Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leenstelsel weerhoudt bijstandskind ervan om te gaan studeren

Samenleving

Petra Vissers

Studenten demonstreren in 2014 tegen het nieuwe leenstelsel. © anp

Door de afschaffing van de basisbeurs in 2015 zijn er minder jongeren gaan studeren van ouders die van de bijstand leven. 

Het nieuwe leenstelsel is voor kinderen uit de armste gezinnen een hogere drempel dan voor jongeren met rijkere ouders. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS en de Universiteit van Amsterdam.

Lees verder na de advertentie

Voor het nieuwe leenstelsel werd aangekondigd, ging rond de 82 procent van de jongeren met een havo-diploma meteen studeren aan een hogeschool. Er waren toen weinig verschillen tussen jongeren uit bijstandsgezinnen en andere jongeren. Maar na afschaffing van de basisbeurs kelderde het aantal bijstandskinderen dat naar het hbo ging met bijna 10 procent. Het aantal eerstejaars hbo’ers daalde sowieso dat jaar, maar minder hard.

Zeldzaam fenomeen

Op vwo’ers uit een bijstandsgezin heeft het leenstelsel minder invloed. Aan de universiteiten zijn ze dan ook een hele kleine groep, zegt promovendus Lonneke van den Berg van de Universiteit van Amsterdam. Zij werkte mee aan het onderzoek. Slechts 1,2 procent van de vwo’ers komt uit een bijstandsgezin. “Mogelijk zijn zij extra gemotiveerd om er alles uit te halen”, zegt Van den Berg. “Juist omdat ze een zeldzaam fenomeen zijn.” 

Zijn ze bang om te lenen? Weten ze niet dat ze recht hebben op een aanvullende beurs?

Lonneke van den Berg, promovendus UvA

Een andere verklaring kan zijn dat voor havisten het mbo een alternatief is; dat geldt voor vwo’ers minder. Overigens geldt ook onder havisten dat maar weinig kinderen uit gezinnen komen die van de bijstand moeten leven. Daar gaat het om 2,2 procent.

Het onderzoek kijkt naar jongeren die direct na de middelbare school doorstuderen en heeft niet gekeken of jongeren eerst gaan werken om daarna alsnog hun studie te betalen. Dat is volgens Van den Berg een goede vraag voor vervolgonderzoek.

“Het gaat hier om een vrij kleine groep. Maar ik denk dat het juist voor deze groep belangrijk is om te kijken wat nu precies de reden is dat ze niet gaan studeren”, zegt Van den Berg. “Zijn ze bang om te lenen? Weten ze niet dat ze recht hebben op een aanvullende beurs voor kinderen wiens ouders weinig verdienen? Voor deze groep is het ook belangrijk dat zij kunnen investeren in onderwijs. Dat kan in hun latere leven veel opleveren.”

Bevestiging

Het CBS-onderzoek bevestigt een beeld dat uit meerdere onderzoeken naar voren komt: kwetsbare groepen hebben meer last van het leenstelsel. Eerder bleek dat met de komst van het leenstelsel minder gehandicapte jongeren, minder jongeren met een migratie-achtergrond en met lager opgeleide ouders zijn gaan studeren, en dat mbo’ers minder doorstuderen dan voorheen, omdat ze liever niet willen lenen. Havisten en vwo’ers hebben minder last van die leenangst. 

De basisbeurs bedroeg voor die werd afgeschaft 291 euro per maand voor studenten op kamers en 104 euro voor studenten die thuis woonden. Die bestaat niet meer, maar studenten uit gezinnen met minder geld hebben nog wel recht op de aanvullende beurs van maximaal 389 euro. Verder kunnen studenten tegen gunstige voorwaarden lenen voor hun studie. Die lening betalen ze in 35 jaar terug. 

Lees ook:
Mbo’ers hebben meer last van het nieuwe leenstelsel dan havisten en vwo’ers
Omdat mbo'ers niet durven te lenen gaan ze minder vaak dan voorheen studeren, concludeerde onderzoeksbureau ResearchNed een jaar geleden.

De belofte aan studenten was: geen basisbeurs meer, wel beter onderwijs
Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer bleek begin dit jaar dat de hogescholen en universiteiten die belofte niet waarmaken. 

Deel dit artikel

Zijn ze bang om te lenen? Weten ze niet dat ze recht hebben op een aanvullende beurs?

Lonneke van den Berg, promovendus UvA