Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van breezers naar speed: Marrit (25) raakte als jong kind verslaafd

Samenleving

Erik Jan Harmens

In de podcastserie Onverdoofd spreekt Erik Jan Harmens met bekende en minder bekende Nederlanders die net als hij hebben besloten zichzelf niet langer te bedwelmen © RV
Onverdoofd

In een nieuwe serie over ‘onverdoofd leven’, spreekt Trouw-columnist Erik Jan Harmens als eerste met Marrit Jellema. Ze stopte op haar achttiende met alcohol en drugs en beleeft nu alles ‘heel intens, de nare én de mooie dingen’.

Een woord vooraf: sinds ik zes jaar geleden stopte met drinken, schrijf ik in deze krant over de voor- en nadelen van leven zonder bedwelming. Soms vragen mensen hoe lang ik daar nog mee door denk te gaan en dan weet ik niet of dat slaat op mijn geheelonthouding of op het publiceren erover. Wel weet ik dat het me interessant leek om eens aan anderen te vragen hoe het voor hen voelt om dag in dag uit niet meer onder invloed zijn. Hebben ze net als ik af en toe moeite met die onverdoofde staat of voelt de nuchterheid als een weldaad?

Lees verder na de advertentie
Mijn vader gaf een feestje, hij was 25 jaar bij de bank. Ik dronk mijn eerste biertje. Ik was vijf.

Marrit Jellema is de eerste met wie ik praat. Ze is 25 jaar, woont in Leeuwarden, werkt aan haar eerste roman en stopte op haar achttiende met alcohol en drugs, de leeftijd waarop ik juist begon met drinken. We kennen elkaar niet, maar vallen elkaar niettemin meteen in de armen. Zonder smalltalk vooraf vertelt ze hoe ze op haar vijfde haar eerste biertje dronk. “Mijn vader gaf een feestje, hij was vijfentwintig jaar bij de bank. Ik was alleen en verveelde me. Ik keek naar de mensen, was geïntrigeerd omdat zij zo vrolijk waren en ik niet. Ik zag ze bier en wijn drinken en dacht: misschien komt het daar wel door. Toen iedereen ging luisteren naar de speech van mijn vader, pakte ik stiekem een flesje Amstel van tafel dat nog voor driekwart gevuld was. Ik zette het aan mijn mond en kreeg een soort verliefd gevoel, alsof er allemaal beestjes in mijn buik kriebelden. Ik werd duizelig, maar vond het fijn, was even niet helemaal meer op de wereld. Elke keer als ik eraan terugdenk, aan die middag, verschijnt er weer een glimlach op mijn gezicht.

Marrit Jellema © Martijn Gijsbertsen

Marrits tweede en derde biertje volgden vijf jaar later. Ze was lastig op school, verlangde naar avontuur. Ze voelde zich anders dan anderen, ‘alsof ik van de maan kwam’. Echt een duidelijke aanleiding voor het gevoel van leegte dat ze ervoer was er niet. “Dat vind ik ook wel mooi”, zegt ze, “er waren geen nare omstandigheden, het zat gewoon van binnen. Ik was altijd bezig met het geluk van anderen, mijn oma overleed en dat begreep ik niet. Ik was steeds bij haar langsgegaan om eten te brengen omdat ze zo mager was, ik had voor haar gedanst, ik denk op liedjes van K3, maar dat weet ik niet meer. Ik wilde haar opvrolijken en dat ze wat aan zou komen, maar toen ging ze dood. Ik dacht: heb ik wel genoeg gedaan?”

Breezer bij de avondwinkel

Later overleden meer mensen, soms op heel jonge leeftijd. “Ik wist me geen raad met mijn gevoelens. Was altijd de gangmaker, maakte met iedereen praatjes, maar ik dacht: als ik ze ga vertellen hoe ik me echt voel, gaan ze misschien wel bij me weg. Dus toen heb ik twee biertjes gepakt uit het krat in de garage en ben ik naar een zandvlakte gefietst vlak bij ons huis. Ik had ook een opener bij me en een rol pepermunt. Ik dronk, terwijl ik zogenaamd met mijn oma praatte. Met elke slok werd het verdriet minder. Toen alles op was kon ik weer glimlachen.”

Als Marrit begint over niks meer voelen, hap ik naar adem vanwege de mate van herkenning.

In de jaren die volgden begonnen vrienden met drinken voor de gezelligheid, wat Marrit niet begreep. “Ik beschouwde alcohol als een medicijn.” Van breezers kopen bij de avondwinkel ging het naar flessen wodka, er kwam wiet bij en later speed. “In die tijd was ik voortdurend onder invloed. Mijn ouders, iedereen liep op zijn tenen, ik kon vanuit het niets kwaad worden. Ik verachtte mezelf, omdat ik iedereen verdrietig maakte. Maar ik voelde ook niks meer, geen verdriet en ook geen boosheid. Ik leefde niet, ik bestond alleen nog maar.”

Als Marrit begint over niks meer voelen, hap ik naar adem vanwege de mate van herkenning. Dat gebeurt nog een keer als het gaat over hoe één moment ervoor zorgde dat ze alles ineens helder zag. In mijn geval besefte ik, zes jaar geleden op zomaar een zondagavond, hoe ik al bijna een kwarteeuw lang net zoveel aan het drinken was als mijn vader en dat ik dat deed vanuit diepgewortelde gevoelens van loyaliteit. In het geval van Marrit was het één aanblik: “Ik zat op de bank naast mijn broer en zag mijn familie aan tafel zitten. Ik zag hoe moe ze waren en hoe verdrietig. En ineens besefte ik: dat komt door mij. Ik dacht niet: ik wil opgenomen worden om me beter te voelen, gelukkig te worden. Ik dacht: ik wil opgenomen worden om jullie nooit meer zo ongelukkig te zien. Dat was voor mij de reden om hulp te gaan zoeken. Het ging me niet om mij, het ging me om hen.”

Na acht weken kliniek kwam het gevoel langzaamaan terug. Nare gevoelens, zoals zelfhaat en schuldgevoelens, maar ook mooie, zoals de liefde voor kunst. “Als ik naar het museum ga, ga ik het liefst alleen”, zegt Marrit, “ik begrijp oprecht niet hoe mensen even kunnen kijken naar een schilderij en dan weer door kunnen lopen. Ik kan zo een half uur voor een schilderij staan en me er helemaal in verliezen. Ik kan me overal in verliezen, ik hou van dansen met mijn ogen dicht, helemaal opgaan in de muziek. Dat is ook weer een roes ja, maar dan een roes van geluk.”

Ze beschouwt haar familie als een enorme steun, maar de meeste support krijgt ze door te schrijven. Daar kan ze alles in kwijt. Ze werkt nu aan een roman over de laatste acht dagen van een meisje van 17. Ze heeft zich opgesloten in de kamer van haar vriendin en daar werkt ze aan haar afscheidsbrief. “Een duister thema inderdaad, maar ik vind dat het wel besproken moet worden. Mensen zijn vaak verbaasd dat ik zo jong ben en al zo lang niet meer drink. Vanwege mijn leeftijd denken ze dat mijn problemen nog wel meevallen, maar ik wil met dit boek laten zien dat ook als je zo jong bent het leven een hel kan zijn.”

Er gebeurt ook veel leuks

Eigenlijk wil ze vergeten kinderen een stem geven: jonge mensen die op straat rondlopen of alleen op hun kamertje zitten, die niet goed weten wat ze aan moeten met de wereld en het leven en ontsnapping zoeken. “Die jongeren kan ik een stem geven. Ik zeg niet dat er niet nog een boek komt over het leven na de kliniek, want er gebeurt ook veel leuks. Maar ik denk wel dat het goed is om begrip te kweken onder mensen die niet weten hoe het is om met een hoofd te leven zoals dat van mij. Mijn vader en moeder wisten niks van verslaving tot het mij overkwam. Als ouders van andere kinderen nu horen hoe het is, kunnen ze misschien ingrijpen.”

Marrit Jellema © Martijn Gijsbertsen

Het ontroert me, dat Marrit haar schrijverschap inzet om anderen te helpen. Na ons gesprek lopen we een café binnen waar, zul je net zien, de vrijdagmiddagborrel in volle gang is. Gesprekken aan de bar worden steeds geanimeerder en intussen nippen wij van onze cola. Daarna nemen we afscheid en vallen we elkaar weer in de armen, alleen nu niet langer als onbekenden.

Erik Jan Harmens (1970) schreef twee autobiografische romans over onverdoofd leven: ‘Hallo muur’ (2015) en ‘Door het licht’ (2018), en gaat onder de titel ‘Onverdoofd’ in gesprek met mensen die net als hij hebben besloten zich niet langer te bedwelmen. Het gesprek met Marrit is ook als podcast te beluisteren  via trouw.nl/onverdoofd, via iTunes of Spotify of via de app op je smartphone. Reacties welkom op tijdreacties@trouw.nl

Lees ook: 

De romantiek van de alcoholroes

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens stopte zes jaar geleden met drinken en schreef er een serie verhalen over in Trouw. Hoe leeft hij in het besef dat die verdoving er nooit meer zal zijn?

De wekelijkse column van Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens  schrijft elke week in Trouw over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd, lees hier meer van Erik Jan.

Deel dit artikel

Mijn vader gaf een feestje, hij was 25 jaar bij de bank. Ik dronk mijn eerste biertje. Ik was vijf.

Als Marrit begint over niks meer voelen, hap ik naar adem vanwege de mate van herkenning.