Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op bezoek bij de Toetsingscommissie voor euthanasie

Samenleving

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

En toen werd ik bij de Regionale Toetsingscommissie voor Euthanasie ontboden. Even voor een goed begrip: euthanasie is het toedienen of overhandigen van een dodelijke dosis medicijnen door een arts aan een patiënt op diens verzoek.

In Nederland mag dat onder bepaalde voorwaarden. Na afloop moet de dokter een verslag opstellen dat naar de Toetsingscommissie gaat. In die commissie zitten een ethicus, een arts en een jurist. Zij bepalen op grond van de door de euthanaserende arts geleverde informatie of de arts gelijk had toen hij dacht dat deze man of vrouw onder de wet valt.

Lees verder na de advertentie
Op de terugweg bekroop ons de gedachte dat dit een absurde ontmoeting was

Maar de commissie kan ook vaststellen dat dat niet het geval is. Dan wordt jouw handelen gekenschetst als 'onzorgvuldig' en vervolgens wordt deze informatie doorgegeven aan het Openbaar Ministerie. Daar heeft men vijftien jaar lang niets gedaan met deze informatie. Maar in het najaar van 2017 is het OM wakker geworden, of geschud, dat weet ik niet. Het gevolg is dat het nu vaker voorkomt dat een arts voor een gesprek wordt uitgenodigd.

Artsen hebben hier over het algemeen een hekel aan, omdat ze bang zijn voor vervolging. Die angst is onnodig want in de afgelopen veertig jaar is er nog nooit één arts in een cel terechtgekomen na een gemelde euthanasie. En toch vindt iedereen het akelig om naar de Toetsingscommissie te moeten want ergens onder al die procedures bevindt zich toch de rotsbodem van het strafrecht.

Verreweg de leukste reactie op een uitnodiging van een Toetsingscommissie kwam van de beledigde arts die zei: 'Als jullie zo beginnen dan meld ik nóóit meer iets!' Kennelijk niet helemaal op de hoogte van de betekenis van het werkwoordje 'toetsen'.

Maar goed, ik juich het toe dat ze toetsen en ging er in gezelschap van een collega zonder veel bezorgdheid heen. De sfeer van het gesprek was prettig, maar ik vergat al gauw wie van de dames de jurist, de ethica of de arts was. Dat is wel lastig want je wilt tegen de jurist niet al te medisch-technisch uitpakken. Tegen de ethicus wil je vooral subtiel wegend overkomen. En tegenover de arts wil je jezelf als een goed geïnformeerde professional presenteren. Maar omdat ik ze door elkaar gooide dacht de arts na afloop 'emotioneel tiepje', de ethicus boekte me uit als 'erg rationeel' en de jurist dacht 'snapt eigenlijk niet waar de wet over gaat'. Nee, inderdaad, dit zullen we nooit weten, dus misschien heb ik medisch, ethisch en juridisch toch steeds tegen de juiste persoon gepraat.

Monster

Terug in de auto naar huis bekroop ons de gedachte dat dit in zeker opzicht een absurde ontmoeting was. Je zit daar met vijf mensen te praten over de vraag of de inmiddels overleden vrouw eigenlijk wel had mogen overlijden? Op al de gestelde vragen heeft de euthanaserende arts maar een antwoord: ja natuurlijk, wat dacht u nou? Wat voor vragen? De vraag of de diagnose wel klopte. Of er niet nog een derde keer bestraald had moeten worden. Of betere pijnstilling het lijden draaglijker had kunnen maken. Waarom er niet geprobeerd is meer vrijwilligers in te schakelen. Had ze niet lid kunnen worden van een of andere club of genootschap om haar dagen beter te vullen? Was het lijden eigenlijk wel erg genoeg om euthanasie te rechtvaardigen?

En bij elke vraag antwoordt de euthanaserende arts veel te snel en veel te beslist: ja natuurlijk, wat dacht u nou? Omdat die andere mogelijkheid zo ondraaglijk is dat je daar zelfs niet een heel klein beetje aan wilt. Die andere mogelijkheid is immers dat precies dat monster voor je opdoemt dat je procedureel zo goed bezworen leek te hebben: 'Ik had deze vrouw helemaal niet mogen doden. Ja, nu ik hier zo vrijelijk met u zit te praten dringt het langzaam tot me door dat dit eigenlijk ook heel anders had gekund.' Waarna de arts in tranen uitbarst en zich bij de officier van justitie meldt?

Nee, zoiets ga je nooit zeggen, want dan zou je moeten toegeven dat je iets verschrikkelijks hebt gedaan. Ik heb de betrekkelijke zinloosheid van toetsing achteraf nooit eerder zo sterk ervaren. Maar toetsing vooraf kan niet, omdat euthanasie nog altijd een wetsovertreding is die pas na afloop kan worden goedgekeurd door een beroep op overmacht door de arts.

Lees hier meer columns van Bert Keizer

Deel dit artikel

Op de terugweg bekroop ons de gedachte dat dit een absurde ontmoeting was