Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opstellers akkoord flexibel werken (1996): 'Al die zzp'ers, dat hadden we nooit kunnen voorzien'

Samenleving

Ingrid Weel en Emiel Woutersen en Daphné Dupont-Nivet

In de tuin van De Waal komen Lodewijk de Waal (FNV) (L), Niek Jan van Kesteren (VNO NCW) (M) en Fred van Haasteren (ABU) (R) bijeen voor een reconstructie van het flexakkoord van 1996. © Olaf Kraak

Met het akkoord ‘Flexibiliteit en Zekerheid’ van 1996 zou er paal en perk gesteld worden aan tijdelijke contracten, dacht de vakbond. Het liep heel anders. De onderhandelaars van destijds blikken terug. ‘Het leek het beste voor iedereen.’

Het was het allereerste ­akkoord over flexibel werken. De overeenkomst, in 1996 grotendeels door drie mannen in elkaar gedraaid, ging de geschiedenis in als het ‘keukentafel­akkoord’, omdat het thuis bij vakbondsman Lodewijk de Waal tot stand kwam. De heren hadden nog geen enkel benul dat ruim twintig jaar later meer dan drie miljoen werkenden geen vast contract zouden hebben. “Dat hadden we nooit kunnen voorzien.”

Lees verder na de advertentie
Waarom zijn werkgevers in Nederland altijd maar
uit op kostenbesparingen?

Lodewijk de Waal, oud-voorzitter FNV

Net als ruim twintig jaar geleden zitten de onderhandelaars van toen weer bij de oud-FNV’er thuis aan tafel, om te praten over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het platform van onderzoeksjournalistiek Investico bracht ze bij elkaar voor Trouw en De Groene Amsterdammer. Het is een andere tafel, en zelfs een andere woning, iets kleiner dan ­destijds. Twintig jaar geleden zagen ze elkaar ­’s avonds en dronken ze een biertje, nu is het ochtend en blijft het bij koffie.

“Er moest iets gebeuren. Er was een soort paniek”, begint Fred van Haasteren (69), oud-vice-voorzitter van de branchevereniging van uitzendbureaus Abu en in de jaren negentig bestuurslid van Randstad. “Er waren twee ­grote problemen”, beaamt voormalig FNV-voorman Lodewijk de Waal (67): de toename in tijdelijke contracten en de toename in uitzendwerk. “Dat waren twee overgevoelige dossiers.”

Tot de jaren negentig kregen werknemers na een jaarcontract een vast contract. Maar als er 31 dagen tussen de twee contracten zaten, hoefde dat vaste contract niet. Daardoor ontstonden er elfmaandencontracten. De werknemer ging een maand met vakantie, en kwam daarna weer terug met een elfmaandencontract. Dat kon zo tien jaar doorgaan. Onwenselijk, vindt de FNV, en daarom werd de tussenperiode vastgelegd op drie maanden.

Maar wel met de mogelijkheid om drie keer een tijdelijk contract te geven. Daarna volgt pas de verplichting tot een vast contract. Die 3x3-constructie wordt achteraf gezien als de grote winst van de werkgeversorganisatie, al weigert Niek Jan van Kesteren (65), tot 2016 directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, nu nog senator voor het CDA, dat zo te noemen. Abu-voorzitter Van Haasteren doet dat wel. “Dat VNO-NCW dat voor elkaar kreeg is echt opmerkelijk.”

Een grote vergissing

Voor het andere probleem, de toename in uitzendwerk, moest er een cao komen. De bedoeling was dat uitzendwerk daardoor duurder werd. De Abu wilde er aanvankelijk niets van weten, maar stemde toch in omdat uitzendkrachten destijds een zeer slecht imago hadden. De Waal: “Ze werden gezien als koppel­bazen”. Van Kesteren doet er een schepje bovenop: “De uitzendkracht werd bijna gezien als illegaal”.

De Abu ging toch akkoord in de hoop dat uitzendbureaus zouden groeien, nu ze dankzij die cao werden erkend als normale werkgever. De vakbond hoopte dat alle andere vormen van flexibele arbeid ‘zouden worden opgezogen door uitzendwerk’, zegt De Waal. Dat pakte anders uit. Werkgevers kozen massaal voor tijdelijke contractanten via de 3x3-regeling.

Daarbij verdwenen op verzoek van de politiek ook de verplichte vergunningen voor uitzendbureaus. Een grote fout, vinden de drie heren. Zelfs Van Haasteren vindt dat: “Dat is achteraf een enorme vergissing geweest. Er waren circa tweehonderd uitzendbureaus, nu zijn het er meer dan achtduizend.” Onvoorstelbaar veel.

In 1996 hadden ze er, na veel voorwerk, aan de keukentafel uiteindelijk maar drie uur voor nodig om het eens te worden over de flexibele schil. Veel langer dan een paar uur praten, heeft ook geen zin, menen de heren. “Een deal lukt alleen als mensen elkaar begrijpen”, zegt Van Kesteren. Het heeft tot 2013 geduurd alvorens er weer een flexakkoord werd gesloten.

Oost-Europese markt

Terugblikkend zien de mannen hun afspraken van destijds niet als het kantelpunt. Dat de flexibilisering na 1996 enorm is doorgeschoten, zoals de vakbond het noemt, ‘kwam niet door ons flexakkoord’, zeggen ze alledrie. “Dat heeft heel andere oorzaken.” Van Kesteren: “De Oost-Europese markt kwam vrij. Polen wilden onder voorwaarden werken die Nederlanders niet willen. Dat heeft de arbeidsmarkt op zijn kop gezet. Ons akkoord was niet de start van de flexibilisering, dat zijn onder meer de open grenzen geweest. De wens tot goedkope arbeid groeide.”

'In Duitsland heeft de vakbond meer macht. De vakbond hier is niet sterk.'

Niek Jan van Kesteren (65), ex-directeur VNO-NCW

Van Haasteren gaat door: “Niemand van ons kon destijds bedenken dat er nu een miljoen zzp’ers zouden zijn. Vooral de fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek die zij krijgen, hebben daaraan bijgedragen.” En dat er opeens zoveel vrouwen de arbeidsmarkt betraden, is ook een oorzaak van de flexibilisering. Zij willen vooral in deeltijd werken, en zo werden oproepcontracten populair.

Uitzendbaas Van Haasteren maakt zich zorgen. “Ik denk weleens: Wat hebben we gedaan? Niet zozeer met dat akkoord, maar wel daarna. Wij hebben arbeidsvormen laten ontstaan zonder enige vorm van sociale zekerheid.” Na het flexakkoord waarin uitzendwerk duurder werd, gingen werkgevers en uitzendbureaus op zoek naar andere vormen van flex, zoals payrolling.

Haarlem, 13-7-2018. in de tuin van Lodewijk de Waal komen Lodewijk de Waal (FNV) (L), Niek Jan van Kesteren (VNO NCW) (M) en Fred van Haasteren (ABU) (R) bijeen voor een reconstructie van het flexakkoord van 1996. Foto Olaf Kraak © Olaf Kraak

Bij payrolling wordt het zogeheten juridische werkgeverschap uitbesteed aan een payrollbedrijf of uitzendbureau, waardoor werknemers 5,5 jaar een tijdelijk contract kunnen krijgen en vaak een minder goede pensioen­regeling hebben. Werkgeversvoorman Van Kesteren is daar nuchter in. “De wet maakt een regel, de markt zoekt een uitzondering.”

Tegenmacht

“Ik vraag me weleens af waarom werkgevers in Nederland altijd maar uit zijn op kostenbesparingen”, zegt Lodewijk de Waal dan. “Is dat in Duitsland ook zo?” Van Kesteren: “In Duitsland heeft de vakbond meer macht. In Nederland is er geen sterke counterpart. De vakbond hier is niet sterk.”

Dus een werkgever heeft de vakbond nodig om netjes met zijn personeel om te gaan? “Als je het zo wilt zeggen, ja. Iedereen heeft een tegenkracht nodig om op het goede pad te blijven. Natuurlijk is er ook zoiets als goed werkgeverschap, maar werkgevers zijn net mensen. Van de tien ondernemers doen zeven het erg netjes, en drie zoeken de grenzen op. Is dat moreel verkeerd? Zonder oproepkrachten redden sommige werkgevers het niet.”

Wat PostNL en Deliveroo doen met die schijnzelfstandigheid, dat vindt Van Kesteren een ander verhaal. Spreekt VNO-NCW deze bedrijven daar weleens op aan? De voormalig directeur lacht. Het antwoord luidt nee. “Het zijn onze leden. VNO-NCW die zijn eigen leden gaat tegenspreken, dat is geen krachtig model.”

Van Kesteren roept vooral de werknemers en vakbonden op zich te verenigen. “Dan kunnen er zaken worden geregeld.” Want het is voor Van Kesteren wel belangrijk dat er wat geregeld wordt. “Mensen hebben behoefte aan bepaalde zekerheid. Zodat ze bij het opstaan niet hoeven te denken: ‘Hoe verdien ik volgende week mijn geld?’ Er is nu te veel onzekerheid.”

'Niemand van ons kon destijds bedenken dat er nu een miljoen zzp’ers zouden zijn'

Fred van Haasteren (69), voormalig vice-voorzitter

Daarbij denkt Van Kesteren niet zozeer aan een verplicht pensioen. “Het aanvullend pensioen vind ik in Nederland nogal overgewaardeerd. Er is immers AOW. Maar iemand die ziek is, moet ook inkomen hebben. Zzp’ers zouden verzekerd moeten worden tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid.”

Niets doen geen optie

De drie sociale partners van destijds zijn het eens dat er betere voorzieningen moeten komen voor werknemers zonder vast contract. Voormalig Randstadman Van Haasteren kijkt vooruit: “Niets doen is geen optie, dan zijn we straks terug in de negentiende eeuw en allemaal dagloner. Pleisters plakken en hopen dat dat helpt, is wat minister Wouter Koolmees nu doet. Dat is niet genoeg. We moeten het hele systeem van leren, werken en verzekeren opnieuw doordenken. We moeten ons sociaal stelsel helemaal opnieuw inrichten.”

Waar blijft het verzet?

De Waal wil nog kwijt dat het de vakbond destijds is gelukt om de uitwassen van flex, zoals nulurencontracten, onmogelijk te maken. Althans, op papier. In de praktijk werd dat verbod nauwelijks gehandhaafd en het bleef mogelijk om in cao’s af te wijken van de nieuwe regels. “Dat is vaak gebeurd. Aan de cao-tafel hebben vakbonden ingestemd met zaken die niet handig waren”, erkent De Waal. Dan is hij even stil. “Tijdens cao-onderhandelingen is het altijd een kwestie van geven en nemen. Men zag het niet.”

Dan zijn de drie het weer met elkaar eens. De vakbond heeft niet goed genoeg opgelet, heeft de flexibilisering te veel laten gebeuren. Van Kesteren: “Het verbaast mij dat de SP momenteel geen dertig Kamerzetels heeft in de huidige situatie.” De Waal: “Dat komt door de individualisering. Mensen verenigen zich tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk.” En dat begrijpt Van Kesteren dus niet. “Bij een misstand organiseer je je toch? Als je in een waardeloze situatie zit, dan zoek je elkaar toch op en regel je verzet?”

Het zijn verrassende woorden voor iemand die ruim 25 jaar actief was voor de grootste werkgeversorganisatie. Van Kesteren blikt terug naar de jaren negentig: “In onze tijd was de sociale kwestie het belangrijkste wat er was.” Sputterend mompelt De Waal: “Nu nog steeds wel een beetje.” Dat denkt Van Kesteren niet. “De sociale zekerheid is geen issue meer”, zegt hij. “Maar misschien hebben de mensen het nu zo slecht nog niet en is het daarom zo stil”, werpt de senator op.

Dat is tegen het zere been van De Waal. De situatie waarbij miljoenen werken in de flexibele schil vindt de oud-vakbondsman helemaal niet oké. Hij verzucht: “De mensen denken waarschijnlijk dat het wel goed komt.”

Polderoverleg

Werkgevers en werknemers sloten een flexakkoord op verzoek van toenmalig minister Ad Melkert van sociale zaken. Die vroeg de polder om samen een visie te vormen op de problemen in de arbeidsmarkt. In de jaren negentig deed de computer zijn intrede en nam de internationalisering toe. Dat stelde hogere eisen aan bedrijven. ‘Ondernemers hebben meer behoefte aan flexibiliteit’, staat in de Flexnota van 1996.

Maar er was ook angst dat er in de toekomst ‘een groeiend legertje van arbeidsnomaden zou ontstaan’, van mensen die doorlopend van de ene tijdelijke baan naar de andere onderweg waren. Dat vond iedereen onwenselijk.

De werkgevers en werknemers gingen daarover graag met elkaar in gesprek, zeker aangezien de sociale partners destijds niet populair waren. Het kabinet wilde liever alles zelf regelen dan de vakbonden en VNO-NCW om advies vragen. Nu Melkert toch een beroep op ze deed, had de polder er groot belang bij om er ook samen uit te komen. 

Dit verhaal kwam tot stand in samenwerking met Investico, platform voor onderzoeksjournalistiek. © rv

Lees ook

Als het om vermogen gaat, doet de gemiddelde zzp’er het goed

Het eigen vermogen van zzp’ers ligt bijna vijf keer zo hoog als dat van werknemers. De doorsnee zelfstandige zonder personeel bezit 101.000 euro­­, de werknemer gemiddeld 23.000 euro.

Hypotheek nog vaak obstakel voor zzp'er die huis wil kopen

Zelfstandigen kunnen sinds anderhalf jaar eenvoudiger Nationale Hypotheek Garantie aanvragen. Dat scheelt bij de koop van een huis. Als dat tenminste lukt.

Deel dit artikel

Waarom zijn werkgevers in Nederland altijd maar
uit op kostenbesparingen?

Lodewijk de Waal, oud-voorzitter FNV

'In Duitsland heeft de vakbond meer macht. De vakbond hier is niet sterk.'

Niek Jan van Kesteren (65), ex-directeur VNO-NCW

'Niemand van ons kon destijds bedenken dat er nu een miljoen zzp’ers zouden zijn'

Fred van Haasteren (69), voormalig vice-voorzitter