Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Melkveehouder Frank Post: Boeren zijn het gevoel voor de markt kwijtgeraakt

Samenleving

Joost van Velzen

Boer Frank Post is melkveehouder en heeft een stal met 140 koeien. © Hanne van der Woude
De Staat van de Boer

Hoe run je een melkveehouderij? En kan dat zonder subsidie? Aan de keukentafel bij Frank Post uit het Drentse Nieuweroord.

Als student was ik weleens jaloers op al die snelle jongens die veel geld verdienden in het bedrijfsleven", weet Frank Post nog. Die jaloezie is allang verdwenen. Post (41) runt samen met zijn vrouw Ilona (38) nu zo'n 20 jaar een prachtige melkveehouderij in het Drentse Nieuweroord. Met 140 koeien en een flink stuk grond is hij heel gelukkig. En, niet onbelangrijk: hij boert prima.

Lees verder na de advertentie

"Boeren zijn niet zielig", zegt Post als we aan de keukentafel zijn gaan zitten. "Maar wat ze elkaar en zichzelf aandoen, dat is wél zielig." En dat komt volgens hem omdat ze te lang vasthouden aan bestaande structuren. Noem het behoudend. Conservatief. "Ik betrap mezelf er ook weleens op dat ik te weinig zicht heb op de markt." 

Door de coöperaties zijn we het gevoel voor de markt wel wat kwijtgeraakt

Een belangrijke reden dat melkveehouders niet zo snel geneigd zijn mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen in markt en maatschappij, is volgens Post het systeem van coöperaties. "De coöperaties hebben ons veel gebracht: je bent als boer verzekerd van melkafname, je hoeft je niet druk te maken over debiteurenbeheer, marketing en productinnovaties, je hoeft 'alleen maar' te focussen op de melkproductie. Kortom: de coöperatie regelt het allemaal wel. Maar door de FrieslandCampina's van deze wereld zijn we het gevoel voor de markt wel wat kwijtgeraakt."

Dat moet volgens Post vlot veranderen omdat de rest van de maatschappij immers ook verandert. Die vraagt sinds de jaren negentig om een gezondere en veel duurzamere manier van boeren. "De eerste reactie van de landbouw daarop is afwijzend. Inmiddels zie je dat boeren het belang van verduurzaming niet meer ontkennen, dat ze zich ervan bewust zijn invloed te hebben op hun leefomgeving. Maar toch nemen ze vaak nog de verkeerde afslag naar groei, naar groter worden. Nederland is te klein voor de ambitie van melkveehoudend Nederland. Ja, er is groei nodig om het verlies van inflatie op te vangen maar voor nog meer dieren in Nederland is politiek en maatschappelijk geen draagvlak."

© Trouw

Dat een boer op zeker moment voor zo'n afslag komt te staan, begrijpt Post wel. Bij iedere boer is de stal een keer aan vervanging toe en als je dan toch een nieuwe bouwt, dan bouw je die groter. Om ook in de toekomst de inflatie op te kunnen vangen. Groei kan verleidelijk zijn, zeker als het economisch wat oplevert. Hij wijst naar de buren: "Als daar een grote stal wordt gebouwd, denk je, potverdorie, dat wil ik ook". Maar of de voortdurende ratrace naar schaalvergroting nodig is, betwijfelt Post.

Tijden veranderen

Grond is met zo'n 60.000 euro per hectare bovendien duur en de fosfaatrechten (8000 euro per koe) kunnen ook flink oplopen naarmate je meer dieren hebt. Die kosten maken dat schaalvergroting volgens hem te weinig oplevert. Plus: de tijden veranderen nu eenmaal. "De tijd dat je boer móest worden is voorbij. Mijn vader móest boer worden, er was geen keus. Nu is boer worden wel een keuze." Voor een groot deel dan. Post denkt dat een succesvol boerenbestaan van drie factoren afhangt, te beginnen met het meest basale: "Waar stond je wieg? Staat jouw wieg op een grote boerderij, dan heb je een betere economische uitgangspositie." Het tweede punt is vakmanschap. Hoe goed ben je? Hoeveel talent bezit je? "Bij sommige melkveehouders gaat 10 procent van de kalfjes dood. Wij blijven consequent onder de 5 procent. Dat heeft te maken met vakmanschap." Tot slot heeft 'goed boeren' te maken met de strategie. Ondernemen, bedrijfsvoering. Post: "Welke investeringen doe ik op welk moment? En hoeveel investeer ik?"

Afkomst, vakmanschap, keuzes; een mens moet een hoop 'mee' hebben en leren, wil hij een goede landbouwer zijn. Dan zijn er ook nog allerlei milieuregels van hogerhand waar de boer zich aan moet houden en die hem geld kosten. Dat is toch geen doen? Hoe kun je als boer een fatsoenlijk bedrijf draaiende houden als dat er ook nog allemaal bij komt? "Ik denk inderdaad weleens: we krijgen wel heel veel regels over ons heen. Investeren in een betere leefomgeving brengt flinke kosten met zich mee. Wil je in Nederland een goede ondernemer zijn, dan hoort belasting betalen daar ook bij. Wat helpt het mij om ertegenin te gaan? Het belemmert alleen maar mijn werkplezier."

© Hanne van der Woude

Volgens Post kun je als melkveehouder een prima bestaan hebben. En dat kan wat hem betreft zonder subsidie. "Er wordt gezegd: boeren zijn subsidietrekkers. Nou, dat is dus ook zo. Wel zijn de agrarische markten sinds de eeuwwisseling minder afgeschermd. Dit zorgt voor veel meer schommeling in prijzen. Tussen ons beste en slechtste jaar zit 200.000 euro verschil in melkopbrengst."

Royaal gevulde pot

Ter compensatie van het afbouwen van marktbescherming kwam er de directe inkomenssteun, ook wel subsidie genoemd. "Hoe lager de bedrijfswinst, hoe groter het effect van die inkomenssteun uit Brussel is." Post vindt die EU-toeslagen uit de royaal gevulde pot van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid niet erg stimulerend: "Eigenlijk zou je alleen subsidies moeten geven aan kwaliteit en niet aan kwantiteit. Ondanks dat de toeslag inmiddels is losgekoppeld van de hoeveelheid melk die je produceert, vind ik een standaardsubsidie voor agrarische bedrijven marktverstorend. Al geef ik direct toe dat ik hierin heel paradoxaal ben, want ik accepteer die subsidie wel."

Intussen hebben de koeien het gras in de wei achter de boerderij wel zo'n beetje opgevreten en kijkt Frank Post hoe het staat met het gras in de andere wei. Want hij kan wel blijven kletsen, maar er moet wel brood op de plank komen, natuurlijk.

Is zijn inkomen een constante bron van zorg? Post: "Nee, het is geen constante zorg. Ik moet wel constant nadenken over welke keuzes ik maak om ook volgend jaar een goed inkomen te hebben."

Het huishoudboekje van het bedrijf van Frank Post, afgezet tegen de 'best boerende' en 'minst goed boerende' melkveehouderijen die meedoen aan het project Koeien & Kansen van Wageningen University, een 'verkenning' naar duurzamer boeren.

© Thijs Van Dalen

KERNCIJFERS

De 28 lidstaten van de Europese Unie hadden in 2016 zo'n 50 miljard euro aan landbouwsubsidie te verdelen. Nederland kreeg daarvan 725 miljoen euro. Ruim 45.000 Nederlandse bedrijven vragen een bedrag uit een van de subsidiepotjes aan. Volgens Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek was het gemiddelde inkomen van alle land- en tuinbouwers in 2017 ongeveer 70.000 euro bruto per jaar. Dat is een stijging van 20.000 euro ten opzichte van 2016 en het hoogst in deze eeuw.

SUBSIDIE IN CIJFERS

Boeren kunnen hun inkomen opkrikken via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU. Er zijn tientallen verschillende soorten subsidie waarop agrariërs een beroep kunnen doen en de toeslagen die worden uitgekeerd lopen sterk uiteen. Het varieert van een 'graasdierpremie' tot een extra betaling voor jonge landbouwers. Ook is er een krediet voor landbouwbedrijven die de bank niet genoeg zekerheid kunnen bieden bij de afsluiting van een lening. Boeren moeten, om in aanmerking te komen voor (inkomens) steun, wel aan voorwaarden voldoen die te maken hebben met het milieu en de gezondheid van mens, dier en plant. Niet elke sector kan een beroep doen op de regeling. Brancheorganisatie LTO laat weten dat het om drie branches gaat: koeien, akkerbouw 'en een klein beetje voor tuinbouw'. Wat bedrijven afgelopen jaar precies kregen is openbaar. Zo kreeg akkerbouwbedrijf Meerse uit Lelystad een teruggave van 139,23 euro 'in verband met niet-benutting van de Europese crisisreserve', terwijl boer Bijen uit Slochteren 25.794,90 euro ontving vanwege de 'basisbetalingsregeling' (toeslag per hectare).

© Sander Soewargana

'Bouw de subsidies af'

Petra Berkhout agrarisch econoom en expert op het gebied van Europees landbouwbeleid bij Wageningen Economic Research

Er zijn allerlei maatregelen voor boeren in de EU - en dus ook Nederland - om zowel het inkomen te ondersteunen als om bij te dragen aan duurzame voedselvoorziening, milieu- en natuurvriendelijker landbouw en plattelandsontwikkeling. Deze subsidies van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vallen uiteen in twee pijlers.

Ten eerste zijn er subsidies voor inkomenssteun en - beperkte - marktondersteuning en de tweede pijler bestaat uit geld waarmee agrariërs onder meer natuurvriendelijker kunnen gaan boeren. Maar er is ook subsidie mogelijk voor bijvoorbeeld investeringen in betere stallen - dan moet je als boer wel zelf geld bijleggen.

Het idee van een gemeenschappelijk Europees subsidiestelsel komt van Sicco Mansholt, die eind jaren vijftig landbouwcommissaris werd bij de EU. Na de oorlog leefde sterk de gedachte dat er altijd genoeg voedsel moest zijn in Europa. Om dat voor elkaar te krijgen hadden boeren wel financiële steun nodig. In de jaren zestig kwam het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de grond.

Het produceren lukte ruimschoots, veel meer dan nodig zelfs: er ontstonden boterbergen en melkplassen, maar ook wijnmeren, graanbergen en olijfoliezeeën. Die overschotten zijn nu verleden tijd, doordat het GLB de afgelopen 25 jaar ingrijpend is gewijzigd. Maar er zijn nog steeds veel nadelen verbonden aan het huidige beleid, vooral aan de inkomenssteun.

De vraag is dan of het GLB nog wel van deze tijd is. Ik betwijfel het. Boeren zeggen zelf ook: 'Ik hoef de inkomenssteun niet. Dat subsidiegeld zakt toch in de grondprijs, in de pachtprijs. Maar je kunt niet in één keer met die subsidies stoppen. Ik vergelijk het weleens met de hypotheekrenteaftrek. Je moet het afbouwen.

Een grote onzekerheid voor het inkomen van boeren zijn wel de prijsschommelingen, in alle sectoren. Soms kunnen boeren zich daartegen indekken via bijvoorbeeld termijnmarkten of lange termijnafspraken met afnemers. Dus per boer kan het effect van die prijsschommelingen ook weer anders uitpakken. De vraag naar voedsel is redelijk constant, maar het aanbod schommelt. Wellicht is het een goed idee om boeren te ondersteunen met risicomanagement, om zo die prijsschommelingen beter te kunnen beheersen.

Lees ook: Ontmoet de nieuwe, enthousiaste generatie boeren: 'Dat boerenbloed, dat heb je gewoon'

Zware arbeid, lage prijzen en een kritische omgeving. Toch staat een nieuwe, enthousiaste generatie boeren klaar, leert een bezoek aan de agrarische hogeschool Aeres in Dronten.

Alles over de Staat van de Boer op onze speciale website.

Deel dit artikel

Door de coöperaties zijn we het gevoel voor de markt wel wat kwijtgeraakt