Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook ná het ADM-terrein is Amsterdam nog steeds de stad waar alles kan

Samenleving

Sybilla Claus

Handhavers bezig met de ontruiming van het ADM-terrein in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Op het terrein ketenden krakers zich vast. © ANP

Het ontruimen van het gekraakte ADM-terrein, een oude scheepswerf in Amsterdam, markeerde deze week het eind van de wildeharenperiode van de hoofdstad. Zijn er nog vrije zielen over? Hoe zien die er tegenwoordig uit?

 ‘Adieu krakers!’, is de afscheidsgroet die opkomt bij het door de politie leeghalen van de al 21 jaar gekraakte werf in Amsterdam-Noord. Een Vlaming beschrijft hoe zijn caravan met antiek is geplet, maar ziet niet dat hij zijn spullen eerder had kunnen weghalen. In de zomer had de Raad van State namelijk al geoordeeld dat het ADM-terrein op Eerste Kerstdag leeg moest zijn.

Lees verder na de advertentie

De ontruiming staat symbool voor het in rap tempo verdwijnen van rafelranden in de stad. Bouwen is het nieuwe mantra. Eind jaren negentig kwam op het ADM-terrein alles samen. Vrije zielen die van heinde en verre naar Amsterdam waren gekomen om hun eigen leven vorm te geven, en hun strijd tegen het grootkapitaal in de persoon van de eigenaar: een omstreden vastgoedspeculant die later geliquideerd werd.

Lang geleden lijkt de tijd dat overal in de hoofdstad jongeren in gekraakte fabrieken en ziekenhuispaviljoens woonwerkprojecten vormden, en er woonwagens op het terrein van dierentuin Artis stonden. Toen er mannen aan auto’s sleutelden in garageboxen op een verlopen bedrijfsterrein waar ook de Hells Angels hun clubhuis hadden.

Het ADM-terrein na de ontruiming. © ANP

In de jaren tachtig en negentig hadden de krakers de wind vol in de zeilen. De uittocht van industrie naar lagelonenlanden, en van inwoners naar nieuwbouwwijken in de regio had tot veel leegstand geleid. “Er waren structurele economische problemen, de huizenmarkt was ingestort, de werkloosheid hoog. De gemeente had weinig geld, de stad was vies, vervallen en impopulair. In die tijd kon je met een kleine beurs een grachtenpand kopen”, vat hoogleraar Jan Rath samen. Hij is Rotterdammer, maar voorzitter van de sectie stadssociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

En wie een lege beurs had, ging kraken. Want de wachtlijst van de gemeentelijke woningdienst was tien jaar, nádat je tot urgent geval was bevorderd. Krakers trokken overal in: kapotte gebouwen, lege fabrieken, failliete drukkerijen; vaak eigendom van speculanten die hun kansen afwachtten. Kraken is goed, was het idee. Krakers bestreden leegstand, knapten de boel op en creëerden ruimte voor creatievelingen. Ze begonnen bedrijfjes en goedkope restaurantjes. Het was de tijd dat de conducteur van de tram was verdwenen, en alleen burgerlijke types een strippenkaart kochten. Studenten werden nog niet gepamperd met een ov-kaart maar gingen liften.

De be­vol­kings­sa­men­stel­ling van Amsterdam is heel anders dan die van andere Nederlandse steden

Hoe komt het dat juist Amsterdam altijd het walhalla van de alternatievelingen is geweest? Rath: “De bevolkingssamenstelling is er heel anders dan in andere Nederlandse steden. Er wonen veel meer jongeren, veel alleenstaanden, hogeropgeleiden en rijken.” Zelfselectie doet de rest: wie iets spannends wil meemaken, verhuist niet naar Den Haag. Amsterdam heeft het! Die kreet was daarom ooit de slogan van een pr-campagne. De hoofdstad heeft veel voorzieningen zoals universiteiten, hbo’s en musea.

Maar in de jaren negentig kwam er een kentering: “De behoefte aan orde nam toe, terwijl de zekerheden van uitkeringen en pensioenen werden ontmanteld”. Grote woonwerkprojecten zoals oud-drukkerij Tetterode en de Wilhelmina Gasthuis-paviljoenen werden aangekocht door woningbouwcorporaties, de bewoners veelal gelegaliseerd. “Het alternatieve werd opgenomen in de mainstream”, klinkt het in de woorden van Rath.

“Zo’n tien, vijftien jaar geleden dacht de gemeente Amsterdam fundamenteel na en besloot sterk te willen worden met de creatieve economie. Dat is op grote schaal gestimuleerd. Op veel plaatsen konden creatieve ondernemers goedkoop huren als ze iets terug deden voor de buurt. T-shirts printen was goed, kebab maken niet creatief genoeg. Dat beleid trok pioniers, mensen die deels buiten de lijntjes tekenen.”

Het ADM-terrein na de ontruiming. Het bijna 45 hectare grote stuk grond is verlaten door de bewoners van het 21 jaar geleden gekraakte terrein. © ANP

Herwaarderen van het ondernemerschap liep parallel aan de oplevende economie. “En de culturele stroming die pleitte voor meer ordelijkheid werd sterker. Er waren ook uitwassen in kraakpanden zoals drugshandel en afpersing. De tolerantie voor kraken verdween, de overheid ging ruimte terugpakken. Woonwagenbewoners moesten vaste plekken kiezen. Alles moest binnen het gareel komen, totdat elk NS-station incheckpoortjes had.” In 2010 werd kraken zelfs verboden. Tegen die tijd was Amsterdam, ondanks de crisis, alweer heel populair geworden als woonbestemming. Achterbuurten zijn inmiddels veranderd in gewilde straten. “Het wordt heel hoog gewaardeerd dat je in een straat in de binnenstad kunt wonen, met een bioscoop, kroegen en musea vlakbij.”

Er is anno 2019 zo’n druk op de stad, dat elke vierkante meter veel geld waard is. Er zijn plannen om 100.000 woningen bij te bouwen. “Daarvoor moet iedereen wijken. ADM is iets uit het verleden, het ontruimen staat symbool voor hoe de stad zaken naar zijn hand wil zetten. In een caravan wonen met een maf kunstwerk in de boom is er in Amsterdam niet meer bij. Krakers zouden zeggen dat het grootkapitaal weer wint.”

Het bijna 45 hectare grote stuk grond is verlaten door de bewoners van het 21 jaar geleden gekraakte terrein. De gebouwen worden gesloopt door de eigenaar. © ANP

Omruilplekken

Maar waar kunnen die vrije zielen dan nog terecht? Wie goed kijkt, ziet ze overal. De stad wemelt van kleine of tijdelijke initiatieven. Neem de boekenkasten op straat waaruit je naar believen kunt meenemen, de omruilplekken voor gratis tweedehandsspullen en veganistische restaurantjes. De voorheen doodse Wibautstraat is een van de vele nieuwe horeca-hotspots geworden, waar Engels de voertaal is. Vanwege de toeristen maar ook vanwege de vele jongeren uit Oost-Europa en Zuid-Amerika die in de stad wonen voor studie of werk.

Er is anno 2019 zo’n druk op de stad, dat elke vierkante meter veel geld waard is

Rath noemt het gemeentebestuur nog steeds heel genereus hij het toestaan van broedplaatsen. Neem de voormalige gebouwen van Trouw en de Volkskrant die veranderden in een nachtclub en Volkshotel. Of de plekken waar studenten en statushouders gemengd wonen.

Jongeren nemen hun ruimte in de vrije sector. Zonder baas beginnen ze een ­eigen bedrijfje in horeca of retail. “Dat zie je heel sterk in Amsterdam. De ­nadruk ligt op kleinschalige, lokale, ambachtelijke producten. Het moet eenvoudig en authentiek zijn. Tel maar eens het aantal koffiebars waar het stucwerk van de muur is getikt. Het ­wemelt van de kleine bierbrouwerijen, en hamburgerrestaurantjes. Maar dan met biologisch vlees op een glutenvrij broodje en de hele milieubewuste mikmak erbij.”

Autonomie

De drang naar vrijheid is in Amsterdam opvallend sterk, meent Rath, wat heel gunstig is in de hedendaagse creatieve economie. Rotterdam heeft te lang naar de haven gekeken, vindt hij: “Het komt daar wel op gang, maar blijft marginaal vergeleken met Amsterdam. De hoofdstad trekt bovendien veel toeristen ­vanwege haar stedenbouwkundige schoonheid en omdat mensen een ­belevenis zoeken in de grote stad. Dat levert weer werk op voor laagopgeleiden.”

Vroeger besliste de overheid wat goed is. “Nu zoekt de overheid partnerschappen, bij bedrijfsleven en bij burgers. Het is niet meer simpel gemeente versus anarchisten. Je ziet veel overgangsvormen. Autonomie zit bijvoorbeeld ook in zelf uitdokteren wat voor jou criteria zijn voor gezondheid en eten. Voor velen worden voedseleisen steeds specifieker.”

Een andere trend die de hoogleraar waarneemt is dat de vele hoogopgeleiden in de stad niet afwachten, maar het initiatief nemen, zoals vroeger de ­krakers deden. Zij stappen naar de ­gemeente of doen het zelf wel: “Om subsidie vragen vinden zij te moeizaam. In oudercommissies van basisscholen nemen zij het liefst de regie van beroepskrachten over.”

© ANP

Rath zag in Rotterdam-Zuid hoe een architect een Pakistaan als spreekbuis van de buurt verving: “Er zijn talloze voorbeelden van hoe hoogopgeleiden de stad overnemen. Het grote verschil met krakers is dat zij het op een heel ­ordentelijke manier doen.”

Op een voor gewone mensen onbetaalbaar geworden dijk in Amsterdam-Noord hield een populair cafeetje ­ermee op. Vraagprijs: 2 miljoen euro. Omwonenden kochten het om het café voor de buurt te behouden. In Oud-West bouwden lesbische oud-krakers hun eigen ‘roze’ kavel. Ook hip: met de buurt een verwaarloosd parkje veranderen in volkstuintjes.

Dit is een economie, een samenleving die bepaalde individuen die beschikken over de juiste, hoogwaardige kennis, vaardigheden en netwerken veel meer ruimte biedt dan vroeger. De zuilen zijn weggevallen, de winkeltijden verruimd tot een walhalla voor ­consumenten. Rath: “Niet iedereen is daarvoor geëquipeerd. Nu moet ik ­alweer gaan kijken naar een nieuwe energieleverancier en ziekteverzekeraar. Maar anderen gedijen juist enorm in dit klimaat. Vrije zielen wonen niet meer als anarchist in een caravan. Vrije zielen zijn veel normaler geworden.”

ADM: Van droogdok tot doe-het-zelf maatschappij

Zo’n honderd jaar was de Amsterdamse Droogdok Maatschappij een scheepswerf. In 1985 ging het bedrijf failliet. Het terrein werd later gekraakt, ontruimd, en in 1997 verkocht aan vastgoedspeculant Bertus Lüske. Maar dat jaar betrokken zo’n 130 krakers het terrein. Zij zouden een hechte woonwerkgemeenschap vormen die festivals organiseerde, muziekbandjes vormde, een veganistisch eetcafé oprichtte en waar kunstenaars en startende bedrijfjes ruim baan hadden. Ze doopten het terrein om tot de Amsterdamse Doe-het-zelf Maatschappij.

Tientallen mensen hebben nu een woningaanbod van de gemeente geaccepteerd, zo’n vijftig mensen beginnen hun vrijbuitersbestaan opnieuw op een tijdelijk aangewezen terrein aan de rand van Amsterdam-Noord.

Lees ook:

Een van de laatste vrijplaatsen van Amsterdam dreigt te verdwijnen

Amsterdam groeit en bloeit. Dat gaat ten koste van de veelgeroemde creatieve rafelrandjes.

Deel dit artikel

De be­vol­kings­sa­men­stel­ling van Amsterdam is heel anders dan die van andere Nederlandse steden

Er is anno 2019 zo’n druk op de stad, dat elke vierkante meter veel geld waard is