Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Meneer S. was zijn leven lang op de vlucht gebleven voor de nazi's

Samenleving

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

In de jaren tachtig ontmoette ik meneer S., econoom en Jood. Dat laatste moet er even bij, want we spraken over de oorlog.

Hij had drie jaar ondergedoken gezeten en na de oorlog ging hij in 1946 naar New York om daar te studeren. Ik zei: 'New York? 1946? Wow! Wat moet je het daar geweldig gehad hebben, oorlog voorbij, bruisende wereldstad, leuke vrouwen, swingende muziek, eindelijk bevrijd, jippie!' Hij keek me onbegrijpend aan: 'Nou, dat niet zo eigenlijk. Ik ben mijn hele leven op de vlucht gebleven voor Hitler.'

Lees verder na de advertentie

Een van de ergste aspecten van de oorlog was kennelijk dat hij nooit ophield. Hoe kon je het gebeurde van je afzetten, als je vader, moeder, broer, zus, oom, buurman, klasgenoot of vriendin vermoord was, of zelfs allemaal vermoord waren.

Meneer H. vertrouwde niets of niemand behalve zijn miljoenen en enkele adressen waarvan een in Zwitserland

Dat bleek ook uit het leven van meneer S. Hij was een erg alleenstaande Joodse leraar economie. Zijn eveneens alleenstaande zuster was in ons verpleeghuis opgenomen wegens dementie. Ik sprak vaak met hem. Een goedlachse maar volkomen ondoorgrondelijke man. Altijd in hetzelfde sjofele pak, kaal, pezig, zwarte hoornen bril en nogal afwerend in contact. Hij wilde nooit iets kwijt over zijn ouders. Van zijn zus wist ik dat hij tijdens de oorlog was ondergedoken in Brabant. Hij bezocht haar twee keer per week als hij in Nederland was.

Verontrustende symptomen

Tijdens een van de Elfstedenwinters die we toen hadden ging het mis met hem. Hij belde mij vanuit zijn flat in de stad en onder het mom van belangstelling voor zijn zus, kreeg ik allerlei verontrustende symptomen te horen waar hij mee kampte. Ik zei dat hij meteen naar zijn huisarts moest gaan, of die moest laten komen. Maar hij had geen huisarts. Hij bleek zelfs helemaal niet verzekerd te zijn. Weggegooid geld, vond hij.

Ik bood aan zelf naar hem toe te komen om uit te zoeken wat er met hem aan de hand was. Hij verbood het mij en zei dat hij niet open zou doen. Toch hielden we zo'n beetje om de twee à drie dagen contact per telefoon en hij bleef dat goedvinden of waarderen misschien. Hij vertelde me dat hij ontdekte dat het helemaal fout met hem zat bij het invullen van zijn belastingaangifte. Het lukte niet. Hij overzag zijn financiële situatie niet meer.

Dit ging enkele weken zo door en ik wees hem erop dat dit tot zijn dood zou leiden. Dat vond hij best. Ik zei hem dat hij een ziekenhuisopname moest voorkomen door een verklaring op te stellen en die op een makkelijke vindplek in huis neer te leggen.

Toch is een ziekenhuisopname precies wat gebeurde. Buurvrouw zag dat de krant uit zijn deur bleef steken en sloeg alarm. Hij werd naar de eerste hulp van een ziekenhuis getransporteerd waar hij mijn naam noemde tegen de internist. Hij weigerde ziekenhuisopname en kwam dus toch nog bij ons terecht. Hij was uitgeput en zag er vreselijk uit door uitdroging en bloedarmoede. Hij wilde niets, ook geen pijnstilling of iets verzachtends. We hielden ons daar aan. Ik kreeg nauwelijks contact met hem, hij was zo verschrikkelijk ziek. Hij overleed na tien dagen.

Acht miljoen

Na zijn dood bleek hij via speculaties op de beurs een vermogen van acht miljoen gulden te hebben vergaard. Hij had twee dure appartementen in Amsterdam en een chalet in Zwitserland.

Hij was zijn hele leven op de vlucht gebleven voor de nazi's en vertrouwde niets of niemand behalve zijn miljoenen en enkele adressen waarvan dus een in Zwitserland. Hij had geen enkele voorziening getroffen betreffende zijn nalatenschap. Niets.

Ik lees de dagboeken van Hanny Michaelis: 'De wereld waar ik buiten sta, Oorlogsdagboek 1942-1945'. Onwillekeurig denk je dat onderduiken een soort van ongemakkelijke logeerpartij was, maar het was natuurlijk veel erger dan ongemakkelijk. Overgeleverd aan welwillende vreemden wiens mondgeur, boekenkast, religie, kletspraat, dieet en afwas je maar had te aanvaarden, want anders...

Hoe lang moeten we het hier nog over hebben? Ik ben van 1947 en geen Jood en durf daar niets over te zeggen.

We sluiten af met een Joodse mop: 1943, Oekraine, twee joden staan voor een Russisch vuurpeloton. Ze krijgen een blinddoek aangeboden. De ene Jood aanvaardt de blinddoek. De andere Jood weigert hooghartig. Waarop zijn kameraad zegt: 'Hè, maak nou geen moeilijkheden!'

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Lees hier meer columns. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Meneer H. vertrouwde niets of niemand behalve zijn miljoenen en enkele adressen waarvan een in Zwitserland