Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Naar Kinshasa voor de laatste modetrends

Samenleving

Stephanie Bakker

Sapeurs, stijlvolle aanhangers van La Sape (een genootschap van 'sfeermakers en stijliconen'), zijn de helden van de sloppenwijk © Yvonne Brandwijk

In Kinshasa, mode-metropool in spe, deed de Congolese ontwerper Louison Mbeya al mee aan zestig modeshows. Deel twee in de serie Future Cities, over de wereldsteden van de toekomst. Hoe een ontwikkelende stad een nieuwe industrie opbouwt.

Het is zaterdagavond acht uur en op het podium in het chique Memlinghotel staat een pater in een wit gewaad. Na een gezamenlijk amen klinkt de muziek van Celine Dion. De eerste modellen schrijden de catwalk op; de kleurrijke panen stoffen strak om hun ronde billen gespannen.

Lees verder na de advertentie

De man op de eerste rij valt direct op. Af en toe lift hij de Prada zonnebril van zijn neus om er schalks onderdoor te kijken. De pailletten op zijn kanariegele colbert schitteren in de spotlights. Na de modeshow stelt hij zich voor als Louison Mbeya, stylist en couturier. De 33-jarige ontwerper deed mee aan zestig modeshows - van Brazzaville tot Dubai. In zijn Nokia staan de privénummers van grote Congolese artiesten als wijlen Papa Wemba en Werrason. Zijn vaste clientèle, zegt hij. Onophoudelijk schudt hij handen en kust hij hooggehakte vrouwen. "Kom morgen naar mijn atelier dan vertel ik je mijn verhaal", zegt hij. "Het is in Bandal, le petit Paris de Kinshasa."

Tekst loopt door onder de foto

Louison Mbeye op de modeshow in hotel Memling. © Yvonne Brandwijk

Mode is niet de eerste associatie die de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo (DRC) oproept. In Oost-Congo woedt al decennia een burgeroorlog, nergens werden zoveel vrouwen verkracht. En nu president Kabila weigert af te treden, zijn er onlusten in het hele land. Met hun shows laten mensen als Louison Mbeya zien dat Kinshasa behalve rebellen en een regime van boeven ook modeontwerpers heeft, en dat ze goed zijn ook.

De tekst loopt door onder de video

Hotspot

Wij hoorden voor het eerst over de modescene van Kinshasa via Vlisco, een oer-Hollands bedrijf uit Helmond dat meer dan honderd jaar stoffen naar Afrika exporteert. Overtuigd van Kinshasa als de toekomstige modestad van Afrika opende Vlisco er een regionaal kantoor en een flagshipstore. "Afrika kijkt al decennia naar Kinshasa voor de laatste modetrends en bovendien, de economie groeit er al jaren", had de hoofdontwerper gezegd. Vlisco baseert zich op adviesbureaus als McKinsey, die Kinshasa noemen in een lijst met twintig hotspots voor groei in 2025. In dat jaar heeft de stad 14,5 miljoen inwoners en een bevolking die tot de jongste ter wereld behoort. Een op de vijf Kinois verdient dan een middenklasse inkomen, voorspellen de consultants.

Hoe redden de ontwepers, kleermakers en modellen zich? Waar dromen ze van? Kan mode de stad vooruit helpen? Of is het eerder andersom? En hoe komt het dat mode überhaupt een rol speelt in een stad waar de helft van de inwoners niet eens genoeg verdient voor één maaltijd per dag en veertig procent geen toegang heeft tot schoon drinkwater?

Backstage bij een modeshow. © Yvonne Brandwijk

Diepe wortels

Omdat stijl diepgeworteld zit in de Congolese tradities en cultuur, stelt Louise Kasali Kabwe, directeur van het Institut Supérieure des Arts et Métiers (ISAM), de enige publieke modeacademie in Centraal-Afrika, met studenten uit Rwanda, Angola, Burundi en Congo. "Moeders uit de hele regio die willen dat hun dochters uitgroeien tot zelfstandige vrouwen met een toekomst, sturen hen naar Kinshasa om te studeren aan de academie", zegt ze. Het stijlgevoel van de Kinois werd volgens haar niet verwoest door oorlog en armoede. Sterker, het werd er door aangewakkerd.

Zo verbood het regime van Mobutu Sese Seko - met zijn luipaardmuts een stijlicoon op zich - onder het mom van nieuw Congolees nationalisme de koloniale dracht; de stropdas ging in de ban en iedereen moest verplicht het traditionele Afrikaanse kostuum, de abacost, dragen. Uit protest gingen jongeren in Kinshasa in westerse designmerken de straat op. Ze richtten een beweging op en noemden deze La Sape, een genootschap van 'sfeermakers en stijliconen'. Nog altijd flaneren de sapeurs door de sloppenwijken. De merklabels als statussymbool op hun designerjasjes gestikt. Op zondag organiseren ze stijlbattles. Hun materialisme brengt hoop; ondanks het vuil en de armoede slaagt een sapeur erin om een gentleman te zijn met altijd gepoetste schoenen.

De regels van La Sape

Als het even kan, leeft elke Kinois volgens de regels van La Sape: bien habillé, bien coiffé, bien rasé et bien parfumé (goed gekleed, geknipt, geschoren en geparfumeerd). "Elke dag is voor ons een nieuwe kans om er zo mooi mogelijk uit te zien, ongeacht of je arm of rijk bent", zegt Toto Kisaku, een theatermaker in een spijkerjack van Yohji Yamamoto. Hij kocht het bij een outlet in New York, terug in Kinshasa stonden zijn vrienden in de rij om het tegen betaling van hem te lenen. "Het is een schijnvertoning - iedereen weet hoe het zit", lacht hij. Maar het maakt niets uit. "Het doet er niet toe of je iemand bent, als je er maar uitziet of je iemand bent."

Hoe complex de realiteit is, blijkt als we Mbeya opzoeken in zijn atelier. Het is zes uur 's avonds, langs de weg gaan de olielampjes aan. Er klinkt luide muziek en op de barbecue rookt verse vis uit de Congorivier. Het nachtleven gaat minstens tot zes uur de volgende ochtend door, zeven dagen in de week, zegt Mbeya, wederom onberispelijk gekleed in een zwarte pantalon en een overhemd met een felle Afrikaanse print. Balancerend over de betonnen platen die het riool bedekken, gaat hij ons voor een steeg in. "Welkom in mijn atelier", zegt hij terwijl hij een metalen deur opzij duwt. De elektriciteit is uitgevallen dus een kaars verlicht een naaimachine, een matras en een kookplaatje op de grond. Zijn ontwerpen hangen als kunstwerken aan de grauwe muur.

De tekst loopt door onder de foto

Mbeya in zijn atalier. © Yvonne Brandwijk

Overleven

Een succesvolle ontwerper die woont en werkt in een atelier kleiner dan de gemiddelde gevangeniscel. Het is even schakelen. Maar dit is Kinshasa. Waar roem geen garantie is voor geld. Van de wapenfeiten van Mbeya is geen woord gelogen, maar hier bestaan licht en donker naast elkaar. Om te overleven doe je als Louison die als 17-jarige op straat kwam te staan nadat zijn vader kort na zijn moeder aan aids was overleden. Je accepteert dat de staat vooral neemt en weinig geeft. Je improviseert en gaat rommelen aan de schoenen van je broer omdat je geen geld hebt voor een paar op maat. Zo ontdek je dat je stijlgevoel hebt. Want als je schoenen op maat maakt, waarom dan niet meteen zo mooi mogelijk?

Met het geld dat hij verdient met het stylen van de sterren kan hij net rondkomen. Maar de mode-industrie die hij nodig heeft om als ontwerper door te breken, staat nog in de kinderschoenen. Traditioneel maken de Kinois hun kleding zelf, geholpen door een stylist of een kleermaker. Op elke straathoek vind je een naaiatelier, in een hutje of een container. Kledingwinkels zijn er nauwelijks, net zo min als fabrieken om kleding in series te maken. Wel reizen handelaars naar Europa en China om merkkleding te kopen die ze tijdens kledingfeestjes of op de markt verkopen.

Fashion Week

Congo is een zogenoemde weak state, de overheid is niet in staat de burgers te beschermen of voor ze te zorgen, laat staan een nieuwe industrie op te bouwen. De verandering komt van binnenuit, van creatieve aanpakkers als Mbeya. Of Gloria Mteyu, initiatiefnemer van de Kinshasa Fashion Week, het eerste internationale mode-evenement op Congolese bodem. De 33-jarige ontwerpster, gekleed in stijlvol zwart met als opvallend detail een gouden tijger in haar oor, is een prototype wereldburger. Ze studeerde in New York en aan de modeacademie in Milaan, in Parijs werkte ze als ontwerpster voor John Galiano. In 2012 verruilde ze het modecentrum van de wereld voor Kinshasa, de stad waar ze werd geboren en die volgens haar the world's next fashionhub is. ''Waarom zou ik in Parijs blijven als het gaat gebeuren op de plek waar ik vandaan kom?'

De tekst loopt door onder de foto

De modeshow in hotel Memling. © Yvonne Brandwijk

In Kinshasa wil ze de stijl en de creativiteit van haar stad wereldkundig maken en lokale ontwerpers in de schijnwerpers zetten. Die barsten volgens haar van de potentie. Het probleem is dat niemand het weet. Zelfs niet in Kinshasa. Mteyu: "Iedereen is dol op Versace, Gucci en Zara, maar om van Kinshasa een grote modestad te maken, moeten Congolezen hun eigen designers gaan dragen." Als dat lukt acht ze de kans groot dat de volgende ontwerper die internationaal doorbreekt een Congolees is. "In onze gedachte zijn we allang het Parijs van Afrika. Geef ons nog tien jaar en dan weet de rest van de wereld het ook."

Kansen

De belofte van een economische boom en een ontluikende mode-industrie trekt ook buitenlandse bedrijven aan. De kansen liggen voor het oprapen, zegt Monique Gieskes, regiodirecteur bij Vlisco, dat zich in 2008 als eerste Europese modebedrijf in Kinshasa vestigde. "Er wonen tien miljoen mensen in Kinshasa, meer dan ooit zijn zij op zoek naar een unieke dresscode."

De airconditioned flagshipstore van Vlisco is vooralsnog een exoot tussen de straatverkopers met zakjes water of avocado's hoog op hun hoofd gestapeld. Maar onlangs opende een Libanese investeringsmaatschappij de eerste shoppingmall, een tweede is in aanbouw. Voor de eerste paal de grond in ging, waren alle lokalen verhuurd. "Over tien jaar barst het van de galeries en winkelcentra, net als op Mandela Square in Johannesburg", voorspelt Gieskes.

Louison Mbeya droomt van een ruimte in een van de winkelcentra, maar eerst wil hij naar Europa. Om te studeren aan een modeacademie en zo zijn kennis over het modevak te verdiepen. "De sterren betalen stylisten die in Europa zijn geweest ook beter", lacht hij. Daarna wil hij terug naar Congo om zijn internationale ervaring te linken aan de lokale perspectieven. "Het is hard werken", zegt hij, "maar Kinshasa biedt kansen voor kunstenaars."

De tekst loopt door onder de foto

Eco-sapeurs dragen geen westerse merken, maar gebruiken lokale materialen om hun kleding te maken. © Yvonne Brandwijk

Future Cities

Future Cities wordt gesteund door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, Freepress / Postcodeloterijfonds voor journalisten, het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het 'Innovation in Development Reporting Grant' program van het European Journalism Centre (EJC), gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation.

Op www.futurecities.nl staat een webdocumentaire over de wervelende modescene van Kinshasa.

Lees ook het eerste deel uit deze serie:  Haute Cuisine, de belofte van Lima

Deel dit artikel