Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Noodkreet van een aanstaande moeder: Bemoei je met je eigen buik!

Samenleving

Jeannine Julen

© Jessica Bacuna

Trouwredacteur Jeannine Julen is zwanger. Wat niemand haar verteld had: dat de hele wereld zich dan ongegeneerd met je bemoeit, van moeders, schoonmoeders en vrienden tot volslagen onbekenden. Publiek bezit in zes hoofdstukken.

1. De oma’s slaan op hol

Lees verder na de advertentie

Het begint met de oma’s die op hol slaan. Ik ben nog geen acht weken zwanger of mijn moeder schaft de eerste babyspullen al aan. Flesjes, hydrofiele doeken, knuffels. “Zou je niet even wachten?”, probeer ik haar nog af te remmen. Maar de speentjes, rompers, handdoeken en slabbetjes blijven komen. Op een avond wil ze het hebben over de babywagen. Of ik daar al geld voor opzij heb gezet. Nee, antwoord ik. “Dat gaat je minstens 1000 euro kosten. Alles bij elkaar. Begin maar vast te sparen.” Ik schud demonstratief mijn hoofd. Zo duur hoeft het van mij allemaal niet. Twee maanden later doet ze me een peperdure Bugaboo cadeau. Blijkbaar de Rolls-Royce onder de kinderwagens. Ik heb er nog nooit van gehoord.

Intussen zit die andere oma tandenknarsend aan de eettafel als ik vertel dat ze geen kinderwagen meer hoeft te kopen. “Je moeder heeft wat?!” Hoe kan ze? Het is toch háár éérste kleinkind. Mijn moeder heeft er al tien van mijn vier oudere broers en zussen. “Wat blijft er voor mij dan over om te kopen?”

Mijn schoonmoeder sleurt ons mee naar babywarenhuis Babypark. Kiest het duurste babybedje uit en zegt: “Dan is dit mijn cadeau voor jullie.” Mogen wij ook nog even rondkijken, vraagt mijn vriend voorzichtig. Natuurlijk. Ze wil zich, anders dan mijn moeder, niet zo aan ons opdringen, zegt ze.

We verlaten de winkel uiteindelijk met een boze schoonmoeder en zonder bedje.

2. De hele Surinaamse gemeenschap bemoeit zich met me

Of ik honger heb. Mijn Surinaamse rij-instructeur Hans (ja, zo heet hij echt) vraagt het wel drie keer per les. Soms laat hij me naar zijn huis in Rotterdam rijden, waar dan een bordje pasta klaar staat. Of hij neemt me mee naar de broodjeszaak van zijn vrouw waar hij twee broodjes bestelt. “Eet! Eet!”, moedigt hij me steeds aan. Op ‘maar-ik-heb- echt-geen-trek’ reageert hij niet.

De verschijning van een zwangere vrouw maakt in het brein van anderen blijkbaar een gêneresistent stofje aan

Al dat eten krijg ik in mijn handen of zelfs in mijn mond geduwd. Want, zo redeneren Surinamers: zwangere vrouwen hebben altijd trek. En die trek, daadwerkelijk aanwezig of niet, nemen ze uiterst serieus. Zo komt het dat ik tijdens een bezoekje aan mijn tante in een uur tijd wordt volgestouwd met chocolaatjes, appelflappen, kaneelbroodjes, rijst, groente, ja, eigenlijk met alles wat ze in huis heeft. En ook mijn moeder heeft de neiging zich in mijn omgeving te gedragen als een heuse vetmester. Totdat ik een keer begin te kokhalzen, omdat ik kip van KFC echt niet lekker vind. “Oh ja, vergeten”, klinkt het beteuterd. Het voordeel: laat ik ’s ochtends subtiel vallen pannekoeken of gehaktballetjes te lusten, ’s middags staat ze met een bord of pannetje klaar.

3. Iedereen de gêne voorbij

“Nog twee maanden te gaan? Wow, dan word je echt gi-gan-tisch!” Ik hoor het in de zevende maand van mijn zwangerschap minstens twee keer per week. Of de grap: “weet je zeker dat het geen tweeling wordt?” De verschijning van een zwangere vrouw maakt in het brein van anderen blijkbaar een gêneresistent stofje aan. Zo laat een aantal mensen me maar al te graag weten dat ze “best geschrokken zijn van het nieuws”. En dat ze “dit echt niet hebben zien aankomen”. Ik ben met mijn 29 jaar nog zo jong, merken ze op. Met een blik alsof ik terminaal ben. “Ja, dat mensen nog voor hun dertigste aan kinderen beginnen, gebeurt toch vooral buiten de Randstad”, klinkt het ook een keer op een Amsterdams feestje van een wildvreemde. Waarna degene zichzelf corrigeert met: “Oh jullie wonen in Den Haag. Misschien is het daar anders.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

© Jessica Bacuna

Dan zijn er nog de verhalen over gebroken stuitjes, uitgescheurde vagina’s en tepelkloven die ik voortdurend voor de kiezen krijg. Mijn mooiste verhaal in de categorie ik-vertel-je-alle-persoonlijke-details-waar-verder-niemand-op-zit-te-wachten? Die van de ambtenaar bij wie ik mijn rijbewijs aanvraag. Hij heeft zelf een dochter, en voelt zich sindsdien een ander mens. Veel gevoeliger. Er komt een foto tevoorschijn van een prachtig vierjarig meisje met lange lokken. “Haar moeder is al een paar jaar bij me weg. Die kon het ouderschap niet aan.” Zijn ex-schoonmoeder is te bemoeizuchtig, vertelt hij ook. “Ze claimt mijn kind gewoon.” Van werkende moeders zoals ik is hij trouwens geen voorstander. “Zo’n opvang is echt helemaal niks, joh. Ik ga er niet over, maar denk er maar eens over na.” Een aanvraag die volgens de gemeentesite slechts vijf minuten in beslag zou nemen, duurt twintig minuten. “Je vindt het toch niet erg dat ik er zo over door ga?” Nee, nee, sus ik. Ik ben de rol van luisterend oor inmiddels gewend.

4. Ongevraagd advies

Ouders, broers, zussen, vrienden van vrienden, collega’s, verre kennissen. Allemaal kijken ze me op zo’n moment indringend aan, komen dichterbij en zeggen dan op strenge, Juf Ank-achtige toon: “Ik zou daar nog even over nadenken als ik jou was.” Het is de standaardreactie die ik krijg als bijvoorbeeld zeg pas over vier jaar aan het volgende mini-me-exemplaar te beginnen. Direct daarna volgen verhalen over hun twee jaar oudere broers en zussen met wie ze als tieners mee op stap gingen en met wie ze nog steeds alles delen. Of over hun kinderen of kleinkinderen die maar tien maanden schelen, vroeger op dezelfde kamer sliepen en nu als twintigers elkaars beste vrienden zijn. “Maar mijn zus en ik schelen achttien jaar en we zijn ook beste vrienden”, breng ik dan in. Of: “Ik baar, dus ik bepaal.” Het haalt niets uit. Ze reageren steevast met: “Het is echt hartstikke zielig voor het kindje hoor.”

Krijg ik nou een baby of bén ik een baby?

Dan zijn er nog de ongevraagde ‘je-moetjes’. Je moet dagelijks je buik insmeren tegen striae. Je moet beseffen dat insmeren geen enkel effect kan hebben. Je moet niet met je benen over elkaar zitten. Met je benen over elkaar zitten mag, maar ga niet op je buik, op je rug of rechterzij liggen. Je moet niet te veel bewegen. Je moet juist voldoende blijven bewegen. Je moet alles eten wat je lust. Maar geen taart, brownies en kwarktoetjes, want dat is allemaal te zoet voor de baby. Je moet een belletje om je nek om contact met de baby te maken. Doe alsjeblieft geen belletje om je nek. De baby wordt er gek van of gaat in een stuit liggen. Je moet de babykleertjes wassen met een wasmiddel zonder parfum. Was de kleertjes alsjeblieft hoe je zelf wil.

5. Vriend waant zich iets te vroeg vader

Hij moest er even aan wennen. Zo’n zwangere vriendin die huilt om reclamespotjes en een gemiste yogales. Die van het minste en geringste bekaf raakt, maar zichzelf de conditie van een Usain Bolt op topniveau toedicht. Maar sinds hij eraan gewend is, voelt mijn vriend zich helemaal klaar voor het vaderschap. Iets te klaar.

Ben ik het ergens niet mee eens, dan krijg ik een belerend vingertje in mijn gezicht gezwiept. Lig ik uitgeteld op de bank, dan schudt hij me zachtjes wakker met de vraag of ik ‘mijn tandjes wil gaan poetsen’. En elke ochtend voor ik me naar mijn werk haast, moet ik van hem een glas spinaziesmoothie leegdrinken. “Goed zo!” zegt-ie dan als ik met pijn en moeite die groene drab weg slobber. Als beloning krijg ik een tikje op mijn ‘schattige neusje’. Krijg ik nou een baby of bén ik een baby?

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© Jessica Bacuna

Dat iets te vroege vaderschap gaat sinds kort gepaard met een extreme vorm van betweterigheid. Hij put dan uit boeken die (terecht overigens) het hebben over mijn afnemende intelligentie en mijn ontoerekeningsvatbaarheid. “Dit gedrag is precies wat in mijn boek omschreven staat”, zegt hij een keer tijdens een ruzie. “Rustig maar”, kalmeert hij me ook tijdens wat voorweeën. “Dit hoeft nog helemaal niet te betekenen dat er iets gebeurt vanavond. Gelukkig heb ik me wel ingelezen hè?” De enkele keer dat hij meegaat naar de verloskundige (het liefst vertel ik niet wanneer mijn afspraak is), somt hij uit het hoofd alle kwaaltjes op van de afgelopen week én alles wat ik eigenlijk niet had mogen eten. En bij de bevallingscursus, waar hij zo graag heen wil, puft hij overijverig mee en krijg ik voortdurend tips in mijn oor gefluisterd.

6. Iedereen behandelt je alsof je invalide bent. Totdat je echt invalide bent

Stoelen worden aangeschoven, kussentjes onder je voeten gelegd en bij elke trap naar beneden komt er plots een ondersteunende arm tevoorschijn. Kondig je aan een korte wandeling te maken, dan begint de toehoorder te gruwen. Om te vervolgen met: “Zal ik je niet even met de auto brengen?” Weten vrienden en familie dat je zwanger bent, dan behandelen ze je net alsof je herstellende bent van een ernstig auto-ongeluk. Ook bij slechts vier maanden zwangerschap en een minimum aan fysieke kwaaltjes.

In de stampvolle Amsterdamse trams zijn de zitplaatsen voor zwangere vrouwen bijna allemaal bezet met topfitte, naar hun werk reizende twintigers en dertigers

Maar is die buik een stuk groter en voel je je net een aangespoelde walvis die geen kant meer uit kan, dan kijkt de rest van de wereld de andere kant op. Zo sta ik een keer in een overvolle trein richting Utrecht, mijn buik demonstratief naar voren. Het helpt niet. Niemand staat voor me op. En in de stampvolle Amsterdamse trams zijn de zitplaatsen voor zwangere vrouwen bijna allemaal bezet met topfitte, naar hun werk reizende twintigers en dertigers. Dezelfden die me, als ik niet uitkijk, met hun ellebogen bij de ingang opzij duwen om eerder dan ik zo’n plaats te bemachtigen.

Als ik na zeven maanden als een pinguïn met obesitas klaag over mijn beurs geschopte ribben, roepen mijn moeder en zus in koor uit: ‘Sla je mond!’ Zo’n fijn Surinaams gezegde dat zoveel betekent als: wees niet zo ondankbaar.

Jeannine Julen (29) is economieredacteur bij Trouw.

Reageren

Herkent u de bemoeienis die Jeannine Julen beschrijft? Mail het ons, in maximaal 120 woorden, naar tijdpost@trouw.nl.

Deel dit artikel

De verschijning van een zwangere vrouw maakt in het brein van anderen blijkbaar een gêneresistent stofje aan

Krijg ik nou een baby of bén ik een baby?

In de stampvolle Amsterdamse trams zijn de zitplaatsen voor zwangere vrouwen bijna allemaal bezet met topfitte, naar hun werk reizende twintigers en dertigers