Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onder Napoleons hoede kreeg Nederland één postbedrijf

Samenleving

Paul van der Steen

Postiljon te paard, ets van Jan Mulder, gemaakt rond 1800. © Legaat van de heer F.G. Waller, Amsterdam. Rijksmuseum.
Déjà vu

Op een paar manieren worden we vandaag de dag nog herinnerd aan de manier waarop in vroeger tijden de post werd bezorgd. Nog behoorlijk wat horecazaken heten 'De Posthoorn', naar het instrument waarmee destijds de aankomst van brieven en pakketten werd aangekondigd. 

Op de plekken waar ze werden uitgedeeld, kwamen mensen samen en kon dus ook geld worden verdiend met kroegen en herbergen. De posthoorn zou nog tot lang nadat hij in onbruik raakte het embleem van de PTT blijven sieren. In de Nederlandse taal overleefde de uit Frans afkomstige uitdrukking postiljon d'amour, die staat voor de verbindende schakel tussen geliefden. Postiljons was de naam voor de postrijders die in de achttiende eeuw te paard of per postkoets de verzendingen overbrachten.

Lees verder na de advertentie

Er kwam in die jaren enige systematiek in de postbezorging. Voor die tijd was het hopen op het vinden van iemand die wat mee kon nemen naar elders. Alleen de allermachtigsten en -rijksten konden zelf iemand met (of om) een boodschap sturen.

Van één groot bedrijf zoals nu na de overname van PostNL en Sandd gaat ontstaan was nog geen sprake. Beurtschippers beconcurreerden de mannen te paard. Vaak met succes, want het slechte wegennet van Nederland verkeerde - afhankelijk van het weer - grote delen van het jaar in slechte staat. In uithoeken van het land kwam post niet of pas heel laat aan.

Legale bezorgers concurreerden overigens met illegale bezorgers. Soms waren ze verenigd in één persoon en wilde een postiljon ook best een brief voor eigen rekening bezorgen, omdat hem dat meer marge opleverde.

Tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw werd de post vier keer per dag bezorgd

De Franse bezetting van Nederland, eind achttiende en begin negentiende eeuw, zorgde voor ingrijpende veranderingen in de postwereld. Vanaf 1799 vielen alle posterijen onder de overheid. Acht jaar later wierp het ministerie van financiën zich op als verantwoordelijk departement. De opbrengsten van het almaar toenemende berichtenverkeer waren een welkome aanvulling op de schatkist. Dat was niet de enige reden waarom de Fransen nationalisering van de post propageerden. Zij zagen in dat het een voorziening van openbaar nut was die bij goed functioneren bijdroeg aan groeiende welvaart. Het was ook van belang voor de staatsveiligheid, want wie post zelf bezorgde, kon die eveneens controleren.

Steeds meer mensen konden ook schrijven. Rond 1800 kon gemiddeld 80 procent van de bruidegoms en 60 procent van de bruiden bij het huwelijk een handtekening zetten. Het noorden deed het wat betreft alfabetisering overigens stukken beter dan het zuiden, waar de percentages rond de 65 (mannen) en 55 procent schommelden.

Postzegel

Vanaf 1810 lagen de tarieven vast in een Postwet. Het gewicht was bepalend voor de prijs die moest worden betaald. Met de introductie van de postzegel, een Britse vinding, ging de verzender in plaats van de ontvanger betalen. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw werd die voor het eerst gebruikt in Nederland, vanaf 1877 werd de postzegel verplicht. Het kostte wel moeite om de klanten te overtuigen van dit nieuwerwetse systeem. Want kon je er wel van op aan dat bezorgers moeite deden voor het op de plek van bestemming laten aankomen van brieven en pakketten als er vooraf was betaald?

In de loop van de negentiende eeuw zorgden onder meer de trein en het stoomschip ervoor dat post sneller van verzender naar ontvanger kon komen. De hoeveelheid poststukken nam ondertussen snel toe. In 1878 werd voor heel Europa uitgegaan van jaarlijks 5,6 miljard stukken.

Tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw werd de post vier keer per dag bezorgd. Daarna werd het drie keer, vervolgens twee en in 1969 één keer. Inmiddels bezorgen digitale concurrenten als e-mail en WhatsApp volcontinu.

Lees ook:

PostNL is weer monopolist. Heeft de marktwerking gefaald?

Nu PostNL zijn enige concurrent Sandd overneemt, lijkt de markt voor briefpost verdacht veel op de situatie van voor maart 2009, toen de postmarkt volledig werd vrijgegeven.

PostNL heeft na het overnemen van Sandd geen enkele concurrent meer

Nu het aantal verstuurde brieven maar blijft dalen, is er geen plaats meer voor twee postbezorgers in Nederland. Sandd komt in handen van PostNL.

Deel dit artikel

Tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw werd de post vier keer per dag bezorgd