Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Na zestig jaar zwijgen over misbruik spreekt het geheugen

Samenleving

Hans Marijnissen

© Robin Utrecht

Na het misbruik-verhaal van Jelle Brandt Corstius kreeg Trouw veel reacties van ouderen die na een leven van zwijgen nu toch met hun verhaal komen.

Hij heeft er door de jaren heen een 'zesde zintuig' voor ontwikkeld. Ouderenpsychiater Rob Kok had vorige week nog een oudere dame op zijn spreekuur met verschillende psychische stoornissen en chronische pijn. "Wat een boel klachten", zei Kok na een eerste gesprek. "Kan dat iets met uw jeugd te maken hebben?" Waarop de vrouw uiteindelijk vertelde in haar vroege jeugd misbruikt te zijn. Ze had er zeventig jaar het zwijgen toe gedaan.

Lees verder na de advertentie

Als je erop let, vertelt Kok, herken je de signalen. Als ouderen tijdens hun leven een aantal verschillende psychiatrische klachten hebben: terugkerende depressies, angststoornissen, slaapstoornissen die niet goed reageren op de gebruikelijke behandeling, maar ook onbegrepen pijnklachten, móet je als behandelaar systematisch vragen naar misbruik. "En vaak is dan het antwoord: 'Ik ben inderdaad incest-slachtoffer. Maar niemand heeft er ooit naar gevraagd.' Dat verbaast mij niets", zegt Kok. "We denken niet zo snel dat hoogbejaarden een seksueel leven hebben, én een seksuele geschiedenis. Daarom zien we te vaak de kern van het probleem niet, en behandelen we de symptomen." Die zijn overigens ernstig genoeg, maar zonder de bron aan te pakken, komen die klachten naar verloop van tijd weer terug.

Psychiater Kok is opleider ouderenpsychiatrie bij de Parnassia Groep, de grootste aanbieder van geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Hij vroeg in 2005 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde al aandacht voor de naoorlogse generatie die zich de komende jaren zou melden op de spreekuren. In het artikel 'Psychische gevolgen op oudere leeftijd van seksueel misbruik in de jeugd' waarschuwde hij zijn collega's dat er een groep aankomt die het moeilijk vindt na zo'n lange tijd over misbruik te praten, terwijl uit onderzoek óók blijkt dat hulpverleners er geen oren naar hebben. 'Hiermee doen wij een grote groep patiënten tekort', was zijn conclusie.

Tussen wal en schip

Het verbaast hem dan ook niet dat na het artikel van Jelle Brandt Corstius in Trouw en de oproep aan lezers ervaringen met misbruik te delen, een opmerkelijk grote groep ouderen heeft gereageerd die vaak voor het eerst, soms na zestig jaar, schrijven over het misbruik in hun vroege jeugd. "We horen dit vaker", zegt Kok, "en het past ook in de conclusies van onderzoeken. De generatie die in het verleden tussen wal en schip is geraakt, meldt zich nu alsnog. In groten getale."

Nelleke Nicolai heeft een lange carrière achter de rug als psychiater en specialiseerde zich in de hulpverlening aan vrouwen. Ze drukte met haar handboek 'Psychotherapie na seksueel misbruik' (2003) een stempel op de behandeling van slachtoffers. Nicolai is inmiddels zeventig, maar werkt nog als psychotherapeut aan huis. Ook zij herkent de grote stroom oudere cliënten die kampen met de gevolgen van misbruik in hun vroege jeugd. "Ik kan ze niet meer behandelen, maar ik verwijs een gestage stroom door naar mijn collega's."

Het zijn vrouwen en mannen, uit de oorlog en de we­der­op­bouw­ge­ne­ra­tie. Ze werden amper gehoord, want Nederland was destijds met de toekomst bezig.

Hoewel seksueel misbruik van kinderen van alle tijden is, ziet zij in de ouderen en hoogbejaarden die zich nu na al die jaren alsnog melden, wel een specifieke groep. "Het zijn de vrouwen, maar ook mannen, uit de oorlog en van de wederopbouw", zegt Nicolai. Hoewel in die naoorlogse tijd ook de gezagsverhoudingen nog enorm waren, speelde er nog iets waardoor slachtoffers amper gehoord werden, áls zij hun ervaringen al wilden delen. "Nederland was met de toekomst bezig, het land moest hersteld. Dus was het beter niet naar het verleden te kijken. En wat die slachtoffers óók hoorden: 'Zat de pastoor aan je? Kom, weet je wat pas écht erg was? De oorlog.' Daar kon je niet tegenop."

Op het moment zelf werd deze groep niet gehoord, zegt Nicolai. Dus probeerden de slachtoffers de herinneringen weg te houden, door er eenvoudigweg niet aan te denken. "Dat is ook makkelijk als je volop in het leven staat en er moet van alles gebeuren. Je hebt kinderen, je hebt een drukke baan. Dat zijn allemaal manieren waarop je je herinneringen kunt wegduwen." Juist in de opbouw van hun (gezins)leven is aan deze mensen ook de tweede feministisch golf (ruwweg van 1960 tot 1985) voorbijgegaan, toen seksueel geweld bespreekbaarder werd. Hun ervaringen zaten goed verborgen, en bleven dat. Ze zijn inmiddels ingehaald door de tijd.

Verwanten

Hoe groot die groep met een geheim was en is, legde psychologe Nel Draijer in 1988 in haar veelbesproken proefschrift bloot. Uit het eerste representatieve onderzoek naar seksueel misbruik door verwanten onder 1054 vrouwen die dan tussen de twintig en veertig jaar zijn, blijkt dat in Nederland een op de zes vrouwen vóór haar zestiende door verwanten seksueel misbruikt is. Ooms en broers waren elk in een kwart van de gevallen de daders, vaders in een vijfde. Draijer deelde het seksueel misbruik in vier categorieën in. Hinderlijk betasten over de kleren heen en kussen was de minst ernstige vorm, penetratie de ernstigste. Ongeveer de helft van de gevallen van misbruik betrof het binnendringen van het lichaam of pogingen daartoe.

De percentages van Draijer leveren in absolute zin enorme aantallen cliënten voor de geestelijk hulpverlening op. De vrouwen die in de jaren tachtig van haar onderzoek tussen de dertig en de veertig waren, zijn nu tussen de zestig en zeventig. Het zijn ook de vrouwen die zich nu bij Nicolai en Kok melden. "Als je ouder wordt, wordt de afweer minder en de behoefte om je leven te overzien groter", zegt Nicolai. "Door die combinatie gaan mensen denken: hoe heeft mijn leven zich op deze manier kunnen ontrollen? Ik heb altijd gevoeld dat ik er niet helemaal bij hoorde."

'Zat de pastoor aan je? Kom, weet je wat pas écht erg was? De oorlog.'

Veel mensen hebben vroegkinderlijk misbruik overleefd door zichzelf af te snijden van hun gevoelsleven, zegt ze, door de misbruikervaring als het ware niet van hen te maken, door het als 'vreemd' of 'niet eigen' te beschouwen. "Nu zijn ze oud, en willen hun laatste levensjaren dat gevoel wél toelaten." Daarin worden ze ook gestimuleerd door hun levensomstandigheden, zegt Kok. "De slachtoffers komen alleen te staan, hun gezondheid neemt af en met die laatste levensfase komen de nare herinneringen meer naar boven: daar willen ze nog wat mee." Nicolai: "Ik hoor vaak: Wat kan mij het bommen. Ik ga binnenkort toch dood. Nu ga ik het ook eens vertellen'."

Behandeling

Wat zeker ook meespeelt, zegt Nicolai, is de ontwikkeling van het geheugen op latere leeftijd. Traumatische herinneringen zijn meestal maar voor een deel opgeslagen in het verbale geheugen van de linker hersenhelft, maar voor het grootste deel in het sensorische geheugen van de 'emotionele en onbewuste' rechterhersenhelft. Het misbruik als zodanig is dus niet opgeslagen als episodische herinnering, maar als een lichamelijke: als een verstijving door angst bijvoorbeeld, door geur of bepaalde geluiden, zonder dat we weten waar die reactie vandaan komt. Naarmate mensen ouder worden, wordt dat sensorisch geheugen weer meer toegankelijk. Als het ware komt met de herinnering aan de kinderliedjes uit de vroege jeugd, ook het misbruik mee naar boven.

Samengevat zorgen volgens de twee psychiaters de sociale levensfase van de oudere slachtoffers en de ontwikkeling van het geheugen op late leeftijd, in combinatie met de aandacht voor misbruik in de media, voor een toestroom van ouderen die nu bekendmaken dat ze in de zeer vroege jeugd zijn misbruikt. Maar kunnen die na zo lang zwijgen nog wel behandeld worden?

Ik hoor vaak: 'Wat kan mij het bommen. Ik ga binnenkort toch dood. Nu ga ik het ook eens vertellen'

Nelleke Nicolai, psychiater

Jazeker, zegt Kok. Terwijl ook niet iedereen behandeling behoeft. "Sommige ouderen hebben beperkte klachten en hebben daar hun hele leven mee kunnen dealen. Hun lijdensdruk is beperkt." Dat heeft te maken met de aard van het misbruik maar, zegt Nicolai, ook met de manier waarop een slachtoffer het misbruik heeft verwerkt of betekenis heeft gegeven. "Als het slachtoffer zichzelf níet schuldig voelt en er een heel duidelijke dader is, kun je zeggen: je hebt me hartstikke veel pijn gedaan maar ik laat me niet kisten!" Dat maakt voor de verwerking écht uit, aldus Nicolai.

Voor de oudere misbruikslachtoffers die te veel last hebben van het misbruik in hun vroege jeugd, zijn er volgens Nicolai en Kok drie behandelingen die allemaal min of meer te maken hebben met het vertellen van het verhaal. Vooral mensen die last hebben van de meest nare herinneringen die nachtmerries veroorzaken, kunnen baat hebben bij EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) waarbij de therapeut vraagt het misbruik opnieuw voor de geest te halen. Hij beweegt intussen zijn hand als een pendule voor het gezicht van de cliënt heen en weer. Door de herhaling van deze sessies worden gebeurtenissen uit het verleden losgekoppeld van de emotie, waarna de verwerking op gang kan komen.

Een andere behandeling is de Narratieve Exposure Therapie (NET) waarbij slachtoffers vanaf de geboorte chronologisch en in detail de belangrijkste gebeurtenissen uit hun leven bespreken. Zo overwinnen ze de angsten die bij deze herinneringen horen.

En tot slot is er voor de mensen die 'gewoon' eens willen vertellen wat zij hebben ervaren en gevoeld in hun jeugd, de traditionele psychotherapie.

Pijn

Volgens Nicolai zijn deze methoden stuk voor stuk effectief bewezen, maar zullen door de psychische verwerking ook de somatisch klachten verdwijnen? Dat is wel moeilijk, zegt ze. Als het lichaam het misbruik tientallen jaren lang met chronische pijn heeft geuit, zijn die neuronale paden wel ingesleten. Om het even simpel te zeggen: het is het allerbeste om er snél bij te zijn."

Toch is er een goede reden, zegt Kok, om ook op hoge leeftijd hulp te zoeken. "Mensen realiseren zich vaak pas tijdens een behandeling wat voor effect het misbruik op hun leven heeft gehad. Ze krijgen begrip voor alles wat er is misgegaan, relaties die stukliepen. Ze gaan anders naar hun leven kijken. Milder ook. Die mislukkingen waren niet hún fout, het was het misbruik."

'Als je ouder wordt, wordt de afweer minder en de behoefte om je leven te overzien groter'

Vrouw van 66:

Ik werd misbruikt. Door mijn broer. ... Ik heb nog steeds flashbacks, tot op de dag van vandaag. Ik lig op mijn buik op mijn bed, mijn broer ligt boven op mij en gaat met zijn vinger in mijn onderbroek. Hij voelt bij mij binnen. Hij is zwaar en hijgt, ik huil. Het heeft mijn hele verdere leven bepaald. Ik heb de gebeurtenissen heel lang geblokt, weggestopt. Toch is het nooit weggeweest. Ik werd een opstandige tiener, en kreeg op de een of andere manier altijd de verkeerde mannen achter me aan. Hoe ouder ik word hoe meer ik begrijp wat een impact dit gebeuren op mijn hele leven heeft gehad. Ik ga de stap naar de psycholoog echt zetten. Ik denk gewoon dat ik erkenning wil hebben van wat mij is overkomen en dat iemand eens tegen mij zegt, god wat erg!

Vrouw van 80:

Ik ben in mijn jeugd seksueel misbruikt door de plaatselijke predikant. Het heeft mijn leven getekend. Deze ervaringen weerhielden mij ervan om te vertellen wat mij het meest bezig hield. Ik moest altijd iets achter houden. Dit maakt eenzaam. ... Er is geen aangifte gedaan. In die tijd ook een beetje ondenkbaar. Nee de dienstknecht des Heeren, wat wil je, die is toch heilig. Ik heb het gevoeld als dat ik als een zondebok de woestijn in ben gestuurd.

Vrouw van 67:

Ik was nauwelijks 12, nog maar een kind, wist amper dat ik een vrouw zou worden. We stonden op een kampeerterrein. De vader van een vriendje zat aan mij, aan mijn borsten, keer op keer, in het geheim. 'Niets zeggen, hoor, tegen papa en mama.....' Op een keer, terug naar Amsterdam, moest ik achterop zijn motor. Ik weet nog, en voel nog tot in iedere vezel van mijn lichaam hoe veel angst en donkerte in zijn huis ik heb ervaren... Tussen mij en mijn lichaam is het wat betreft seksualiteit nooit meer goed gekomen. Weliswaar heb ik een lieve man ontmoet met veel geduld, heb ik drie fantastische kinderen, negen kleinkinderen, die me allemaal zeer lief zijn en ben ik ook, geloof ik, best een leuke oma. Maar toch... Deze week heb ik toch maar eens een gesprek aangevraagd met een psychotherapeut. Ik wil het kunnen vertellen.

Vrouw van 74:

Tussen mijn 11de en 12de jaar ben ik door mijn toenmalige buurman (35 jaar) misbruikt. Hij kon 'zijn handen niet thuis houden' en zat op plekken waar ik toen alleen mocht komen. Het voert te ver om alles te vertellen wat er destijds is voorgevallen. Ik durfde het aan niemand te vertellen, want daar praatte je niet over in die tijd. Ik was destijds een lief, verlegen en leuk meisje. Verder was ik ook bang van deze man en vond het een engerd. ... Dat deze geschiedenis impact heeft gehad op mijn verdere leven is duidelijk. Bij tijd en wijle word ik nog steeds schreeuwend wakker uit een boze droom (onlangs nog) want dan zit er weer een kerel achter mij aan.

Man van 73:

Ik ben als kind misbruikt door mijn pleegvader. Het kost zeer veel moeite hierover een relaas te doen, zelfs tegenover mensen die je onvoorwaardelijk vertrouwt. Je woede en schaamte worden tastbaar tijdens zo'n verhaal, en het duurt vaak jaren voordat je dit overwint. Jaren die een grauwsluier over je leven trekken. Je bent plotseling niet meer de vrolijke onbevangen mens die je zou moeten zijn. Wantrouwen en achterdocht verzieken je onbezorgde jaren. Het slijt niet meer weg, zoals de pijn van een overleden dierbare vager wordt en uiteindelijk verdwijnt. Maar wij kunnen wel stilletjes hopen dat het minder wordt. Jelle Brandt Corstius heeft een bijdrage geleverd aan de bewustwording van veel mensen, dat het niet gewoon is, en dat het er niet bij hoort.

Hulp nodig?

Na het artikel van Jelle Brandt Corstius in Trouw van 24 oktober ontving de redactie meer dan 150 reacties. Twintig procent bestond uit steunbetuigingen aan Brandt Corstius, de overige reacties waren geschreven herinneringen aan misbruik. Meer dan de helft daarvan was afkomstig van oudere lezers en ging over misbruik in hun vroege jeugd. Alle schrijvers kregen een persoonlijk antwoord, en een verwijzing naar hulp. Lezers die na dit artikel steun willen, kunnen contact opnemen met een van de centra voor seksueel geweld, die verspreid zijn over heel Nederland. (https://www.centrumseksueelgeweld.nl). De centra hebben een centraal hulpnummer: 0800-0188, dat 24/7 bereikbaar is. Als u twijfelt over aangifte doen, kunt u altijd contact opnemen met Slachtofferhulp Nederland, via het telefoonnummer: 0900-0101.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Het zijn vrouwen en mannen, uit de oorlog en de we­der­op­bouw­ge­ne­ra­tie. Ze werden amper gehoord, want Nederland was destijds met de toekomst bezig.

'Zat de pastoor aan je? Kom, weet je wat pas écht erg was? De oorlog.'

Ik hoor vaak: 'Wat kan mij het bommen. Ik ga binnenkort toch dood. Nu ga ik het ook eens vertellen'

Nelleke Nicolai, psychiater