Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Peuters die vreedzaam samen spelen? Vergeet het maar

Samenleving

Cindy Cloin

© Fadi Nadrous
OPVOEDVRAAG

Een jongetje van vier slaat zijn zusje regelmatig als ze met zijn speelgoed speelt. 

Schatjes zijn het. Maar als ze samen met de treinbaan of duploblokken spelen, loopt dat meestal uit op een drama. Grote broer (4) kan het niet hebben als zijn zusje (2,5 jaar) aan zijn speelgoed zit. Hij duwt haar weg of hij slaat haar zelfs. Dat is niet oké, vinden zijn ouders. Maar ze weten niet goed hoe ze zijn gedrag het beste kunnen bijsturen. Moeten ze hem straffen (al gelooft moeder daar niet zo in) of steeds uitleggen waarom hij zijn zusje niet mag slaan? “Het is nogal vermoeiend en ongezellig bovendien. Hoe kunnen we stimuleren dat ze gezellig samen spelen?”

Lees verder na de advertentie

Het zal voor veel ouders een herkenbare frustratie zijn: kinderen die elkaar dwarszitten en ruziemaken om het minste of geringste. “Het droomplaatje van kinderen die heerlijk samen spelen, pakt in de praktijk vaak anders uit”, zegt Caroline Kwint-Schenk. Zij is coach bij ‘Succesvol Opvoeden’ en samen met haar man auteur van het ‘Boek voor ouders - ontdek in 9 stappen hoe opvoeden makkelijker en relaxter kan’. 

Nieuwe telefoon

Ouders verwachten van kinderen vaak dat ze hun speelgoed delen. Niet helemaal terecht, vindt Kwint-Schenk. “Delen is moeilijk. Niet alleen voor kinderen. Denk je eens in dat je je nieuwe telefoon moet afstaan aan je zoon, omdat hij ermee wil spelen. Als ouders vergeten we regelmatig ons écht te verplaatsen in ons kind. Bovendien is er meer focus op het moeten delen en vergeten we de kwaliteit te belonen dat hij voor zichzelf opkomt.” 

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat hij zijn ongenoegen mag uiten door zijn zusje te slaan. “Al zie je dat wel vaker bij jonge kinderen”, zegt orthopedagoog Rian Meddens van Psychogoed, een ­online platform over oplossingsgericht opvoeden. “Ze hebben minder controle over hun emoties en kunnen er nog niet goed woorden aan geven. Daardoor gaan sommige kinderen weleens slaan, schoppen of bijten. Het is vaak een uiting van onmacht.”

Als ouders vergeten we regelmatig ons écht te verplaatsen in ons kind

Hoewel het misschien te verklaren is, moeten ouders er wel wat aan doen. “Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de grenzen helder zijn. Fysiek geweld is buitenproportioneel gedrag en dat hoort niet”, vindt Kwint-Schenk. “De manier waarop je grenzen stelt is afhankelijk van de communicatiestijl van je kind. We hebben het hier waarschijnlijk over een kind met veel temperament en een sterke wil. Als je hem vriendelijk vraagt of hij wil stoppen, komt dat niet over. Je praat als het ware allebei een andere taal. Juist bij de communicatiestijl van dit jongetje moet je duidelijke grenzen stellen. Het is van belang dat ouders ook inzicht hebben in hun eigen communicatiestijl. Juist in de combinatie – en het gebrek aan inzicht hierover – gaat het namelijk vaak mis.” 

Meddens: “Je moet jonge kinderen nog helpen bij het oplossen van conflicten. Toon begrip, benoem wat je ziet gebeuren en erken dat je de boosheid snapt, maar leg ook uit wat je vervelend vindt. En ja, er is een grens: je zusje slaan mag niet.”

Strafstoeltje

Meddens is het met moeder eens dat straffen niet de oplossing is. Geen strafstoeltje of hem naar zijn kamer sturen. “Leer hem liever hoe hij anders met de situatie om kan gaan. Dat levert meer op. Spreek bijvoorbeeld af dat hij zijn eigen speelgoed heeft, waar zijn zusje niet aan mag komen. Geef hem ruimte om alleen te spelen. Als er toch wat gebeurt, leer hem dan wat kan hij doen. Bijvoorbeeld naar zijn ouders gaan.” Rivaliteit tussen broers en zussen komt geregeld voor. Vaak gaat het om aandacht, gezien worden door de ouders. Meddens: “Kies geen partij, daarmee versterk je de rivaliteit alleen maar.” 

En ook deze ouders moeten zich erbij neerleggen: ruzie kun je niet voorkomen. Het is wellicht iets beter te verdragen als ouders zich realiseren dat ruzie een leerzame les is. “Met een broer of zus is het veilig ruzie maken, waardoor je je sociale vaardigheden ongestoord kunt oefenen. Ze leren voor zichzelf op te komen, te onderhandelen en een probleem op te lossen”, zegt Meddens. 

Kwint-Schenk: “Kijk er eens met meer afstand naar. Het is hun proces, zij moeten hier samen uitkomen. Laat ze het zo veel mogelijk zelf oplossen. Lukt dat niet? Neem dan de rol aan van een coach die het proces begeleidt, niet van politieagent die het probleem moet oplossen. Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden. Dat geldt ook voor je kind. Wil je een betere sfeer in huis, dan begint dat bij jezelf als ouder.” Ruziemaken hoort erbij, maar als je je kinderen begeleidt en leert om dit goed op te lossen, is er zeker kans dat ze beter samen zullen spelen.

Lastige pubers, dreinende tieners of krijsende kleuters? Elke week behandelt Trouw een opvoedvraag van lezers. Zelf een kwestie indienen? Mail naar opvoedvraag@trouw.nl.

Deel dit artikel

Als ouders vergeten we regelmatig ons écht te verplaatsen in ons kind