Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Martine Bijl hijst de vlag, te midden van haar ellende

Samenleving

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
COLUMN

Ergens tussen 1955 en 1960 schreef William Burroughs ‘The Naked Lunch’, een dollemansrit door de wereld van heroïneverslaving. Geen onbekend gebied, maar niemand kwam ooit terug met een reisverslag, totdat Burroughs achter zijn typemachine ging zitten om de horror te boekstaven.

Martine Bijl heeft iets vergelijkbaars gedaan in ‘Rinkeldekink’, nadat zij door een hersenbloeding in het gekmakende landschap van bewust beleefde hersenschade werd neergelaten. Ja ‘neergelaten’, want zoiets gebeurt heel rustig. Na het gebeuren werd ze met een hoogwerker uit haar slaapkamerraam omlaaggetakeld. Ze hing zachtjes wiegend in de lucht en zag de dakpannen van haar huis, de treurberk die ruiste als riet. “Heel Holland zakt, zei ik lollig tegen de broeder vlak voordat ik door de hoogwerker op het grind werd gevlijd.” Wat een onvoorstelbare toestand: daarnet was ze nog bezig met ochtendgymnastiek en toen knapte een zwakke plek in een bloedvat in haar hoofd en belandde ze in een ziekenhuis waar een neurochirurg het gat dichtte.

Lees verder na de advertentie
Heel Holland zakt, zei ik lollig tegen de broeder vlak voordat ik door de hoogwerker op het grind werd gevlijd

Citaat uit het boek ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl

Wij denken graag dat patienten onder narcose niks meemaken, maar Martine waant zich tijdens de ingreep op het dak van een Bijlmerflat waar ze met brekende nagels aangekoekte duivenpoep wegkrabt. “Ik heb nog steeds het idee dat ik de chirurg een handvol duivenpoep had kunnen geven, vanaf het dak naar de operatiekamer beneden, waar ze met een roerloos schepsel in de weer waren, op datzelfde moment.”

Na het ziekenhuis volgt een revalidatiecentrum waar ook de meest onschuldige attributen door haar hersenschade worden omgetoverd tot monsters uit een schilderij van Jeroen Bosch. Ze ziet de televisie boven haar bed als een beest met poten, staart en schubben, en het draait nog rond ook. “Als het zijn hele ronde gemaakt heeft, zal het gaan smeulen en smelten en tenslotte brandend op mijn bed druipen en het dekbed aansteken.”

Martine Bijl © TRBEELD

Kale plek

Het ongelooflijke van haar aantekeningen is dat ze voldoende hersenen over heeft om ons als lezer mee te nemen naar de aangerichte schade. Ze blijkt haar uitdrukkingsvermogen volledig te hebben behouden. “Er woont een vreemd wezen in mij. Toen ik een kale plek op mijn hoofd had en de deur naar mijn brein openstond, is hij erin gekropen. Sindsdien ben ik me bewust van wat zich in mijn kop bevindt. Hij betekent chaos, maar ik noem hem anders.” Ze noemt hem E.T. “Hij kaatst tegen de wanden van mijn kop, hij maakt mijn kaken stijf. Hij mompelt en sist. Hij trekt mijn lichaam aan als een jas. Hij steekt zijn lange armen diep in de mijne.” Ze is onhandig geworden en kan nauwelijks iets oppakken. Een tandenborstel, een stuk bestek. Maar als ze het eenmaal vast heeft “dan dwingt hij mijn hand om het vast te houden. Pas als ik E.T. streng toespreek: ‘Losss!’ laat hij gaan. Zo zit ik als een idioot mijn eigen lichaam toe te spreken.” Wat ze beschrijft heet een flexiespasme, ik heb het vaak gezien, maar nog nooit zo van binnenuit meebeleefd.

Weet jij [sic] wel dat het voor heel veel mensen een steun is dat jij hier zit? Die mensen denken: als zij een hersenbloeding kan krijgen, dan kunnen we het allemààl krijgen

Citaat uit het boek ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl

Uit deze citaten rijst een nachtmerrie op, en als gezondheidswerker besef je weer eens aan wat voor peilloze ellende je vaak in je werk voorbijloopt. Gewoon omdat je geen idee hebt wat de man of vrouw na die hersenbloeding in dat onhanteerbaar geworden lijf nou eigenlijk meemaakt. Ze moet netjes leren eten zonder dat het alle kanten op vliegt. “Ik ben een vies, machteloos kind.” Wat mij opviel is het beeld van de hulpverleners die ze tegenkomt. Vrijwel alle verpleegkundigen en paramedici ervaart ze als aardig en kundig, een zegenrijke combinatie zou ik zeggen.

Vlijmscherp

Maar ze beschrijft niet alleen de nachtmerrie. Hier spreekt een vrouw met een wonderlijke veerkracht, die zich met een elegante verbetenheid teweerstelt tegen een van de lulligste streken die je lichaam je kan leveren, plotselinge hersenschade. Waarna ze ook nog een gebroken heup en een depressie moet doorstaan. Te midden van al die ellende weet ze toch haar vlag te hijsen; ze blijft vlijmscherp en grappig. Als een vrijwilligster zegt: “Weet jij [sic] wel dat het voor heel veel mensen een steun is dat jij hier zit? Die denken: als zij een hersenbloeding kan krijgen, dan kunnen we het allemáál krijgen. Dat geeft heel veel steun”, dan is haar meesterlijke antwoord: “Graag gedaan.”

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Lees ook:

Martine Bijl: ‘Het liefst woon ik in een leeg wit kamertje, waar ik niks fout kan doen’

Eerst kreeg ze een hersenbloeding en daarna brak presentatrice, actrice en zangeres Martine Bijl (70) ook nog eens haar heup. Dus verhuisde ze van het revalidatiecentrum weer naar het ziekenhuis. Een voorpublicatie uit haar boek ‘Rinkeldekink’.

Deel dit artikel

Heel Holland zakt, zei ik lollig tegen de broeder vlak voordat ik door de hoogwerker op het grind werd gevlijd

Citaat uit het boek ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl

Weet jij [sic] wel dat het voor heel veel mensen een steun is dat jij hier zit? Die mensen denken: als zij een hersenbloeding kan krijgen, dan kunnen we het allemààl krijgen

Citaat uit het boek ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl