Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Misschien is de geplande dood te zeldzaam voor ritevorming

Samenleving

Bert Keizer

Pierre Jacques Volaire, 'Uitbarsting van de Vesuvius', ca. 1774. © State Hermitage Museum, St Petersburg
column

In 1973 kregen Niko Tinbergen, Konrad Lorenz en Karl von Frisch samen de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde. Het ging om hun studie van diergedrag. Zij waren iets fascinerends op het spoor. 

Dieren hebben in sommige situaties een standaardrepertoire van handelingen dat ze min of meer vanzelf afdraaien. Kijk naar uw hond, als hij wil dreigen: ineengedoken, klaar voor de sprong, lippen opgetrokken, tanden ontbloot, grommen. Zo doen alle honden dat. 

Lees verder na de advertentie

Paring wordt bij alle dieren voorafgegaan door een aantal standaardhandelingen die ­elkaar over en weer veroorzaken. Soms zie je dat de ene standaardhandeling op merkwaardige wijze in een heel andere overgaat. Twee dreigende hanen bijvoorbeeld die niet tot een gevecht komen, gaan ineens over tot pikken naar voedsel dat er niet ligt. Het is alsof ze de energie die in een aanval gestopt had moeten worden langs een andere weg proberen kwijt te raken. Dat heet overspronggedrag. Er moet iets gebeuren, maar het komt er niet van en dan zoekt de opgestapelde energie langs een ander kanaal een weg naar buiten.

Wij mensen doen dat ook. Kijk eens naar de gebaren die niet-mediagetrainde mensen maken bij een gesprek voor de camera: benen over elkaar, en weer terug, achter oor krabben, aan neus friemelen, haar achterover gooien, weer verzitten, pen verleggen, aan hun mond zitten enzovoorts. Roken was ooit een van de beste oversprongen die we ­hadden. De sigaret als het attribuut om jezelf een houding te geven. In plaats van erop te slaan of te gaan huilen steek je een sigaret op.

Misschien is de geplande dood te zeldzaam voor ritevorming

Overspronggedrag ontstaat dus in ­situaties waarin er geen ruimte is voor wat mens of dier eigenlijk zou willen doen: aanvallen of in het geval van de angstige talkshowgast: wegrennen. Een van de mooiste (verzonnen) voorbeelden van overspronggedrag komt uit het werk van Jan Hein Donner. Hij beschrijft de reactie van een Romeinse soldaat als deze de hopeloosheid onder ogen ziet van de stromende lavamassa en de regen van gloeiend puin die de Vesuvius uitstoot en die hem weldra zal doden: hij springt in de houding en brengt de militaire groet.

Zinloos. En toch stijlvol. Er spreekt achting uit voor de Vesuvius, ook al is de vulkaan niet bereikbaar voor een dergelijk gevoel.

Met deze begrijpelijke maar zinloze soldatengroet zijn we in het gebied van de rite beland. In het kader van het ­eindeloze project dat de mens wil ­onderbrengen in het dierenrijk, zou je rite kunnen zien als een vorm van ­overspronggedrag in het zicht van een situatie waarvoor we geen passend ­gedrag bij de hand hebben.

Riteloze open plek

Ik zou de dood willen zien als de ­situatie bij uitstek waar we geen antwoord op weten. Het is dan ook niet toevallig dat er juist rond deze toestand zoveel rites bestaan in alle culturen. Ook bij ons, en het verdwijnen van vrijwel alle uitzicht op een voortzetting van al het gedoe aan gene zijde van het graf heeft daar niets aan afgedaan. Ook de hedendaagse, goddeloze, anti-eeuwige omgang met het dode lichaam van een geliefde is geheel dooraderd met ­rites. Dat wil zeggen: we springen in de houding en salueren graag voor deze Vesuvius.

Maar laatst ontdekte ik een merkwaardige riteloze open plek in dit dichte woud. Het gebeurde na een euthanasie. Nadat de hoogbejaarde man om wie het ging was overleden, raakte ik aan de praat met de familie. Er is dan een zekere ontspannen sfeer. Want we zagen allemaal erg op tegen wat er komen ging. Maar dat was dan nu gelukt en ja graag een kopje koffie. 

Ik moest nog even wat halen uit de sterfkamer en trof hem daar alleen aan in bed. Ik schrok van hem. Ik had geen gedrag bij de hand. Het was verlegenheid, iets onhandigs, dat me deed denken: doen we dit wel goed, zo’n geplande levensbeëindiging? 

Ik ben als arts niet riteloos, maar er is geen vast repertoire, niet iets dat we als gemeenschap delen. Ik doe bijvoorbeeld nette kleren aan, maar heb daarnaast alleen maar biochemie bij me in de vorm van dodelijke medicijnen. 

Misschien is de geplande dood te zeldzaam voor ritevorming? Ik denk dat althans een deel van de afkeer van artsen van euthanasie voortkomt uit verlegenheid je in een gebied te moeten begeven waarbinnen geen rites bestaan. 

Lees meer columns van Bert Keizer in ons dossier.

Deel dit artikel

Misschien is de geplande dood te zeldzaam voor ritevorming