Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederland is populaire claim-hub

Samenleving

Johan van Heerde

Buitenlandse bedrijven gebruiken beschermingsclausules in Nederlandse handelsverdragen om andere staten aan te klagen. Wat zijn de argumenten voor en tegen deze clausules?

Een van de grondleggers van de ISDS-regeling is Nederland. Samen met Indonesië sloot Nederland vijftig jaar geleden een van de eerste verdragen waarin een bedrijf het recht kreeg het land waarin ze investeerden aan te klagen buiten een nationale rechter om. Doel van de overeenkomst was de economische samenwerking in brede zin te bevorderen, schreef de Volkskrant in 1968. Een eventuele zaak zou worden uitgevochten bij een speciaal tribunaal via de Wereldbank, precies zoals nu nog altijd het geval is.

Lees verder na de advertentie
Staten zoeken de grens van de wet op en investeerders gebruiken de mogelijkheden die er zijn, zoals ISDS-ar­bi­tra­ge.

Nikos Lavranos, secretaris-generaal van denktank EFILA

Nu, vijftig jaar later, zijn er wereldwijd 3324 handelsverdragen met een beschermingsclausule voor investeerders, becijfert Milieudefensie in een rapport dat vandaag verschijnt. Dertig jaar geleden werd de eerste claim op basis van een verdrag ingediend. In de jaren negentig steeg het aantal zaken mondjesmaat, om na de eeuwwisseling fors toe te nemen tot jaarlijks ruim zestig in het afgelopen lustrum.

Lobbymiddel

Nederland speelt in die ISDS-zaken een sleutelrol: na de VS blijkt Nederland de grootste claim-hub ter wereld. Vooral buitenlandse bedrijven maken gebruik van de route. Op die manier faciliteert Nederland volgens Milieudefensie een lobbymiddel voor grote bedrijven. “Door te dreigen met een ISDS-claim kunnen multinationals overheden onder druk zetten om beleid aan te passen”, zegt Freek Bersch van Milieudefensie.

Nikos Lavranos, sectretaris-generaal van denktank EFILA, die zich hard maakt voor behoud van investeerderbescherming zoals ISDS, verdedigt het systeem. “Staten zoeken de grens van de wet op en investeerders gebruiken de mogelijkheden die er zijn, zoals ISDS-arbitrage. Voordat een investeerder een zaak kan beginnen moet er eerst iets gebeuren waardoor een investeerder schade ondervindt. Je moet ISDS dus niet zien als een melkkoe of drukmiddel: als er geen aantoonbare schade is, kost een ISDS-zaak het bedrijf alleen maar veel geld. En je moet niet vergeten dat bedrijven in principe graag gevestigd blijven in een land waar ze actief zijn, die zoeken geen conflict.”

Lavranos wil de bewering dat de regeling wordt gebruikt om milieuwetgeving te omzeilen omdraaien. Hij noemt het voorbeeld van een bedrijf in de toerismesector dat de overheid van Barbados daagde. Het Caribische eiland kwam zijn eigen milieuwetgeving niet na, waardoor het water vervuild raakte en toeristen wegbleven.  “Als landen milieu-afspraken niet nakomen kan ISDS juist worden ingezet om dat toch van ze te vorderen.”

Voorkeurstarief

Volgens Milieudefensie kan ISDS wel degelijk kwaad. Zij noemen als voorbeeld de zaak van mijnbouwbedrijf Newmont tegen Indonesië. Newmont spande eerst een zaak aan maar trok die later weer in toen het van Indonesië de garantie kreeg dat het een nieuwe belasting van 25 procent­­ niet hoefde te betalen. Newmont wist volgens Milieudefensie een voorkeurstarief van 7,5 procent te bedingen. Het bewijs dat dreigen met een forse claim tot huiverigheid bij een overheid kan leiden, aldus de onderzoekers.

Volgens Milieudefensie moeten landen het systeem van claimen herzien. Deels gebeurt dit al. Het Ceta-akkoord tussen de EU en Canada bevat al een nieuwe vorm van arbitrage in het geval er conflicten tussen investeerders en staten zijn. “Maar”, zei handelsminister Sigrid Kaag eind december in de Kamer, “zouden we nú met Canada een onderhandeling beginnen dan zou investeringsbescherming of geschillenbeslechting niet in het akkoord worden opgenomen.”

In de onderhandelingen tussen de EU en Japan is volgens Kaag investeringsbescherming geen element. Voor Oeso-landen is die bescherming niet nodig, want de rechtsstaat in die landen is volgens Kaag dusdanig dat bedrijven hun verhaal kunnen doen via normale justitiële procedures. “Dat is anders in landen waarin de rechtsstaat anders is en de toegang tot het recht anders verloopt.” 

Deel dit artikel

Staten zoeken de grens van de wet op en investeerders gebruiken de mogelijkheden die er zijn, zoals ISDS-ar­bi­tra­ge.

Nikos Lavranos, secretaris-generaal van denktank EFILA