Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moeten we wel zo blij zijn met de slimme stad?

Samenleving

Kristel van Teeffelen en Saskia Naafs

De beloften van deze ‘smart cities’ zijn groot, maar tegen welke prijs? © Gemma Pauwels

Veel steden hangen inmiddels vol met sensoren die bijvoorbeeld bijhouden of een parkeerplek bezet is, of die weten dat een vuilcontainer vol is. De beloften van deze ‘smart cities’ zijn groot, maar tegen welke prijs?

Een doorsnee stadsbezoeker in Rotterdam valt het waarschijnlijk niet op. In de lantaarnpaal, nog boven een reclamebord voor fastfoodketen KFC, hangt een grijs kastje. “Ik denk een wifi-tracker, die signalen opvangt van smartphones die langskomen”, zegt Liesbet van Zoonen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. “Ze hangen hier door heel het winkelgebied.”

Lees verder na de advertentie

Van Zoonen is betrokken bij Urban Big Data, een onderzoeksgroep die zich bezighoudt met de manier waarop data-analyses een stad kunnen verbeteren. In dat kader organiseert zij zogenoemde datawandelingen. Met ambtenaren en studenten loopt ze door de stad om te ontdekken waar er allemaal sensoren hangen. En ook welke gegevens die sensoren eigenlijk verzamelen.

Rond de wifi-tracker bij de Lijnbaan is nergens een bordje te vinden om het winkelend publiek te verwittigen wat dat kastje doet of wie het daar ophing. Ook de gemeente blijkt dat niet te weten. De trackers zijn niet van de gemeente, maar ‘waarschijnlijk van winkeliers’, aldus een gemeentewoordvoerder. Ze allemaal in kaart brengen zou erg kostbaar zijn, antwoordde de verantwoordelijk wethouder eerder al eens op raadsvragen.

Wie wil weten welke sensoren inmiddels in Nederland in de publieke ruimte hangen en welke data daarmee gemoeid zijn, moet daar grote moeite voor doen, blijkt uit onderzoek van Trouw in samenwerking met het Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico. Daarvoor werden samenwerkingsovereenkomsten, raadsbrieven, beleidsstukken en onderzoeksrapporten van tien ‘slimme gemeenten’ bekeken. Ook voerden we gesprekken met ruim veertig betrokkenen: ambtenaren, wethouders, consultants, wetenschappers, juristen, IT-ers, en medewerkers van technologiebedrijven.

Vaak is niet de gemeente, maar het bedrijfsleven de drijvende kracht achter het project.

Inmiddels hebben tal van gemeenten een zogenoemde ‘smart city-agenda’. En niet alleen de grote steden als Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Van Leusden tot Amstelveen, Enschede en Uden: de gemeentebesturen grijpen naar technologie als oplossing voor uiteenlopende problemen. Het gaat om wifi-trackers en beveiligingscamera’s. Maar ook om nieuwere technieken als parkeersensoren die bijhouden of een plek bezet is, apparaatjes in vuilniscontainers die de vulgraad bepalen, geluidsmeters die weten of er overlast is, lantaarnpalen die het licht aanpassen aan de situatie op straat, camera’s met kentekenherkenning voor milieuzones en reclamezuilen met camera’s die zien hoe lang een voorbijganger kijkt en of het een man of een vrouw is.

De beloften van smart city-projecten, die vaak met wervende termen als pilots en living labs worden gelanceerd, zijn groot. Ze zouden de steden efficiënter, groener, leefbaarder en veiliger maken, én de gemeente een hoop geld besparen. Neem de vulgraadmeters in de vuilcontainers, aldus Jeroen Brandes, wethouder ICT in Amstelveen. “De vuilniswagen hoeft daardoor minder ritjes te maken, dat scheelt geld en verkeersbewegingen. Dat is toch fantastisch?”

Maar er is nog iets interessants aan de hand met die slimme steden. Vaak is niet de gemeente, maar het bedrijfsleven de drijvende kracht achter het project. Sterker nog, soms financiert zij het hele project. Zo introduceerde de Utrechtse gemeente Leusden in samenwerking met KPN parkeersensoren. Een camera maakt elke vijf minuten een ‘fotosnap’ om te bepalen of een plek bezet is, waarna die foto volgens de gemeente weer wordt verwijderd. Het project kost de gemeente niets, KPN trekt de portemonnee in de hoop er uiteindelijk geld aan te verdienen.

Het is een model dat vaker voorkomt, blijkt uit navraag bij Amerikaanse technologiebedrijven als Microsoft en Cisco, grote spelers op het gebied van smart city. “Wij verdienen in principe aan de verkoop van onze technologie”, zegt Lieke Hamers, die zich bij Microsoft bezighoudt met slimme steden. “Maar soms doen we mee in pilots als co-investeerder. Al is het wel de bedoeling dat er uiteindelijk business uit voortkomt.”

Het gaat in de wereld van smart city om serieus geld. Zo kondigde Cisco onlangs aan wereldwijd een miljard dollar extra te investeren in slimme technieken. Google investeert samen met de Canadese stad Toronto een miljard dollar in een slimme wijk. En Microsoft-oprichter Bill Gates wil voor tachtig miljoen dollar een eigen smart city in Arizona bouwen.

© Gemma Pauwels

Privacy

De samenwerking tussen bedrijven en gemeenten werpt vragen op over het eigenaarschap van data. Want zijn de gegevens die door al die sensoren worden verzameld van de opdrachtgever - oftewel de gemeente? Zijn ze van het bedrijf dat de sensoren ophing of kan de burger die de datasporen achterliet het eigendom claimen? Soms ontbreken duidelijke afspraken daarover, erkennen betrokkenen. Bijvoorbeeld omdat projecten in de vorm van pilots worden gelanceerd en er daarom niet uitgebreid bij stil is gestaan. Al geven gemeenten wel aan ‘dat tijden zijn veranderd’ en er inmiddels meer aandacht voor privacy is.

De betrokkenheid van bedrijven maakt het voor burgers lastig inzicht te krijgen in de exacte afspraken rond datagebruik.

Het kan ook zijn dat de informatie in de kleine letters staat. Neem de Smart-app in Enschede. De gemeente wil ‘fietsstad van Nederland’ worden en stimuleert fietsers die app van het bedrijf Mobidot te gebruiken om zich soepel door de stad te kunnen bewegen. Je krijgt er bijvoorbeeld voorrang mee bij verkeerslichten. Maar dat betekent wel dat het bedrijf van alle gebruikers een persoonlijk ‘mobiliteitsprofiel’ maakt met daarin informatie als afgelegde routes, tijden en vaak bezochte plaatsen. Mocht Mobidot verkocht worden, dan gaan die profielen mee. Iedereen die de app gebruikt gaat daarmee akkoord.

De betrokkenheid van bedrijven maakt het voor burgers lastig inzicht te krijgen in de exacte afspraken rond datagebruik. Wie contracten tussen gemeente en bedrijven wil inzien, stuit op onwil bij bedrijven om die openbaar te maken. Zo wil Leusden de overeenkomst met KPN niet overhandigen, omdat het bedrijf dat niet wil en de gemeente ‘dat wil respecteren’. Ook Eindhoven houdt het contract rond slimme lichten met Philips geheim vanwege bedrijfsbelangen. Den Haag zegt contracten niet openbaar te mogen maken.

Het gebrek aan transparantie verbaast Mireille Hildebrandt, hoogleraar ICT en rechtsstaat aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze vindt dat de afspraken tussen bedrijven en overheden per definitie openbaar moeten zijn, behalve als er zwaarwegende redenen zijn dat niet te doen. “Ik geloof echt dat er heel hard en enthousiast wordt gewerkt aan experimenten rond smart cities. Maar je moet wel de tegenspraak goed organiseren, ook met burgers die te maken krijgen met de gevolgen van een data-gestuurde omgeving. Dat betekent dat de burger eenvoudig toegang moet hebben tot informatie over wat er wordt verzameld.”

Dat er ook een keerzijde zit aan de samenwerking met bedrijven, heeft Almere ervaren. In 2012 tekende de gemeente een overeenkomst met vijf bedrijven, waaronder Cisco, IBM en Philips om te investeren in slimme technologie op het gebied van armoede, welzijn en energie. Maar het project, waar de stad zelf 450.000 euro voor vrijmaakte, kwam stil te liggen. In een evaluatie wijdt de gemeente dat onder meer aan moeilijke verhoudingen tussen alle partijen. Voor de bedrijven was het bovendien ingewikkeld dat tegenover forse investeringen weinig inkomsten stonden.

Ook de bestuurders van Amsterdam en Eindhoven waarschuwen dat elke gemeente momenteel het wiel opnieuw aan het uitvinden is, met alle gevolgen van dien. Zo lopen gemeenten het risico te afhankelijk te worden van de bedrijven waarmee ze samenwerken. In een gezamenlijke brief eerder dit jaar roepen Amsterdam en Eindhoven daarom op tot landelijke spelregels rond smart cities.

Niet alle sensoren in de slimme stad verzamelen privacygevoelige informatie. Soms reageren ze bijvoorbeeld enkel op beweging. Zoals bij het zebrapad op de Rotterdamse Coolsingel. Loopt daar iemand, dan gaan er lichten knipperen om de automobilisten te waarschuwen. De gemeente heeft zulke bewegingssensoren ook in lantaarnpalen hangen. Het licht wordt automatisch feller bij voorbijgangers.

Worden er wel persoonsgegevens verzameld (bijvoorbeeld door een camera die gezichten of kentekens filmt) dan moeten passanten daarover geïnformeerd worden. Datzelfde geldt voor andere data die terug te leiden zijn naar een persoon. Ook moet de gemeente van te voren een duidelijk doel formuleren waarvoor de dataverwerking nodig is.

Grijs gebied

Met de komst van de nieuwe Europese privacyverordening in mei, worden de regels op een aantal punten bovendien strikter. Zo moet de burger in begrijpelijke taal geïnformeerd worden wanneer een computerberekening een beslissing over hem neemt - wat bij smart city-projecten vaak het geval is.

Voldoen aan de verplichtingen van de privacyverordening zal bij veel smart city-projecten lastig zijn, erkent hoogleraar Hildebrandt. “Je kunt moeilijk de hele stad volhangen met teksten die uitleggen wat er precies gedaan wordt met de verzamelde data en door welke algoritmes.”

Veel smart city-projecten bevinden zich wat betreft privacy in een grijs gebied, erkennen gemeenten en bedrijven. Bas Boorsma van het Amerikaanse technologiebedrijf Cisco: “Natuurlijk is het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt. Ik geloof echt dat de naïviteit rond privacy in hoog tempo aan het verdwijnen is. Maar is er een groot bedrijf bij een project betrokken, dan zijn de zorgen over privacy opeens enorm. Terwijl als je er vanuit de privacy naar kijkt, elk smart city-project eigenlijk in een grijze zone zit.”

Wethouder Brandes uit Amstelveen sluit zich daarbij aan. “Privacy is een groot goed, we doen er alles aan om dit te borgen. Maar ik wil niet alleen het negatieve verhaal horen. Ik wil ook kansen zien. In Amstelveen zeggen we: kom maar op.”

Toch gaat het volgens critici niet alleen om privacy, maar komen ook andere vragen te weinig aan bod bij al die slimme projecten. Zoals: willen we eigenlijk wel in een stad rondlopen waar elke beweging wordt opgepikt, opgeslagen en geanalyseerd? En waar computers ons gedrag bijsturen? Terwijl we er eigenlijk niet voor kunnen kiezen af te zien van deelname. Evgeny Morozov, een bekende criticus van smart cities, noemt die keuze zelfs een denkbeeldige. Zo kun je als inwoner van een stad moeilijk de infrastructuur vermijden. Er is geen alternatief.

Ook gemeenten en bedrijven zeggen inmiddels te beseffen dat de burger een cruciaal onderdeel is in de ontwikkeling naar een slimme stad. Daarom gaat het nu over ‘burger-gedreven initiatieven’. De burger moet voortaan als vragende partij bepalen welke slimme technieken in zijn omgeving worden geïntroduceerd, niet meer de grote technologiebedrijven.

Het doet hoogleraar Liesbet van Zoonen de wenkbrauwen fronsen. “In zulke gevallen denk ik altijd: welke burger wordt daarmee bedoeld? Alsof elke burger dezelfde behoefte heeft. Dat is natuurlijk niet zo. Hoe ga je als gemeenten om met die belangenverschillen? Daar is vaak helemaal niet over nagedacht.”

Wat zijn wifi-trackers?

Wifi-trackers worden vaak gebruikt om passanten te volgen. Zo weten gemeenten of winkeliers bijvoorbeeld hoe lang mensen blijven, welke route ze lopen en hoe vaak ze terugkomen.

Dat volgen doet de tracker meestal via het zogenoemde Mac-adres, een code die aan iedere telefoon is verbonden als die op zoek is naar wifi-signaal. Omdat dat adres uniek is voor het toestel, en de gemiddelde smartphone nauw verbonden is met de eigenaar, bepaalde de Autoriteit Persoonsgegevens dat een Mac-adres een persoonsgegeven is. Ook concludeerde de privacywaakhond dat het gebruik van wifi-tracking ‘een grote impact heeft op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen’.

© Investico

Dit artikel komt voor uit onderzoek van Trouw in samenwerking met het Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico.

Lees ook: Niemand controleert big brother en het interview met criminoloog en filosoof Marc Schuilenburg.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Vaak is niet de gemeente, maar het bedrijfsleven de drijvende kracht achter het project.

De betrokkenheid van bedrijven maakt het voor burgers lastig inzicht te krijgen in de exacte afspraken rond datagebruik.