "Nicoles tweelingzus heeft nog wel een tijdje de neiging gehad mij mama te noemen, die was echt aan het zoeken. Maar ik ben hun moeder niet. Mama is een geuzennaam, voorbehouden aan degene die je op de wereld heeft gezet."

Nicole hield vanzelf al meer afstand. "Ik was echt een mama's kindje. Ik maakte me ook altijd zorgen of het wel goed met haar was."

Rouwproces

Het is goed als pleegouders zich bij voorbaat realiseren dat ze een kind gaan delen", zegt Gé Haans. "Ik heb grenzeloos respect voor pleegouders, laat dat duidelijk zijn. In deze tijd is het niet meer zo vanzelfsprekend dat je de zorg voor andermans kinderen op je neemt. Ik snap ook dat pleegouders een band willen opbouwen, als het maar niet exclusief is." Ouders die hun kind niet meer mogen opvoeden, gaan door een rouwproces, zegt de gedragsdeskundige. "De meesten kunnen best begrijpen dat een ander hun kroost beter kan opvoeden, maar ik heb er geen een gevonden die er 100 procent achter stond. Sommigen blijven steken in de ontkenningsfase. Gelaten acceptatie is het hoogst haalbare."

Belangrijkste wens is betrokken worden bij de opvoeding en bij besluiten, hoorde hij. "Laat iets horen met moederdag, haal ze er bij tijdens het afzwemmen. En maak dat ze zich dan ook echt welkom voelen. De boosheid naar bureau jeugdzorg blijft, maar als ze een leuke dag met hun kinderen hebben gehad, verzacht dat de pijn."

Moeder Van Huijgevoort zag wel dat het geen zin had om stampij te maken bij Jeugdzorg. "Gezien mijn onstabiele situatie." Ze weet nog precies welke dingen haar raakten. "Als ik tijdens een bezoek zag dat het haar van de meisjes was geknipt, bijvoorbeeld" Toen ze een keer een dochter aansprak op brutaal gedrag, kreeg ze te horen dat ze niet echt recht had zich een moeder te noemen. Zo van: "Ik luister niet naar jou".

Ik zou het ook erg vinden als ik mijn kind niet meer kon zien. Ik heb dat altijd voor ogen gehouden.

Pleegouder Eline Engelhart

Het zijn teksten die ze tegen mij net zo goed uitkraamden, vertelt Eline Engelhart. "Maar ik had een grote voorsprong met de dagelijkse zorg. Elke dag weer kansen om het goed te maken."

Nicole herinnert zich dat bezoekafspraken niet doorgingen. "Niet als verwijt hoor", zegt ze er meteen bij. Van Huijgevoort erkent het ruimhartig. Soms had ze toch weer drugs gebruikt, of de verkeerde trein genomen. "Voor een afspraak was ik vaak al een week van te voren in de stress." Ook ná het bezoek was er vaak weer een schuldgevoel en drugsgebruik.

Voor ons lukte het wel om daar doorheen te kijken, zegt Engelhart. "Het kan wel eens mis gaan, zeiden we dan tegen de meisjes. Maar we zagen ook hun teleurstelling." Uiteindelijk planden ze de afspraken wat losser. "Zie maar of het lukt, dan vertel ik het de meiden pas op het laatste moment."

Engelhart klinkt haast nobel tegenover een moeder die het behoorlijk verprutste. Maar zo zou ze het zelf niet noemen. "Ik zou het ook erg vinden als ik mijn kind niet meer kon zien. Ik heb dat altijd voor ogen gehouden. Niet veroordelend zijn, dat kun je leren."

Van Huijgevoort heeft het ook erg gewaardeerd dat haar vader en moeder gewoon opa en oma mochten zijn. "Dat is wel een grappig verhaal", vertelt Nicole. "Een van de eerste dagen liepen we in Tilburg om kleren te kopen, we hadden haast niets bij ons. Opeens zei mijn oudste zus: 'Kijk daar zijn opa en oma!' Die waren ook aan het winkelen."

Het pleegadres moest eigenlijk geheim blijven, vanwege de crisissituatie, maar ze hebben elkaar toch maar aangesproken, vertelt Engelhart. En later was de bezoekregeling altijd bij hen in huis. Het prototype opa en oma, noemt zij ze. Toegankelijk en oordeelloos. "Het was voor Yvonne ook fijn om bij haar ouders af te spreken. In ons huis zou het een beetje beladen zijn geweest."

Voor kind én ouder

Gé Haans vindt dat pleegzorg nu te veel gezien wordt als vervangende zorg. "Daar schieten we in door. We moeten veel meer uitdragen dat pleegzorg er is voor kind én ouder. Je ontlast de ouder en staat er tegelijk als pleegouder niet alleen voor, zo zou je het ook kunnen zien."

Het is volgens Haans nu bijna protocol dat het gezag van ouders wordt beëindigd als kinderen twee jaar uit huis zijn geplaatst in het kader van een ondertoezichtstelling. "Waarom niet veel vaker gedeeld gezag? Ouders kunnen heel bokkig en boos zijn, maar als je ze negeert, gaat zich dat wreken. Dan zijn ze genadeloos in hun oordeel tegenover de pleegouders; 'ze doen het voor het geld', 'ze konden zelf geen kinderen krijgen'. Bittere verwijten."

Nicole ging al op haar achttiende uit huis. Voor de oudste is de deur zelfs een tijdje helemaal gesloten geweest. Als pleegouder kun je er ook wel eens je buik van vol hebben, is alles wat Eline Engelhart daarover kwijt wil. "De oudste had het echt nodig om los te breken." Nu komen ze alle drie weer over de vloer. Het pleegadres is thuis, zegt Nicole, als er iets is, dan gaat ze naar Eline. "Jij mist ook hele delen van ons leven", zegt ze tegen haar moeder. Van Huijgevoort knikt. "Dat blijft, dat is de rekening. Daar moet ik mee leren dealen."

Het boek 'Ouderschap zonder opvoederschap' van Gé Haans is verschenen bij Uitgeverij SWP en kost 28,90 euro. © rv

Lees ook: 

Pleegkind boven de achttien verdient ook vergoeding

Pleegkinderen moeten zeker tot hun drieëntwintigste verzekerd zijn van een plek bij een pleeggezin. Dat stelt Femmie Juffer, bijzonder hoogleraar adoptie en pleegzorg van de Universiteit Leiden. “De grens van achttien is achterhaald. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren het huis verlaten is ruim vierentwintig. Dat moet voor pleegkinderen niet anders zijn.”

Hoe je jongeren met een rotjeugd weer perspectief biedt

Hoe rottig ook hun jeugd, kinderen zijn er weer bovenop te helpen. Maar niet door ze van instelling naar instelling te verplaatsen en niet met rigide regimes.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Pleegouders wonen vaak in een goede buurt, hebben een goede relatie, zijn hoger opgeleid, hebben financieel alles op orde

Gedragsdeskundige Gé Haans

We hadden geen van beiden veel benul van relaties en houden van

Moeder Yvonne van Huijgevoort

Ik zou het ook erg vinden als ik mijn kind niet meer kon zien. Ik heb dat altijd voor ogen gehouden.

Pleegouder Eline Engelhart